Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BK5482

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-09-2009
Datum publicatie
07-12-2009
Zaaknummer
08/00103
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belanghebbende gebruikt de bij zijn woning gelegen voormalige varkensstal voor de stalling van caravans van derden. Het hof oordeelt, in navolging van de rechtbank, dat sprake is van het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaat. Het hof komt tot dit oordeel omdat belanghebbende, gedurende langere periode, in het bijzonder de zomermaanden, bereikbaar moet zijn om op afroep werkzaamheden ten behoeve van een bepaalde klantenkring te verrichten. De omstandigheid dat de werkzaamheden eenvoudig en beperkt van omvang zijn, is daarbij volgens het hof niet van belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2010/10.15 met annotatie van Redactie
FutD 2009-2664
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector belastingrecht

Derde meervoudige Belastingkamer

Kenmerk: 08/00103

Uitspraak op het hoger beroep van

de heer X,

wonende te Y

hierna: belanghebbende

tegen de mondelinge uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 7 december 2007, nummer AWB 07/1870 in het geding tussen

belanghebbende,

en

de voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Z van de rijksbelastingdienst,

hierna: de Inspecteur,

met betrekking tot de hierna te noemen aanslag.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 2002 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.279 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 2.889, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 13.507 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 2.889.

1.2. Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van de Rechtbank van belanghebbende een griffierecht geheven van € 39.

Bij mondelinge uitspraak heeft de Rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

1.3. Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 106.

De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4 Op grond van artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)heeft belanghebbende vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.5. De zitting heeft plaatsgehad op 5 juni 2009 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur.

1.6. De Inspecteur heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan:

2.1. Belanghebbende is eigenaar van een perceel aan de A-straat 8-A te Y, waarop zich onder meer een woning en een los van de woning staande halfopen voormalige varkensstal bevinden. De woning is bij belanghebbende en zijn gezin in gebruik. In 2002 heeft belanghebbende de voormalige varkensstal gebruikt voor de stalling van caravans en dergelijke van derden. Er is ruimte voor ongeveer 30 caravans. Belanghebbende maakt een schriftelijke overeenkomst op voor personen die hun caravan willen laten stallen. In het jaar 2002 heeft belanghebbende 29 overeenkomsten afgesloten.

2.2. De caravanbezitters kunnen slechts na telefonisch contact hun caravan ophalen en weer terug brengen. Als belanghebbende (of zijn echtgenote) thuis is, maakt hij de poort die toegang geeft tot zijn perceel open en begeleidt hij een caravanbezitter naar de plaats waar zijn caravan gestald moet worden. Het plaatsen van de caravan in de stalling doet belanghebbende zelf of hij helpt daarbij. Is belanghebbende (of zijn echtgenote) niet thuis, dan haalt hij de desbetreffende caravan uit de stalling en plaatst deze aan de straatzijde voor de poort. Het terugbrengen van de caravan gebeurt in dat geval door middel van plaatsing van de caravan voor de gesloten poort. Belanghebbende (of zijn echtgenote) plaatst de caravan vervolgens in de caravanstalling. Met het in de stalling plaatsen van een caravan is gemiddeld ongeveer 5 minuten per caravan gemoeid. Hetzelfde geldt voor het uit de stalling halen van de caravan.

Andere werkzaamheden, zoals schoonmaken van een caravan of het verrichten van onderhoud daaraan, verricht belanghebbende niet.

2.3. Naar aanleiding van een ingesteld boekenonderzoek, is de opbrengst van de caravanstalling vastgesteld op € 4.963. Na aftrek van kosten en afschrijving, groot € 963, resteert een resultaat inclusief omzetbelasting van € 4.000. Het resultaat exclusief omzetbelasting is becijferd op een bedrag van € 3.208. Dit resultaat is blijkens het controlerapport voor 50% toe te rekenen aan belanghebbende, zodat het resultaat uit overige werkzaamheden ten name van belanghebbende is vastgesteld op € 1.604.

3. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1. Het geschil betreft in hoger beroep het antwoord op de vraag of de opbrengsten van de caravanstalling behoren tot het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden en, indien de vraag ontkennend moet worden beantwoord, of de opbrengsten behoren tot de belastbare inkomsten uit eigen woning dan wel tot het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. De hoogte van het resultaat is als zodanig niet in geschil.

