Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BI4314

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-05-2009
Datum publicatie
19-05-2009
Zaaknummer
20-001624-08
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSHE:2008:BC9504, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte ter zake van diefstal met geweldpleging (feit 1), verkrachting (feit 2) en verboden wapenbezit (feit 3) tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest, en wijst de vorderingen van de benadeelde partijen geheel toe, telkens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof verwerpt (alle) door de verdediging gevoerde verweren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-001624-08

Uitspraak : 19 mei 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 april 2008 in de strafzaak met parketnummer 01/839221-07 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1980],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

thans verblijvende in PI Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht,

waarbij verdachte ter zake van “Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” (feit 1), “Verkrachting” (feit 2) en “Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd” (feit 3) werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest, en waarbij de vorderingen van de benadeelde partijen [Aangever] en [Aangeefster] geheel werden toegewezen, telkens met oplegging van de maatregel op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren zal opleggen, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vorderingen van de benadeelde partijen geheel zal toewijzen, telkens met oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 12 mei 2007 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldkistje (inhoudende (onder meer)) een geldbedrag van (ongeveer)

€ 1.000,00 en/of een geldlade (inhoudende een geldbedrag) en/of twee, althans een of meer horloge(s) en/of drie, althans een of meer armband(en) en/of een portemonnee (inhoudende een geldbedrag van € 50,00 en/of bankpas(sen) en/of een paspoort en/of een kentekenbewijs, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [Aangever] en/of [Aangeefster], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [Aangever] en/of [Aangeefster], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of een of meer van zijn mededaders:

- die [Aangever] en/of [Aangeefster] heeft/hebben bedreigd met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, door dit pistool, althans dit op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het lichaam van die [Aangever] en/of [Aangeefster] te richten en/of door een koevoet, althans een zwaar voorwerp omhoog te tillen en/of omhoog te houden en/of (daarbij) op dreigende wijze heeft/hebben gezegd: “Waar is het geld, wij moeten geld hebben” en/of “Stil, anders schiet ik, ik wil geld, ik wil geld”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- die [Aangever] (met een halstertouw) met de handen op de rug heeft/hebben vastgebonden en/of zijn mond heeft/hebben dichtgebonden met een kapot gescheurd T-shirt, althans met een stuk stof, en/of

- die [Aangeefster] onder dreiging van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (met kracht) bij de arm heeft/hebben gepakt en/of vanuit de slaapkamer naar de woonkamer heeft/hebben geleid en/of in de woonkamer op een bank heeft/hebben geduwd/gezet en/of die [Aangeefster] (met) een kapot gescheurd T-shirt, althans een stuk stof, de mond heeft/hebben dichtgebonden en/of in haar mond heeft/hebben geduwd en/of

- die [Aangeefster] onder dreiging van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (op dreigende wijze) (meermalen) heeft/hebben gezegd: “Ik moet geld hebben” en/of “Jij hebt een kluis. Houd mij niet voor de gek, meisje”;

2

hij op of omstreeks 12 mei 2007 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [Aangeefster] (in haar woning aan de [adres]) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Aangeefster], hebbende verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) zijn/hun vinger(s) en/of penis in de vagina en/of anus van die [Aangeefster] gebracht en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat

verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) (terwijl die [Aangeefster] geheel ontkleed was):

- die [Aangeefster] (onder dreiging van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een mes en/of een koevoet) op een bank in de woonkamer heeft/hebben geduwd/gezet en/of de armen van die [Aangeefster] op haar rug heeft/hebben vastgebonden en/of haar mond (met) een kapot gescheurd T-shirt, althans met een stukstof heeft/hebben dichtgebonden/dichtgehouden en/of in haar mond heeft/hebben geduwd en/of

- dreigend die [Aangeefster] heeft/hebben gezegd: "Ik ga je pijn doen, ik ga je pijn doen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of een (verwarmd) mes op de arm van die [Aangeefster] heeft/hebben gehouden en/of heeft/hebben gezegd: “Ik ga je snijden” en/of

