Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BM2895

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-04-2010
Datum publicatie
29-04-2010
Zaaknummer
HD 200.040.212
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kort geding. Merkinbreuk. Spoedeisend belang op grond van reeele dreiging inbreuk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.040.212

arrest van de vierde kamer van 20 april 2010

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht SCHWAN-STABILO SCHWANHAUSSER GMBH & CO.KG,

gevestigd te (90562) Heroldsberg, Duitsland,

appellante,

hierna: "Stabilo",

advocaat: mr. J.C.S. Pinckaers,

tegen:

de rechtspersoon naar buitenlands recht NINGBO BEIFA GROUP CO.LTD.,

gevestigd te Beilun, Xiaogang, (315801) Ningbo, Zhejiang, China,

geïntimeerde,

hierna: "Beifa",

advocaat: mr. M.W. Rijsdijk,

op het bij exploot van dagvaarding van 15 juli 2009 ingeleide hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond gewezen vonnis van 17 juni 2009 tussen Stabilo als eiseres en Beifa als gedaagde.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknummer/rolnummer 91557/ KG ZA 09-15)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft Stabilo onder overlegging van vijf producties (genummerd 10a, 10b en 11a t/m 11c) twee grieven aangevoerd (onder het kopje "grief"op pag. 3 en onder randnummer 9 op pag 10) en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot alsnog toewijzing van haar vorderingen met veroordeling van Beifa in de kosten van beide instanties.

2.2. Bij memorie van antwoord heeft Beifa onder overlegging van een productie de grieven bestreden.

2.3. Partijen hebben hun zaak doen bepleiten, Stabilo door mr. J.C.S. Pinckaers en Beifa door mr. M.W. Rijsdijk. Beide raadslieden hebben gepleit aan de hand van overgelegde pleitnotities. Ter zitting hebben beide partijen producties overgelegd, bestaande uit op voorhand toegezonden kostenspecificaties.

Bij gelegenheid van het pleidooi heeft Stabilo haar in het petitum van de inleidende dagvaarding onder 2, 3 en 4 genoemde vorderingen ingetrokken.

2.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de exacte inhoud van de grieven verwijst het hof kortheidshalve naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Gelet op het bepaalde in artikel 4.6 BVIE stelt het hof ambtshalve vast dat in eerste aanleg de voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond en daarmee dit hof bevoegd is van de op het merkenrecht gebaseerde vorderingen kennis te nemen.

4.2. Tegen de vaststelling van de feiten door de voorzieningenrechter in r.o. 2.1 tot en met 2.7 zijn geen grieven gericht zodat ook in hoger beroep van deze feiten wordt uitgegaan, alsmede van nadien gebleken feiten. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

a. Stabilo en Beifa zijn beiden actief op de schrijfwarenmarkt. Onderdeel daarvan is de productie van en handel in highlighters, stiften met een (enigszins) fluorescerende inkt waarmee teksten en andere prints kunnen worden gemarkeerd.

b. In 1971 heeft Stabilo een highlighter onder de naam "Stabilo Boss" op de markt gebracht. Beifa heeft nadien highlighters onder de namen "Vivilite" en "Foray" (hierna: "de Vivilite"of "de Foray"of, tesamen, "de Beifa-highlighter") op de markt gebracht. (Volgens Beifa is "Foray" een eigen merknaam van haar distributeur Office Depot, maar tussen partijen staat vast dat het in ieder geval om de in deze procedure in het geding zijnde, door Beifa geproduceerde en door haar aan haar distributeur Office Depot geleverde highlighters gaat.)

c. Stabilo is onder meer in de Benelux houdster van de volgende merkrechten, alle gedeponeerd voor schrijfwaren, klasse 16:

1. Internationale Registratie nr. 418036 d.d. 2/10/1975

2. Internationale Registratie nr. 749869 d.d. 15/12/2000

3. Beneluxregistratie nr. 795315 d.d. 7/2/2006

d. Bij uitspraak van 24 augustus 2006 van de nietigheidskamer en uitspraak van 31 januari 2008 van de 3e Kamer van Beroep van het OHIM (Office for Harmonization in the Internal Market) werd geoordeeld dat de Beifa-highlighter inbreuk maakt op de oudere rechten van Stabilo. Bij deze uitspraken werd het Gemeenschapsmodel van de Beifa-highlighter nietig verklaard respectievelijk werd het beroep van Beifa daartegen verworpen.