Belanghebbende is primair van mening dat de opbrengsten, zo nodig op basis van het vertrouwensbeginsel, behoren tot de belastbare inkomsten uit eigen woning en subsidiair tot het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. De Inspecteur is van mening dat de opbrengsten behoren tot het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden.

3.2. Partijen doen hun standpunten in hoger beroep steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt.

3.3. Ter zitting hebben zij hieraan nog het volgende, zakelijk weergegeven, toegevoegd:

Gemachtigde:

Bij de aankoop van het perceel met opstallen bevond de voormalige varkensstal zich al in de huidige staat, er is niets aan veranderd.

Als belanghebbende of zijn echtgenote thuis is hoeven de caravans bij het terugbrengen niet voor de poort gezet te worden. De poort wordt dan opengemaakt en de caravan het terrein opgereden. Belanghebbende plaatst de caravans, of helpt bij het plaatsen van de caravans, de eigenaar mag dat niet zelfstandig doen. De meeste caravans worden alleen in de maanden juni, juli en augustus gebruikt. Ik ken zelf twee klanten, die gaan niet in het voor- of najaar weg met de caravan. Van de anderen weet ik dat niet zeker. Er wordt minder werk verricht dan bij de uitspraak van Hof Den Haag. De klanten betalen voor het stallen, niet voor het werk. Er worden geen andere diensten, zoals schoonmaken of reparatie, verricht.

Als het nodig is worden de caravans door belanghebbende verplaatst. Soms komt het voor dat hij materiaal van de onderneming in de voormalige varkensstal wil plaatsen.

Belanghebbende gaat nooit op vakantie, maar als dat het geval zou zijn moet hij voor een achterwacht zorgen.

De Inspecteur:

De feiten worden nu anders vermeld dan in het beroepschrift in eerste aanleg.

In mijn opvatting verricht belanghebbende een dienst, die valt onder artikel 3.90 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Dan kom je aan artikel 3.91, lid 1, onderdeel c, niet toe.

Er wordt geen plaats verhuurd waar iemand vrijelijk over kan beschikken.

De beloning valt in het resultaat en de varkensstal moet dan op de balans opgenomen worden.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Volgens artikel 3.90 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) is het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden het gezamenlijke bedrag van het resultaat uit een of meer werkzaamheden die geen belastbare winst of belastbaar loon genereren.

4.2. Volgens artikel 3.91, lid 1, aanhef en onderdeel c, van de Wet IB 2001 wordt, voor zover van belang, onder werkzaamheid mede verstaan het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaat.

4.3. Het Hof is van oordeel dat in de situatie van belanghebbende van een zodanige werkzaamheid sprake is omdat hij of zijn echtgenote gedurende langere periode, in het bijzonder de maanden juni tot en met augustus, bereikbaar moet zijn om op afroep werkzaamheden ten behoeve van een bepaalde klantenkring te verrichten. De omstandigheid dat de werkzaamheden eenvoudig en beperkt van omvang zijn, is hierbij niet van belang.

4.4. De door belanghebbende met de caravanstalling behaalde opbrengsten behoren derhalve tot het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden.

4.5. Voor zover belanghebbende stelt dat de opbrengsten op grond van opgewekt vertrouwen tot het belastbare resultaat uit eigen woning moeten worden gerekend, is het Hof van oordeel dat de Rechtbank een en ander op juiste gronden heeft verworpen.

4.6. Het gelijk is aan de Inspecteur. De overige stellingen behoeven geen verdere behandeling meer.

Ten aanzien van het griffierecht

4.7. Het Hof is van oordeel dat er geen redenen aanwezig zijn om te gelasten dat de Staat aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoedt.

Ten aanzien van de proceskosten

4.8. Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

5. Beslissing

Het Hof:

- verklaart het hoger beroep ongegrond

- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank

Aldus gedaan op 18 september 2009 door R.J. Koopman, voorzitter, P.A.G.M. Cools en W.A. Sijberden, in tegenwoordigheid van M.A.M. van den Broek, griffier. De beslissing is op die datum ter openbare zitting uitgesproken en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden.

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH 's-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.

1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a) de naam en het adres van de indiener;

b) een dagtekening;

c) een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d) de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.