Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BK3047

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-06-2009
Datum publicatie
11-11-2009
Zaaknummer
HD 103.005.987
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Omvang herinrichtingskosten na beëindiging huur bedrijfsruimte. Art. 7:297 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
WR 2010, 36
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

zaaknr. HD 103.005.987

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht, zevende kamer,

van 30 juni 2009,

gewezen in de zaak van:

1. de vennootschap onder firma PRESTO PIZZA V.O.F.,

gevestigd te [vestigingsplaats], gemeente [gemeentenaam],

hierna mede te noemen: Presto Pizza,

2. [X.], vennoot van Presto Pizza, wonende te [woonplaats],

3. [Y.], vennoot van Presto Pizza, wonende te [woonplaats],

appellanten bij exploot van dagvaarding van 21 december 2007, gezamenlijk ook te noemen: Presto Pizza c.s.;

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Z.] SCHOEN & VOETCENTRUM B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna mede te noemen: [Z.],

geïntimeerde bij gemeld exploot,

advocaat: mr. E.A. Leeman,

op het hoger beroep van het door de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie ’s-Hertogenbosch gewezen vonnis van 18 oktober 2007 tussen geïntimeerde als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en appellanten als gedaagden in conventie, eisers in reconventie.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 483826, rolnr. 9902/06)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven met producties hebben Presto Pizza c.s. twee grieven aangevoerd en geconcludeerd, kort gezegd, tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep voorzover de reconventionele vordering van Presto Pizza c.s. om [Z.] te veroordelen tot betaling aan Presto Pizza c.s. van een bedrag als tegemoetkoming in haar herinrichtingskosten is afgewezen, en in zoverre opnieuw rechtdoende [Z.] te veroordelen om aan Presto Pizza c.s. een bedrag van € 29.960,77 exclusief btw te betalen terzake van inrichtingskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 9 maart 2008 tot de dag van algehele voldoening.

2.2. Bij memorie van antwoord heeft [Z.] de grieven bestreden.

2.3. Op 28 januari 2009 heeft een pleitzitting plaatsgevonden waarbij partijen hun standpunt hebben bepleit. Voor Presto Pizza c.s. is gepleit door mr. H. Veldhuizen en voor [Z.] door mr. E.A. Leeman. Mr. Veldhuizen heeft gepleit aan de hand van pleitnotities.

2.4. De zaak is vervolgens naar de rol verwezen. Presto Pizza c.s. hebben bij akte producties in het gebracht. [Z.] heeft een akte uitlating producties genomen.

2.5. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de gronden van het hoger beroep verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

Tussen Presto Pizza als huurster en [Z.] als verhuurster heeft een huurovereenkomst bestaan met betrekking tot de bedrijfsruimte aan [straatnaam A.] te [plaatsnaam 1]. De huur was ingegaan op 1 januari 1992. Presto Pizza exploiteerde in de bedrijfsruimte een afhaal/bezorgdienst voor pizza’s. Tussen partijen staat vast dat de huurovereenkomst betrekking heeft op bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 7:290 e.v. BW.

[Z.] heeft op 21 december 2005 aan Presto Pizza de huur opgezegd tegen 31 december 2006 op de grond dat zij het verhuurde persoonlijk duurzaam in eigen gebruik wil nemen en het verhuurde daartoe dringend nodig heeft. Presto Pizza is niet akkoord gegaan met huurbeëindiging. [Z.] heeft daarop bij de kantonrechter te ’s-Hertogenbosch gevorderd – voorzover thans nog van belang – dat de kantonrechter het tijdstip zal vaststellen waarop de huurovereenkomst zal eindigen. Presto Pizza c.s. hebben in reconventie, voor het geval de vordering tot huurbeëindiging zou worden toegewezen, gevorderd dat een bedrag zal worden vastgesteld dat [Z.] dient te betalen ter tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten.

Bij vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter geoordeeld – voorzover thans nog van belang – dat de huurovereenkomst op 1 januari 2008 zal eindigen en dat [Z.] aan Presto Pizza c.s. een bedrag van € 1.800,- dient te betalen als tegemoetkoming in de verhuiskosten. Voor wat betreft de inrichtingskosten heeft de kantonrechter de vordering van Presto Pizza c.s. afgewezen omdat volgens de kantonrechter allerminst vast staat dat het tot een (verantwoorde) bedrijfsverplaatsing zal (kunnen) komen.

