Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BK0366

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-09-2009
Datum publicatie
15-10-2009
Zaaknummer
HV 200.037.175
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Machtiging uithuisplaatsing in verblijf pleegouder 24-uurs. In eerste instantie betrof het een netwerkplaatsing bij grootouders (mz). Ten tijde van hoger beroep waren de kinderen geplaatst in een crisispleeggezin. De vader komt in appel van de bestreden beschikking voor zover deze ziet op een eventuele hernieuwde netwerkplaatsing bij de grootouders. Hierover kan het hof geen oordeel vellen, nu het een onzekere, toekomstige situatie betreft, waarvan de omstandigheden die van belang zijn voor de oordeelsvorming nog onbekend zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ER

16 september 2009

Sector civiel recht

Zaaknummer: HV 200.037.175/01

Zaaknummer eerste aanleg: 189955 JE RK 09-556MZ01

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Beschikking

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. F. van Passel,

t e g e n

Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de raad.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 7 april 2009.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 6 juli 2009, heeft de vader het hof verzocht voormelde beschikking te vernietigen voor zover het betreft de netwerkpleeggezin plaatsing van de kinderen bij de grootouders en, opnieuw rechtdoende, het verzoek om verlening van een machtiging alsnog af te wijzen, althans, te bepalen dat de kinderen, niet anders dan in en na overleg met Bureau Jeugdzorg, hun hoofdverblijf bij de vader zullen hebben, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

2.2. Bij verweerschrift en aanvullend verweerschrift, ingekomen ter griffie op 15 juli 2009, respectievelijk 28 juli 2009, heeft de moeder verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen.

2.2.1. Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 28 juli 2009, heeft de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant (hierna te noemen: de stichting) verzocht het hoger beroep van de vader af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2009. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de vader, bijgestaan door mr. F. van Passel;

- de moeder, bijgestaan door mr. B.A. van Mens;

- de stichting, vertegenwoordigd door de heer Van Iersel;

2.3.1. De Raad is, met bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 27 maart 2009;

- het faxbericht d.d. 25 augustus 2009 en de gelijkluidende brief d.d. 26 augustus 2009 van de stichting.

3. De beoordeling

3.1. Uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk van de moeder en de vader, zijn geboren:

- [Y.] (hierna: [Y.]), op [geboortejaar] te [geboorteplaats],

- [Z.] (hierna: [Z.]), op [geboortejaar] te [geboorteplaats].

De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [Y.] en [Z.] uit. De kinderen hadden tot 25 oktober 2008 hun gewone verblijfplaats bij de moeder.

3.2. Bij de beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 7 april 2009 zijn de kinderen onder toezicht gesteld van de stichting voor de duur van één jaar.

Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking, heeft de rechtbank, machtiging verleend om [Y.] en [Z.] met ingang van 7 april 2009 tot uiterlijk 7 april 2010 uit huis te plaatsen in een verblijf pleegouder 24-uurs.

3.3. De vader kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.4. De vader voert in het beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting - kort samengevat - het volgende aan.

De vader heeft geen bezwaar tegen de uithuisplaatsing van [Y.] en [Z.] in het huidige crisispleeggezin maar uitsluitend tegen een hernieuwde netwerkplaatsing bij de grootouders (mz). In plaats daarvan zouden de kinderen bij de vader geplaatst moeten worden.

De vader heeft ter zitting zijn petitum dan ook in die zin aangepast dat hij verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen voor zover deze ziet op de netwerkplaatsing van de kinderen bij de grootouders (mz) en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de kinderen, indien zij niet langer in het huidige crisispleeggezin kunnen blijven, niet wederom worden geplaatst bij de grootouders (mz) maar bij de vader. De vader heeft hieraan toegevoegd dat hij bij een plaatsing van de kinderen bij grootouders (mz) buiten spel komt te staan.

