Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BL4074

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-02-2010
Datum publicatie
17-02-2010
Zaaknummer
20-000350-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Agressie in het openbaar vervoer

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-000350-09

Uitspraak : 9 februari 2010

VERSTEK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 5 februari 2009 in de strafzaak met parketnummer 02-800085-09 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1987],

wonende te 2060 [woonplaats] (België), [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 26 januari 2009 te Roosendaal, althans in het arrondissement Breda, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, het NS station, in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten het NS station te Roosendaal en/of in een (gereedstaande) trein, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] (zijnde een treinbegeleider in dienst van de Belgische Spoorwegen), welk geweld bestond uit

- het meermalen bespugen van voornoemde [slachtoffer] en/of

- het met kracht trekken/rukken aan de stropdas van die [slachtoffer] en/of

- het geven van een kniestoot tegen de bil van die [slachtoffer] en/of

- het gooien van bier en/of een bierblikje tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- het die [slachtoffer] bij zijn jas vastpakken;

subsidiair:

zij op of omstreeks 26 januari 2009 te Roosendaal tezamen en in vereniging, althans alleen opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer] (zijnde een treinbegeleider in dienstbetrekking bij de Belgische Spoorwegen), in het openbaar heeft beledigd, door voornoemde [slachtoffer]

- meermalen te bespugen en/of

- de woorden toe te voegen -zakelijk weergegeven- dat hij te dik was en dat hij kanker moet krijgen en dat hij onmiddellijk moet doodvallen, althans woorden van gelijke strekking en/of

- met kracht bij zijn stropdas vast te pakken en/of

- tegen het lichaam van die [slachtoffer] bier en/of een bierblikje te gooien.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 26 januari 2009 te Roosendaal met een ander op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten het NS station te Roosendaal en/of in een gereedstaande trein, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], zijnde een treinbegeleider in dienst van de Belgische Spoorwegen, welk geweld bestond uit

- het meermalen bespugen van voornoemde [slachtoffer] en

- het met kracht trekken aan de stropdas van die [slachtoffer] en

- het geven van een kniestoot tegen die [slachtoffer] en

- het gooien van bier en een bierblikje tegen het lichaam van die [slachtoffer] en

- het die [slachtoffer] bij zijn jas vastpakken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 141, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straffen

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Bij de bepaling van de op te leggen straffen is rekening gehouden met de volgende omstandigheid.

Verdachte -die niet beschikte over een geldig plaatsbewijs- heeft openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen een conducteur tijdens de uitvoering van diens werkzaamheden. Die conducteur had daartoe geen enkele aanleiding gegeven. Het hof is van oordeel dat conducteurs bij de uitoefening van hun werkzaamheden in het bijzonder bescherming tegen dergelijk geweld verdienen. Door de agressieve bejegening van een conducteur kunnen gevoelens van onveiligheid ontstaan bij de conducteur zelf, diens collega's en bovendien bij passagiers.

Nu verdachte blijkens een haar betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 21 december 2009 in ieder geval in Nederland niet eerder in aanraking is geweest met politie of justitie zal het hof aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Daarnaast acht het hof de oplegging van een forse geldboete geboden.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart dat het primair bewezen verklaarde oplevert:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van

2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. H.D. Bergkotte, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. F.A.G.M. Vluggen,

in tegenwoordigheid van mw. H. van Zandbeek, griffier,

en op 9 februari 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.