Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2010:BL2452

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-02-2010
Datum publicatie
05-02-2010
Zaaknummer
20-001658-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte tot het afleggen van zijn bekennende verklaringen met betrekking tot het onder 1 bewezen verklaarde en de verklaringen waarin hij de namen van zijn mededaders heeft genoemd, is verleid door de toezegging van de verhorende verbalisanten - welke toezegging volgens de verdediging in strijd is met het grondrecht dat verdachte zichzelf niet hoeft te belasten - dat indien hij openheid van zaken zou geven, de officier van justitie jegens hem een lagere straf zou eisen dan tegen zijn mededaders, waardoor volgens de verdediging gesteld kan worden dat verdachte die verklaringen niet geheel vrijwillig heeft afgelegd. Het hof verwerpt dit verweer. Wel is naar ‘s hofs oordeel ter terechtzitting in hoger beroep gebleken dat door de verhorende verbalisanten in overleg met de zaaks-officier van justitie zonder enige wettelijke basis een toezegging aan verdachte is gedaan, inhoudende dat indien hij openheid van zaken zou geven, de officier van justitie jegens hem een lagere straf zou eisen dan tegen zijn mededaders. Deze toezegging is niet gestand gedaan ondanks het feit dat verdachte, om hem moverende redenen, volledige openheid van zaken heeft gegeven en daarmee feitelijk aan de aan onderhavige toezegging verbonden voorwaarde heeft voldaan. Dat de officier van justitie heeft bedoeld te zeggen dat de toezegging slechts zou gelden bij volledige opening van zaken en bij gelijk aandeel van verdachte in vergelijking tot het aandeel van de medeverdachte(n) is niet relevant, omdat dit zo niet aan verdachte is overgebracht, zo is uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep gebleken. Het hof heeft bij de strafoplegging in strafmatigende zin rekening houden met deze gang van zaken, die het hof in strijd acht met een behoorlijke procesorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-001658-09

Uitspraak : 5 februari 2010

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 20 april 2009 in de strafzaak met parketnummer 01/839384-08 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [... ] 1988,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in PI Achterhoek - Gev. Ooyerhoekseweg te Zutphen,

waarbij verdachte ter zake van “afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd” (feit 1), “afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd, begaan in eendaadse samenloop met: medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd” (feit 2) en “poging tot zware mishandeling” (feit 3) werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens Reclassering Nederland, Regio ’s-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht, ook indien dit inhoudt dat veroordeelde zal meewerken aan een begeleiding/behandeling door een forensische polikliniek voor zover dit door de begeleiders/behandelaars nodig wordt geacht en veroordeelde zich zal onthouden van het gebruik van (hard)drugs en zich beschikbaar stelt voor urinecontroles hierop. Hierbij werd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toegewezen tot een bedrag van € 1.023,32, werd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toegewezen tot een bedrag van € 1.100,85, werd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00, werd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] werd toegewezen tot een bedrag van € 850,00 en werd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toegewezen tot een bedrag van € 1.020,83, telkens vermeerderd met de wettelijke rente en telkens met oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. De benadeelde partij [naam] werd in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, verdachte van het onder 2 primair ten laste gelegde en de onder 3 impliciet primair ten laste gelegde “poging tot doodslag” zal vrijspreken, het onder 1 ten laste gelegde, het onder 2 subsidiair ten laste gelegde en de onder 3 impliciet subsidiair ten laste gelegde “poging tot zware mishandeling” bewezen zal verklaren en verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarden de door de rechtbank geformuleerde voorwaarden, zal opleggen. Voorts heeft de advocaat-generaal de toewijzing gevorderd van de vorderingen van de benadeelde partijen conform de beslissingen van de rechtbank, voor zover van toepassing telkens met oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 25 januari 2008 te Sint-Michielsgestel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], althans een of meer medewerker(s) van supermarkt [naam] heeft gedwongen tot de afgifte van € 13.198,65, althans een hoeveelheid geld en/of 5 rollen spaarzegels en/of vijf, althans meerdere geldladen en/of een aantal telefoonkaarten, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- (terwijl ze een skibril droegen) (via een luik) het magazijn van voornoemde supermarkt zijn binnengegaan voorzien van een bibigun, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of twee, althans een of meer (honkbal)knuppel(s) en/of