3.5. De moeder voert in het verweerschrift, zoals aangevuld ter zitting - kort samengevat - aan dat zij niets ziet in een plaatsing bij de vader. In de periode dat de vader voor de kinderen heeft gezorgd, vanaf haar opname op de [naam afdeling]-afdeling van de GGZ op 25 oktober 2008 tot 5 december, ging het volgens haar niet goed met de kinderen. De vader is niet in staat de zorg- en opvoedingstaken te combineren met zijn werk. Bovendien is de vrouw van mening dat de vader de problemen van de kinderen ontkent, dan wel onderschat, hetgeen niet in hun belang is.

De moeder is tevreden met de plaatsing in het huidige crisispleeggezin. Indien de kinderen daar niet langer zouden kunnen blijven en zij ook nog niet terug thuis bij haar geplaatst kunnen worden, wenst zij dat de kinderen weer bij de grootouders (mz) geplaatst worden.

3.6. De stichting voert in het verweerschrift, zoals aangevuld ter zitting en bij faxbericht van 25 augustus 2009 - kort samengevat - het volgende aan.

De kinderen zijn op 28 april 2009 vanuit de netwerkplaatsing bij de grootouders (mz) in een neutraal crisispleeggezin geplaatst, vanwege vermoedens van seksueel misbruik door een onbekende dader. De stichting is van mening dat eerst duidelijk moet worden wat er met de kinderen is gebeurd, alvorens enig opvoedingsbesluit genomen kan worden. Tot die duidelijkheid er is moeten de kinderen op een neutrale plek blijven. Voorlopig is er dus geen sprake van een eventuele terugkeer van de kinderen naar de grootouders (mz), doch de stichting kan dit voor de toekomst niet geheel uitsluiten.

3.7. Het hof overweegt het volgende.

3.7.1. Op grond van artikel 1:261 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter een minderjarige uit huis plaatsen, indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

De ouders zijn het er over eens dat de gronden voor uithuisplaatsing nog aanwezig zijn, doch verschillen van mening over de vraag waar de kinderen (in de toekomst) in het kader van deze machtiging geplaatst moeten worden.

3.7.2. Het hof overweegt dat Brian en Julian op dit moment niet (meer) bij de grootouders (mz) geplaatst zijn, doch in een neutraal pleeggezin. De stichting heeft desgevraagd ter zitting gesteld dat (terug)plaatsing in het kader van de machtiging uithuisplaatsing bij de grootouders (mz) op dit moment niet aan de orde is en dat de huidige situatie gehandhaafd blijft totdat er duidelijkheid is over wat er met de kinderen in seksueel opzicht is gebeurd. Uit het faxbericht d.d. 25 augustus 2009 van de stichting kan worden afgeleid dat beide kinderen tot 1 september 2009 in het huidige pleeggezin kunnen verblijven en dat een ander kort verblijfpleeggezin zal worden gezocht voor de periode ná 1 september 2009. Deze fax maakt er ook melding van dat de stichting op 29 juli 2009 aan de vader een indicatiebesluit heeft verzonden met de zorgaanspraak “jeugdhulp thuis” ter zake de opvoedkundige taken van de vader.

Volgens de moeder is een dergelijk indicatiebesluit voor haar niet nodig.

Verder blijkt dat de stichting de resultaten en adviezen van GGZ [naam afdeling]

afwacht, alvorens zij een besluit zal nemen over het toekomstperspectief van deze kinderen. Door de afwezigheid van de gezinsvoogd wegens vakantie is onduidelijk gebleven wat het beleid van de stichting precies is ten aanzien van een mogelijke terugkeer van de kinderen bij de grootouders (mz), maar het hof acht dit niet waarschijnlijk, gelet op alle thans verkregen gegevens.

Nu het appel van de vader slechts is gericht tegen een eventuele toekomstige netwerkplaatsing bij de grootouders (mz), kan het hof hierover thans nog geen oordeel vellen. Het betreft immers een onzekere, toekomstige situatie, waarvan de omstandigheden die van belang zijn voor de oordeelsvorming nog onbekend zijn.

3.8. Gelet op het voorgaande dient de man niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 7 april 2009.

4. De beslissing

Het hof:

verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 7 april 2009.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Teeffelen, Draijer-Udo en Philips, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2009.