- onder bedreiging van een mes de borsten van die [Aangeefster] heeft/hebben betast en/of de benen van die [Aangeefster] uit elkaar heeft/hebben gedaan en/of over de vagina van die [Aangeefster] heeft/hebben gewreven en/of met een of meer vinger(s) in de vagina van die [Aangeefster] is gegaan en/of

- die [Aangeefster] onder bedreiging van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een mes heeft/hebben gedwongen op haar buik op de bank te gaan liggen en/of haar benen over de leuning van de bank heeft/hebben gelegd/gedaan en/of een kussen op het hoofd heeft/hebben gedrukt en/of gedrukt gehouden en/of met een of meer vinger(s) over haar anus heeft/hebben gewreven en/of met een of meer vinger(s) in haar anus is/zijn gegaan en/of te zeggen: “Mijn maat gaat je neuken, mijn maat gaat je neuken”,

en/of (aldus) voor die [Aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

3.

hij op of omstreeks 1 april 2007 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad een gas/alarm pistool (merk Tanfoglio, model GT 28) en/of vijf, althans een of meer patro(o)n(en), in elk geval een wapen en/of munitie van categorie III in de zin van de Wet Wapens en Munitie.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 12 mei 2007 te Eindhoven tezamen en in vereniging met anderen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning (gelegen aan de [adres]) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldkistje (inhoudende onder meer een geldbedrag van ongeveer € 1.000,00) en een geldlade (inhoudende een geldbedrag) en twee horloges en armbanden en een portemonnee (inhoudende een geldbedrag) toebehorende aan [Aangever] en/of [Aangeefster], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [Aangever] en [Aangeefster], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en zijn mededaders:

- die [Aangever] en [Aangeefster] hebben bedreigd met een pistool door dit pistool op het lichaam van die [Aangever] en [Aangeefster] te richten en door een koevoet omhoog te tillen en omhoog te houden en hebben gezegd: “Stil, anders schiet ik, ik wil geld, ik wil geld”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

- die [Aangever] met een halstertouw met de handen op de rug hebben vastgebonden en zijn mond hebben dichtgebonden met een kapot gescheurd T-shirt en

- die [Aangeefster] bij de arm hebben gepakt en vanuit de slaapkamer naar de woonkamer hebben geleid en in de woonkamer op een bank hebben gezet en die [Aangeefster] met een kapot gescheurd T-shirt de mond hebben dichtgebonden;

2.

hij op 12 mei 2007 te Eindhoven door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld [Aangeefster] (in haar woning aan de [adres]) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Aangeefster], hebbende verdachte zijn vinger(s) in de vagina en anus van die [Aangeefster] gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld hierin dat verdachte (terwijl die [Aangeefster] geheel ontkleed was):

- die [Aangeefster] op een bank in de woonkamer heeft gezet en de armen van die [Aangeefster] op haar rug heeft vastgebonden en

- die [Aangeefster] heeft gezegd: "Ik ga je pijn doen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en heeft gezegd: “Ik ga je snijden” en

- de benen van die [Aangeefster] uit elkaar heeft gedaan en

- die [Aangeefster] heeft gedwongen op haar buik op de bank te gaan liggen en haar benen over de leuning van de bank heeft gelegd en een kussen op het hoofd heeft gedrukt

en aldus voor die [Aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

3.

hij op 1 april 2007 te Eindhoven voorhanden heeft gehad een gas/alarm pistool (merk Tanfoglio, model GT 28) en vijf patronen van categorie III in de zin van de Wet Wapens en Munitie.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Met betrekking tot het onder 1 en 2 bewezen verklaarde overweegt het hof het navolgende.

Uit het onderzoek ter terechtzitting komt het volgende naar voren.