- de in het magazijn aanwezige medewerker(s) onder dreiging van een of meer (honkbal)knuppels en/of een bibigun, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en/of een medewerker met een (honkbal)knuppel een tik tegen het hoofd heeft/hebben gegeven en/of

- (vervolgens) [slachtoffer 3], een medewerker van voornoemde supermarkt, (op dreigende wijze) heeft/hebben gezegd: “Kom hier” en/of (vervolgens) met een (honkbal)knuppel (met kracht) op het hoofd heeft/hebben geslagen en/of na een achtervolging in de supermarkt nogmaals met voornoemd voorwerp op het hoofd heeft/hebben geslagen, althans met een (honkbal)knuppel een slaande beweging in de richting van [slachtoffer 3] heeft/hebben gemaakt en/of

- (vervolgens) een aantal medewerker(s) van voornoemde supermarkt onder bedreiging van een honkbalknuppel en/of een bibigun, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gedwongen naar het magazijn te lopen en in het magazijn op de grond te gaan liggen en/of

- [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], beiden caissière van voornoemde supermarkt, een bibigun, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en/of een geopende tas heeft/hebben voorgehouden en/of daarbij heeft/hebben gezegd/geroepen: “Doe die la in de tas” en/of nadat [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] drie, althans een of meer lade(s) (met geld) in de tas hadden gedaan, voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] onder bedreiging van een bibigun, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben gedwongen naar het magazijn van voornoemde supermarkt te gaan en/of aldaar op de grond te gaan liggen en/of

- met een (honkbal)knuppel het raam van het kassakantoor in voornoemde supermarkt kapot heeft/hebben geslagen en/of vervolgens nadat voornoemde [slachtoffer 4], die zich in het kassakantoor bevond de deur had geopend, heeft/hebben gezegd/geroepen: “Ik moet geld, ik moet geld” en/of (dreigend) heeft/hebben gezegd/geroepen: “Ik sla echt als het moet” en/of

- die [slachtoffer 4] (onder dreiging van een knuppel) de kluis heeft/hebben laten openen en/of een aantal ladenbakken (met geld) heeft/hebben laten overhandigen en/of een aantal van die ladenbakken in koeltassen heeft/hebben laten stoppen;

2.

hij op of omstreeks 12 juli 2008 (tussen 05.20 uur en 07.40 uur) te Son, gemeente Son en Breugel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk één of meer personen, genaamd [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] en/of [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28], althans een of meerdere (andere) medewerkers van [naam] en/of een of meer leveranciers van [naam], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [slachtoffer 30] en/of [slachtoffer 31], te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten te dwingen een geldbedrag (van (ongeveer) € 38.300,00) af te geven, immers is en/of heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk

- (terwijl verdachte(n) een (rode) zakdoek voor zijn/hun mond droeg(en) en/of met capuchons(s) over zijn/hun hoofd(en)) naar voornoemde supermarkt gegaan voorzien van een (camouflage)tas en/of een tafelpoot, althans een stuk hout, en/of een knuppel en/of een paraplu en/of

- nadat de eerste medewerker(s) bij de supermarkt arriveerden deze medewerker(s) een knuppel en/of een opengeklapte paraplu getoond en/of

- die medewerker(s) (op dreigende wijze) heeft/hebben gezegd: “Binnen, binnen” en/of “We komen voor het geld” en/of

- (vervolgens) die medewerker(s) de deur van de supermarkt laten openen en/of het alarm laten uitschakelen en/of

- (vervolgens) deze medewerker(s) (onder bedreiging van een knuppel en/of tafelpoot, althans een stuk hout) in de kantine laten verblijven en/of

- (vervolgens) andere binnenkomende medewerker(s) opgewacht bij de deur van de personeelsingang en deze onder bedreiging van een knuppel meegenomen naar de kantine en/of

