Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BK1913

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-08-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
20-004892-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 45 Wet RO; artt. 348, 495 WvSv

Tussenarrest. Absolute competentie: politierechter of kinderrechter? Deels minderjarige, deels meerderjarige verdachte gedurende de ten laste gelegde pleegperiode. Geen splitsing. Doelmatige rechtspleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2013/89.16
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-004892-08

Uitspraak : 13 augustus 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Tussenarrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Maastricht van 12 december 2008 in de strafzaak met parketnummer 03-530497-08 tegen:

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

wonende te [woonplaats].

Hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De vordering van de advocaat-generaal strekt ertoe dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en de politierechter onbevoegd te verklaren van het ten laste gelegde kennis te nemen.

Beoordeling

Kort gezegd is verdachte ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 23 mei 2008 tot en met 28 mei 2008 heeft schuldig gemaakt aan de heling van een bromfiets-kentekenplaat.

Gelet op het feit dat verdachte op [geboortedag] mei 2008 de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, was verdachte gedurende een gedeelte van de ten laste gelegde pleegperiode minderjarig en gedurende een gedeelte meerderjarig.

Het ten laste gelegde is door de politierechter berecht en de advocaat-generaal en de verdediging zijn van oordeel dat deze daartoe niet bevoegd was. In hun visie had de zaak bij de kinderrechter aangebracht dienen te worden.

Het hof volgt de advocaat-generaal en de verdediging in hun gezamenlijk standpunt niet.

Indien er geen aanleiding is om aan te brengen bij de meervoudige kamer, is de vuistregel met betrekking tot de absolute competentie in eerste aanleg dat de kinderrechter bevoegd is om van een heling gepleegd door een strafrechtelijk minderjarige verdachte kennis te nemen. Ter zake van heling gepleegd door een strafrechtelijk meerderjarige verdachte is de gewone strafrechter, dus ook de politierechter, tot kennisneming bevoegd.

Er zijn gevallen waarin berechting van strafwaardige gedragingen begaan in een periode gelegen rond het bereiken van de achttienjarige leeftijd zich voor splitsing leent. Een deel van de gedragingen kan dan worden aangebracht voor de kinderrechter en een deel voor de gewone rechter. Naar oordeel van het hof leent het onderhavige ten laste gelegde zich echter voor een dergelijke splitsing niet. Het betreft in de kern immers één strafrechtelijk verwijt waarvan in ieder geval de steller van de tenlastelegging gemeend heeft zich niet tot een concrete pleegdatum te kunnen of te moeten beperken.

Omdat naar het oordeel van het hof bovenbedoelde absolute competentieregel ook met zich brengt dat de kinderrechter niet bevoegd is om kennis te nemen van strafbare feiten begaan na het moment waarop een verdachte de achttienjarige leeftijd heeft bereikt, is het hof in het licht van bovenvermelde onsplitsbaarheid van oordeel dat een doelmatige, met de belangen van een verdachte rekening houdende, rechtspleging met zich mee brengt dat de gewone rechter van het in deze zaak aan verdachte ten laste gelegde kon kennis nemen.

Anders dan de advocaat-generaal en de verdediging komt het hof dus tot het oordeel dat de politierechter in de rechtbank Maastricht bevoegd was.

Omdat dit niet volledig is geweest, in het bijzonder is nog geen onderzoek gedaan naar de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zal het hof het onderzoek ter terechtzitting heropenen.

BESLISSING

Het hof:

Heropent het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.

Schorst het onderzoek, in het belang daarvan, tot de terechtzitting van donderdag 12 november 2009 te 15.00 uur, met bevel tot oproeping van verdachte tegen deze terechtzitting en met kennisgeving daarvan aan de raadsman.

Verstaat dat de onderhavige zaak dan gelijktijdig doch niet gevoegd zal worden behandeld met de eveneens tegen verdachte aanhangige strafzaak onder parketnummer 20-001406-09.

Aldus gewezen door

mr. S.C. van Duijn, voorzitter,

mr. J.W. de Ruijter en mr. C.R.L.R.M. Ficq,

in tegenwoordigheid van mr. L.A.H. Tappenbeck, griffier,

en op 13 augustus 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Ficq en mr. Tappenbeck zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.