Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ5339

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-08-2009
Datum publicatie
14-08-2009
Zaaknummer
HV 200.032.219 en HV 200.032.224
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schuldsaneringsregeling. Kan het Gerechtshof de hoogte van de boedelachterstand vaststellen?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

EB

5 augustus 2009

Sector civiel recht

Zaaknummers: HV 200.032.219/01 en HV 200.032.224/01

Zaaknummers eerste aanleg: 05/836 R en 05/837 R

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Arrest

in de zaken in hoger beroep van:

[X.],

en

[Y.],

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna te noemen: appellanten, en ieder afzonderlijk [X.] respectievelijk [Y.],

advocaat: mr. P.A. Schippers.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de vonnissen van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 20 april 2009.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschriften met producties, ingekomen ter griffie op 27 april 2009, hebben appellanten het hof verzocht voormelde vonnissen te vernietigen en opnieuw rechtdoende appellanten in de gelegenheid te stellen de schuldsaneringsregelingen te continueren met de door de rechtbank bepaalde verlenging met dien verstande dat de boedelachterstand bepaald wordt op € 9.697,93, althans te beslissen zoals het hof in alle redelijkheid juist acht daartoe leidende dat aan appellanten de schone lei niet wordt onthouden waarbij appellanten bereid zijn alle daaraan te stellen eisen en voorwaarden te aanvaarden, meer in het bijzonder verlenging van de duur van de schuldsaneringsregelingen.

2.2. Gelet op de verknochtheid van de beide onder HV 200.032.219/01 en HV 200.032.224/01 ter griffie ingeschreven zaken, heeft het hof de beide zaken gevoegd, opdat zij gezamenlijk zullen worden behandeld en beslist.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 juli 2009. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- appellanten, bijgestaan door mr. P.A. Schippers;

- de heer L.A.T. Hol, hierna te noemen: de bewindvoerder;

- de heer O. Poorthuis, kantoorgenoot van de bewindvoerder.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de processen-verbaal van de mondelinge behandelingen in eerste aanleg d.d. 14 mei 2008 en 22 december 2008;

- de stukken van de eerste aanleg, afkomstig van de griffie van voornoemde rechtbank;

- de brief met bijlagen van de advocaat van appellanten d.d. 17 juli 2009;

- de brief met bijlagen van de advocaat van appellanten d.d. 27 juli 2009.

3. De beoordeling

3.1. Bij vonnissen van 9 december 2005 is zowel ten aanzien van [X.] als ten aanzien van [Y.] de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

De saneringsplannen zijn op 15 december 2005 vastgesteld, beide met een looptijd tot 9 december 2008.

3.2. Bij voordracht van 23 januari 2008 heeft de rechter-commissaris de rechtbank geadviseerd de saneringsplannen van appellanten te wijzigen en de schuldsaneringsregelingen te beëindigen op grond van artikel 354 (oud) Faillissementswet (Fw).

Op 14 mei 2008 heeft de eerste mondelinge behandeling in eerste aanleg plaatsgevonden. Bij die mondelinge behandeling heeft de rechtbank de beslissing omtrent de beëindiging aangehouden om -voor zover hier van belang- appellanten in de gelegenheid te stellen gemotiveerd aan te tonen waarom zij van mening zijn dat het vrij te laten bedrag verhoogd dient te worden ten aanzien van bijzondere kosten. Voorts heeft de rechtbank de bewindvoerder in gelegenheid gesteld om nieuwe berekeningen van het vrij te laten bedrag op te stellen en deze aan de rechter commissaris te zenden. De rechtbank heeft de rechter-commissaris verzocht de herziene berekeningen te beoordelen.

Bij brief van 15 augustus 2008 heeft de waarnemend rechter-commissaris naar aanleiding van de aangeleverde stukken zijn beslissing op diverse punten kenbaar gemaakt. De waarnemend rechter-commissaris heeft geconstateerd dat appellanten een forse boedelachterstand hebben laten ontstaan die binnen de resterende looptijd van de schuldsaneringsregelingen niet kan worden ingelopen. De waarnemend rechter-commissaris heeft derhalve geadviseerd de schuldsaneringsregelingen te beëindigen zonder toekenning van de schone lei.