- een of meer medewerker(s) met de tafelpoot, althans een stuk hout en/of knuppel tegen het hoofd heeft/hebben getikt en/of in de zij heeft/hebben geduwd en/of in de rug heeft/hebben geduwd en/of

- (vervolgens) de medewerker(s) verplaatst van de kantine naar het (afsluitbare) bestelkantoor en/of

- [slachtoffer 5] (een chauffeur) met een knuppel of een tafelpoot, althans een stuk hout, op het hoofd geslagen en/of (vervolgens) die gewonde [slachtoffer 5] naar de kantine of het bestelkantoor laten brengen en/of

- (terwijl de tafelpoot, althans stuk hout en/of de knuppel omhoog geheven werd) voornoemde [slachtoffer 31] (op dreigende wijze) heeft/hebben gezegd: “Jij meekomen, telefoon inleveren, jij hebt de sleutel van de kluis” en/of “We zijn met zijn vieren en die andere twee schieten je zo kapot als je je kop niet houdt” en/of

- voornoemde medewerker(s) bij binnenkomst in de kantine of het bestelkantoor (onder dreiging van een knuppel) gedwongen hun mobiele telefoon af te geven en/of

- (vervolgens) na binnenkomst van medewerkster [slachtoffer 5] deze [slachtoffer 5] samen met medewerker [slachtoffer 31] (onder dreiging van een tafelpoot, althans een stuk hout of knuppel) meegenomen naar de kluisruimte en/of voornoemde [slachtoffer 31] en/of voornoemde [slachtoffer 5] de kluis laten openen en/of voornoemde [slachtoffer 31] en/of voornoemde [slachtoffer 5] geld uit de kluis in een (camouflage)tas laten stoppen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 juli 2008 (tussen 05.20 uur en 07.40 uur) te Son, gemeente Son en Breugel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 30], beiden medewerkers van supermarkt [naam], heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (ongeveer)

€ 38.300,00, althans een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [naam] supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- (terwijl ze een (rode) zakdoek voor zijn/hun mond droeg(en) en/of voorzien van capuchons(s) over zijn/hun hoofd(en)) naar voornoemde supermarkt zijn gegaan voorzien van een (camouflage)tas en/of een tafelpoot, althans een stuk hout en/of een knuppel en/of een paraplu en/of

- nadat de eerste medewerker(s) bij de supermarkt arriveerden deze medewerker(s) een knuppel en/of een (opengeklapte) paraplu heeft/hebben getoond en/of

- die medewerker(s) (op dreigende wijze) heeft/hebben gezegd: “Binnen, binnen” en/of “We komen voor het geld” en/of

- (vervolgens) die medewerker(s) de deur van de supermarkt heeft/hebben laten openen en/of het alarm heeft/ hebben laten uitschakelen en/of

- (vervolgens) deze medewerker(s) in de kantine heeft/hebben laten verblijven en/of

- (vervolgens) andere binnenkomende medewerker(s) heeft/hebben opgewacht bij de deur van de personeelsingang en deze onder bedreiging van een knuppel en/of tafelpoot, althans een stuk hout, heeft/hebben meegenomen naar de kantine en/of

- een of meer medewerker(s) met de tafelpoot, althans een stuk hout en/of knuppel tegen het hoofd heeft/hebben getikt en/of in de zij heeft/hebben geduwd en/of in de rug heeft/hebben geduwd en/of

- (vervolgens) de medewerker(s) verplaatst van de kantine naar het (afsluitbare) bestelkantoor en/of

- [slachtoffer 5] (een chauffeur) met een knuppel of een tafelpoot, althans een stuk hout, op het hoofd heeft/hebben geslagen en/of (vervolgens) die gewonde [slachtoffer 5] naar de kantine of het bestelkantoor laten brengen en/of

- (terwijl de tafelpoot, althans stuk hout en/of de knuppel omhoog geheven werd) voornoemde [slachtoffer 31] (op dreigende wijze) heeft/hebben gezegd: “Jij meekomen, telefoon inleveren, jij hebt de sleutel van de kluis” en/of “We zijn met zijn vieren en die andere twee schieten je zo kapot als je je kop niet houdt” en/of

