Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BK5777

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-10-2009
Datum publicatie
09-12-2009
Zaaknummer
20-000638-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Teksten op website Hyves leiden tot vervolging wegens smaad, subsidiair belediging.

Verdachte is tenlastegelegd dat hij op zijn Hyves-pagina teksten met foto heeft geplaatst waarin hij zijn broer een oplichter noemt. Verdachte voert aan dat dit gedeelte van zijn Hyves-pagina was afgeschermd en niet meer dan 10 à 12 personen (zogenaamde “Hyves-vrienden”) toegang hadden tot deze teksten en foto. De onjuistheid hiervan is niet gebleken.

De vraag is of verdachte “ruchtbaarheid” heeft willen geven als bedoeld in artikel 261 Sr. Deze vraag wordt door het hof ontkennend beantwoord. Onder ruchtbaarheid moet worden verstaan het ter kennis van het publiek brengen. Met publiek wordt een bredere kring van betrekkelijke willekeurige derden bedoeld. Dat was in casu niet het geval.

Ten aanzien van het subsidiair overweegt het hof dat voor belediging nodig is dat deze “in het openbaar” moet worden gedaan, derhalve als een uitlating “gericht tot enig publiek”. Ook dit was in de onderhavige zaak niet het geval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2010, 48

Uitspraak

Parketnummer: 20-000638-09

Uitspraak : 12 oktober 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 25 februari 2009 in de strafzaak met parketnummer 02-628664-08 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en te dien aanzien opnieuw rechtdoende bewezen zal verklaren hetgeen verdachte onder primair is tenlastegelegd en verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van EUR 320,- (smartengeld) en oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot dat bedrag.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen met de navolgende uitspraak.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

primair.

hij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 21 februari 2008 tot en met 30 mei 2008, te Breda en/of elders in Nederland, opzettelijk de eer en/of de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om (telkens) daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij,

verdachte, (telkens) met voormeld doel op (een of meerdere - voor eenieder toegankelijke - website['s] van/op) internet en/of hyves de/het (na-)volgende tekst(en) en/of bericht(en) geplaatst en/of geplaatst gehouden:

- "de Oplichter, [slachtoffer], <[e-mailadres slachtoffer]>, [woonadres slachtoffer]" en/of

- "VOOR DE OPLICHTER, ZO...!NU,..!GA IK,.(IN MIJN HANDEN) KLAPPEN!! [slachtoffer]" en/of

- (zakelijk weergegeven) dat oplichter [slachtoffer] mensen oplicht met geld te lenen en niet meer terug te betalen en/of dat veel van zijn eigen familie en anderen de dupe zijn geworden van zijn praktijken en/of "de A van "ASO" (onder bijvoeging van een foto en/of afbeelding van die [slachtoffer]) en/of

- "ten 2e mag ik jou niet, ..evenmin als die (C.O.L.) C-orupte tering O-pl-ichter van m’n broer......",

althans (telkens) een of meerdere tekst(en) van gelijke aard en/of strekking.

subsidiair.

hij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 21 februari 2008 tot en met 30 mei 2008, te Breda en/of elders in Nederland, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer], in het openbaar bij geschrift heeft beledigd, immers heeft hij, verdachte, (telkens) op (een of meerdere - voor eenieder toegankelijke - website['s] van/op) internet en/of hyves de/het (na-)volgende tekst(en) en/of bericht(en) geplaatst en/of

geplaatst gehouden :

- "de Oplichter, [slachtoffer], <[e-mailadres slachtoffer]>, [woonadres slachtoffer]"

en/of

- "VOOR DE OPLICHTER, ZO...!NU,..!GA IK,.(IN MIJN HANDEN) KLAPPEN!! [slachtoffer]" en/of

- (zakelijk weergegeven) dat oplichter [slachtoffer] mensen oplicht met geld te lenen en niet meer terug te betalen en/of dat veel van zijn eigen familie en anderen de dupe zijn geworden van zijn praktijken en/of "de A van "ASO" (onder bijvoeging van een foto en/of afbeelding van die [slachtoffer]) en/of

- "ten 2e mag ik jou niet, ..evenmin als die (C.O.L.) C-orupte tering O-pl-ichter van m’n broer......",

althans (telkens) een of meerdere tekst(en) van gelijke aard en/of strekking.

Vrijspraak

Primair

Tenlastegelegd is het misdrijf smaad.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 28 september 2009 verklaard dat hij de tenlastegelegde teksten met foto op zijn Hyves-webpagina heeft gezet teneinde zijn familieleden voor zijn broer [slachtoffer] te waarschuwen. Deze teksten en foto waren afgeschermd voor het publiek en slechts zichtbaar voor 10 à 12 personen (zogenoemde “Hyves-vrienden”) – meest familieleden – en dus niet openbaar toegankelijk gemaakt, aldus verdachte.

Verdachtes raadsman heeft vrijspraak bepleit.

Het hof overweegt het volgende.

Artikel 261, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht stelt strafbaar “hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven”.

Gelet op de aard en strekking van de in de tenlastelegging weergegeven berichten moet worden aangenomen dat de verdachte opzettelijke de eer en goede naam van zijn broer heeft willen aanranden.

De vraag is echter of de verdachte aan deze beschuldigingen ruchtbaarheid heeft willen geven als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht. Onder “ruchtbaarheid geven” dient te worden verstaan “het ter kennis van het publiek brengen” (HR 22 januari 1965, NJ 1965, 131). Met een zodanig “publiek” is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld (Hoge Raad op 8 juli 2008, LJN BC 9186).

Verdachte heeft verklaard dat slechts 10 à 12 personen – voornamelijk familieleden – de betreffende teksten en foto konden bekijken. Voor andere Hyves-gebruikers waren deze teksten en foto volgens hem niet zichtbaar.

Nu de politie hiernaar geen onderzoek heeft verricht en de onjuistheid van deze stelling van de verdachte niet blijkt uit het dossier, gaat het hof uit van deze stelling.

Het hof concludeert dan dat de verdachte de gewraakte berichten niet ter kennis heeft gebracht aan een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden, maar aan een beperkt aantal selecte personen. Hierdoor is niet voldaan aan het bestanddeel “met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven”.

Als gevolg hiervan zal de verdachte van het primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Subsidiair

Ten laste is gelegd de belediging in het openbaar bij geschrift gedaan.

Gezien het karakter van strafbare belediging moet onder het bestanddeel “in het openbaar” worden begrepen dat de gewraakte uitlatingen zijn gericht tot enig publiek.

Op dezelfde gronden als overwogen bij het primair ten laste gelegde is het hof van oordeel dat, nu de gewraakte uitlatingen zijn gedaan op een website die slechts toegankelijk was voor een gering aantal selecte personen, deze niet in het openbaar zijn gedaan. Evenzeer volgt hieruit dat het opzet van verdachte niet was gericht op openbaarheid.

Als gevolg hiervan zal verdachte ook van het subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Benadeelde partij

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de in eerste aanleg reeds ingediende vordering.

Nu de verdachte wordt vrijgesproken van de gehele tenlastelegging, moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij, [slachtoffer], in de vordering niet-ontvankelijk.

Veroordeelt de benadeelde partij, [slachtoffer], in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. J.C.A.M. Claassens, voorzitter,

mr. M.J.C. van Kamp en mr. H.P. Vonhögen,

in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoekstra, griffier,

en op 12 oktober 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. H.P. Vonhögen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.