Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BK8013

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-11-2009
Datum publicatie
30-12-2009
Zaaknummer
HD 200.012.656
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongeluk door automatisch omhoogkomen afsluiting (parkeerpalen) bij parkeerterrein.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

typ. AS

zaaknr. HD 200.012.656

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

zesde kamer, van 3 november 2009,

gewezen in de zaak van:

AMAZON INSURANCE N.V., h.o.d.n. VOLVO INSURANCE,

gevestigd te Beesd,

appellante bij exploot van dagvaarding van 11 augustus 2008, hersteld bij exploot van 20 augustus 2008,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

tegen:

GEMEENTE WEERT,

zetelende te Weert,

geïntimeerde bij gemeld exploot,

advocaat: mr. B.T.H. Boomsma,

op het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond gewezen vonnis van 9 juli 2008 tussen appellante - Amazon Insurance - als eiseres en geïntimeerde - de gemeente - als gedaagde.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 75204/HA ZA 06- 598)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, alsmede naar het tussenvonnis van 18 juli 2007.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft Amazon Insurance vijf grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot toewijzing alsnog van de vordering van Amazon Insurance.

2.2. Bij memorie van antwoord heeft de gemeente onder overlegging van producties de grieven bestreden.

2.3. Amazon Insurance heeft vervolgens een akte bewijs genomen, waarna de gemeente een antwoordakte heeft genomen.

2.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de exacte inhoud van de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1 Geen grieven zijn gericht tegen de feiten, zoals door de rechtbank in het tussenvonnis van 18 juli 2007 vastgesteld. Het hof zal van diezelfde feiten uitgaan. Voorts staan nog enkele andere feiten als enerzijds gesteld en anderzijds niet voldoende gemotiveerd betwist vast.

Voor de leesbaarheid van dit arrest zal het hof hierna een beknopt overzicht geven van die feiten.

a. De [weg] in [plaats] is een openbare weg. De toegang tot de [weg] is door de gemeente geregeld door middel van een automatische wegafsluiting, bestaande uit een toegangspaal. Bij de toegang tot de [weg] staat een tweekleurig signaallicht (rood en groen). Bewaking van de toegang vindt plaats door twee camera's.

Op enkele door de gemeente bepaalde tijdstippen, waaronder op dinsdagen tussen 18.00 uur en 19.00 uur, is de [weg] voor auto's toegankelijk. De (automatisch bestuurde) afsluitpaal zit dan verzonken in de grond. Het verkeerslicht is dan niet in werking.

Op tijdstippen dat de [weg] niet toegankelijk is voor verkeer, staat de toegangspaal boven de grond. Het verkeerslicht straalt dan rood licht uit.

De camera's treden pas in werking als er een auto aan komt rijden.

b. [persoon 1] heeft een makelaarskantoor aan de [weg] en beschikt over een ontheffing om op dinsdagen tussen 18.00 en 19.00 uur de [weg] op te rijden.

c. Op dinsdag 31 mei 2005 trachtte [persoon 1] met zijn auto de toegang van de [weg] over te rijden. De toegangspaal heeft zich toen onder in de auto van [persoon 1] geboord.

d. De beide camera's hebben beelden gemaakt van het naderen van de auto van [persoon 1] en de daarop volgende botsing met de toegangspaal (prod. 8 cva).

e. Als gevolg van deze botsing is schade ontstaan aan de auto van [persoon 1]. Blijkens een rapport van A.N. Expertax B.V. bedraagt de schade € 17.647,06 excl. btw.

f. [persoon 1] heeft zijn personenauto verzekerd bij Amazon Insurance.

4.2 Amazon Insurance vordert - kort gezegd - op basis van artikel 6:162 BW schadevergoeding van de gemeente, aangezien zij krachtens subrogatie in de rechten van [persoon 1] is getreden. Hiertoe stelt zij kort weergegeven dat de gemeente heeft verzuimd er voor te zorgen dat de [weg] op een veilige manier kon worden betreden, waardoor er aan de auto van [persoon 1] schade is ontstaan. Volgens Amazon Insurance was het nog geen 19.00 uur toen [persoon 1] de [weg] op trachtte te rijden en behoefde hij er derhalve niet op bedacht te zijn dat de afsluitpaal omhoog zou komen.

Voorts heeft [persoon 1] - aldus Amazon Insurance - door de weerkaatsing van de zon niet kunnen waarnemen of het signaallicht rood of groen licht uitstraalde. Amazon Insurance had volgens Amazon Insurance er voor moeten zorgen dat er een overkapping boven het signaallicht was, waardoor de kleur van het licht goed waarneembaar was.

Voorts moet er volgens Amazon Insurance tussen het aanspringen van het rode signaallicht en het omhoogkomen van de afsluitpaal voldoende tijd te zitten. Ten slotte stelt Amazon Insurance zich op het standpunt dat de gemeente voor de automatische wegafsluiting had moeten waarschuwen door het plaatsen van bebording en aanwijzingen.