- voornoemde medewerker(s) bij binnenkomst in de kantine of het bestelkantoor (onder dreiging van een knuppel) heeft/hebben gedwongen hun mobiele telefoon af te geven en/of

- (ongeveer in totaal) 25 medewerkers (waaronder [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 32] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34]) van voornoemde supermarkt in een of meer ruimte(n) heeft/hebben opgesloten, althans wederrechtelijk van hun vrijheid beroofd en/of beroofd gehouden en/of

- (vervolgens) na binnenkomst van medewerkster [slachtoffer 5] deze [slachtoffer 5] samen met medewerker [slachtoffer 31] (onder dreiging van een tafelpoot, althans een stuk hout of knuppel) heeft/hebben meegenomen naar de kluisruimte en/of voornoemde [slachtoffer 31] en/of voornoemde [slachtoffer 5] de kluis heeft/hebben laten openen en/of voornoemde [slachtoffer 31] en/of voornoemde [slachtoffer 5] geld uit de kluis in een (camouflage)tas heeft/hebben laten stoppen;

en/of

hij op of omstreeks 12 juli 2008 (tussen 05.20 uur en 07.40 uur) te Son, gemeente Son en Breugel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] en/of [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 30], althans een of meerdere (andere) medewerkers van [naam] en/of een of meer leveranciers van [naam], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door tezamen en in vereniging met die ander(en), althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk:

- (terwijl verdachte(n) een (rode) zakdoek voor zijn/hun mond droeg(en) en/of met capuchons(s) over zijn/hun hoofd(en)) naar voornoemde supermarkt te gaan voorzien van een (camouflage)tas en/of een tafelpoot, althans een stuk hout, en/of een knuppel en/of een paraplu en/of

- nadat de eerste medewerker(s) bij de supermarkt arriveerden deze medewerker(s) een knuppel en/of een opengeklapte paraplu te tonen en/of

- (vervolgens) die medewerker(s) de deur van de supermarkt te laten openen en/of het alarm te laten uitschakelen en/of

- (vervolgens) deze medewerker(s) (onder bedreiging van een knuppel en/of tafelpoot, althans een stuk hout) in de kantine laten verblijven en/of

- (vervolgens) andere binnenkomende medewerker(s) op te wachten bij de deur van de personeelsingang en deze onder bedreiging van een knuppel mee te nemen naar de kantine en/of

- een of meer medewerker(s) met de tafelpoot, althans een stuk hout en/of knuppel tegen het hoofd heeft/hebben getikt en/of in de zij heeft/hebben geduwd en/of in de rug heeft/hebben geduwd en/of

- (vervolgens) de medewerker(s) te verplaatsen van de kantine naar het (afsluitbare) bestelkantoor en/of

- voornoemde medewerker(s) bij binnenkomst in de kantine of het bestelkantoor (onder dreiging van een knuppel) te dwingen hun mobiele telefoon af te geven en/of

- vervolgens het bestelkantoor af te sluiten en/of weg te gaan;

3.

hij op of omstreeks 12 juli 2008 te Son, gemeente Son en Breugel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 5] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die van [slachtoffer 4] met een tafelpoot, althans een stuk hout of een knuppel (met kracht) op het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Met de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat verdachte de onder 2 primair ten laste gelegde “gijzeling” en de onder 3 impliciet primair ten laste gelegde “poging tot doodslag” heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Met betrekking tot de onder 2 primair ten laste gelegde “gijzeling”overweegt het hof dat naar ’s hofs oordeel in het bijzonder niet kan worden bewezen dat de wederrechtelijke vrijheidsberoving door verdachte en zijn mededaders heeft plaatsgevonden met het oogmerk om een ander of anderen te dwingen een geldbedrag af te geven. Het hof baseert zich hierbij met name op de verklaring van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat verdachte en zijn mededaders dat oogmerk niet hadden, terwijl uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep geen feiten of omstandigheden naar voren zijn gekomen die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.

