Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BK5775

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-09-2009
Datum publicatie
09-12-2009
Zaaknummer
20-000820-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen verschoonbare termijnoverschrijding bij instellen hoger beroep.

De (Nederlandstalige) dagvaarding is verdachte op 10 februari 2009 in persoon uitgereikt. Verdachte is bij verstek op 10 februari 2009 veroordeeld. Verdachte heeft niet binnen 14 dagen hoger beroep ingesteld. De verdediging voert aan dat de dagvaarding – in strijd met artikel 6 EVRM – niet was gesteld in het Engels, verdachtes moedertaal. Het hof overweegt dat art. 6 EVRM weliswaar voorschrijft dat verdachte in een voor hem begrijpelijke taal op de hoogte wordt gesteld van het strafrechtelijk verwijt (de tenlastelegging), maar dat dit niet zonder meer geldt voor andere informatie zoals de oproepingsfunctie of informatie over het instellen van hoger beroep. Bovendien heeft een in Nederland verblijvende verdachte een eigen verantwoordelijkheid om zich te laten informeren. Uit de stukken blijkt bovendien dat verdachte reeds geruime tijd in Nederland woonde, reeds 15 keer strafrechtelijk was veroordeeld waarbij in 10 gevallen hoger beroep was ingesteld en is dus bekend met het Nederlandse strafvorderlijke systeem. Verdachte heeft de betekenis van de Nederlandse dagvaarding dus kunnen begrijpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-000820-09

Uitspraak : 28 september 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 10 februari 2009 in de strafzaak met parketnummer 02-628939-08 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Groot-Brittannië) op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn hoger beroep omdat verdachte dit niet tijdig heeft ingesteld.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Volgens het bepaalde in artikel 408, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering kan hoger beroep worden ingesteld gedurende veertien dagen na de einduitspraak indien de dagvaarding aan de verdachte in persoon is betekend.

In het onderhavige geval is de dagvaarding om ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 10 februari 2009 om 13.30 uur te verschijnen aan verdachte in persoon uitgereikt op 10 februari 2009 om 13.00 uur in de penitentiaire inrichting te Tilburg.

Bij (verstek)vonnis van 10 februari 2009 heeft de politierechter de verdachte veroordeeld.

Het hoger beroep is op 10 maart 2009 - en dus meer dan veertien dagen na de einduitspraak - ingesteld.

Verdachtes raadsvrouwe heeft aangevoerd dat er sprake is van een verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn door verdachte doordat de dagvaarding in de Nederlandse taal – welke verdachte onvoldoende machtig is – was gesteld. Verdachtes voertaal is Engels. De raadsvrouwe heeft voorts aangevoerd dat verdachte op grond van artikel 6 van het EVRM aanspraak heeft op een dagvaarding in zijn eigen taal. Indien hij een dagvaarding in de Engelse taal had ontvangen, dan had hij op de achterkant daarvan de mogelijkheden tot het instellen van hoger beroep kunnen lezen, aldus de raadsvrouwe.

Het hof overweegt het volgende.

Het hof overweegt dat art. 6 EVRM weliswaar voorschrijft dat een verdachte in een voor hem begrijpelijke taal op de hoogte wordt gesteld van hetgeen hem strafrechtelijk wordt verweten (de tenlastelegging), doch dat dit niet zonder meer geldt voor andere informatie zoals de oproepingsfunctie van de dagvaarding of de informatie met betrekking tot het instellen van rechtsmiddelen. Hierbij gaat het om de vraag of de verdachte heeft kunnen begrijpen wat de status en betekenis is van het hem uitgereikte stuk. Daarbij heeft een in Nederland verblijvende verdachte een eigen verantwoordelijkheid om zich eventueel te laten informeren over de betekenis van dat van justitie afkomstige stuk.

Uit de processtukken blijkt dat verdachte reeds geruime tijd in Nederland verblijft. In de beschikking van de Staatssecretaris van justitie d.d. 2 december 1998, waarbij de verdachte ongewenst vreemdeling is verklaard, wordt vermeld dat de verdachte naar diens eigen zeggen in 1995 in Nederland is binnengekomen. De oudste strafrechtelijke veroordeling in Nederland dateert (volgens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 26 augustus 2009) van 28 februari 1995. Sedertdien is de verdachte vijftien keer strafrechtelijk veroordeeld waarbij in tien zaken hoger beroep is ingesteld. Verdachte is dus bekend met het Nederlandse strafvorderlijke systeem.

Daarnaast is de dagvaarding aan verdachte in een penitentiaire inrichting uitgereikt. Aangenomen kan worden, mede gelet op het feit dat de eigen taal van de verdachte het Engels is, dat verdachte aldaar gelegenheid had om zonodig navraag te doen over de status en de betekenis van het hem uitgereikte stuk.

Het hof is daarom van oordeel dat de verdachte in voldoende mate heeft begrepen, althans heeft kunnen begrijpen, wat de betekenis was van de hem in persoon uitgereikte dagvaarding.

Het hof is daarom van oordeel dat geen sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding bij het instellen van hoger beroep.

De verdachte is daarom niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr. M.J.C. van Kamp, voorzitter,

mr. J.C.A.M. Claassens en mr. H.P. Vonhögen,

in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoekstra, griffier,

en op 28 september 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. H.P. Vonhögen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.