e. Op 23 mei 2006 verbood de Duitse rechter in Frankfurt de handel in de Vivilite, welk verbod op 22 juni 2006 werd bevestigd en bij uitspraak in hoger beroep op 18 januari 2007 in stand bleef.

f. Bij uitspraken van 19 mei 2008 en 20 januari 2009 is Beifa door verschillende Duitse rechters tot boetes veroordeeld wegens overtredingen (via internet en de Frankfurter Messe en via verhandeling van de Foray) van het verbod op de handel in de Vivilite.

g. Bij brief van 6 maart 2008 heeft de European Category Director van Office Depot Europe aan Stabilo onder meer het volgende bericht:

"By November 2008 the Foray flat highlighter (also the mini version) will be phased out. (...)

As the yearly contract catalogues are printed and send out to the customers there is no possibility for a change. Office Depot will take the flathighlighter from the list of focus products (= no active selling by the sales force). Customers that can buy from the contract catalogue will still receive the flay highlighters.

We agreed on the following actions related to the Foray flat highlighter to be taken by Office Depot in exchange Stabilo not pursuing any further action.

(...)"

h. Bij brief van 4 december 2008 heeft de Vice President European Merchandising van het Office Depot te Venlo aan Stabilo onder meer het volgende bericht:

"I, [persoon 1] (...) hereby confirm that Ningbo Beifa Group Co.,Ltd. has sold and delivered Foray highlighters to Office Depot. The attached invoices of 23 october and 28 november 2007 mention highlighter pens sold and delivered by Beifa to Office Depot.

I Confirm that these:

(...)

Invoice F0337-07100006B,Ref: 979408,409,410,411,412,413,414,415,416,417,418,419,420, 421 Highlighters are Foray Highlighters. (...)

Op de in deze brief genoemde en bijgesloten factuur d.d. 28 november 2007 met nummer F0337-07100006B staat als adressant vermeld: "Office Depot International B.V. (..) Columbusweg 33, 5928 LA Venlo, The Netherlands."

Bij de hiervoor genoemde codes 979408 t/m 421 staan tevens de codes HY101402, HY101403 en HY235400 vermeld.

i. Bij brieven van 8 december 2008, 29 december 2008 en 8 januari 2009 heeft Stabilo Beifa onder meer gesommeerd haar onrechtmatige handelen te staken en gestaakt te houden. Op die brieven heeft Beifa niet gereageerd.

j. Bij dagvaarding van 30 januari 2009 heeft Stabilo Beifa in kort geding gedagvaard.

k. In een ongedateerde verklaring van Beifa verklaart de Managing Director van Beifa onder meer:

"The highlighters as described in the writ of summons dated 30 January 2009 were subject to several proceedings (......) we stopped offering and selling these highlighters for the Benelux and even worldwide already in .........2007"

l. Op 19 augustus 2009 heeft de Duitse rechter in Frankfurt de verhandeling van een licht gewijzigde Vivilite met code HY246000 verboden.

m. Op 8 juli 2009 heeft de Duitse rechter in Frankurt ten aanzien van een ander product dan de highlighters, namelijk ten aanzien van stiften, geoordeeld dat de Beifa-stiften een onrechtmatige nabootsing zijn van de Stabilo-stiften.

4.3. In eerste aanleg heeft Stabilo - kort gezegd - een verbod op merkinbreuk, een gebod tot opgave van verhandelde highlighters, berichtgeving aan afnemers en vernietiging van voorradige en teruggezonden highlighters gevorderd, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met bepaling van een art. 1019i Rv.-termijn en veroordeling van Beifa in de proceskosten. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen afgewezen en Stabilo veroordeeld in de aan de zijde van Beifa gevallen (volledige) proceskosten. De voorzieningenrechter oordeelde dat er ontoereikende grondslag bestaat voor de aanname dat Beifa ook thans of in de nabije toekomst nog Vivilite of Foray highlighters via Office Depot in Nederland op de markt brengt of zal brengen en dat daarmee het spoedeisend belang aan de door Stabilo gevorderde ordemaatregelen komt te ontvallen.

