Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BK4080

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-11-2009
Datum publicatie
23-11-2009
Zaaknummer
20-001929-08
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2011:BT6457, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2011:BT6457
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Witwassen van een tweetal auto's. Het hof komt anders dan de eerste rechter tot een veroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer : 20-001929-08

Uitspraak : 18 november 2009

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

van het gerechtshof 's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 7 mei 2008 in de strafzaak met parketnummer 01/839225-07 tegen:

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op [datum in 1959],

wonende te [woonplaats], [adres],

waarbij de verdachte ter zake van het onder 1, 3 primair en subsidiair ten laste gelegde werd vrijgesproken, doch ter zake van:

- het onder 2 bewezen verklaarde opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

- het onder 4 bewezen verklaarde opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod

werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 192 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Daarnaast werden in beslag genomen goederen onttrokken aan het verkeer, verbeurd verklaard of teruggegeven aan de rechthebbende.

Hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is door de officier van justitie, blijkens de bijlage van de appelakte, uitdrukkelijk beperkt tot de vrijspraak van hetgeen de verdachte onder 3 primair en subsidiair is ten laste gelegd en daarmee samenhangend de strafoplegging.

De door de eerste rechter bewezen verklaarde feiten zijn mitsdien niet aan het oordeel van het hof onderworpen, terwijl dat eveneens geldt voor de daarmee verbandhoudende beslissingen met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen die onder de nummers 3, 6, 8 tot en met 12 op de beslaglijst zijn vermeld.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - zal vernietigen, het onder 3 primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 175 dagen, met verbeurdverklaring van de voorwerpen, vermeld onder 1, 2, 4, 5, 7 en 16 op de beslaglijst, en met teruggave aan de verdachte van het voorwerp, vermeld onder 14 op de beslaglijst.

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat de verdachte van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en de onder hem in beslag genomen voorwerpen aan hem zullen worden teruggegeven.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg en voor zover thans nog aan de orde - ten laste gelegd dat:

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 28 juni 2007, te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2] en/of [pleegplaats 3], althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van (een) voorwerp(en), te weten (een) hoeveelheid/hoeveelheden euro's, althans van enige valuta en/of één of meer auto's en/of één of meer ander(e) voorwerp(en), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die/dat voorwerp(en), - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, en/of heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) dat/die voorwerp(en) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet of van één of meer voorwerp(en) gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf, zulks terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van voormeld(e) feit(en) een gewoonte heeft/hebben gemaakt;

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks 1 januari 2003 tot en met 28 juni 2007 te [pleegplaats 1], gemeente [gemeente] en/of [pleegplaats 2] en/of [pleegplaats 3], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, op verschillende tijdstippen, in elk geval eenmaal, (telkens) een hoeveelheid geld en/of één of meer auto('s) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat geld en/of die auto('s) (telkens) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Partiële vrijspraak

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting niet in voldoende mate aannemelijk is geworden dat het op het woonadres van de verdachte aangetroffen geldbedrag van EUR 10.735,-- afkomstig is uit de hennephandel, waarvoor de verdachte bij het beroepen vonnis onherroepelijk is veroordeeld. Evenmin is aannemelijk geworden dat dit geldbedrag afkomstig is uit enig ander misdrijf. Het hof zal de verdachte daarvan dan ook (partieel) vrijspreken.

Bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat de verdachte van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe - kort gezegd en voor zover na de hiervoor overwogen partiële vrijspraak nog van belang - aangevoerd dat niet is bewezen dat de in beslag genomen auto’s middellijk of onmiddellijk afkomstig zijn uit enig misdrijf. Het bewijs gaat niet verder dan de vermogensvergelijking van de Belastingdienst terwijl deze uitgaat van onjuiste bedragen, nu de verdachte bijvoorbeeld een uitkering van een stichting heeft gehad en zijn uitkering van de gemeentelijke sociale dienst heeft moeten terugbetalen, aldus de raadsman.

