Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BM0880

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-04-2010
Datum publicatie
13-04-2010
Zaaknummer
20-002550-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Asbest: Slopen van een asbesthoudend bouwwerk in strijd met regels uit de Bouwverordening. Het hof volstaat met het opleggen van voornamelijk voorwaardelijke geldboetes, omdat is gebleken dat verdachte, toen hij vernam dat er tijdens de sloopwerkzaamheden asbest was aangetroffen in een kozijn, direct actie heeft ondernomen om de schadelijke gevolgen van het eventueel vrijkomen van asbest te beperken.

Wetsverwijzingen
Wet op de economische delicten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBO 2010/32 met annotatie van D. van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-002550-08

Uitspraak : 13 april 2010

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Breda van 7 juli 2008 in de strafzaak met parketnummer 02-994744-07 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1975],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, verdachte zal vrijspreken van de bij het vierde gedachtestreepje ten laste gelegde gedraging, en de verdachte voor de bij de andere drie gedachtestreepjes ten laste gelegde gedragingen telkens een geldboete van EUR 500,00, subsidiair tien dagen vervangende hechtenis, zal opleggen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de eerste rechter zich naar het oordeel van het hof ten onrechte onbevoegd heeft verklaard kennis te nemen van de tenlastelegging.

Nu door de advocaat-generaal en de verdachte geen terugverwijzing is verlangd, doet het hof doet de zaak zelf af.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 juni 2006 te Oisterwijk, heeft gesloopt, terwijl niet werd voldaan aan de voorschriften gesteld in de bouwverordening van de gemeente Oisterwijk, vastgesteld in 2001, aangezien

- de sloopvergunning of de aanschrijving tot het slopen niet aanwezig was op het sloopterrein en/of niet op verzoek aan het bouwtoezicht ter inzage was gegeven (artikel 8.3.2) en/of

- voor zover redelijkerwijs uitvoerbaar niet eerst het in het bouwwerk aanwezige asbest was verwijderd, voordat het bouwwerk werd gesloopt en/of

- bij de verwijdering van het asbest niet de beste bestaande technieken werden toegepast om verontreiniging van het milieu met asbest te voorkomen en/of

- asbest dat vrijkwam bij het slopen niet onmiddellijk werd verzameld en in afgesloten niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal werd opgeslagen (artikel 8.3.5).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.

Het hof heeft tussen ‘bouwverordening van de gemeente Oisterwijk’ en ‘2001’ ingevoegd: ‘vastgesteld in’. De bouwverordening die gold ten tijde van het ten laste gelegde droeg namelijk niet ‘2001’ in de titel, maar is blijkens de destijds geldende slotbepaling van die verordening wel in 2001 bij raadsbesluit vastgesteld, namelijk op 15 maart 2001, en op 1 januari 2003 in werking getreden.

De verdachte is door de verbeteringen niet geschaad in de verdediging, nu voor hem duidelijk steeds duidelijk is geweest dat hij terecht moest staan wegens verdenking van overtredingen van de bouwverordening van de gemeente Oisterwijk, zoals die verordening luidde ten tijde van het ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 29 juni 2006 te Oisterwijk, heeft gesloopt, terwijl niet werd voldaan aan de voorschriften gesteld in de bouwverordening van de gemeente Oisterwijk, vastgesteld in 2001, aangezien

- de sloopvergunning niet aanwezig was op het sloopterrein en niet op verzoek aan het bouwtoezicht ter inzage was gegeven (artikel 8.3.2) en

- voor zover redelijkerwijs uitvoerbaar niet eerst het in het bouwwerk aanwezige asbest was verwijderd, voordat het bouwwerk werd gesloopt en

- bij de verwijdering van het asbest niet de beste bestaande technieken werden toegepast om verontreiniging van het milieu met asbest te voorkomen en

