Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ9592

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-10-2009
Datum publicatie
07-10-2009
Zaaknummer
20-002995-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Openlijk geweld (141 Sr) door voetbalsupporters in en rondom stadion van FC Den Bosch. In vereniging plegen van geweld; voldoende wezenlijke of significante bijdrage aan dat geweld? Blijkens de wetsgeschiedenis kan de vereiste voldoende wezenlijke bijdrage aan het openlijk geweld onder meer bestaan uit het bemoeilijken van de herkenning van personen die gewelddadige handelingen plegen, indien daarmee opzettelijk wordt voorkomen dat deze handelingen en de gevolgen daarvan op deze personen kunnen worden teruggeleid. Het hof heeft de overtuiging bekomen dat verdachte niet slechts een capuchon heeft gedragen teneinde herkenning van zichzelf te voorkomen, maar dat zijn opzet tevens - minstgenomen in voorwaardelijke zin - was gericht op het bemoeilijken dan wel voorkomen van de herkenning van de feitelijke geweldplegers door de politie. Het handelen van verdachte was daartoe ook geschikt. Verdachte heeft immers welbewust, gehuld in een capuchon, op twee plaatsen in en rond het stadion deel uitgemaakt van een groep geweldplegers, van wie een aantal zelf ook in capuchons was gehuld. Hierdoor werd de herkenning van deze geweldplegers door de politie - door verbalisanten die ter plaatse toezicht hielden, dan wel naderhand op basis van tijdens de ongeregeldheden gemaakte foto’s of video-opnamen - bemoeilijkt of zelfs onmogelijk gemaakt. Verdachte heeft door zijn voortgezette aanwezigheid in de groep, het daardoor zorgen voor getalsvermeerdering van die groep en het daarbij - evenals een deel van de feitelijke geweldplegers - dragen van een capuchon, bijgedragen aan de sfeer van ontremming en anderen in staat heeft gesteld om - met een verkleinde kans op herkenning door de politie - geweldshandelingen te plegen. Aldus heeft verdachte het plegen van geweld welbewust bevorderd. Derhalve heeft verdachte een significante bijdrage aan het openlijk geweld geleverd, zodat hij dat geweld in vereniging heeft gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2009, 268

Uitspraak

Parketnummer: 20-002995-08

Uitspraak: 7 oktober 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 30 juli 2008 in de strafzaak met parketnummer 01-840630-08 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1970],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is in de appelakte d.d. 12 april 2008, bezien in samenhang met de daaraan gehechte schriftelijke opgave van bezwaren van gelijke datum, uitdrukkelijk beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder 1 is ten laste gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal vernietigen en, in zoverre opnieuw rechtdoende, het onder 1 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte ter zake daarvan zal veroordelen tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand met een proeftijd van twee jaren.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - zal worden vernietigd, omdat het hof - anders dan de eerste rechter - komt tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde.

Tenlastelegging

Aan verdachte is onder 1 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 november 2007 te 's-Hertogenbosch met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Victorialaan, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer opsporingsambtenaren en/of politiepaarden en/of omheining(en)/hek(ken), welk geweld bestond uit het (telkens) oplopen naar en/of afrennen op die opsporingsambtenaren en/of politiepaarden en/of het gooien van een of meer voorwerpen naar/tegen die opsporingsambtenaren en/of politiepaarden en/of schreeuwen en/of roepen naar die opsporingsambtenaren en/of politiepaarden en/of het maken van een of meer slaande en/of schoppende bewegingen in de richting van/naar die opsporingsambtenaren en/of politiepaarden en/of het schoppen en/of duwen naar/tegen en/of het (los)trekken van en/of omgooien van dat/die hekwerk(en)/omheining(en).