4.4.1. In hoger beroep komt Stabilo tegen dit oordeel op. Zij voert - kort samengevat - aan dat de Beifa-highlighters inbreuk maken op de merkrechten van Stabilo en dat zij bovendien een onrechtmatige nabootsing zijn van de Stabilo Boss. Direct nadat haar in december 2008 bleek dat Beifa ook in Nederland Beifa-highlighters heeft geleverd, heeft zij actie ondernomen. Stabilo heeft voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen. Stabilo wijst er ter onderbouwing van dat belang tevens op dat de Duitse rechter al verschillende malen de handel in Vivilite en Foray heeft verboden en dat Beifa die verboden verschillende keren heeft overtreden, dat Beifa weigert een onthoudingsverklaring te tekenen, dat Beifa het nietigheidsoordeel omtrent haar Gemeenschapsmodel aanvecht hetgeen erop duidt dat Beifa de Beifa-highlighters binnen Europa wil verhandelen, dat Beifa ook andere producten van Stabilo (stiften) nabootst en dat Stabilo heeft moeten constateren dat de Beifa-highlighters nog steeds zowel binnen als buiten Europa worden verhandeld. Als voorbeeld van dit laatste heeft Stabilo gesteld nog in mei 2009 op een beurs in China een Vivilite met code HY246000 te hebben aangetroffen en dat deze Vivilite in Duitsland bij uitspraak van 18 augustus 2009 (hof: r.o. 4.2.l) is verboden.

4.4.2. Daartegen heeft Beifa aangevoerd dat de verhandeling van de Beifa-highlighters eind 2007 is gestaakt en dat Stabilo niet heeft aangetoond dat Beifa na eind 2007 de Beifa-highlighters in Nederland heeft verhandeld. Daarom ontbreekt het spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen en kan Stabilo niet in haar vorderingen worden ontvangen. Evenmin bestaat er een reële dreiging van merkinbreuk. Die dreiging zou bestaan uit gedragingen van Beifa in het verleden en ter onderbouwing van die gedragingen wordt verwezen naar rechterlijke uitspraken, maar een aantal daarvan is nog niet in kracht van gewijsde gegaan; de OHIM-uitspraak omtrent het nietigverklaarde Gemeenschapsmodel van Beifa is nog onderwerp van een bij het Gerecht van Eerste Aanleg aanhangig gemaakte procedure, de uitspraak van de Duitse rechter d.d. 18 augustus 2009 omtrent de verhandeling van een gewijzigde Vivilite is nog niet aan Beifa betekend en van de uitspraak van de Duitse rechter d.d. 8 juli 2009 omtrent de stiften is Beifa in hoger beroep gegaan. Bovendien levert eventuele schending in Duitsland geen spoedeisendheid in Nederland op. Beifa heeft niet geweigerd een onthoudingsverklaring te tekenen.

Spoedeisend belang

4.5.1. Het geding spitst zich toe op de vraag of Stabilo een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen, die thans beperkt zijn tot een met een dwangsom versterkt verbod tot merkinbreuk en een proceskostenveroordeling. Het hof oordeelt ten aanzien van de spoedeisendheid bij de gevraagde voorzieningen als volgt.

4.5.2. Naar het voorlopig oordeel van het hof heeft Stabilo voldoende aannemelijk gemaakt dat een reële dreiging bestaat dat Beifa (ook) in Nederland de Beifa-highlighters zal verhandelen en aldus inbreuk zal maken op de merkenrechten van Stabilo c.q. onrechtmatig jegens Stabilo zal handelen. Het hof baseert dit oordeel op de volgende feiten en omstandigheden:

i) Stabilo heeft gesteld dat de Beifa-highlighters nog steeds worden verhandeld, zowel op de Europese markt als daarbuiten. Tijdens het pleidooi in hoger beroep heeft Beifa erkend dat de Beifa-highlighters in China nog steeds worden verhandeld. Daarmee staat vast dat hetgeen Beifa in de hiervoor onder r.o. 4.2 k genoemde verklaring meedeelt - dat zij de verhandeling van de Beifa-highlighters "even worldwide already in 2007" is gestopt - niet overeenkomstig de werkelijkheid is;

