Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BK7529

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-10-2009
Datum publicatie
23-12-2009
Zaaknummer
HD 200.014.736
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Non conformiteit auto

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

typ. AS

zaaknr. HD 200.014.736

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

zesde kamer, van 27 oktober 2009,

gewezen in de zaak van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant bij exploot van dagvaarding van 16 september 2008,

advocaat: mr. M. van Sintmaartensdijk,

tegen:

[Y.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde bij gemeld exploot,

advocaat: mr. D.D.J.M. Gulpers,

op het hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht gewezen vonnis van 27 augustus 2008 tussen appellant - [X.] - als gedaagde en geïntimeerde - [Y.] - als eiser.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 124894/HA ZA 07- 1101)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft [X.] twee grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot afwijzing alsnog van de vordering [Y.] en die van (de niet in hoger beroep gedagvaarde) [Z.], echtgenote van [Y.].

2.2. Bij memorie van antwoord heeft [Y.] de grieven bestreden.

2.3. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de exacte tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Bij appeldagvaarding is alleen [Y.] gedagvaard, niet diens echtgenote [Z.], die in de procedure in eerste aanleg tezamen met [Y.] als eisende partij is opgetreden.

Dit berust niet op een kennelijke vergissing, nu de rechtbank de vordering van [Z.] jegens [X.] expliciet heeft afgewezen. Het hof verwijst daarvoor naar overweging 3.1 van het beroepen vonnis en voorts naar het dictum van dat vonnis.

Derhalve begrijpt het hof dat het wel een vergissing is dat de memorie van grieven spreekt van een hoger beroep tegen “de echtelieden [Y.]” en dat de memorie van antwoord is ingediend namens [Y.] en zijn echtgenote [Z.].

In hoger beroep is er derhalve maar één geïntimeerde en dat is [Y.].

4.2 Geen grieven zijn gericht tegen de feiten, zoals door de rechtbank in onderdeel 3.2 van het vonnis weergegeven. Het hof zal derhalve van diezelfde feiten uitgaan. Daarnaast staan enkele andere feiten als enerzijds gesteld en anderzijds niet voldoende gemotiveerd betwist vast. Het hof zal hierna een overzicht van die feiten geven.

a. [Y.] heeft via marktplaats.nl op 5 juli 2007 van [X.] gekocht een zogenaamde snack/grillauto van het merk Renault, type Master 35 D (hierna: de auto) met het kenteken [kentekennummer]. De koopprijs bedroeg € 14.000,--.

b. De auto was toen 24 of 25 jaar oud en had volgens de kilometerteller 160.000 km gelopen.

c. Het chassis van de auto bleek totaal verrot en bestond uit een aan elkaar gelaste constructie, die niet deugdelijk was en wettelijk niet toegestaan was. De gelaste constructie bleek als het ware om het oude chassis heen gebouwd, maar omdat het oude chassis ernstig onderhevig was aan corrosie had de gelaste constructie geen hechting aan het oorspronkelijke chassis. De auto was verkeersonveilig en heeft de APK niet gehaald.

d. [Y.] heeft [X.] voor het eerst aansprakelijk gesteld bij brief van 29 augustus 2007 en daarna nog een aantal malen. Bij brief van 9 oktober 2007 (prod. 10 inl. dagv.) heeft de raadsman van [Y.] aan [X.] meegedeeld dat hij in verzuim was en heeft hij namens [Y.] de overeenkomst ontbonden.

4.3.1 In de onderhavige procedure heeft [Y.] – voor zover in hoger beroep van belang - onder meer een verklaring voor recht gevorderd dat de overeenkomst op 9 oktober 2007 rechtsgeldig is ontbonden en voorts terugbetaling van de aankoopsom ad € 14.000,-- gevorderd, vermeerderd met de wettelijke vanaf de dag der betaling van de koopsom.

4.3.2 De rechtbank heeft voornoemde vorderingen toegewezen aangezien er sprake was van een tekortkoming en de overige – in hoger beroep niet meer aan de orde zijnde - vorderingen van [Y.] – afgewezen. [X.] is in de proceskosten van [Y.] veroordeeld.

4.4 De grieven 1 en 2 richten zich tegen het oordeel van de rechtbank in 3.4.1, 3.4.2 en 3.5 van het beroepen vonnis, dat – kort gezegd - sprake is van een tekortkoming en dat de overeenkomst op die grond kan worden ontbonden.

Het hof zal de grieven gezamenlijk beoordelen.

4.5 Naar het oordeel van het hof rechtvaardigen de hiervoor genoemde vaststaande feiten de conclusie dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Een auto met een dergelijk slecht chassis is zodanig ernstig verkeersonveilig, dat deze in redelijkheid niet zonder meer als “auto” verkocht kan worden.

Op geen enkele wijze is gesteld dat [X.] hiervoor voldoende duidelijk [Y.] gewaarschuwd heeft. De enkele mededeling van [X.], dat hij geen garantie zou verstrekken, is in dit kader een onvoldoende specifieke waarschuwing. Een dergelijke mededeling kan immers slaan op veel minder verkeersonveilige gebreken, waarvoor de koper dan volgens afspraak zelf het risico draagt.