Presto Pizza c.s. hebben zich neergelegd bij de huurbeëindiging; het gehuurde is per 1 maart 2008 ontruimd. Presto Pizza is verhuisd naar een huurpand in [plaatsnaam 2.] aan [straatnaam B.].

In hoger beroep is uitsluitend de kwestie van de tegemoetkoming in de inrichtingskosten aan de orde. De grieven van Presto Pizza c.s. zijn gericht tegen de afwijzing van deze tegemoetkoming door de kantonrechter.

4.2. [Z.] stelt zich op het standpunt dat er geen plaats is voor een tegemoetkoming in de inrichtingskosten omdat er geen sprake is van een voortzetting van het bedrijf van Presto Pizza. Volgens [Z.] is Presto Pizza in [plaatsnaam 2.] een geheel nieuw bedrijf begonnen dat niet als een voortzetting van het bedrijf in [plaatsnaam 1.] kan worden aangemerkt.

4.3. Het hof verwerpt dit standpunt van [Z.]. De kernactiviteit van Presto Pizza in [plaatsnaam 1.] was de productie en verkoop van pizza’s. Die kernactiviteit is in stand gebleven en verplaatst naar een bedrijfspand in [plaatsnaam 2.]. Dat de vloeroppervlakte van de bedrijfsruimte thans groter is dan in [plaatsnaam 1.] is in dit verband niet doorslaggevend, evenmin als het feit dat er in [plaatsnaam 2.], anders dan in [plaatsnaam 1.], geen mogelijkheid meer is om pizza's ter plekke te nuttigen.

4.4. Evenmin acht het hof in dit verband van doorslaggevend belang dat het bedrijf niet binnen de gemeentegrenzen van [plaatsnaam 1.] is verhuisd. Deze omstandigheid staat niet in de weg aan toewijzing van een tegemoetkoming in de inrichtingskosten.

4.5. In haar memorie van grieven heeft Presto Pizza het bedrag dat is gemoeid met de inrichting van de nieuwe bedrijfsruimte becijferd op € 29.960,77 excl. btw. Zij vordert dat [Z.] zal worden veroordeeld om dat bedrag aan haar te betalen. Het gevorderde bedrag is hoger dan het bedrag dat in eerste aanleg was gevorderd. Tegen deze vermeerdering van eis is geen bezwaar gemaakt, zodat het hof recht zal doen op de vermeerderde eis.

4.6. In haar laatste akte (na pleidooi) heeft Presto Pizza de inrichtingskosten nader berekend op € 37.685,19 excl. btw. Zij heeft haar vordering echter gehandhaafd op het bedrag, genoemd in de memorie van grieven.

4.7. Bij de beoordeling van de vordering stelt het hof voorop dat artikel 7:297 BW de huurder geen aanspraak geeft op een volledige vergoeding van gemaakte inrichtingskosten. Deze aanspraak gaat niet verder dan een tegemoetkoming in die kosten.

Bij de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming gaat het niet alleen om de omvang van de gemaakte kosten, maar dient rekening te worden gehouden met alle relevante omstandigheden, zoals de vergelijkbaarheid van de inrichting in de oude en in de nieuwe bedrijfsruimte, de ouderdom van de achtergebleven inrichting, etc.

4.8. Volgens Presto Pizza heeft zij de volgende inrichtingskosten gemaakt (alle bedragen zijn excl. btw vermeld):

a) verbouwingskosten tot een bedrag van € 20.175,- (bouwbedrijf [M.]). Presto Pizza heeft in [plaatsnaam 2.] een kale hal gehuurd die verbouwd moest worden. Er zijn onder meer wanden en deuren geplaatst en er is een systeemplafond aangebracht;

b) apparatuur tot een bedrag van € 6.885,01 ([N.]Horeca). Het gaat om de aankoop van onder meer een vaatwasser, werkbanken, een kooktafel, een afzuigkap en een spoeltafel;

c) aansluitkosten telefoon en energie (KPN Telecom en Essent) ad € 237,60 en € 325,54;

d) drukwerk ad € 1.143,10 ([O.]) waarbij het gaat om nieuwe kwitantieblokken, belettering, flyers en stickers;