Met betrekking tot de onder 3 impliciet primair ten laste gelegde “poging tot doodslag” overweegt het hof het navolgende. Op grond van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is onvoldoende komen vast te staan dat verdachte met zodanige kracht op het hoofd van [slachtoffer 5] heeft geslagen dat daaruit kan worden afgeleid dat verdachte het opzet - al dan niet in voorwaardelijke zin - had om die [slachtoffer 5] van het leven te beroven.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, het onder

2 subsidiair en het onder 3 impliciet subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 25 januari 2008 te Sint-Michielsgestel, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot afgifte van een hoeveelheid geld en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot afgifte van een hoeveelheid geld en meerdere geldladen, toebehorende aan [naam], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededaders

- [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], beiden caissière van voornoemde supermarkt, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben getoond en

- met een honkbalknuppel het raam van het kassakantoor in voornoemde supermarkt kapot hebben geslagen en vervolgens, nadat voornoemde [slachtoffer 4], die zich in het kassakantoor bevond, de deur had geopend, hebben gezegd: “Ik moet geld, ik moet geld” en hebben gezegd: “Ik sla echt als het moet”.

2.

hij op 12 juli 2008 te Son, gemeente Son en Breugel, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met geweld [slachtoffer 31] en [slachtoffer 30], beiden medewerkers van supermarkt [naam], heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van € 38.300,00, toebehorende aan [naam] supermarkt, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededader:

- terwijl een stuk hout omhoog geheven werd, voornoemde [slachtoffer 31] hebben gezegd: “Jij meekomen, telefoon inleveren, jij hebt de sleutel van de kluis” en voornoemde [slachtoffer 31] hebben gezegd: “We zijn met zijn vieren en die andere twee schieten je zo kapot als je je kop niet houdt" en

- vervolgens na binnenkomst van medewerkster [slachtoffer 5], deze [slachtoffer 5] onder bedreiging van een stuk hout samen met medewerker [slachtoffer 31] hebben meegenomen naar de kluisruimte en voornoemde [slachtoffer 5] de kluis hebben laten openen en voornoemde [slachtoffer 31] en voornoemde [slachtoffer 5] geld uit de kluis in een tas hebben laten stoppen;

en

hij op 12 juli 2008 te Son, gemeente Son en Breugel, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] en

[slachtoffer 14] en [slachtoffer 15] en [slachtoffer 16] en [slachtoffer 18] en [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] en [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] en [slachtoffer 23] en [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] en [slachtoffer 26] en [slachtoffer 27] en [slachtoffer 28] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 31] en [slachtoffer 30], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door tezamen en in vereniging met die ander opzettelijk en wederrechtelijk:

- nadat de eerste medewerkers bij de supermarkt arriveerden deze medewerkers een knuppel te tonen en

- vervolgens een van die medewerkers de deur van de supermarkt te laten openen en het alarm te laten uitschakelen en

- vervolgens deze medewerkers in de kantine te laten verblijven en

- vervolgens andere binnenkomende medewerkers op te wachten bij de deur van de personeelsingang en

- de medewerkers te verplaatsen naar het afsluitbare bestelkantoor en

- vervolgens het bestelkantoor af te sluiten en weg te gaan.

3.

op 12 juli 2008 te Son, gemeente Son en Breugel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet die van [slachtoffer 4] met een stuk hout met kracht op het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde overweegt het hof navolgende.

Uit de bezigde bewijsmiddelen komt naar voren dat verdachte met enige kracht heeft geslagen op het hoofd van [slachtoffer 5] met een stuk hout. Uit het op zodanige wijze en op deze plaats slaan met een stuk hout door verdachte, leidt het hof af dat verdachte bewust de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten kans heeft aanvaard dat die [slachtoffer 5] daardoor zwaar lichamelijk letsel zou kunnen bekomen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 317, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 317, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en artikel 282, eerste lid, van die wet.

Het onder 3 bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 302, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht juncto artikel 45, eerste lid, van die wet.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Het hof heeft bij de straftoemeting rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

- het persoonlijk leed en de deels nog immer voortlevende angst die het bewezen verklaarde handelen van verdachte teweeg heeft gebracht bij de slachtoffers. Aangenomen kan worden, zoals ook deels ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, dat de slachtoffers van deze overvallen ernstig door het gebeurde zijn geschokt;

- het gewelddadige karakter van het bewezen verklaarde en de maatschappelijke onrust die daarvan het gevolg is;

- de omstandigheid dat verdachte enkel handelde uit eigen gewin.