Het hof overweegt als volgt.

Op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof het volgende vast.

Op 28 juni 2007 heeft een doorzoeking plaatsgevonden van de woning van de verdachte, aan [het adres van verdachte] te [pleegplaats 3]. Voor deze woning werd onder meer een Mercedes Benz, type E 270 CDI en voorzien van kenteken [kenteken 1], aangetroffen. In de kofferruimte van deze Mercedes werden zes verhuisdozen met daarin henneptoppen aangetroffen. Het totaalgewicht bedroeg 33,1 kilogram.

Op een groenstrook behorende bij het woonwagenkamp gelegen aan [het adres] te [pleegplaats 3] werd verder nog een Mercedes Benz, type SLK 230 kompressor Roadster en voorzien van kenteken [kenteken 2] aangetroffen.

Ten aanzien van de Mercedes Benz met kenteken [kenteken 1]

De Mercedes was op naam gesteld van [A], zijnde de moeder van de verdachte. Zij verklaarde dat deze Mercedes een familieauto was en dat haar zoon, de verdachte, de auto had gekocht en bovendien alles met betrekking tot die auto regelde en betaalde. Ook heeft zij verklaard dat verdachte de auto vaak gebruikte. Hij zette de auto ’s avonds altijd weer op de plaats.

Bij navraag in het Nationaal Schengen Informatiesysteem bleek dat de aansprakelijkheid voor de Mercedes in de periode, voordat deze op naam stond van [A], lag bij [B]. Zijn aansprakelijkheid liep van 15 augustus 2006 tot en met 30 januari 2007.

[B] verklaarde dat hij de Mercedes had verkocht aan ene ‘[bijnaam]’ [achternaam verdachte], die hij omschreef als de zoon van zijn zus, die [achternaam A] heet, (het hof begrijpt: de verdachte). De verdachte ruilde daartoe een auto in en betaalde hem daarboven een bedrag van EUR 7.000,--.

De verdachte verklaarde tegenover de politie dat hij in het bezit was van een Mercedes 270, die hij van [achternaam B] had gekocht. Naar eigen zeggen stond die auto op naam van zijn moeder, maar was hij de enige bestuurder en had alleen hij de beschikking over de autosleutels. Zijn moeder reed slechts af en toe in zijn auto.

Ten aanzien van de Mercedes Benz met kenteken [kenteken 2]

Op 29 juni 2007, de dag na voormelde doorzoeking, werd het onderzoeksteam van de politie gebeld door [C]. Zij deelde mede dat zij de eigenaresse was van de in beslag genomen Mercedes Benz met kenteken [kenteken 2] en dat zij deze graag terug wilde hebben. Op 3 juli 2007 nam zij wederom telefonisch contact op en kwam zij op die verklaring terug. Ze verklaarde dat de vader van [D], genaamd [voornaam verdachte], aan haar had gevraagd deze Mercedes op haar naam te zetten, dat ze dat zonder goed na te denken had gedaan, dat de verzekering en belasting steeds keurig door [voornaam verdachte] werd betaald en dat iemand haar na de politieactie (het hof begrijpt: de doorzoeking op 28 juni 2007) had gezegd dat ze de politie moest bellen omdat het dan geloofwaardig zou overkomen dat de auto van haar was.

Bij navraag in het Nationaal Schengen Informatiesysteem bleek dat de aansprakelijkheid voor deze Mercedes in de periode, voordat deze op naam stond van [C], lag bij [E]. Haar aansprakelijkheid liep van 16 december 2005 tot en met 7 augustus 2006.