3.3. Bij vonnissen waarvan beroep heeft de rechtbank op de voet van artikel 345 lid 1 (oud) Fw de op 15 december 2005 vastgestelde saneringsplannen van appellanten aldus gewijzigd dat aan de saneringsplannen wordt toegevoegd:

“De looptijd gedurende welke [X.] c.q. [Y.] onderworpen zijn aan de verplichtingen ingevolge de schuldsaneringsregelingen wordt verlengd totdat de achterstand van € 28.811,92 aan de boedelrekening volledig is ingelopen, doch met een maximum van 24 maanden, te weten tot 9 december 2010. Tijdens de verlengde looptijd zal de gehele afloscapaciteit, met aftrek van het wettelijk bewindvoerdersalaris, op de boedelachterstand in mindering worden gebracht totdat deze achterstand volledig zal zijn aangezuiverd.” Daarnaast heeft de rechtbank iedere verdere beslissing aangehouden tot 9 december 2010 of zoveel eerder als de bewindvoerder heeft bericht dat de achterstand is aangezuiverd.

Appellanten kunnen zich niet met deze beslissing verenigen en komen hiervan in hoger beroep.

3.4. Het hof overweegt als volgt.

3.4.1. Ter zitting van het hof hebben appellanten uitdrukkelijk verklaard dat de door hen ingestelde beroepen niet zijn gericht tegen de verlenging van de looptijd van de schuldsaneringen waardoor hen de mogelijkheid wordt geboden om de ontstane achterstand in te lopen en ook niet tegen de termijn van twee jaar waarmee de looptijd is verlengd. Volgens partijen zijn de beroepen uitsluitend gericht tegen de door de rechtbank in het dictum van het bestreden vonnis genoemde hoogte van de boedelachterstand.

3.4.2. Ten aanzien van de boedelachterstand heeft de rechtbank -onder meer- als volgt overwogen: ‘… De bewindvoerder heeft naar aanleiding van voornoemde brief van de waarnemend rechter-commissaris [hof: d.d. 15 augustus 2008] berekeningen van het vrij te laten bedrag aangepast en de boedelachterstand opnieuw berekend. Uit de herberekening van de boedelachterstand volgt dat deze lager is dan in eerste instantie was becijferd. De boedelachterstand bedraagt thans €28.811,92. De rechtbank gaat uit van de juistheid van dit bedrag. De rechtbank zal de brief van mr. P.A. Schippers van 26 februari 2009 voor verdere behandeling doorgeleiden naar de rechter-commissaris. De boedelachterstand zal in ieder geval niet hoger zijn dan het thans door de bewindvoerder berekende bedrag.’

Het hof leest in voormelde overweging dat de rechtbank bedoeld heeft dat het aldaar vermelde bedrag van € 28.811,92 nog aangepast kan worden na behandeling van voormelde brief van de advocaat van partijen door de rechter-commissaris, maar dat het bedrag van de boedelachterstand niet hoger kan zijn dan dat bedrag. Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank derhalve het bedrag aan boedelachterstand niet definitief vastgesteld, maar slechts gemaximeerd. Wanneer de rechter-commissaris, na behandeling van de door de rechtbank doorgeleide brief van de advocaat van appellanten, een beslissing heeft genomen over de hoogte van de boedelachterstand, kunnen appellanten, indien zij het niet eens zijn met deze beslissing, hiervan binnen vijf dagen hoger beroep aantekenen bij de rechtbank.

Gelet op het bovenstaande, zal het hof de beroepen van appellanten verwerpen.

4. De uitspraak

Het hof:

verwerpt de door appellanten ingestelde beroepen tegen de vonnissen van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 20 april 2009.

Dit arrest is gewezen door mrs. Philips, Koens en Van Dijkhuizen en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2009.