4.3 De gemeente heeft op diverse punten verweer gevoerd.

4.4 De rechtbank heeft in het tussenvonnis onder meer geoordeeld dat het signaallicht rood licht uitstraalde toen [persoon 1] de [weg] naderde (onderdeel 4.4 3e alinea).

De rechtbank heeft in onderdeel 4.5 van het tussenvonnis geoordeeld dat de gemeente niet onzorgvuldig heeft gehandeld als vast zou komen te staan dat het ongeval om 19.00 uur of kort erna heeft plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van een zonnekap in dat geval niet tot aansprakelijkheid van de gemeente leidt omdat [persoon 1] niet zomaar, zonder bijvoorbeeld uit te stappen om zich van de kleur te vergewissen, door had mogen rijden en voorts dat de gemeente voldoende heeft gewaarschuwd voor de automatische wegafsluiting.

Indien het ongeval had plaatsgevonden vóór 19.00 uur, is het ongeval volgens de rechtbank te wijten aan onzorgvuldigheid van de gemeente.

Ten slotte heeft de rechtbank in onderdeel 4.6 van het tussenvonnis geoordeeld dat de stelling van Amazon Insurance, dat er geen voldoende ontruimingstijd is tussen het aangaan van het rode stoplicht en het omhoogkomen van de afsluitpaal, geen doel treft.

In het dictum van het tussenvonnis heeft de rechtbank Amazon Insurance belast met het bewijs dat het ongeval d.d. 31 mei 2005 op de [weg] te [plaats] heeft plaatsgevonden vóór 19.00 uur.

4.5 In het eindvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat het ongeval vóór 19.00 uur heeft plaatsgevonden en heeft de rechtbank de vordering van Amazon Insurance afgewezen.

4.6 De grieven van Amazon Insurance richten zich zowel blijkens hun tekst als blijkens de daarop gegeven toelichting uitsluitend tegen de bewijswaardering door de rechtbank in het eindvonnis.

Het hof gaat derhalve voorbij aan de overigens niet toegelichte opmerking van Amazon Insurance in paragraaf 5 van de memorie van grieven, dat het geschil in volle omvang aan het oordeel van het hof wordt voorgelegd.

Het hof zal daarom bij de beoordeling van de grieven in zijn arrest voor zoveel nodig uitgaan van de hiervoor genoemde oordelen van de rechtbank in het tussenvonnis.

Het hof zal de grieven hierna gezamenlijk beoordelen.

4.7 Naar het oordeel van het hof is op de volgende gronden niet voldoende aannemelijk geworden dat het ongeval op 31 mei 2005 vóór 19.01 uur heeft plaatsgevonden.

4.7.1 Uit de getuigenverklaringen van de personen, die het ongeval van nabij hebben meegemaakt, komt naar voren dat het ongeval op 31 mei 2005 een aantal minuten vóór 19.00 uur moet hebben plaatsgevonden. De tijden, die de getuigen noemen, variëren van 18.45 uur tot 18.55 uur. Deze tijden zijn gebaseerd op verschillende klokken: de kerkklok, de autoklok van [persoon 1], de klok op de telefoon van [persoon 1], en 2 verschillende horloges. Bij de producties bevinden zich voorts twee foto's van de display van de mobiele telefoon van [persoon 1] met daarop een tijdsaanduiding van 31 mei 2005 om respectievelijk 18.51 uur en 18.56 uur, met op het laatste display voorts het nummer 112.

4.7.2 Uit de schriftelijke toelichting d.d. 7 februari 2007 door [getuige 1] (prod. 12 cvd) op de in het geding gebrachte camerabeelden en voorts uit de getuigenverklaring van [getuige 1] komt het volgende naar voren.

De elektronische stadsafsluiting bestond uit 2 systemen: een toegangscontrolesysteem en een camerasysteem. Deze twee systemen waren op geen enkele wijze met elkaar verbonden.

Het toegangscontrolesysteem bepaalde wanneer de stadsafsluiting omhoog en omlaag ging. Dit systeem werd gesynchroniseerd vanaf een centrale computer, die middels telefoonmodems met de diverse af te sluiten locaties in de stad communiceerde. Deze centrale computer stond op het gemeentehuis; de gemeente beheerde deze computer inclusief de tijd van het besturingssysteem.

Het camerasysteem had een ingebouwde kwartsklok, die uitsluitend via configuratiesoftware te programmeren was. De centrale computer van het camerasysteem stond bij de brugwachter, hemelsbreed ongeveer 1 km van de hiervoor genoemde centrale computer van het toegangscontrolesysteem verwijderd. Uitsluitend monteurs van Euro Barrier B.V. waren in de mogelijkheid de tijd van het camerasysteem aan te passen.

