Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BM0114

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-01-2010
Datum publicatie
06-04-2010
Zaaknummer
hd 103.001.787
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid Waterschap om wateroverlast na extreme regenval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

typ. SB

zaaknr. HD 103.001.787

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

vierde kamer, van 13 januari 2009,

gewezen in de zaak van:

1. [APPELLANT SUB 1],

2. [APPELLANTE SUB 2],

3. [APPELLANT SUB 3],

4. [APPELLANT SUB 4],

allen wonende te [plaats], gemeente [gemeente],

appellanten,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

tegen:

de openbare rechtspersoon WATERSCHAP BRABANTSE DELTA,

voorheen genaamd Waterschap Land van Nassau,

gevestigd te Breda,

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.P.F.W. van Eijck

als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 24 juni 2008 inzake het hoger beroep van het door de rechtbank Breda tussen partijen gewezen vonnis van 9 maart 2005.

9. Het verdere verloop van het geding

9.1 Bij genoemd tussenarrest heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.

9.2 [appellant sub 1 c.s.] heeft hierop een akte genomen en het Waterschap een antwoordakte.

9.3 Partijen hebben daarna uitspraak gevraagd; alleen het Waterschap heeft de gedingstukken overgelegd.

10. De verdere beoordeling

10.1 Naar aanleiding van het tussenarrest van 24 juni 2008 hebben beide partijen een voorstel gedaan voor de te benoemen deskundige. Het hof is van oordeel dat het voorstel van het Waterschap goed aansluit bij de aard van het gewenste onderzoek, zodat het dit voorstel zal volgen.

10.2 Met betrekking tot de voorgenomen vraagstelling (r.o.7.10) hebben partijen geen opmerkingen gemaakt, zodat het hof deze hierin opneemt.

10.3 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

11. De beslissing

Het hof:

bepaalt dat een deskundigenonderzoek zal worden verricht naar de volgende vragen, uitgaande van gang van zaken zoals beschreven in de notitie "Wateroverlast augustus 2002":

in hoeverre zijn de maatregelen die het Waterschap heeft getroffen ter bestrijding/beperking van de wateroverlast op 24 augustus 2002, bezien vanuit de belangen van het beheersgebied van het Waterschap als geheel, adequaat te achten;

in hoeverre is dit het geval, bezien vanuit de belangen van het bedrijf van [appellant sub 1 c.s.];

welke andere maatregelen stonden het Waterschap ter beschikking ter verdere bestrijding/beperking van de wateroverlast in het beheersgebied als geheel;

dezelfde vraag met betrekking tot het bedrijf van [appellant sub 1 c.s.];

in hoeverre zouden één of meer van de omstandigheden vermeld in de memorie van grieven onder punt 40, nrs. i t/m xiii tot een andere beantwoording van de vragen leiden;

wat acht de deskundige verder nog van belang;

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen: Stichting Advisering Bestuursrechtspraak in de personen mevrouw ing. C.P.J. Weemaes en de heer ing. P.M. Stroeken

Postbus 95928

2509 CX 's-Gravenhage

tel. (070)3150150;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof;

verzoekt de deskundige tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek zal aanvangen nadat de griffier heeft bericht dat het voorschot is ontvangen;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat het voorschot is ontvangen en dat met het onderzoek kan worden aangevangen;

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van in totaal € 11.424,--(incl.btw) tenzij partij/partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt; in dat geval zal het hof op het bezwaar/de bezwaren beslissen en de hoogte van het voorschot bepalen;

bepaalt dat partij [appellant sub 1 c.s.] genoemd voorschot van € 11.424,-- binnen 2 weken na heden zal overmaken naar rekeningnummer 19.23.25.787 ten name van Arrondissement 536 s-Hertogenbosch;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding dient te worden gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

benoemt mr. Meulenbroek tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffie dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

verwijst de zaak naar de rol van 16 juni 2009

voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van [appellant sub 1 c.s.];

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. De Groot van Dijken,

Meulenbroek en Keizer en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 13 januari 2009.