[E] verklaarde aanvankelijk dat zij de Mercedes voor een bedrag van EUR 19.000,-- had gekocht van ene [achternaam verdachte]. Nadat zij er mee geconfronteerd werd dat deze verklaring niet overeenkomt met de verklaring van de huidige kentekenhoudster, verklaarde zij dat [voor- en achternaam verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) haar had verteld dat hij de Mercedes niet op zijn naam kon zetten vanwege een uitkering en dat hij haar daarom had gevraagd of zij de auto op haar naam wilde zetten. Zij verklaarde voorts dat zij daarmee belangeloos had ingestemd, dat de verdachte de belasting cash aan haar terugbetaalde en dat hij ook de verzekering had geregeld. Op het moment dat zij ging scheiden van haar man moest ze van de auto af, waarna de verdachte een andere vrouw (het begrijpt gelet op het voorgaande: [C]) heeft gevonden die de auto op haar naam wilde laten zetten.

Het hof leidt uit het voorgaande af dat de verdachte met zijn handelswijze heeft verborgen en/of verhuld dat hij de rechthebbende was op beide auto’s.

In aanmerking genomen de omstandigheden dat in de kofferbak van de Mercedes voorzien van kenteken [kenteken 1] een hoeveelheid van 33,1 kilogram hennep werd aangetroffen, dat de verdachte bij het beroepen vonnis ook onherroepelijk is veroordeeld voor het verhandelen van hennep en dat hij tegen [E] heeft gezegd dat hij de auto’s niet op zijn naam kon zetten vanwege een uitkering, is het hof bovendien van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat die auto’s middellijk of onmiddellijk afkomstig waren uit de hennephandel dan wel uit enig ander misdrijf.

Dat de vermogensvergelijking van de Belastingdienst niet voldoende zorgvuldig is gemaakt kan aan de raadsman van verdachte worden toegegeven, doch maakt het vorenoverwogene niet anders.

Nu de door de raadsman bepleite vrijspraak wordt weersproken door de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, wordt het verweer verworpen.

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 28 juni 2007, in Nederland, van voorwerpen, te weten van twee auto's, heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen waren, terwijl hij wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 420bis, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Het hof komt tot een bewezenverklaring die ziet op het witwassen van een tweetal auto’s.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 175 dagen zal worden opgelegd.

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Het hof overweegt als volgt.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

In verband met de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Het hof heeft daarbij rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat het middellijk of onmiddellijk herinvesteren van uit misdrijf verkregen gelden de integriteit van het financiële en economische verkeer heeft geschonden;

- de omstandigheid dat verdachte zich van het bovenstaande geen enkele rekenschap heeft gegeven en kennelijk uitsluitend heeft gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin.

De omstandigheid dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 28 september 2009 nauwelijks eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, is voor het hof geen aanleiding een andersoortige of lagere straf op te leggen.

Beslag

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu de voorwerpen geheel of grotendeels door middel van het ten last gelegde en bewezen verklaarde zijn verkregen. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van EUR 10.730,--, zal worden teruggegeven aan [F], zijnde degene die blijkens het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Van hetgeen verder in beslag genomen en nog niet teruggegeven is, zal de teruggave aan de verdachte worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24, 33, 33a, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het onder 3 bewezen verklaarde oplevert:

Witwassen, meermalen gepleegd.

Verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

1. Personenauto, met kenteken [kenteken 2], Mercedes Benz, kleur: zwart;

2. Personenauto, met kenteken [kenteken 1], Mercedez Benz, kleur: grijs;

4. Kentekenbewijs, kenteken [kenteken 1];

5. Sleutel, autosleutels van personenauto met kenteken [kenteken 1];

16. 2 Kentekenbewijzen.

Gelast de teruggave aan [F] (geboren op [datum in 1984] te [geboorteplaats] van het in beslag genomen geldbedrag, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

7. een geldbedrag van EUR 10.730,00.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

14. 3 stuks papier, notitievelletjes.

Aldus gewezen door

mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,

mr. J.M.W.M. van den Elzen en mr. J.F. Dekking,

in tegenwoordigheid van mr. A.P. Verhaegh, griffier,

en op 18 november 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.