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 11 november 2007 te 's-Hertogenbosch met anderen, op of aan de openbare weg, de Victorialaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen opsporingsambtenaren en politiepaarden en een hek, welk geweld bestond uit het afrennen op die opsporingsambtenaren en het gooien van voorwerpen naar die opsporingsambtenaren en politiepaarden en roepen naar die opsporingsambtenaren en het lostrekken van en omgooien van dat hekwerk.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is onder 1 ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

De advocaat-generaal heeft betoogd dat de ten laste gelegde openlijke geweldpleging dient te worden bewezen verklaard. Daartoe is - onder verwijzing naar de appelschriftuur van de officier van justitie d.d. 20 augustus 2008 - aangevoerd dat supporters van FC Den Bosch in het stadion de confrontatie hebben gezocht met supporters van ADO Den Haag die het veld hadden betreden. Vervolgens is buiten het stadion op drie plaatsen openlijk geweld gepleegd door supporters van FC Den Bosch: eerst bij de noordelijke ingang van de hoofdtribune (ingang E/F/G), vervolgens bij de hoofdingang van de hoofdtribune en tenslotte bij de zuidelijke ingang van de hoofdtribune (ingang A/B/C/D, alwaar een hekwerk werd vernield). Nu verdachte zich eerst binnen het stadion en vervolgens buiten het stadion bij de zuidelijke ingang in de groep supporters heeft bevonden, terwijl hij zich niet heeft gedistantieerd van die groep (waartoe hij wel de gelegenheid heeft gehad), en hij voorts een capuchon heeft gedragen om herkenning te bemoeilijken, heeft verdachte bewust gekozen voor de groep die uit was op verdere confrontatie. Aldus heeft hij door zijn voortgezette aanwezigheid in de groep gezorgd voor de getalsvermeerdering van die groep en blijk gegeven van zijn intentie die was gericht op (het uitlokken van) verder geweld en daarmee actief bijgedragen aan de sfeer van ontremming. Verdachte heeft derhalve een significante bijdrage geleverd aan het openlijk geweld, zodat hij dat openlijk geweld in vereniging heeft gepleegd, aldus de advocaat-generaal.

De verdachte heeft aangevoerd dat hij onderweg was naar zijn auto en dat hij niet bewust deel heeft uitgemaakt van de groep supporters die openlijk geweld heeft gepleegd.

Het hof stelt voorop dat de tenlastelegging onder 1 is toegesneden op artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht, zodat de in de tenlastelegging voorkomende woorden ‘in vereniging’ geacht worden aldaar te zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in het eerste lid van dat artikel. Volgens vaste jurisprudentie is van ‘in vereniging’ plegen van geweld sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is dus niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die ‘in vereniging’ geweld pleegt.

Het hof stelt het volgende vast:

- Na de wedstrijd bevond verdachte zich in het stadion in een groep supporters van

FC Den Bosch. Leden van die groep hebben het veld betreden. Verdachte bevond zich in de gracht tussen de tribune en het veld; dichtbij het hek dat het veld van de gracht scheidt. Verdachte droeg, evenals veel leden van de groep waarin hij zich op dat moment bevond (onder wie groepsleden die het veld hebben betreden), een capuchon. (foto op dossierpagina 22 bovenaan)

- Verdachte bevond zich vervolgens buiten het stadion bij de zuidelijke ingang van de hoofdtribune in een groep supporters van FC Den Bosch. Leden van die groep hebben een hekwerk omgetrokken. Op het moment dat het hekwerk werd losgetrokken, bevond verdachte zich op niet meer dan enkele meters van dat hekwerk. Verdachte droeg ook toen, evenals andere leden van de groep waarin hij zich op dat moment bevond (onder wie groepsleden die geheel vooraan bij het hekwerk stonden en kennelijk zelf geweld hebben gepleegd tegen dat hekwerk), een capuchon. (foto’s op dossierpagina 22 onderaan en dossierpagina 23 bovenaan).