Op 12 mei 2007 komt omstreeks 04:43 uur een melding binnen van een overval gepleegd in een woning aan de [adres] te [woonplaats]. Door [Aangever] [verder te noemen: [Aangever]] wordt aangifte gedaan van die overval gepleegd op hem en zijn echtgenote [Aangeefster] [verder te noemen: [Aangeefster]]. [Aangeefster] heeft aangifte gedaan van verkrachting, welke tijdens de overval heeft plaatsgevonden. De overval heeft ongeveer een half uur geduurd.

Uit de verklaring van [Aangeefster] komt verder naar voren dat de overval is gepleegd door drie daders, van wie er één van het begin tot omstreeks het einde van de overval steeds (dicht) bij haar is gebleven. Deze dader heeft haar boven in de woning uit bed gehaald, mee naar beneden genomen, via de keuken naar de woonkamer gebracht en steeds met haar gesproken. Hij had haar (daarbij) meer vast dan dat hij haar losliet. Uit de verklaringen van [Aangeefster] komt ook naar voren dat bij die persoon steeds een mobiele telefoon overging en dat deze telefoon op trillen stond. [Aangeefster] hoorde regelmatig het bromgeluid van die mobiele telefoon. De eerste keer dat ze een zich herhalend trillend geluid hoorde, was nadat de daders ongeveer een kwartier in de woning waren. Na een halve tot één of enkele minuten hoorde ze weer hetzelfde zich herhalende geluid uit de richting van genoemde persoon. Dit heeft zich zeker twee keer voorgedaan, aldus [Aangeefster]. Het geluid van de telefoon kwam uit de richting van de stem van de man die steeds bij haar was.

Omdat door [Aangeefster] werd gesproken over het overgaan van een mobiele telefoon van één van de daders is door de politie onderzoek gedaan naar het mobiele telefoonverkeer in de omgeving van de woning waar de overval plaatsvond, aan de hand van de registratie daarvan via een ter plaatse aanwezige zendmast. Daaruit komt het mobiele telefoonnummer

[telefoonnummer], in gebruik bij verdachte, naar voren. Over de uitkomsten van dat onderzoek, dat is aangevuld, is door het hof de getuige-deskundige [Deskundige] [verder te noemen: [Deskundige]] gehoord. Uit dat onderzoek in combinatie met de verklaring van [Deskundige] ter zake blijkt dat op grond van met name ingekomen sms-verkeer op genoemd telefoonnummer, de telefoon met dat nummer - en daarmee verdachte - ten tijde van de overval in de buurt was van de plaats van de overval en niet, zoals verdachte heeft verklaard, in de woning van zijn vriendin op de [adres] te Eindhoven. Hierbij heeft het hof betrokken de verklaring van verdachte dat hij ten tijde van de overval in het bezit was van een mobiele telefoon (merk Nokia) met nummer [eerder genoemd telefoonnummer], dat hij die telefoon altijd bij zich had en dat als hij er iemand mee liet bellen, hij er altijd bij bleef.

Uit de registratie van het historisch telefoonverkeer van genoemde mobiele telefoon blijkt verder dat er met die telefoon op 12 mei 2007 inkomend- niet beantwoord telefoonverkeer is geweest dat kan passen bij het door [Aangeefster] gehoorde telefoonverkeer zoals dat kennelijk is binnengekomen bij de dader die volgens haar van het begin tot omstreeks het einde van de overval in haar directe omgeving is geweest. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat verdachte heeft verklaard dat hij zijn mobiele telefoon op 12 mei 2007 vanaf omstreeks 04:00 uur op de trilstand heeft gezet.

Door [Aangeefster] is bij de dader die steeds bij haar was een armband met houten schakeltjes met heiligen waargenomen, die zij blijkens haar verklaringen goed heeft kunnen zien en nauwkeurig heeft beschreven, met als bijzonderheid dat deze armband lichter en valer van kleur was dan een soortgelijke armband van haar zelf. Als de armband die verdachte droeg bij zijn aanhouding aan haar wordt getoond, herkent zij deze als identiek aan de armband die zij heeft waargenomen bij genoemde dader. Verdachte heeft verklaard dat hij de armband die hij bij zijn aanhouding droeg, op 12 mei 2007 ongeveer drie maanden in zijn bezit had en veel heeft gedragen.

