Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ1337

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-06-2009
Datum publicatie
02-07-2009
Zaaknummer
HV 200.025.730
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging. Onvoldoende nakomen informatieverplichting. Aanbod betaling boedelachterstand ad € 4.400,-- door moeder, zo deze al voldoende zeker is gesteld, kan niet afdoen aan niet behoorlijke nakoming door saniet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

CMvL

25 juni 2009

Sector civiel recht

Zaaknummer: HV 200.025.730/01

Zaaknummer eerste aanleg: R 06.792

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Arrest

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [X.],

advocaat: mr. P.A. Schippers.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 11 februari 2009, waarvan de inhoud bij [X.] bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 19 februari 2009, heeft [X.] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende hem alsnog in de gelegenheid te stellen de schuldsaneringsregeling te continueren, althans een beslissing te nemen die het hof juist acht, daartoe leidende dat aan [X.] de schone lei niet wordt onthouden waarbij [X.] bereid is alle daaraan te stellen eisen en voorwaarden te aanvaarden, meer in het bijzonder verlenging van de duur van de schuldsaneringsregeling.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 juni 2009. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [X.], bijgestaan door mr. P.A. Schippers;

- mevrouw P.A.M.T. van den Berg, hierna te noemen: de bewindvoerder.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 14 januari 2009;

- de stukken van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie d.d. 17 maart 2009;

- bij het beroepschrift behorende producties, ingekomen ter griffie d.d. 9 juni 2009;

- de brief d.d. 4 juni 2009 met bijlagen, afkomstig van de bewindvoerder;

- faxbericht en brief d.d. 12 juni 2009 met producties, afkomstig van mr. P.A. Schippers;

- de ter zitting overgelegde bescheiden, afkomstig van mr. P.A. Schippers.

3. De beoordeling

3.1. Bij vonnis van 4 september 2006 is ten aanzien van [X.] de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

3.2. Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank op de voet van artikel 350 lid 3 aanhef en sub c en sub e Faillissementswet (Fw) de toepassing van de schuldsaneringsregeling op voordracht van de bewindvoerder d.d. 28 oktober 2008 bij welke de rechter-commissaris zich heeft aangesloten, tussentijds beëindigd, nu [X.] door zijn doen of nalaten de uitvoering van de schuldsaneringsregeling belemmert dan wel frustreert en tracht zijn schuldeisers te benadelen.

3.3. De rechtbank heeft geoordeeld dat [X.] zijn verplichtingen zoals voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren is nagekomen. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat [X.], nu hij zijn bewindvoerder niet actief geïnformeerd heeft over onder andere zijn plannen voor het wederom opstarten van een rijschool, de waarde van zijn auto alsmede de door hem verrichte sollicitaties danwel het aangaan van een nieuw dienstverband, nalatig is gebleven in de nakoming van zijn informatieverplichting. Voorts heeft de rechtbank de boedelachterstand ad € 4.444,06 aangemerkt als een ernstige tekortkoming in de nakoming van de afdrachtverplichting.

Verder heeft de rechtbank overwogen dat [X.] de sollicitatieverplichting niet naar behoren is nagekomen, doordat hij niet inzichtelijk heeft gemaakt daadwerkelijk te hebben gesolliciteerd. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat [X.] zijn schuldeisers benadeeld heeft nu hij, ondanks herhaald verzoek van de bewindvoerder, heeft nagelaten zijn auto te laten taxeren en deze auto inmiddels total-loss is verklaard. Nu [X.] niet tijdig heeft gereageerd op de verzoeken van de bewindvoerder, heeft hij derhalve feitelijk gefrustreerd dat tijdig tot verkoop van de relatief dure auto kon worden overgegaan, aldus de rechtbank. Tot slot heeft de rechtbank vastgesteld dat er voldoende baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen zodat de rechtbank heeft verstaan dat [X.] van rechtswege in staat van faillissement zal verkeren zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.

3.4. [X.] kan zich met voormeld vonnis niet verenigen en is hiertegen in beroep gekomen. In zijn beroepschrift voert [X.] - kort samengevat - aan, dat de boedelachterstand is ontstaan ten gevolge van zijn wisselende inkomsten doordat de berekeningen ter zake het vrij te laten bedrag telkens tardief zijn geweest, zodat hij niet bekend was met hetgeen hij diende te voldoen. Voorts stelt [X.] dat hij wèl sollicitaties heeft verricht maar thans opnieuw werkloos is. Met betrekking tot het laten taxeren van de auto betwist [X.] de juistheid van de stelling van de bewindvoerder dat bij aanvang van de schuldsanerings- regeling de waarde van de auto € 6.500,00 is geweest. Voorts stelt [X.] dat de bewindvoerder bij haar eerste verslag aangegeven heeft dat hij vanwege zijn woon-werkverkeer in die auto mag blijven rijden en deze niet te gelde behoefde te worden gemaakt ten behoeve van de crediteuren. Tot slot stelt [X.] dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij de bewindvoerder onvoldoende of onjuist heeft geïnformeerd. [X.] voert hiertoe aan dat hij telkenmale telefonisch de bewindvoerder over wijzigingen in zijn omstandigheden heeft geïnformeerd.

3.4.1. De bewindvoerder heeft zich ter zitting van het hof op het standpunt gesteld dat de schuldsanering van [X.] terecht tussentijds is beëindigd.

3.5. Het hof komt tot de volgende beoordeling.

3.5.1. Het hof dient, gelet op het bepaalde in artikel 350 lid 3 aanhef en sub c en sub e Fw, te beoordelen of [X.], in het licht van de overige omstandigheden van het geval, door zijn doen of nalaten de uitvoering van de schuldsaneringsregeling belemmert dan wel frustreert en/of tracht zijn schuldeisers te benadelen.

3.5.2. Ten aanzien van het niet nakomen van de informatieverplichting heeft [X.] aangevoerd dat hij de bewindvoerder steeds telefonisch op de hoogte heeft gehouden. De bewindvoerder heeft gemotiveerd aangegeven dat [X.] haar gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling volstrekt onvoldoende heeft geïnformeerd, en wijst daarbij op de bij haar brief van 4 juni 2009 als producties overgelegde, uitvoerige correspondentie, waarin [X.] vele malen gedetailleerd om informatie werd gevraagd. Het hof is daarom evenals de rechtbank van oordeel dat [X.] niet aan zijn informatieverplichting heeft voldaan.

De bewindvoerder heeft ter zitting in hoger beroep medegedeeld dat de boedelachterstand nog circa € 4.400,00 bedraagt. [X.] heeft ter zitting in hoger beroep een verklaring overgelegd van zijn moeder inhoudende de bereidheid om deze achter- stand voor hem te betalen. Met het enkele overleggen van deze verklaring van zijn moeder heeft [X.] naar het oordeel van het hof echter onvoldoende zekerheid geboden dat het genoemde bedrag daadwerkelijk beschikbaar komt voor (genoegzame) betaling van de achterstand. Gelet op de hoogte van de boedelachterstand is het hof bovendien van oordeel dat ook indien er wel voldoende zekerheid zou zijn van betaling van genoemd bedrag er ook dan nog sprake is van een niet behoorlijke nakoming van de op [X.] uit hoofde van de schuldsaneringsregeling rustende verplichtingen, waarvan hem een verwijt kan worden gemaakt. Reeds op grond van het hiervoor overwogene komt het hof dan ook tot het oordeel dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd dient te worden.

Al het andere dat [X.] heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden. Voor een verlenging van de schuldsanerings- regeling bestaat onvoldoende grond.

3.6. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.

4. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. Kranenburg, De Klerk-Leenen en Pouw en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2009.