Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BL9913

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-10-2009
Datum publicatie
02-04-2010
Zaaknummer
20-000115-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hennepkwekerij in woning en diefstal van elektriciteit.

Het hof spreekt vrij van medeplegen van telen van hennep, nu de verklaring van verdachte inhoudende dat hij vanwege verwondingen aan zijn been niet naar de bovenverdieping kon, alwaar de hennepkwekerij was gevestigd en hij dus zelf niet kon telen, niet onaannemelijk is. Het hof acht het medeplegen van aanwezig hebben van hennep wel bewezen. Het hof acht voorts bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van diefstal van elektriciteit. Verdachte had zijn woning ter beschikking gesteld voor hennepteelt, was enig huurder van de woning en contractant bij de energiemaatschappij. Aan de meterkast – aanwezig op de benedenverdieping waar verdachte woonde – waren zichtbaar aanpassingen gedaan. Feit van algemene bekendheid dat bij hennepkwekerijen illegaal stroom wordt afgetapt. Verdachte moet aldus op de hoogte zijn geweest. Het hof verwerpt het verweer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 20-000115-09

Uitspraak : 12 oktober 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 14 januari 2009 in de strafzaak met parketnummer 02-620829-08 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis van de eerste rechter zal worden vernietigd en opnieuw rechtdoende bewezen zal verklaren hetgeen verdachte onder 1 (“medeplegen van telen”) en 2 (“medeplegen diefstal met verbreking”) is tenlastegelegd en verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 21 oktober 2008 te Oosterhout tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres hennepkwekerij]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 447, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 21 oktober 2008 te Oosterhout tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [energieleverancier], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door braak op of verbreking van de verzegeling van de hoofdaansluitkast van de elektriciteitsvoorziening.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 september 2008 tot en met 21 oktober 2008 te Oosterhout tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres hennepkwekerij]) een hoeveelheid van in totaal 447 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

2.

hij in de periode van 1 september 2008 tot en met 21 oktober 2008 te Oosterhout tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie, toebehorende aan de [energieleverancier], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door verbreking van de verzegeling van de hoofdaansluitkast van de elektriciteitsvoorziening.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Met betrekking tot feit 1

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 28 september 2009 verklaard dat hij circa EUR 3.000,- schuld had bij een man waarvan hij de naam niet wil noemen. Om zijn schuld af te lossen heeft hij deze man in de gelegenheid gesteld op de eerste verdieping van zijn woning een hennepkwekerij op te zetten en de planten te verzorgen. Hijzelf kon op dat moment niet op de eerste verdieping komen omdat hij van zijn enkel tot zijn lies in het gips zat en met krukken liep. De verwondingen aan zijn been heeft hij opgelopen bij een vechtpartij die op 24 augustus 2008 in Oosterhout heeft plaatsgevonden. Daarbij is de knieschijf naar boven geschoten en hij is daaraan geopereerd. Na de operatie zat zijn ene been geheel in het gips. Daardoor kon hij lange tijd geen trappen lopen en maakte hij slechts gebruik van de benedenverdieping, aldus verdachte.

Op 21 oktober 2008 heeft de politie in de woning van verdachte een hennepkwekerij met in totaal 447 hennepplanten aangetroffen. De hennepplanten waren ongeveer vijf weken oud.

Nu uit het uittreksel van het documentatieregister van verdachte d.d. 26 augustus 2009 blijkt dat er proces-verbaal is opgemaakt in verband met een mishandeling op 24 augustus 2008 en verdachte hierover steeds consistent heeft verklaard, acht het hof verdachtes verhaal dat hij dermate verwond was aan zijn been dat het hem niet goed mogelijk was persoonlijk deze hennepplantage op te zetten en te onderhouden, niet onaannemelijk. Er is geen bewijs dat verdachte bij het telen van de hennep zo nauw en bewust heeft samengewerkt met degene die volgens de verdachte de kwekerij heeft ingericht, dat sprake is van medeplegen. Daarom zal het hof vrijspreken van het medeplegen van telen van hennep. Het hof acht mede op grond van de verklaring van verdachte dat hij hennepteelt in zijn woning heeft toegestaan tegen een vergoeding (namelijk aflossing van zijn schuld), terwijl hij als hoofdbewoner een zekere feitelijke macht uitoefende over deze hennepplanten, wel bewezen dat hij tezamen en in vereniging met een ander 447 hennepplanten aanwezig had.