[Aangeefster] verklaart voorts dat die dader een donkere huidskleur had en (ook) Papiaments sprak. Verdachte heeft, blijkens foto’s in het dossier (met nummer PL0600:02:326 (2002), pagina 362 van het proces-verbaal van regiopolitie Brabant Zuid-Oost, dossiernummer PL2208/07-004989), een donkere huidskleur en spreekt, blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep, Papiaments.

Uit het proces-verbaal van bevindingen dat is opgemaakt op 12 mei 2007 komt naar voren, dat [Aangeefster] de stem van één van de daders in combinatie met de manier waarop hij sprak vanaf het begin van de overval heeft herkend (pagina 196 van het proces-verbaal van regiopolitie Brabant Zuid-Oost, dossiernummer PL2208/07-004989). Deze stem behoort volgens haar bij een klant van haar broodjeszaak in Eindhoven. Gedurende de overval sprak deze dader haar aan met “meisje”, hetgeen verdachte ook deed als hij een broodje kwam halen in genoemde broodjeszaak. Verdachte heeft verklaard dat hij regelmatig in de broodjeszaak van [Aangeefster] is geweest en daar wel door haar werd geholpen. In haar volgende verklaringen herhaalt [Aangeefster] dat ze het stemgeluid van de dader “die constant bij haar was”, herkent als afkomstig van een persoon die, blijkens haar verklaring ter terechtzitting in hoger beroep, regelmatig in haar broodjeszaak kwam. Later heeft ze verdachte middels een fotoconfrontatie herkend als die persoon. [Aangeefster] heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de genoemde dader zacht sprak, dat verdachte in haar broodjeszaak ook niet hard sprak en dat ze de rust in de stem herkende en de stem herkende omdat ze deze vaker had gehoord. Bij het hof is [Aangeefster] bij de herkenningen gebleven.

Tenslotte komt uit de verklaring van [Aangeefster] naar voren dat de man die voortdurend bij haar was haar heeft verkracht, door met zijn vinger(s) haar vagina en anus binnen te dringen.

Op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden, zoals daarvan blijkt uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, bezien in onderlinge samenhang en (tijds)verband ook met hetgeen overigens uit de bewijsmiddelen naar voren komt, hetgeen elkaar ondersteunt en versterkt, is het hof van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat verdachte degene is geweest die tijdens de overval steeds bij [Aangeefster] was en de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zoals bewezen verklaard heeft begaan. Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.

Met betrekking tot het onder 3 bewezen verklaarde overweegt het hof het navolgende.

Uit de omstandigheid dat het wapen met bijbehorende munitie in de directe nabijheid van verdachte is aangetroffen en het feit dat DNA van verdachte op het wapen is aangetroffen leidt het hof, een en ander bezien in onderlinge samenhang en verband ook met de overige bewijsmiddelen af, dat verdachte het ten laste gelegde, zoals bewezen verklaard, heeft begaan. Ook hier zijn uit het onderzoek ter terechtzitting geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.

Verweren ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde

Door de verdediging is aangevoerd, dat [Aangeefster] mede gelet op haar verklaring dat de man uit de keuken ook bij haar kwam staan, niet kan zeggen of de mobiele telefoon van één van de daders afging of dat er meerdere telefoons van meerdere daders afgingen.

Het hof verwerpt dit verweer op grond van de verklaringen van [Aangeefster] ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende zakelijk weergegeven dat het geluid van de mobiele telefoon kwam uit de richting van de stem van de dader die steeds bij haar was en genoemde dader steeds in haar directe omgeving was.

