Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BI9584

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-06-2009
Datum publicatie
23-06-2009
Zaaknummer
20-000559-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wettelijke conversie van voorwaardelijke jeugddetentie waarvan de tenuitvoerlegging is gelast naar gevangenisstraf op grond van artikel 77dd lid 3 Sr. Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in vordering ex artikel 77k Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2009, 188
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-000559-08

Uitspraak : 5 juni 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Beslissing krachtens artikel 77k Wetboek van Strafrecht

Beslissing op de vordering van de advocaat-generaal bij dit hof betreffende de veroordeelde:

[veroordeelde]

geboren te [geboorteplaats] op [1987],

thans verblijvende in Huis van Bewaring Roermond te Roermond.

De vordering van de advocaat-generaal

Bij vonnis van de rechtbank te s’-Hertogenbosch van 1 september 2005, parketnummer 01-833061-05 is aan de veroordeelde een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden opgelegd.

Bij arrest van 16 december 2008, parketnummer 20-000559-08, heeft dit hof de tenuitvoerlegging gelast van voornoemde voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie. Het arrest is op 31 december 2008 onherroepelijk geworden.

De vordering van de advocaat-generaal van 30 januari 2009 strekt ertoe dat het hof de jeugddetentie zal vervangen door een gevangenisstraf van zes maanden, omdat de veroordeelde op 22 september 2005 de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

Het onderzoek van de zaak

De vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van dit hof.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de veroordeelde naar voren is gebracht. Zowel de advocaat-generaal als de veroordeelde achten de vervanging van jeugddetentie door een gevangenisstraf gewenst.

De beoordeling

In casu staat vast dat de tenuitvoerlegging van de straf plaatsvindt nadat de veroordeelde de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. Voor de beoordeling van de vordering van de advocaat-generaal is voorts het volgende van belang.

Sinds de laatste wijziging van 26 maart 2008 luidt artikel 77dd van het Wetboek van Strafrecht als volgt:

“1. Onverminderd het bepaalde in artikel 77cc kan de rechter, indien enige gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd en hij daartoe termen vindt, na ontvangst van de vordering van het openbaar ministerie:

a. gelasten dat de niet ten uitvoer gelegde straf of maatregel, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd;

b. al of niet onder instandhouding of wijziging van de voorwaarden gelasten dat een gedeelte van de niet ten uitvoer gelegde straf of maatregel, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd.

2. Artikel 14g, tweede, derde en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien bij overeenkomstige toepassing van artikel 14g, derde lid, onder a, het daar bedoelde strafbare feit wordt vervolgd voor de politierechter, deze tevens bevoegd is tot toepassing van het eerste lid voor zover de ten uitvoer te leggen straf een geldboete, een taakstraf, een jeugddetentie van niet meer dan twaalf maanden of een gedragsmaatregel betreft.

3. Indien de veroordeelde bij aanvang van de tenuitvoerlegging de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt,wordt de jeugddetentie waarvan de rechter op grond van het eerste lid de tenuitvoerlegging heeft gelast, ten uitvoer gelegd als gevangenisstraf, tenzij de veroordeelde naar het oordeel van de rechter ook in het geval hij de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt in aanmerking komt voor jeugddetentie.”

Het derde lid van artikel 77dd voorziet daarmee in een wettelijke conversie van een voorwaardelijke jeugddetentie waarvan de tenuitvoerlegging is gelast naar een gevangenisstraf. De Memorie van Toelichting houdt met betrekking tot deze wettelijke conversie in:

“Artikel I, onderdeel E

[…] De omzetting naar het meerderjarigenstrafrecht vindt thans op grond van artikel 77k Sr plaats door de rechter op vordering van het openbaar ministerie. De rechter past deze conversie echter standaard toe waardoor een wettelijke conversie praktischer is en onnodige belasting van de rechterlijke macht voorkomt.