ii) Beifa is niet bereid een onthoudingsverklaring te tekenen. Omdat Beifa in haar processtukken aanvoerde wel bereid te zijn een onthoudingsverklaring te tekenen heeft het hof tijdens het pleidooi aan (de raadsman van) Beifa gevraagd waarom dat tot op heden niet was gebeurd. Beifa heeft daarop laten weten niet bereid te zijn een onthoudingsverklaring te tekenen zolang het Gerecht van Eerste Aanleg nog geen uitspraak heeft gedaan omtrent de nietigverklaring van het Gemeenschapsmodel van Beifa. Het hof constateert dat Beifa evenmin een onthoudingsverklaring onder bepaalde voorwaarden - zoals bijvoorbeeld de ontbindende voorwaarde dat het Gerecht van Eerste Aanleg oordeelt dat het Gemeenschapsmodel van Beifa geen inbreuk op de rechten van Stabilo maakt - heeft getekend;

iii) Beifa heeft in het verleden (op 2 februari 1998 en op 1 februari 2000) ten behoeve van Stabilo onthoudingsverklaringen getekend maar dit heeft haar er niet van weerhouden nadien andere, op de Stabilo Boss gelijkende highlighters op de markt te brengen;

iv) Beifa heeft verschillende malen in strijd met een rechterlijke uitspraak de Beifa-highlighters verhandeld. Dit blijkt uit de in r.o. 4.2.f genoemde uitspraken. Niet valt in te zien waarom dit anders zou worden doordat het daarbij volgens Beifa zou zijn gegaan om één geding in verschillende instanties.

Bovendien is naar het oordeel van het hof met de in r.o. 4.2.l genoemde uitspraak (van 19 augustus 2009) voldoende aannemelijk geworden dat Beifa in strijd met de eerder opgelegde verboden een enigszins gewijzigde Vivilite highlighter heeft verhandeld. Dat Beifa tegen die uitspraak hoger beroep heeft ingesteld staat niet aan dit voorlopige oordeel in de weg. Daarbij neemt het hof ook het volgende in aanmerking. De gewijzigde Vivilite waarom het in die procedure ging - de HY246000 - staat in die uitspraak afgebeeld. Het hof heeft die afbeelding dus kunnen bekijken. Dat geldt ook voor een afbeelding van die Vivilite naast een Vivilite HY101401 (prod. 10b bij mvg). Beifa heeft niet betwist dat dit afbeeldingen zijn van de Vivilite die de inzet was van de procedure leidend tot het verbod van 19 augustus 2009 en van een oudere Vivilite die viel onder een eerder gegeven verbod. Op grond van de eigen waarneming van deze afbeeldingen acht het hof de conclusie gerechtvaardigd dat voldoende aannemelijk is geworden dat Beifa wederom een weliswaar gewijzigde maar nog steeds in-breukmakende Vivilite op de markt heeft gebracht;

v) het is voldoende aannemelijk geworden dat Beifa eind 2007, dus (ver) na het oordeel van de nietigheidskamer van het OHIM dat de Beifa-highlighter inbreuk maakt op de oudere rechten van Stabilo en na het ten aanzien van de Vivilite in Duitsland gegeven verbod, grote aantallen Beifa-highlighters aan Office depot in Venlo heeft geleverd. Dat de genoemde uitspraken toen nog niet onherroepelijk waren neemt niet weg dat uit die leveringen blijkt dat Beifa ondanks het risico dat onherroepelijk komt vast te staan dat haar highlighters inbreuk maken op de rechten van Stabilo, die highlighters aan haar in Nederland gevestigde distributeur leverde. Zij nam daarbij dus voor lief dat zij daardoor mogelijk ook in Nederland inbreuk zou maken op Stabilo's rechten. Dat moge gerechtvaardigd zijn vanuit de perceptie dat van inbreuk geen sprake is, maar illustreert wel dat Beifa, zolang haar dat niet tengevolge van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak wordt verboden (en soms zelfs daarna; vgl. hiervoor sub iv) er soms voor kiest de verhandeling van mogelijk inbreukmakende producten te continueren ten koste van haar (rechthebbende) concurrent.