e) reclame en advertentiekosten (Bossche omroep, [P.] en [Q.]) ten bedrage van respectievelijk € 79,-, € 221,50 en € 55,-;

f) kosten bankgarantie ten behoeve van de nieuwe huurovereenkomst: € 200,-;

g) bonnen Ikea: € 278,99;

h) huur reinigingsapparatuur bij [R.]: € 50,15;

i) materialen, gekocht bij [S.]: € 1.658,94;

j) facturen [T.]Horeca: € 720,-;

k) tegelwerk ([U.] Tegelwerken) ten bedrage van € 4.855,04;

l) bonnen Praxis en Gamma: € 800,32.

4.9. Bij de beoordeling van de voormelde kosten houdt het hof rekening met de omstandigheid dat Presto Pizza haar verhuizing mede heeft gebruikt om haar bedrijfsruimte uit te breiden. Dit geldt niet alleen de vloeroppervlakte van de bedrijfsruimte, maar ook de beschikbaarheid van apparatuur. Zo is er onder meer een uitbreiding met een vaatwasser en een tweede kookplaat.

Tevens is van belang dat door Presto Pizza is erkend dat de oude inrichting was afgeschreven en dat zij thans kan beschikken over een geheel nieuwe inrichting.

4.10. Voor wat betreft de facturen van [N.]Horeca heeft [Z.] er terecht op gewezen dat uit de overgelegde stukken slechts blijkt van betaling aan dit bedrijf van een bedrag van in totaal € 4.363,97 excl. btw.

Eveneens terecht heeft [Z.] aangevoerd dat de bonnen van Praxis, Gamma en Ikea niet zonder meer terug te voeren zijn op de inrichting van de nieuwe bedrijfsruimte.

4.11. Het hof houdt verder nog rekening met de omstandigheid dat Presto Pizza weliswaar verbouwingskosten heeft moeten maken omdat zij een bijna kale hal geschikt moest maken als bedrijfsruimte, maar dat daar tegenover staat dat zij thans minder huur betaalt (te weten € 1.071,- per maand) dan bij de oude bedrijfsruimte het geval was (namelijk: € 1.472,89 per maand).

4.12. Alles bijeen acht het hof een tegemoetkoming in de inrichtingskosten van € 10.000,- redelijk.

[Z.] zal, met vernietiging van het vonnis van de kantonrechter op dit punt, worden veroordeeld om dit bedrag aan Presto Pizza c.s. te betalen.

4.13. Omdat de huurbeëindiging inmiddels een feit is, is het bepaalde in artikel 7:297 lid 2 BW (de verhuurder heeft de mogelijkheid zijn beëindigingsvordering in te trekken) thans niet meer aan de orde.

4.14. [Z.] dient als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep veroordeeld te worden.

Het standpunt van [Z.] dat Presto Pizza c.s. het nodeloos op een hoger beroep hebben laten aankomen omdat zij in eerste aanleg hebben verzuimd hun vordering terzake van inrichtingskosten behoorlijk te onderbouwen, wordt verworpen. Eerst in hoger beroep is duidelijk geworden dat er sprake is van daadwerkelijke inrichtingskosten en de omvang daarvan.

Wel zal het hof de proceskostenveroordeling beperken omdat het aan Presto Pizza c.s. te wijten is geweest dat na het pleidooi verwijzing naar de rol noodzakelijk was om nadere stukken in het geding te brengen.

5. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend voorzover daarbij de vordering tot betaling van een tegemoetkoming in de inrichtingskosten van Presto Pizza c.s. is afgewezen en in zoverre opnieuw recht doende:

veroordeelt [Z.] om aan Presto Pizza c.s. terzake van inrichtingskosten een bedrag te voldoen van € 10.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 maart 2008 tot aan de dag van algehele voldoening;

wijst af hetgeen terzake van inrichtingskosten meer of anders is gevorderd;

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor het overige;

veroordeelt [Z.] in een deel van de kosten van het hoger beroep en begroot dat gedeelte aan de zijde van Presto Pizza c.s. tot op heden op € 321,85 voor verschotten en op € 1.788,-,- voor salaris advocaat;

compenseert de kosten van het hoger beroep voor het

overige;

verklaart de voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Etten, Kleijngeld en Theuws en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 30 juni 2009.