Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BL3662

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-10-2009
Datum publicatie
03-02-2012
Zaaknummer
HV 200.042.285
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wet bescherming persoongegevens. Retentierecht?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

dHJ

28 oktober 2009

Sector civiel recht

Zevende kamer

Zaaknummer: HV 200.042.372

Zaaknummer eerste aanleg: 198182/ HA RK 08-160

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Beschikking

in de zaak van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [X.],

gemachtigde drs. Th.A. Vermolen,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RETRO INKASSO B.V.,

handelende onder de naam

[Y.] RETRO JURIDISCHE DIENSTVERLENING,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verweerster,

verder te noemen: Retro Inkasso,

voor wie de heer J.N. [Y.] in hoger beroep in persoon is verschenen.

1. Het verloop van de procedure

1.1. De rechtbank Breda heeft op 15 juni 2009, op het verzoek van [X.], Retro Inkasso bevolen binnen 4 weken na datum van de beschikking [X.] een uitputtende kopie van zijn volledige dossier te verstrekken, desgewenst eerst na betaling van € 0,23 per pagina tot een maximum van € 4,50 (welke beslissing kennelijk is gegrond op artikel 35 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) in verbinding met artikel 2 lid 2 van het Besluit van 13 juni 2001, Stb. 2001/305. Het maximale bedrag bedraagt thans € 5,-, artikel 39 Wbp).

1.2. Het beroepschrift, dat ter griffie van het hof is binnengekomen op 8 september 2009, strekt tot aanpassing van dit bevel.

1.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2009. Daarbij waren aanwezig de gemachtigde van [X.] en de heer [Y.]. Toen zijn de stukken van de eerste aanleg overgelegd. Uitspraak werd bepaald op heden.

2. De gronden van het verzoek

Voor de grieven en de toelichting daarop verwijst het hof naar het beroepschrift.

3. De beoordeling

3.1. In eerste aanleg heeft [X.] verzocht Retro Inkasso te gebieden binnen 4 weken een uitputtende kopie van het dossier van verzoeker te verstrekken. Het hof stelt vast dat dit verzoek is toegewezen zodat [X.] in zoverre geen belang heeft bij zijn hoger beroep.

3.2. [X.] heeft in eerste aanleg tevens verzocht een dwangsom op te leggen. De rechtbank heeft op dit verzoek niet beslist. Daartegen wordt in het beroepschrift opgekomen. Ter zitting in hoger beroep heeft de gemachtigde van [X.] dit onderdeel van het oorspronkelijk verzoek ingetrokken, zodat daarop niet meer hoeft te worden beslist.

3.3. In het petitum in hoger beroep onder 2 verzoekt [X.] Retro Inkasso te gebieden het dossier toe te zenden aan de raadsman. Het gaat hier kennelijk om een vermeerdering van verzoek. Naar het oordeel van het hof volgt uit het bepaalde in artikel 35 Wbp om schriftelijk gegevens te verstrekken dat een verzoeker mag verlangen dat de gegevens hem per (gewone) post en op verzendkosten van betrokkene, Retro Inkasso, worden toegezonden. Het hof ziet evenwel geen aanleiding om Retro Inkasso te gebieden kopie van het dossier toe te zenden omdat niet valt te verwachten dat Retro Inkasso de kopieën, na betaling van € 4,50, niet aan de gemachtigde van [X.] zal zenden. Retro Inkasso heeft bovendien ter zitting van het hof zelfs nog geprobeerd een kopie van het dossier aan de gemachtigde te overhandigen (tegen ontvangst van € 4,50). Die heeft dat geweigerd op grond van het volgende.

3.4. Retro Inkasso heeft aan overhandiging en toezending de voorwaarde gesteld van betaling van het bedrag van € 4,50 daaraan voorafgaande of bij het afhalen van de kopieën. [X.], althans zijn gemachtigde stelt zich op het standpunt dat zij niet ver-plicht is tot vooruitbetaling en dat Retro Inkasso dat ook niet van hem kan verlangen. Hij beroept zich op de uitspraak van de Voorzitter van de afdeling rechtspraak van de Raad van State van 25 januari 1990, Gemeentestem 6907. Bij non-betaling zou Retro Inkasso een gerechtelijke procedure kunnen starten tot incasso, aldus de gemachtigde ter zitting. [X.] heeft grief 3 van deze strekking aangevoerd en zijn verzoek vermeerderd met een verzoek te bepalen dat door Retro Inkasso geen beroep kan worden gedaan op vooruitbetaling, noch op gelijktijdige of nagenoeg gelijktijdige betaling.

In de genoemde uitspraak heeft de Voorzitter overwogen dat in de Wet openbaarheid van bestuur de betreffende bevoegdheid (om vooruitbetaling te verlangen) niet is gegeven en dat ingevolge het systeem van die wet de openbaarheid van informatie voor-op staat, waarmee het verlangen van vooruitbetaling onverenigbaar is. De gemeente kan bovendien tot invordering overgaan overeenkomstig de daartoe gestelde regels.

Naar het oordeel van het hof faalt het beroep van [X.] op deze uitspraak reeds omdat daarin de positie van de gemeente als overheidsorgaan centraal staat. In het geding tussen [X.] en Retro Inkasso gaat het om een rechtsverhouding tussen burgers onderling. Naar het oordeel van het hof gaat het om een zodanig gering bedrag, maximaal € 5,-, dat van Retro Inkasso niet kan worden verlangd om de betaling daarvan rechtens af te dwingen. De redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding beheerst brengt dan mee dat Retro Inkasso haar verplichting tot het verschaffen van de fotokopieën kan opschorten totdat door [X.] is betaald. De Wbp gaat uit van gelijktijdigheid van de prestaties over en weer, althans het hof acht geen gronden aanwezig om in casu anders te oordelen.

Grief 3 en de vermeerdering van het verzoek falen derhalve.

3.5. De grieven 1 en 2 hebben betrekking op de compensatie van de proceskosten in eerste aanleg. Naar het oordeel van het hof bestaat er geen aanleiding voor een ander oordeel. Het hof neemt daarbij in aanmerking het belang van de zaak -in eerste aanleg vroeg Retro Inkasso, op grond van de deurwaarderstarieven, een bedrag van € 30,56 voor de kopieën- en het feit dat sprake is van een vergaande animositeit tussen de gemachtigde en de [Y.] die kennelijk aan behoorlijk overleg in de weg staat.

3.6. Ook in hoger beroep zullen de kosten worden gecompenseerd. [X.] heeft daar als de in het ongelijk gestelde partij te gelden. Daaraan voegt het hof toe dat de gemach-tigde van [X.] de kosten eenvoudig had kunnen voorkomen door de kopieën tegen betaling van € 4,50 af te halen of zelfs ter zitting de door Retro Inkasso meegebrachte kopieën in ontvangst te nemen, en de zaak niet op de spits te drijven. De kosten van de reis naar ’s-Hertogenbosch zullen hoger zijn geweest.

4. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;

wijst af de vermeerderde verzoeken;

compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus dat elk van partijen haar eigen kosten draagt;

draagt de griffier op om, op de voet van artikel 48 Wbp, kopie van deze beschikking en die van de rechtbank van 15 juni 2009 toe te zenden aan het College bescherming persoonsgegevens.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Den Hartog Jager, Schaafsma-Beversluis en Kleijngeld en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2009.