Van de zijde van verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat verdachte tot het afleggen van zijn bekennende verklaringen met betrekking tot het onder 1 bewezen verklaarde en de verklaringen waarin hij de namen van zijn mededaders heeft genoemd, is verleid door na te noemen toezegging en deze daardoor niet geheel vrijwillig heeft afgelegd, hetgeen volgens de verdediging dient te leiden tot strafvermindering ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De verdediging heeft ter onderbouwing van deze stelling aangevoerd dat door de op 19 november 2008 door de verhorende verbalisanten gedane toezegging bij verdachte de verwachting is gewekt dat indien hij openheid van zaken zou geven, de officier van justitie jegens hem een lagere straf zou eisen dan tegen zijn mededaders. Deze toezegging is in strijd met het grondrecht dat verdachte zichzelf niet hoeft te belasten, aldus de verdediging.

Het hof overweegt hieromtrent het navolgende.

Verdachte - die reeds op 18 november 2008, zonder dat hem door de verhorende verbalisanten een toezegging was gedaan, een voor zichzelf belastende verklaring heeft afgelegd - heeft op 21 november 2008 bij de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank ’s-Hertogenbosch, verklaard dat hij “sowieso van plan was de waarheid te vertellen en de consequenties te dragen”. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat hij, vóórdat hij ter zake door de politie werd aangehouden, tegen zijn medeverdachte [mededverdachte] heeft gezegd dat hij “alles zou vertellen als ze gepakt zouden worden”. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover hier van belang, verklaard: “Voordat ik belastend voor mezelf ging verklaren, heb ik een keuze gemaakt. In mijn visie kon ik op dat moment kiezen voor het ‘beste’, wat in zou houden dat ik zou zwijgen over mijn betrokkenheid bij het ten laste gelegde, of het ‘juiste’, wat in zou houden dat ik volledige opening van zaken zou geven, zodat ik in de toekomst mijn vader en moeder recht in de ogen zou kunnen kijken. Ik heb toen gekozen voor het ‘juiste’. Bovendien wist ik dat mijn moeder wilde dat ik schoon schip zou maken.” Gelet hierop is het hof van oordeel dat de stelling van de verdediging dat verdachte tot het afleggen van zijn hier in het geding zijnde bekennende verklaringen is verleid door de toezegging en deze daardoor niet geheel vrijwillig heeft afgelegd, ter terechtzitting in hoger beroep niet aannemelijk is geworden. Het hof verwerpt in zoverre het verweer.

Wel is naar ‘s hofs oordeel ter terechtzitting in hoger beroep gebleken dat door de verhorende verbalisanten in overleg met de zaaks-officier van justitie zonder enige wettelijke basis een toezegging aan verdachte is gedaan, inhoudende dat indien hij openheid van zaken zou geven, de officier van justitie jegens hem een lagere straf zou eisen dan tegen zijn mededaders. Deze toezegging is niet gestand gedaan ondanks het feit dat verdachte, om hem moverende redenen, volledige openheid van zaken heeft gegeven en daarmee feitelijk aan de aan onderhavige toezegging verbonden voorwaarde heeft voldaan. Dat de officier van justitie heeft bedoeld te zeggen dat de toezegging slechts zou gelden bij volledige opening van zaken en bij gelijk aandeel van verdachte in vergelijking tot het aandeel van de medeverdachte(n) is niet relevant, omdat dit zo niet aan verdachte is overgebracht, zo is uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep gebleken. Het hof zal bij de strafoplegging in strafmatigende zin rekening houden met deze gang van zaken, die het hof in strijd acht met een behoorlijke procesorde. Indien die gang van zaken zich niet zou hebben voorgedaan zou het hof verdachte een gevangenisstraf hebben opgelegd voor de duur van 7 jaren, doch in verband met de hiervoor genoemde gang van zaken zal de in de beslissing te noemen straf worden opgelegd.