- asbest dat vrijkwam bij het slopen niet onmiddellijk werd verzameld en in afgesloten niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal werd opgeslagen (artikel 8.3.5).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde bij het eerste gedachtestreepje is voorzien bij artikel 8.3.2 van de Bouwverordening van de gemeente Oisterwijk en strafbaar gesteld bij artikel 12.1 van die Bouwverordening, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het bewezen verklaarde bij het tweede gedachtestreepje is voorzien bij artikel 8.3.5, eerste lid, van de Bouwverordening van de gemeente Oisterwijk en strafbaar gesteld bij artikel 12.1 van die Bouwverordening, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het bewezen verklaarde bij het derde gedachtestreepje is voorzien bij artikel 8.3.5, tweede lid, van de Bouwverordening van de gemeente Oisterwijk en strafbaar gesteld bij artikel 12.1 van die Bouwverordening, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Het bewezen verklaarde bij het vierde gedachtestreepje is voorzien bij artikel 8.3.5, vierde lid, van de Bouwverordening van de gemeente Oisterwijk en strafbaar gesteld bij artikel 12.1 van die Bouwverordening, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van deze overtredingen uitsluiten.

Zij worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Het hof overweegt nog het volgende.

Het is een feit van algemene bekendheid dat asbest een stof is die schadelijk kan zijn voor het milieu en de volksgezondheid. Regels die erop gericht zijn te voorkomen dat asbest in het milieu en de leefomgeving terecht komt, moeten derhalve strikt worden nageleefd. Het hof vat overtreding van die regels niet licht op.

Daartegenover staat , naar het hof is gebleken, dat verdachte, toen hij vernam dat er tijdens de sloopwerkzaamheden asbest was aangetroffen in een kozijn, direct actie heeft ondernomen om de schadelijke gevolgen van het eventueel vrijkomen van asbest te beperken.

Verdachte is spoedig na het ontdekken van de asbest in het kozijn naar de bouwplaats gereden. Hij heeft toen alsnog de sloopvergunning - die aanvankelijk niet op de bouwplaats aanwezig was en daardoor niet op verzoek van toezichthoudend ambtenaar ter inzage werd gegeven - getoond.

Verdachte heeft voorts de werknemers op de bouwplaats direct instructies gegeven over hoe om te gaan met het aangetroffen asbest, teneinde het gevaar voor het milieu en de gezondheid van de werknemers op de bouwplaats te beperken.

Ten slotte heeft verdachte verklaard dat hij de beste technieken had willen toepassen ter verwijdering van het asbest vóórdat er gesloopt zou worden, ware het niet dat hij - en dat rekent het hof verdachte wel degelijk aan - de aanwezigheid van asbest in het kozijn over het hoofd had gezien.

Het hof beschouwt de bij het tweede gedachtestreepje bewezen verklaarde gedraging als de kernovertreding en legt daarvoor een onvoorwaardelijke geldboete op.

Het hof ziet in de opstelling van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde aanleiding om ten aanzien van de andere bewezen verklaarde gedragingen te volstaan met het opleggen van voorwaardelijke geldboetes. Met oplegging van voorwaardelijke geldboetes wordt de strafoplegging tevens dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 62 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8.3.2, 8.3.5 en 12.1 van de Bouwverordening van de gemeente Oisterwijk, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het ten laste gelegde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

bij het eerste gedachtestreepje:

Overtreding van artikel 8.3.2 van de Bouwverordening van de gemeente Oisterwijk

bij het tweede gedachtestreepje:

Overtreding van artikel 8.3.5 van de Bouwverordening van de gemeente Oisterwijk

bij het derde gedachtestreepje:

Overtreding van artikel 8.3.5 van de Bouwverordening van de gemeente Oisterwijk

bij het vierde gedachtestreepje:

Overtreding van artikel 8.3.5 van de Bouwverordening van de gemeente Oisterwijk

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Ten aanzien van het bij het eerste gedachtestreepje bewezen verklaarde:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Bepaalt, dat de geldboete van EUR 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van het bij het tweede gedachtestreepje bewezen verklaarde:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Ten aanzien van het bij het derde gedachtestreepje bewezen verklaarde:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Bepaalt, dat de geldboete van EUR 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van het bij het vierde gedachtestreepje bewezen verklaarde:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.

Bepaalt, dat de geldboete van EUR 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. J.H.M. Westenbroek,

in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof, griffier,

en op 13 april 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. K. van der Meijde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.