Voorts is door de verdediging aangevoerd, dat het mogelijk is dat de oproepen door de dader of daders zijn weggedrukt, waardoor deze oproepen niet zijn geregistreerd, waarmee de verdediging kennelijk beoogt te betogen dat er dan mogelijk een andere of andere daders dan verdachte in beeld komt/komen.

Het hof verwerpt deze stelling van de raadsman van verdachte, omdat deze niet is onderbouwd en er uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.

Door de verdediging is voorts aangevoerd dat [Aangeefster] de stem van verdachte heeft herkend, terwijl ze de overvallers alleen heeft horen fluisteren en zij verdachte pas bij een tweede fotoconfrontatie heeft herkend, zodat aan die herkenningen weinig bewijskracht kan worden ontleend.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Door [Aangeefster] is, uitdrukkelijk daarnaar gevraagd ter terechtzitting in hoger beroep, verklaard dat de man die steeds bij haar was, zacht tegen haar heeft gepraat. [Aangeefster] heeft verdachte als degene die bij haar in de broodjeszaak kwam en wiens stem ze heeft herkend, inderdaad aangewezen na een tweede fotoconfrontatie. Dit is naar ’s hofs oordeel echter verklaarbaar, omdat de foto van verdachte die ze toen aanwees recenter was dan diens foto bij de eerste fotoconfrontatie. Mitsdien verwerpt het hof dit verweer.

Voor zover de raadsman van verdachte heeft beoogd te betogen dat de herkenningen niet betrouwbaar zijn, overweegt het hof als volgt. [Aangeefster] heeft van meet af aan aangegeven dat zij de stem van de dader die steeds bij haar was heeft herkend. Ze heeft de herkenning kennelijk niet alleen gebaseerd op het (zachte) stemgeluid, maar ook op de manier van spreken en op de omstandigheid dat ze die stem vóór de overval reeds meerdere keren had gehoord. Bij het hof is [Aangeefster] ook na kritische ondervraging ter zake bij de herkenningen gebleven. Het hof acht mitsdien deze herkenningen betrouwbaar en als zodanig bruikbaar voor het bewijs.

Door de raadsman is verzocht de heren [Deskundige] en [Deskundige] te horen als deskundigen ter zake van de stemherkenning.

Het hof zal dit verzoek afwijzen, omdat daaraan ten grondslag is gelegd dat de herkenning is gedaan met betrekking tot een fluisterende stem en het hof heeft vastgesteld dat het ging om een zachte stem. Het hof acht ook overigens geen termen aanwezig die noodzaken tot het horen van genoemde deskundigen.

Door de verdediging is aangevoerd dat de door [Aangeefster] herkende armband, omdat veel mensen in (het Zuiden van) Nederland zo’n armband dragen, niet uniek is.

Voor zover de raadsman van verdachte bedoelt te betogen dat hieraan weinig of geen bewijskracht kan worden toegekend, deelt het hof de visie van de raadsman van verdachte niet. Weliswaar is genoemde armband niet uniek, maar naar ’s hofs oordeel voldoende specifiek om daaraan, zeker in combinatie met het overige bewijs, bewijsbetekenis toe te kennen, zoals het hof dat heeft gedaan.

Door de verdediging is erop gewezen dat door [Aangeefster] is verklaard dat de schoenen van de dader die steeds bij haar was opvallend klein waren (maat 38), terwijl de schoenmaat van verdachte maat 41 is.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken dat [Aangeefster] de maataanduiding op de bewuste schoenen daadwerkelijk heeft gezien, is kennelijk sprake van een schatting van de schoenmaat. Voorts is deze schatting gedaan met betrekking tot zwarte schoenen onder minstgenomen ongunstige lichtcondities. Bovendien heeft ze de schoenen niet van dichtbij gezien. Daarom acht het hof genoemde waarneming geen beletsel om te kunnen komen tot een bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Het hof verwerpt ook dit verweer.