Het hof komt op grond van voormelde overwegingen tot oplegging van een straf die hoger is dan de straf die door de advocaat-generaal is gevorderd en dan datgene dat door en namens verdachte ter verdediging is bepleit.

Het hof acht de hierna op te leggen straf, zowel wat betreft strafsoort als strafmaat, het meest passend bij de persoon van de verdachte en de ernst van en omstandigheden waaronder de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd.

Omdat het hof geen voorwaardelijke gevangenisstraf op zal leggen, komt het hof niet toe aan het nemen van een beslissing op de door de advocaat-generaal gevorderde, aan de door hem geëiste deels voorwaardelijke gevangenisstraf te koppelen bijzondere voorwaarden.

Schadevergoedingen

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.633,32, vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.023,32, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.710,85, vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.100,85, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.750,00, vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Niet is komen vast te staan dat de gestelde schade door verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen is veroorzaakt. De benadeelde partij [slachtoffer 3] kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen, met een beslissing omtrent de kosten zoals hierna zal worden vermeld.

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 850,00, vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep geheel toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij

[slachtoffer 4] als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Namens de benadeelde partij [naam] heeft mr P. Dorrestein in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 23.321,92. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van de niet toegewezen vordering.

De vordering van de benadeelde partij [naam] is naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Deze benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.520,83, vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.020,83, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] als gevolg van verdachtes onder 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet - voor zover van toepassing - telkens aanleiding ter zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte en zijn mededader(s) zijn - voor zover van toepassing - telkens naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 36f, 45, 57, 282, 302, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte de onder 2 primair ten laste gelegde “gijzeling”en de onder 3 impliciet primair ten laste gelegde “poging tot doodslag” heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 subsidiair en 3 impliciet subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

1.

Afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

2.

Afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd,

en

Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, meermalen gepleegd.

3.

Poging tot zware mishandeling.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1.023,32 (duizend drieëntwintig euro en tweeëndertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd te betalen dat bedrag.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats], aan de Staat een bedrag te betalen van € 1.023,32 (duizend drieëntwintig euro en tweeëndertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte en/of de mededader(s) heeft/hebben voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of de mededader(s) heeft/hebben voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat, indien en voor zover een mededader van verdachte aan de vordering heeft voldaan, de verdachte daarvan is bevrijd.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 1.100,85 (duizend honderd euro en vijfentachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd te betalen dat bedrag.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [slachtoffer 2] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats], aan de Staat een bedrag te betalen van € 1.100,85 (duizend honderd euro en vijfentachtig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte en/of de mededader(s) heeft/hebben voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of de mededader(s) heeft/hebben voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat, indien en voor zover een mededader van verdachte aan de vordering heeft voldaan, de verdachte daarvan is bevrijd.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij, [slachtoffer 3], in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van € 850,00 (achthonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd te betalen dat bedrag.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [slachtoffer 4] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 4], wonende te [woonplaats], aan de Staat een bedrag te betalen van € 850,00 (achthonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 (zeventien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte en/of de mededader heeft/hebben voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of de mededader heeft/hebben voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat, indien en voor zover een mededader van verdachte aan de vordering heeft voldaan, de verdachte daarvan is bevrijd.

Verklaart de benadeelde partij [naam] in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij [naam] in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe tot een bedrag van € 1.020,83 (duizend twintig euro en drieëntachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd te betalen dat bedrag.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [slachtoffer 5] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 5], wonende te [woonplaats], aan de Staat een bedrag te betalen van € 1.020,83 (duizend twintig euro en drieëntachtig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte en/of de mededader heeft/hebben voldaan aan zijn/hun verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of de mededader heeft/hebben voldaan aan zijn/hun verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat, indien en voor zover de mededader van verdachte aan de vordering heeft voldaan, de verdachte daarvan is bevrijd.

Aldus gewezen door mr. H. Eijsenga, voorzitter, mr. E.F.G.M. Gelderman en mr. W.J.B. Zeyl,

in tegenwoordigheid van mr. T. Tanghe, griffier,

en op 5 februari 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. W.J.B. Zeyl is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.