Bewust is het voorstel tot het introduceren van een wettelijke conversie naar het meerderjarigenstrafrecht beperkt tot de vervangende jeugddetentie en de voorwaardelijke jeugddetentie (zie onderdeel J). Artikel 77k blijft derhalve gelden voor de onvoorwaardelijke jeugddetentie.”

en

“Artikel I, onderdeel J

Met de wijziging van artikel 77dd wordt voorzien in een wettelijke conversie naar het meerderjarigenstrafrecht indien de jeugdige op het moment van tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. De omzetting naar het meerderjarigenstrafrecht vindt thans op grond van artikel 77k Sr plaats door de rechter op vordering van het openbaar ministerie. Het is voor de rechter thans niet mogelijk om - buiten de mogelijkheid van artikel 77k om - ambtshalve te besluiten tot omzetting van de voorwaardelijke jeugddetentie naar een gevangenisstraf (Vgl. HR 23 maart 2004, LJN AO 1751 en HR 8 juni 2004, LJN AO8370). Aangezien op grond van artikel 77dd, eerste lid, een last van de rechter vereist is voor de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie of gevangenisstraf, is in de vereiste rechterlijke tussenkomst al voorzien. Op grond van het eerste lid onder b kan de rechter voorts gelasten da[t] slechts een gedeelte van de jeugddetentie of gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd. Langs die weg kan derhalve ook worden voorzien in een eventuele matiging van de duur van de tenuitvoer te leggen voorwaardelijke straf. Een omzetting via de route van artikel 77k is dan ook onnodig omslachtig.”

(Kamerstukken 2005-2006 II, 30332, nr. 3).

Het door de wetgever geïntroduceerde systeem brengt met zich dat er een wettelijke conversie plaatsvindt op het moment dat de executie aan de orde is. Het is derhalve niet zo dat de rechter reeds bij het gelasten van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie dient te bepalen dat deze jeugddetentie ten uitvoer moet worden gelegd als gevangenisstraf.

Indien de rechter die de tenuitvoerlegging van de - voorwaardelijk opgelegde - jeugddetentie gelast van oordeel is dat de veroordeelde ook in het geval hij de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt in aanmerking komt voor jeugddetentie, dan dient hij daarvan blijk te geven in zijn uitspraak waarbij hij die tenuitvoerlegging gelast. Het hof wijst in dat verband op artikel 77v van het Wetboek van Strafrecht, voor zover dit artikel inhoudt:

“1. Indien jeugddetentie of plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wordt opgelegd, kan de rechter in zijn uitspraak een advies opnemen over de plaats waar en de wijze waarop deze straf of maatregel zal moeten worden ten uitvoer gelegd. De rechter kan bij een beslissing als bedoeld in artikel 77t zodanig advies opnemen.

2. Het eerste lid is niet van toepassing indien met gebruikmaking van artikel 77x, de straf of maatregel geheel niet wordt ten uitvoer gelegd. Indien ingevolge artikel 77dd de straf of maatregel alsnog geheel of gedeeltelijk ten uitvoer wordt gelegd, kan de rechter een advies opnemen in de last tot tenuitvoerlegging.

(…).”

Voorts heeft de rechter de mogelijkheid om met het oog op de wettelijke conversie te beslissen om op grond van artikel 77dd, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, de tenuitvoerlegging van een deel van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie te gelasten.

Met betrekking tot het bepaalde in artikel 77dd van het Wetboek van Strafrecht is geen overgangsregeling toepassing.

Uit het vorenstaande leidt het hof af dat in casu de wettelijke conversie van voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden tot gevangenisstraf als bedoeld in artikel 77dd, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht plaatsvindt. Dit leidt tot de beslissing dat het OM niet-ontvankelijk is in zijn onderhavige vordering.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Aldus gewezen door

mr. H. Eijsenga, voorzitter,

mr. F.L. Muskens en mr. T.A. de Roos,

in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof, griffier,

en op 5 juni 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. T.A. de Roos is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.