Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BM0058

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-03-2010
Datum publicatie
06-04-2010
Zaaknummer
20-003876-08
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2008:BF5850, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Het hof bevestigt het beroepen vonnis met verbetering van de gronden waarop dit vonnis berust. Ten aanzien van de toediening van de diazepam overweegt het hof dat in de tenlastegelegde periode meerdere personen - naast verdachte en het slachtoffer - in huis waren, zodat niet buiten redelijke twijfel de verdachte als dader kan worden aangewezen. Het bewijsmateriaal sluit andere daders dan verdachte niet uit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-003876-08

Uitspraak: 1 maart 2010

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 7 oktober 2008 in de strafzaak met parketnummer 01/825061-08 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1971],

wonende te [woonplaats], [adres],

bij welk vonnis de verdachte is vrijgesproken van het haar tenlastegelegde.

Hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met verbetering van de gronden waarop dit vonnis berust.

Het hof overweegt hiertoe het navolgende.

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat zij in het weekeinde van 19 – 22 januari 2008 haar dochtertje [Naam dochter], destijds ongeveer anderhalf jaar oud, diazepam heeft toegediend.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat [Naam dochter] op zondag 20 januari 2008 naar het ziekenhuis is gebracht door haar ouders, die hadden geconstateerd dat de ogen van [Naam dochter] raar stonden, dat haar hoofd telkens achterover viel en dat zij, als ze probeerde te lopen, door de benen zakte.

[Naam dochter] is die dag in het ziekenhuis opgenomen. Van haar is op die dag en in ieder geval ook op 21 januari en volgens verdachte ook de dagen erna, bloed afgenomen. Een van de afgenomen monsters bloed/serum – volgens de onderzoeksaanvraag van de politie aan het NFI het op 20 januari 2008 afgenomen monster, maar op het door NFI ontvangen buisje stond de datum 24 januari 2008 – is door het NFI onderzocht en bleek ongeveer 1,5 milligram diazepam per liter te bevatten (aldus het rapport van toxicologisch onderzoek van 6 mei 2008 van het NFI).

Bij onderzoek op 25 januari 2008 in de woning van verdachte en haar gezin, zijn klysma-ampullen bedoeld voor klysma’s met een diazepamvloeistof gevonden.

In de kamer van [Naam dochter] is een witkleurig ongebruikt klysma-ampul 5 mg diazepam en een leeg klysmaspuitje met balgreservoir aangetroffen. Het dossier meldt niet of hierop verdere sporen zijn aangetroffen. Deze ampul is aangetroffen in een medicijndoosje met het opschrift “[Apotheek], 12-09-2007,[Naam], zonodig ½ rektiool, 1 st. diazepam rekt 5 mg”.

In de badkamer zijn drie gebruikte klysma-ampullen aangetroffen: een witkleurige (diazepam 10 mg) en twee geelkleurige (beide Stesolid 10 mg; Stesolid is de merknaam voor het diazepamklysma). Deze drie ampullen zaten in een medicijndoosje met het opschrift “24-09-2007 [Naam zoon], 5 st. diazepam rekt. 10 mg”. [Naam zoon] is de toen zeven jaar oude zoon van verdachte, aan wie in het verleden diazepamklysma’s zijn voorgeschreven.

Van de witkleurige klysma-ampul zijn geen voor DNA-onderzoek geschikte sporen verkregen.

De ene gele ampul (NFI-zegel DKA603) bevat aan het spuituiteinde DNA van een mannelijk persoon, niet zijnde de vader van [Naam dochter]. Aan de onderkant (het knijpgedeeelte) zit een DNA-mengprofiel van minstens twee vrouwelijke personen, niet zijnde [Naam dochter], mogelijk wel verdachte.

De andere gele ampul (NFI-zegel DKA604) bevat aan het spuituiteinde DNA van [Naam dochter] en mogelijk nog van een of meer andere personen. Aan de onderkant (het knijpgedeelte) zit DNA van minstens twee vrouwen, niet zijnde verdachte en ook niet zijnde [Naam dochter 2] (de toen 11 jarige dochter van verdachte).

Een en ander blijkt uit het DNA-rapport van NFI van 4 juni 2008 alsmede van 12 januari 2010.

Uit de bovenstaande gegevens concludeert het hof dat niet kan worden uitgesloten dat aan [Naam dochter] in het weekeinde van 18 – 20 januari 2008 een diazepam-klysma is toegediend met een of meer van de in de badkamer aangetroffen klysma-ampullen, maar dat dit niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Enerzijds kan het DNA van [Naam dochter] op de gele ampul DKA604 niet worden gedateerd, anderzijds betekent het ontbreken van DNA van [Naam dochter] op de witte ampul niet met zekerheid dat de ampul in die tijdspanne niet met [Naam dochter] in contact is geweest.

Het dossier bevat slechts één gemeten gegeven: een bloed/serum monster van [Naam dochter] bevatte ongeveer 1,5 mg diazepam per liter. Het staat vooralsnog niet volstrekt vast dat dit een monster van 20 januari 2008 is.

Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat dit wel het geval is, overweegt het hof over de vraag wie de diazepam heeft toegediend het volgende.

Verdachte heeft in alle verhoren ontkend dat zij in de tenlastegelegde periode aan [Naam dochter] diazepam heeft toegediend. Er is geen direct bewijs dat zij dit wel heeft gedaan. In de tenlastegelegde periode waren meerdere personen in huis, in het bijzonder - naast verdachte en [Naam dochter] - de vader van [Naam dochter] en nog twee (bovengenoemde) kinderen. Het bewijsmateriaal sluit andere daders dan verdachte niet uit.

Dit alles betekent dat het hof niet buiten redelijke twijfel de verdachte als dader kan aanwijzen. Verdachte moet dan ook worden vrijgesproken.

De advocaat-generaal en de raadsman van verdachte hebben op dezelfde grond vrijspraak gevorderd respectievelijk gepleit voor vrijspraak.

Het vonnis van de rechtbank, waarbij de verdachte is vrijgesproken, kan met verbetering van gronden worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis, waarvan beroep.

Aldus gewezen door

mr. J.C.A.M. Claassens, voorzitter,

mr. N.J.L.M. Tuijn en mr. C.M. Hilverda,

in tegenwoordigheid van mr. M.C.H. van der Heijden, griffier,

en op 1 maart 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.