Bij gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep heeft de raadsman van Beifa bij dupliek aangevoerd dat uit de in r.o. 4.2.h. genoemde verklaring van Office Depot in Venlo en de daarbij gevoegde facturen niet blijkt dat de in deze procedure bedoelde highlighters daadwerkelijk in Nederland zijn geleverd. Deze toen voor het eerst aangevoerde stelling is te laat ingenomen en kan niet tot een ander oordeel leiden, nog afgezien van het feit dat Stabilo in reactie daarop heeft gesteld dat Office Depot in Venlo destijds heeft bevestigd dat de highlighters in Venlo zijn afgeleverd en dat uit de op de facturen genoemde codes blijkt dat het om de gewraakte highlighters gaat, welke stellingen Beifa niet heeft betwist;

vi) het is voldoende aannemelijk geworden dat Beifa ook andere producten op de markt brengt die lijken op producten van Stabilo. Het hof verwijst hier naar de in r.o. 4.2.m genoemde uitspraak en naar de afbeeldingen van de stiften van Beifa die onderwerp waren in die procedure en van de Stabilo-stiften. Op grond van de eigen waarneming van deze afbeeldingen acht het hof de voorlopige conclusie dat Beifa ook andere producten van Stabilo namaakt, gerechtvaardigd.

4.5.3. Gelet op voornoemde handelwijze van Beifa heeft Stabilo naar het oordeel van het hof voldoende redenen om te vrezen dat Beifa (ook) in Nederland inbreuk zal maken op Stabilo's rechten. Dat die handelwijze zich deels heeft afgespeeld in Duitsland maakt dit niet anders, nu, zoals gezegd, Beifa eerder in Nederland Beifa-highlighters afleverde ondanks de hiervoor (in r.o. 4.5.2 sub v) genoemde omstandigheden en nu de Duitse markt grenst aan de Nederlandse. Aan dit oordeel doet evenmin af dat Office Depot bij brief van 6 maart 2008 aan Stabilo heeft geschreven de verkoop van de Foray af te bouwen en in ieder geval na november 2008 niet meer in deze highlighters te zullen handelen. Stabilo heeft er immers terecht op gewezen dat dit geen toezegging van Beifa is en dat het alleen de Foray betreft. Bovendien heeft Stabilo onweersproken gesteld dat Office Depot niet de enige afnemer van Beifa is.

4.5.4. Het voorgaande betekent dat Stabilo een spoedeisend belang heeft bij het door haar gevorderde verbod. De tegen het andersluidende oordeel van de voorzieningenrechter gerichte grief slaagt.

Voorzover Beifa heeft bedoeld te betogen dat Stabilo hoe dan ook niet in haar vorderingen kan worden ontvangen omdat zij in haar inleidende dagvaarding heeft verzuimd om voldoen-de onderbouwd haar spoedeisend belang te stellen, faalt dat verweer. Daargelaten of Stabilo terzake onvoldoende heeft gesteld, dient het hoger beroep mede tot herstel van eerdere omissies en Stabilo heeft in hoger beroep voldoende gesteld ter onderbouwing van haar spoedeisend belang.

Overige weren

4.6.1. In verband met het slagen van de grief zal het hof hierna - voorzover thans nog van belang - de door Beifa in eerste aanleg aangevoerde, maar toen buiten behandeling gelaten of verworpen stellingen en weren behandelen.

4.6.2. Beifa heeft in eerste aanleg aangevoerd dat de voorzieningenrechter onbevoegd was, omdat de verhandeling van de Beifa-highlighters al eind 2007 was stopgezet. De voorzieningenrechter heeft dit verweer onder verwijzing naar artikel 6 sub e Rv. en artikel 4.6 BVIE terecht verworpen.

4.6.3. Beifa heeft voorts aangevoerd dat het (Benelux) vormmerk van Stabilo nietig is, kort gezegd omdat die vorm volledig functioneel bepaald is, dat zelfs indien dat anders is er in ieder geval wat de Foray betreft toch geen sprake is van inbreuk op de merkrechten van Stabilo, omdat er geen sprake is van overeenstemming, dat de vorm niet als merk is ingeburgerd, dat niet de vorm maar het op de highlighters voorkomende woordmerk de herkomst bepaalt en dat Beifa niet onrechtmatig profiteert van de reputatie van Stabilo's merken.