- De supporters van FC Den Bosch zijn steeds vrij geweest om al dan niet deel uit te maken van de groep die openlijk geweld heeft gepleegd. Zij zijn steeds vrij geweest om de groep die geweld pleegde te verlaten en hun weg te vervolgen. (proces-verbaal d.d. 6 maart 2008 van verbalisant [naam] op dossierpagina’s 19-20)

Het hof is - met de advocaat-generaal - van oordeel dat verdachte door zijn voortgezette aanwezigheid in de groep en door zich niet van die groep te distantiëren, terwijl hij daartoe wel de gelegenheid heeft gehad, bewust heeft gekozen voor de groep die uit was op geweld. Aldus heeft verdachte blijk gegeven van zijn opzet op het onderdeel uitmaken van de groep die dat geweld pleegde. Het hof hecht geen geloof aan de verklaring van verdachte dat hij onderweg was naar zijn auto en dat hij niet bewust deel heeft uitgemaakt van de groep supporters die openlijk geweld heeft gepleegd. De normale route naar zijn auto loopt naar het oordeel van het hof niet binnendoor (via de gracht), terwijl tevens uit de foto’s op dossierpagina 22 onderaan en dossierpagina 23 bovenaan niet valt af te leiden dat verdachte doende was om in een andere richting te gaan dan de groep van waaruit het geweld werd gepleegd.

Wat betreft het leveren van een voldoende wezenlijke bijdrage aan het geweld overweegt het hof nog als volgt.

Blijkens de wetsgeschiedenis kan de vereiste voldoende wezenlijke bijdrage aan het openlijk geweld onder meer bestaan uit het bemoeilijken van de herkenning van personen die gewelddadige handelingen plegen, indien daarmee opzettelijk wordt voorkomen dat deze handelingen en de gevolgen daarvan op deze personen kunnen worden teruggeleid (Memorie van Antwoord, Kamerstukken I, 1999-2000, 26519, nr. 199a, pag. 6).

Het hof heeft de overtuiging bekomen dat verdachte niet slechts een capuchon heeft gedragen teneinde herkenning van zichzelf te voorkomen, maar dat zijn opzet tevens - minstgenomen in voorwaardelijke zin - was gericht op het bemoeilijken dan wel voorkomen van de herkenning van de feitelijke geweldplegers door de politie. Het handelen van verdachte was daartoe ook geschikt. Verdachte heeft immers welbewust, gehuld in een capuchon, op twee plaatsen in en rond het stadion deel uitgemaakt van een groep geweldplegers, van wie een aantal zelf ook in capuchons was gehuld. Hierdoor werd de herkenning van deze geweldplegers door de politie - door verbalisanten die ter plaatse toezicht hielden, dan wel naderhand op basis van tijdens de ongeregeldheden gemaakte foto’s of video-opnamen - bemoeilijkt of zelfs onmogelijk gemaakt.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, bezien in verband met hetgeen overigens uit de bewijsmiddelen blijkt, is het hof van oordeel dat verdachte door zijn voortgezette aanwezigheid in de groep, het daardoor zorgen voor getalsvermeerdering van die groep en het daarbij - evenals een deel van de feitelijke geweldplegers - dragen van een capuchon, heeft bijgedragen aan de sfeer van ontremming en anderen in staat heeft gesteld om - met een verkleinde kans op herkenning door de politie - geweldshandelingen te plegen. Aldus heeft verdachte het plegen van geweld welbewust bevorderd.

Het hof komt tot de slotsom dat verdachte een significante bijdrage geleverd heeft geleverd aan het openlijk geweld, zodat hij dat geweld in vereniging heeft gepleegd.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 141, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezen verklaarde wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het hof de door de advocaat-generaal gevorderde werkstraf voor de duur van 40 uren passend en geboden.

In aanmerking genomen het feit dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 18 augustus 2009 eerder ter zake van openlijke geweldpleging werd veroordeeld, ziet het hof - met de advocaat-generaal - aanleiding om aan verdachte tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand op te leggen. Met oplegging van deze voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het beroepen vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders onder 1 is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder 1 bewezen verklaarde oplevert:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

- ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van

40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,

mr. J.M.W.M. van den Elzen en mr. J.F. Dekking,

in tegenwoordigheid van mr. P. van Glabbeek, griffier,

en op 7 oktober 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.