Evenmin is de koopsom, die [X.] voor de auto heeft gekregen, zodanig laag dat [Y.] daarvoor in redelijkheid niet een min of meer verkeersveilige auto mocht verwachten. Dit geldt temeer nu beide partijen er van op de hoogte waren dat het om een zeer oude auto ging en deze omstandigheid uiteraard meebrengt dat de hoogte van de koopsom daardoor in negatieve zin beïnvloed wordt.

De stelling van [X.], dat hij [Y.] heeft aangeboden de auto voor de koop door derden te laten keuren, en dat [Y.] van dit aanbod geen gebruik heeft gemaakt, is evenmin van doorslaggevend belang voor hetgeen [Y.] redelijkerwijs als prestatie van [X.] mocht verwachten. Hieruit volgt immers ook niet enige vorm van waarschuwing omtrent de het hier aan de orde zijnde gebrek aan verkeersveiligheid van de auto.

Hetgeen [X.] aanvoert over het uitsluiten van aansprakelijkheid voor gebreken, is in dit kader niet relevant. Het gaat immers hier nog slechts om de vraag of [Y.] van [X.] heeft gekregen hetgeen hij op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

[X.] heeft overigens onvoldoende concreet feiten en omstandigheden aangevoerd om tot een andere conclusie te komen.

4.6 [X.] heeft tegenover de met producties (briefwisseling bij inleidende dagvaarding) onderbouwde stelling van [Y.], dat sprake is van verzuim, niet duidelijk feiten en omstandigheden aangevoerd die deze stelling gemotiveerd betwisten. Het hof gaat er derhalve in hoger beroep van uit dat er sprake is van een verzuim aan de kant van [X.].

4.7 Nu er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst en van verzuim aan de zijde van [X.], is er in beginsel voldaan aan de voorwaarden om tot een ontbinding van de overeenkomst te komen (artikel 6:265 BW).

Zoals ook de rechtbank al heeft overwogen, is de toerekenbaarheid van de tekortkoming hiervoor niet van belang. Het hof zal derhalve dit verweer van [X.], dat er op neer komt dat hij voornoemde gebreken aan de auto niet kende, niet behoeven te beoordelen.

Voorzover [X.] bedoelt aan te voeren dat partijen kunnen overeenkomen dat een overeenkomst niet ontbonden mag worden (zie paragraaf 3.1.2, tweede alinea, mvgr), geldt dat deze stelling in beginsel juist is. [X.] heeft echter onvoldoende concreet feiten en omstandigheden gesteld die zelfs maar de conclusie kunnen dragen dat partijen in dit geval een dergelijke afspraak hebben gemaakt. De mededeling dat geen garantie verstrekt wordt, is daartoe ten ene male onvoldoende. Het hof gaat hier dan ook verder aan voorbij.

4.8 Ten slotte voert [X.] in de toelichting op zijn grief 2 tegen onderdeel 3.4.2 van het vonnis nog aan in dat de tekortkoming een ontbinding van de overeenkomst niet rechtvaardigt. Volgens vaste jurisprudentie dient in casu [X.] de feiten en omstandigheden, die een dergelijke conclusie rechtvaardigen, te stellen en bij gemotiveerde betwisting te bewijzen.

[X.] kan derhalve niet volstaan met de mededeling dat de door [Y.] genoemde kosten van herstel veel te hoog zijn. Dit klemt temeer nu [Y.] zich heeft gebaseerd op een technisch onderzoek van de auto door Dekra, wiens rapport zich bij de gedingstukken bevindt.

Voorzover [X.] in dit kader bedoelt aan te voeren dat de reparatie van het in deze procedure aan de orde zijnde gebrek aan de auto hooguit € 1.300,-- zal kosten, heeft deze stelling onvoldoende gewicht om op grond daarvan te concluderen dat de tekortkoming zodanig is, dat deze niet een gehele ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt, een en ander bezien in het licht van artikel 6:265 lid 1 BW.

Voor het overige heeft [X.] deze stelling onvoldoende onderbouwd.

4.9 Het hof leest in de toelichting op grief 2 niet een bezwaar tegen het oordeel van de rechtbank in onderdeel 3.5, dat de vraag of [Y.] in staat is de auto aan [X.] terug te geven, thans niet beantwoord behoeft te worden. Het hof zal op dit uitsluitend in eerste aanleg gevoerde verweer van [X.] derhalve niet ingaan.

4.10 Het voorgaande brengt mee dat de grieven van [X.] falen. Het beroepen vonnis kan bekrachtigd worden. [X.] zal als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de appelprocedure.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Maastricht d.d.

27 augustus 2008;

veroordeelt [X.] in de kosten van de appelprocedure, welke kosten het hof tot op heden aan de zijde van [Y.] begroot op € 735,-- voor verschotten en op € 894,-- voor salaris advocaat;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. Rothuizen-van Dijk, Beekhoven van den Boezem en Van Harinxma thoe Slooten en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 oktober 2009.