4.6.4. Het hof verwerpt deze verweren. Zolang de merkinschrijvingen van Stabilo niet zijn vernietigd dient van de geldigheid daarvan te worden uitgegaan. Voorts is voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van overeenstemming tussen het merk van Stabilo en de Beifa-highlighters. Stabilo heeft er op gewezen dat alle dominante eigenschappen van haar merken, zoals bijvoorbeeld omschreven onder randnummer 9 van haar pleitnotities in eerste aanleg, alsmede de proporties door Beifa zijn overgenomen. Gelet hierop en op de diverse, hiervoor genoemde uitspraken en op de afbeeldingen van de verschillende highlighters waaronder die in de merkinschrijvingen en op de highlighters zelf die het hof tijdens het pleidooi heeft kunnen bekijken, heeft Beifa de overeenstemming onvoldoende gemotiveerd betwist. Evenmin valt in hetgeen Beifa aanvoert een aanwijzing te lezen dat enkel het op de highlighters voorkomende woordmerk de herkomstfunctie vervult. Voorzover Beifa daarmee ook heeft bedoeld te betogen dat er daarom geen gevaar voor verwarring bestaat faalt dat verweer eveneens.

Nu voldoende aannemelijk is geworden dat de Beifa-highlighters overeenstemmen met het merk van Stabilo en dat het gaat om gebruik in het economisch verkeer voor dezelfde waren als waarvoor het merk van Stabilo is ingeschreven waardoor bij het publiek verwarring kan ontstaan (artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE), vordert Stabilo terecht een verbod op verhandeling van de Beifa-highlighters en heeft Beifa geen belang meer bij bespreking van haar verweren tegen de overige grondslagen van de vorderingen.

Slotsom

4.7.1. Het door Stabilo in het eerste deel van haar vordering geformuleerde verbod ("iedere inbreuk op de exclusief aan eiseres toekomende merkrechten") acht het hof te onbepaald. Het verbod zal worden beperkt tot de Vivilite en de Foray highlighters en tot highlighters zoals de Vivilite en de Foray die een nabootsing zijn van de Stabilo Boss. Het hof zal de per highlighter gevorderde dwangsom matigen als in het dictum vermeld.

4.7.2. Beifa zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de aan de zijde van Stabilo zowel in eerste aanleg als in hoger beroep gevallen proceskosten. Daarmee is het belang van Stabilo bij bespreking van haar tweede grief komen te ontvallen.

De hoogte van de door Stabilo gevorderde kosten is niet door Beifa betwist. Deze kosten zijn toewijsbaar.

5. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

in zoverre opnieuw rechtdoende:

I verbiedt Beifa met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden iedere verhandeling, reclame en promotie en ieder ter verkoop aanbieden en/of ter verkoop in voorraad houden van de ten processe bedoelde Vivilite of Foray highlighter en van highlighters zoals de Vivilite of de Foray die een nabootsing zijn van de Stabilo Boss highlighter;

II verooordeelt Beifa per overtreding van het onder I bedoelde verbod aan Stabilo een dwangsom te betalen van € 10.000,-- (tienduizend euro) dan wel, ter keuze van Stabilo, aan haar een dwangsom te betalen van € 50,-- (vijftig euro) per betrokken highlighter of per dag, een gedeelte van een dag voor een gehele gerekend, dat de betrokkenheid van Beifa bij overtreding van het onder I bedoelde verbod na betekening van dit arrest zal voortduren;

III bepaalt de in artikel 1019i Rv. bedoelde termijn op zes maanden na datum van dit arrest;

IV veroordeelt Beifa in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van Stabilo worden begroot op € 869,98 aan verschotten en € 8.264,-- aan salaris advocaat in eerste aanleg en op € 398,98 aan verschotten en € 7.222,-- aan salaris advocaat voor het hoger beroep;

V verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

VI wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. Keizer, Wabeke en Van der Putt-Lauwers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 april 2010.