Ook hetgeen door de raadsman van verdachte overigens is aangevoerd, doet aan hetgeen met betrekking tot het bewezen verklaarde is geconcludeerd niet af.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 312, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder 1º en 2º van het Wetboek van Strafrecht juncto artikel 310 van die wet.

Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Het onder 3 bewezen verklaarde is telkens voorzien bij artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en is strafbaar gesteld bij artikel 55, derde lid, onder a van die wet en artikel 55, eerste lid, van die wet.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Bij de straftoemeting heeft het hof rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 27 maart 2009 eerder ter zake van een soortgelijk strafbaar feit als onder 1 bewezen is verklaard is veroordeeld;

- de omstandigheid dat het onder 1 en 2 bewezen verklaarde heeft plaatsgevonden in de woning van [Aangever] en [Aangeefster] en in de voor de nachtrust bestemde tijd;

- het intimiderende en traumatiserende karakter van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde;

- de kwetsbaarheid van [Aangeefster], die gedurende het gehele gebeuren volledig naakt was;

- de mate van het leed dat verdachte met zijn onder 2 bewezen verklaarde handelen [Aangeefster] heeft aangedaan, te weten een ernstige aantasting van haar lichamelijke en geestelijke integriteit;

- het gewelddadige karakter van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde en de maatschappelijke onrust die daarvan het gevolg is;

- de omstandigheid dat het wapen dat verdachte op 1 april 2007 voorhanden had, zoals dit onder 3 bewezen is verklaard, geladen was.

Het hof komt tot oplegging van een straf die lager is dan door de advocaat-generaal is gevorderd. Het hof acht op grond van de eerder genoemde overwegingen na te noemen straf passend en voldoende.

Schadevergoedingen

De benadeelde partij [Aangever] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schade, bij wijze van voorschot. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw in het geding gevoegd tot dit bedrag.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [Aangever] als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

De benadeelde partij [Aangeefster] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schade, bij wijze van voorschot. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw in het geding gevoegd tot dit bedrag.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [Aangeefster] als gevolg van verdachtes onder 1 en 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet telkens aanleiding ter zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte en zijn mededaders zijn telkens naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht.

Beslag

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met betrekking tot hetwelk het onder 3 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Voorlopige hechtenis

Tegen de achtergrond van het hiervoor overwogene en de hierna te nemen beslissingen, zal het hof het verzoek van de verdediging strekkende tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte afwijzen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36f, 57, 60a, 242, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde oplevert:

1.

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

2.

Verkrachting.

3.

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

en

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [Aangever] toe.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [Aangever] te betalen een bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro), met dien verstande dat en indien en voor zover een mededader van verdachte aan deze vordering heeft voldaan de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [Aangever] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [Aangever], wonende te [woonplaats], aan de Staat een bedrag te betalen van € 5.000,00 (vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte en/of de mededader(s) heeft/hebben voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of de mededader(s) heeft/hebben voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [Aangeefster] toe.

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [Aangeefster] te betalen een bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro), met dien verstande dat en indien en voor zover een mededader van verdachte aan deze vordering heeft voldaan de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [Aangeefster] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [Aangeefster] wonende te [woonplaats], aan de Staat een bedrag te betalen van € 5.000,00 (vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte en/of de mededader(s) heeft/hebben voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of de mededader(s) heeft/hebben voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten een zwart gas/alarm pistool van het merk Tanfoglio model GT 28 en vijf 6.35 millimeter patronen van het merk Sellier & Bellot.

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

Wijst af het verzoek tot het horen van de heren [Deskundige] en [Deskundige] als deskundigen.

Aldus gewezen door mr. M.J.H.J. de Vries - Leemans, voorzitter, mr. H. Eijsenga en

mr. F. van Es,

in tegenwoordigheid van mr. T. Tanghe, griffier,

en op 19 mei 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. M.J.H.J. de Vries - Leemans en mr. F. van Es zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.