Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BI8676

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-06-2009
Datum publicatie
18-06-2009
Zaaknummer
HV 200.009.954 T2
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Omgangsregeling en hoofdverblijf.

Afgebroken ouderschapsonderzoek.

Opdracht aan Raad voor de Kinderbescherming tot onderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 juni 2009

Sector civiel recht

Zaaknummer HV 200.009.954/01

Zaaknummer eerste aanleg 173873/JE RK 08-654

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Beschikking

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. H.C.M. Schaeken,

t e g e n

[de vader],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. H.H.C. van de Kerkhof.

Als vervolg op de door het hof op 8 oktober 2008 tussen partijen gegeven beschikking.

6. De beschikking van 8 oktober 2008

6.1. Het hof heeft bij voornoemde beschikking een deskundigenbericht met toepassing van conflictbemiddeling bepaald, en hierbij mevrouw drs. M. Franck-Schaekens tot deskundige benoemd.

7. Het verdere verloop van het geding

7.1. De deskundige heeft bij brief van 20 april 2009 aan het hof bericht dat partijen in de gehouden gesprekken zijn overeengekomen de hoofdverblijfplaats van de kinderen zo te laten als het was totdat het eindrapport afgerond zou zijn. Dit betekent dat de oudste twee kinderen bij de vader zouden verblijven en het jongste bij de moeder. In de loop van de gesprekken was de omgang tussen [zoon X.] en de vader al opgestart. De deskundige bericht verder dat de vader nu namens [zoon X.] aangifte heeft gedaan van mishandeling en dat er opnieuw een kort geding is aangespannen. Hierdoor is een impasse ingetreden, waardoor volgens de deskundige het onderzoek wordt belemmerd. De deskundige stelt voor het deskundigenonderzoek terug te geven aan de rechtbank, en ten aanzien van de twee minderjarige kinderen een onderzoek te laten verrichten door de Raad voor de Kinderbescherming.

7.2. Bij brief van 4 mei 2009 heeft mr. Van de Kerkhof het hof bericht dat de vader zich niet tegen het door de deskundige voorgestelde onderzoek verzet, en dat hij zich ter zake volledig refereert aan het oordeel van het hof.

7.3. Mr. Schaeken heeft bij brief van 6 mei 2009 aan het hof bericht dat de moeder het standpunt van de deskundige dat zij geen mogelijkheden ziet om haar onderzoek met succes voort te zetten, respecteert. De moeder onderschrijft ook het standpunt van de deskundige dat de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek dient in te stellen. Naar de mening van de moeder moet het onderzoek zowel betrekking hebben op de vraag of een ondertoezichtstelling van de beide minderjarige kinderen [zoon Y.] en [zoon X.] geïndiceerd is en eventueel een uithuis¬plaatsing, als ook op de vraag waar het hoofdverblijf van deze kinderen dient te zijn.

7.4. Bij brief van 7 mei 2009 heeft mr. Schaeken aan het hof een afschrift toegezonden van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 27 april 2009, gewezen op de vordering van de moeder in conventie tot, kort gezegd, teruggeleiding van [zoon X.] naar haar, en de vordering in reconventie van de vader tot schorsing van de beschikking van de rechtbank van 27 februari 2007 voor wat betreft de hoofdverblijfplaats van [zoon X.].

In dit vonnis heeft de voorzieningenrechter de vordering van de moeder in conventie afgewezen, en de vordering van de vader in reconventie toegewezen totdat op de door de vader te starten procedure tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van [zoon X.] zal zijn beslist. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter in conventie en in reconventie de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek in te stellen naar de vraag welke hoofdverblijfplaats, bij de vader of bij de moeder, het meest in het belang is van de minderjarige [zoon X.], met het verzoek aan de raad om uiterlijk 25 augustus 2009 aan de rechtbank ter zake te rapporteren en te adviseren. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het resultaat van dit onderzoek zal worden ingebracht in de verzoekschriftprocedure met betrekking tot de hoofdverblijfplaats betreffende [zoon X.] zoals deze door de vader bij de rechtbank zal worden aangebracht.

8. De verdere beoordeling

8.1. Uit voormelde brief van de deskundige blijkt dat de door partijen in het kader van het door de deskundige te verrichten onderzoek gemaakte afspraken, niet zijn nagekomen. De in rechtsoverweging 4.6.2 van de beschikking van 8 oktober 2008 beschreven zorgelijke situatie van de kinderen duurt onverminderd voort, en is verder geëscaleerd. Bovendien heeft de deskundige in voormelde brief bericht dat de vader namens [zoon X.] aangifte heeft gedaan van mishandeling, naar het hof uit genoemd kort geding vonnis begrijpt, door de moeder. Onder deze omstandigheden zijn er weinig mogelijkheden voor de deskundige om te trachten de onderlinge communicatie tussen partijen te verbeteren en haar opdracht succesvol af te ronden. Het hof zal het verzoek van de deskundige om het deskundigen¬onderzoek terug te geven aan de rechtbank aldus verstaan dat de deskundige verzoekt van haar opdracht te worden ontheven. Het hof zal hieraan gevolg geven.

De deskundige wordt verzocht een gespecificeerde declaratie bij het hof in te dienen voor de door haar verrichte werkzaamheden.

8.2. Gelet op het feit dat [zoon Z.] inmiddels meerderjarig is geworden is het verzoek van de moeder tot ondertoezichtstelling van [zoon Z.] niet meer aan de orde, en dient de moeder in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar verzoek.

8.3. Het hof heeft onverminderd behoefte aan deskundige voorlichting om te kunnen beslissen op het verzoek van de moeder tot ondertoezichtstelling van [zoon Y.].

8.4. De voorzieningenrechter heeft aan de Raad voor de Kinderbescherming de hiervoor onder 7.4 vermelde opdracht gegeven. Het lijkt dan ook het meest praktisch dat het hof de Raad voor de Kinderbescherming zal verzoeken de door de voorzieningenrechter gegeven opdracht uit te breiden tot het onderzoek of [zoon Y.] zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen en of zijn gezondheid ernstig wordt bedreigd en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of naar is te voorzien zullen falen. Voor een verdere uitbreiding van de opdracht in de door de moeder bepleite zin is in deze procedure geen plaats, nu deze het kader van dit geschil in hoger beroep te buiten gaat.

8.5. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

9. De beslissing

Het hof:

9.1. ontheft de deskundige drs. M. Franck-Schaekens van de haar bij beschikking van 8 oktober 2008 gegeven opdracht tot het verrichten van een deskundigenonderzoek met toepassing van conflictbemiddeling;

9.2. verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming de door de voorzieningenrechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch bij vonnis in kort geding van 27 april 2009 gegeven opdracht uit te breiden tot het onderzoek of [zoon Y.] zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen en of zijn gezondheid ernstig wordt bedreigd en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of naar is te voorzien zullen falen, met het verzoek aan de raad om uiterlijk 25 augustus 2009 aan het hof ter zake te rapporteren en te adviseren;

9.3. houdt in afwachting van het verloop en de resultaten van voornoemd onderzoek iedere verdere beslissing aan; de zaak zal daartoe PRO FORMA worden aangehouden tot 25 augustus 2009.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Kranenburg, Draijer-Udo en Bijleveld-van der Slikke en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.