Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BL4081

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-02-2010
Datum publicatie
17-02-2010
Zaaknummer
20-000939-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Hof hecht geen geloof aan de stellige verklaring van de verdachte, dat zij het is geweest die de fiets heeft verworven dan wel voorhanden heeft gekregen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-000939-09

Uitspraak : 9 februari 2010

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 13 maart 2009 in de strafzaak met parketnummer

01-832141-08 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1962,

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en opnieuw rechtdoende verdachte zal veroordelen tot een geldboete van EUR 480,00, subsidiair 9 dagen hechtenis.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op enig tijdstip in of omstreeks de periode 9 maart 2008 tot en met 15 juni 2008 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, een fiets heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van de fiets wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.

Op grond van de verklaring van de verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, heeft bij het hof de stellige gedachte post gevat dat haar processtandpunt meer is ingegeven door de wens om haar zoon in bescherming te nemen, dan door de intentie om overeenkomstig de waarheid te verklaren.

In verband daarmee heeft het hof aandacht geschonken aan de omstandigheid dat nopens de aankoop van de in de tenlastelegging bedoelde fiets door de zoon van verdachte een volstrekt ander relaas is gegeven dan door de verdachte zelf. In het bijzonder geldt, dat waar de zoon (die in het bezit ervan is aangetroffen) melding heeft gemaakt van allerhande details rondom het afleveren van de fiets, de verdachte die resoluut van de hand heeft gewezen. Voorts heeft het hof de omstandigheid in aanmerking genomen dat verdachte in haar verklaringen niet geheel consistent is geweest, in het bijzonder waar die betrekking hebben op de persoon die voor haar het slot van die fiets zou hebben open gezaagd.

Wat de juiste toedracht is geweest met betrekking tot het verwerven of voorhanden krijgen van de fiets is aan de hand van het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende kunnen worden vastgesteld. In elk geval is het hof -alzo in weerwil van haar eigen verklaring- er niet van overtuigd geraakt dat verdachte die heeft verworven dan wel voorhanden heeft gekregen. Het zal haar daarom van de gehele tenlastelegging vrijspreken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. H.D. Bergkotte, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. F.A.G.M. Vluggen,

in tegenwoordigheid van mw. H. van Zandbeek, griffier,

en op 9 februari 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.