Met betrekking tot feit 2

Verdachte heeft ter terechtzitting d.d. 28 september 2009 verklaard dat hij niet wist dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken en de elektrische stroom illegaal werd afgetapt. De man die de hennepkwekerij aanlegde in zijn woning had hem gezegd de (verhoogde) elektriciteitsrekeningen bij hem in te leveren en die zou dan door hem worden betaald, aldus verdachte. Verdachtes raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat verdachte niet kon weten dat er illegaal stroom werd afgetapt omdat van buiten af niet zichtbaar was dat de zegels in de meterkast verbroken waren.

Het hof overweegt als volgt.

Verdachte was enig huurder van het pand [adres hennepkwekerij] te Oosterhout. Tevens was hij degene die het contract voor de levering van elektrische stroom had afgesloten bij [energieleverancier] Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat het hem bekend is dat hennepkwekerijen doorgaans gebruik maken van illegaal afgetapte stroom, zodat meer winst gemaakt wordt.

Op de in de processtukken aanwezige foto’s is te zien door de doorzichtige kap van de elektriciteitsmeter dat onder uit de zekeringen elektriciteitsdraden uitsteken die tezamen een tweede elektriciteitsleiding vormen. Voorts waren de zegels van de hoofdaansluitkast verbroken . Deze zichtbare aanpassingen aan de elektriciteitsmeter – die zich volgens verdachtes eigen verklaring op de benedenverdieping bevond – kunnen verdachte niet zijn ontgaan.

Daarbij wordt nog overwogen dat verdachte eerder (te weten op 27 september 2006) is veroordeeld voor het aanwezig hebben van een hennepplantage en het een feit van algemene bekendheid is dat bij dergelijke plantages illegaal stroom wordt afgetapt.

Het hof overweegt dat onder omstandigheden als hierboven geschetst, verdachte op de hoogte moet zijn geweest dat de elektrische stroom werd afgetapt en dat daartoe in de meterkast verbrekingen zijn gedaan.

In aanmerking genomen dat de verdachte zijn woning ter beschikking heeft gesteld voor een hennepkwekerij, dat hij minstens voorwaardelijk opzet had op het illegaal aftappen van elektriciteit voor die hennepkwekerij, dat hij als huurder van de woning en als contractant van de leverancier van elektriciteit de elektriciteitsinstallatie van de woning ter beschikking heeft gesteld om de elektriciteit buiten de meter om te kunnen aftappen en tenslotte dat de verdachte een financiële beloning kreeg voor dit alles, concludeert het hof dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging plegen van diefstal van elektrische stroom door middel van verbreking.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde onder 1 is voorzien bij artikel 3, aanhef en onder C, van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid, van die wet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezen verklaarde onder 2 is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 311, eerste lid, onder 4° en 5°, van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De advocaat-generaal heeft onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden gevorderd.

Het hof overweegt het volgende.

Het hof acht – kort samengevat – het opzettelijk aanwezig hebben van hennep en het medeplegen van diefstal van stroom bewezen. Verdachte is volgens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 26 augustus 2009 op 27 september 2006 reeds veroordeeld wegens hennepteelt en diefstal door middel van verbreking tot een werkstraf voor de duur van 70 uur. Het hof leidt hieruit af dat verdachte kennelijk geen lering heeft getrokken uit de eerdere veroordeling. Tevens blijkt uit genoemd uittreksel dat verdachte reeds diverse malen is veroordeeld tot gevangenisstraffen (wegens verlaten plaats na aanrijding en openlijke geweldpleging, diefstal met braak), plaatsing in een tuchtschool (wegens diefstal in vereniging met braak) en geldboetes met rijontzegging (wegens dronken rijden).

Daarnaast overweegt het hof dat het een feit van algemene bekendheid is dat het illegaal aftappen van elektrische stroom vaak leidt tot een gevaarlijke situatie wegens kortsluiting en/of brand.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met name gelet op de recidive. Het hof zal echter rekening houden met de omstandigheid dat onder 1 het medeplegen van aanwezig hebben is bewezenverklaard in plaats van het medeplegen van telen. In plaats van de door de advocaat-generaal gevorderde 2 maanden gevangenisstraf zal het hof volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 47, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder 1 en 2 bewezen verklaarde oplevert:

1: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

2: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Aldus gewezen door

mr. M.J.C. van Kamp, voorzitter,

mr. J.C.A.M. Claassens en mr. H.P. Vonhögen,

in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoekstra, griffier,

en op 12 oktober 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. H.P. Vonhögen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.