[getuige 2], ambtenaar van de gemeente, onderschrijft in grote lijnen de hiervoor weergegeven werking van het systeem.

4.7.3 Uit de hiervoor in 4.7.2 genoemde bewijsmiddelen, alsmede de in het geding gebrachte camerabeelden, voor zover beide partijen het daarover eens zijn, komt naar voren dat volgens de tijdsregistratie van het camerasysteem de auto van [persoon 1] om 19.01 uur aan kwam rijden en in diezelfde minuut een aanrijding had met de opkomende afsluitpaal. Deze tijdsregistratie is niet voorzien van een secondenregistratie, maar volgens [getuige 1] maken de beide camera's om de 2 seconden een beeld. Met name gelet op de niet betwiste schriftelijke toelichting van [getuige 1] op de camerabeelden is naar het oordeel van het hof voldoende duidelijk te zien in welke volgorde de camerabeelden geplaatst moeten worden (framenummers) en van welke van beide camera's deze beelden afkomstig zijn (cameranummer 1 of 2).

Uit deze camerabeelden blijkt dat volgens de tijdsregistratie van het camerasysteem de afsluitpaal ergens in de minuut van 19.01 uur omhoog gekomen is.

Nu de afsluitpaal volgens een eigen tijdsregistratiesysteem kort na (in verband met aantal seconden wachttijd na het op rood springen van het waarschuwingslicht) 19.00.59 uur omhoog behoorde te komen, is een redelijke conclusie dat volgens beide registratiesystemen het ongeval om 19.01 uur heeft plaatsgevonden.

4.7.4 Daargelaten dat het niet zonder meer voor de hand liggend is om te veronderstellen dat beide onafhankelijk van elkaar werkende systemen eenzelfde tijdfout van enkele minuten zouden bevatten (zie tijdsregistratie van de in 4.7.1 genoemde getuigen), acht het hof dit op grond van de navolgende omstandigheden ook niet zonder meer aannemelijk geworden.

Allereerst verklaart getuige [getuige 1] dat hij na het ongeval door de gemeente is verzocht om het systeem te controleren om te bezien wat de oorzaak zou zijn. De getuige verklaart dat hij toen heeft geconstateerd dat de tijd die op beide systemen stond ingesteld de normale tijd was, met dien verstande dat er een verschil van 6 seconden zat tussen beide systemen. Het hof begrijpt dat de getuige hiermee heeft beoogd te verklaren dat de tijd van beide systemen overeenkwam met de officiële tijd. De omstandigheid, dat [getuige 1] directeur is van Euro Barrier B.V., acht het hof niet zonder meer van voldoende gewicht om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van diens verklaring.

Voorts verklaart getuige [getuige 2] dat er bij zijn weten in het verleden nog nooit sprake is geweest van een technische fout in het systeem, waardoor een ongeval heeft plaatsgevonden, behoudens een fout in 1999 die veroorzaakt was door een detectielus die niet gevoelig genoeg was. Ook overigens zijn er volgens deze getuige geen klachten geweest over haperingen in het systeem met betrekking tot het tijdstip, terwijl er toch druk verkeer is op die tijdstippen dat de paal omlaag is omdat de winkels dan bevoorraad worden.

4.7.5 Hoewel naar het oordeel van het hof uit het hiervoor in 4.7.1 genoemde bewijs een redelijk vermoeden valt te putten dat het ongeval enkele minuten vóór 19.00 uur heeft plaatsgevonden, valt uit het daarna besproken tegenbewijs evenzeer een redelijk vermoeden te putten dat het ongeval later, om 19.01 uur, heeft plaatsgevonden.

Naar het oordeel van het hof heeft de gemeente hiermee in voldoende mate het door Amamzon Insurance geleverde bewijs ontzenuwd. De partij, die de bewijslast heeft, draagt tevens het risico van het niet in voldoende mate bewijzen van het probandum.

Derhalve komt het hof tot de slotsom dat Amazon Insurance niet in het bewijs is geslaagd.

Hiermee staat weliswaar niet vast dat het ongeval na 19.00 uur heeft plaatsgevonden, doch dat is ook niet noodzakelijk. Voor aansprakelijkheid van de gemeente is vereist dat vaststaat dat het ongeval vóór 19.01 uur heeft plaatsgevonden en dat is gelet op voornoemd tegenbewijs niet in voldoende mate aannemelijk geworden.

4.8 Op grond van het voorgaande falen de grieven. Het beroepen vonnis dient derhalve bekrachtigd te worden.

Amazon Insurance zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de appelprocedure.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Roermond d.d. 9 juli 2008;

veroordeelt Amazon Insurance in de kosten van de appelprocedure, welke kosten het hof tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op € 640,-- voor verschotten en op € 1.341,-- voor salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. Rothuizen-van Dijk, Antens en Van Harinxma thoe Slooten en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 november 2009.