Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BI4019

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-03-2009
Datum publicatie
15-05-2009
Zaaknummer
HD 103.005.846
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Advocaatkeuze bij rechtsbijstandverzekering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2009, 371
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. KM

zaaknr. HD 103.005.846

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

vierde kamer, van 24 maart 2009,

gewezen in de zaak van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant bij exploot van dagvaarding van 19 november 2007,

advocaat: eerst mr. J.E. Lenglet,

daarna mr. J.E. Benner,

thans mr. R.H. van Muijen,

tegen:

de naamloze vennootschap N.V. INTERPOLIS SCHADE,

gevestigd te Tilburg,

geïntimeerde bij gemeld exploot,

advocaat: mr. G.R.A.G. Goorts,

op het hoger beroep van het door de rechtbank Breda gewezen vonnis van 3 oktober 2007 tussen appellant - [X.] - als eiser en geïntimeerde - Interpolis - als gedaagde.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknummer/rolnummer 170495/HA ZA 07-191)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 [X.] is van dit vonnis tijdig in hoger beroep gekomen. Bij memorie van grieven heeft [X.] onder overlegging van vier producties (nrs. 10-13) vier grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot alsnog toewijzing van zijn vorderingen, met veroordeling van Interpolis in de kosten van beide instanties.

2.2 Bij memorie van antwoord heeft Interpolis de grieven bestreden.

2.3 [X.] heeft bij akte overlegging productie één productie (nr. 14) in het geding gebracht. Interpolis heeft een antwoordakte genomen.

2.4 Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd. In het procesdossier van [X.] ontbreekt de appeldagvaarding.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de inhoud van de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1 De vaststelling van de feiten door de rechtbank in het vonnis waarvan beroep onder 3.1 is niet bestreden zodat het hof ook in hoger beroep hiervan uitgaat. In zijn eerste grief vermeldt [X.] weliswaar een onderdeel van rechtsoverweging 3.1, maar uit de toelichting op deze grief of anderszins blijkt niet van enig bezwaar tegen inhoud of formulering van dat onderdeel.

4.2 Het gaat in dit hoger beroep, kort samengevat, om het volgende.

a) Partijen hebben een rechtsbijstandverzekeringsovereenkomst gesloten als onderdeel van een Bedrijven Compact Polis. Hierop zijn van toepassing de Verzekeringsvoorwaarden Bedrijven Compact Polis MKB.

b) In de Verzekeringsvoorwaarden is aan het begin ervan onder 'Het melden van een zaak' het volgende opgenomen:

"Zodra de verzekerde is geconfronteerd met een gebeurtenis waaruit een behoefte aan rechtshulp kan voortkomen, is de verzekerde verplicht die gebeurtenis zo spoedig mogelijk aan ons te melden. Wij leiden vervolgens de zaak door naar de Stichting Rechtsbijstand. Dit is de instelling die de rechtshulp verleent. (..) Rechtshulp wordt niet verleend als bij melding van een gebeurtenis blijkt dat de verzekerde een ander dan de Stichting Rechtsbijstand met de behartiging van zijn belangen heeft belast. In dat geval vergoedt de Stichting ook niet de kosten van die ander."

c) In de Verzekeringsvoorwaarden is onder 'Het verlenen van rechtsbijstand' het volgende opgenomen:

"Als u bij ons een rechtsbijstandverzekering hebt gesloten en de verzekerde roept op grond van deze verzekering rechtsbijstand in, dan worden zijn belangen behartigd door de juridische specialisten van Stichting Rechtsbijstand. Zij doen dat zowel in als buiten een gerechtelijke procedure. (..) Als een advocaat moet worden ingeschakeld in de twee hierna genoemde situaties, is de verzekerde vrij in de keuze van de advocaat. Deze twee gevallen zijn:

bij een belangentegenstelling, namelijk als de verzekerde en degene met wie hij een conflict heeft, allebei bij Interpolis een rechtsbijstandverzekering hebben en beiden daarop een beroep hebben gedaan.

als een gerechtelijke procedure moet worden gevoerd waarvoor ingevolge de wet de bijstand van een advocaat verplicht is."

d) [X.] heeft met elkaar samenhangende geschillen met zijn arbeidsongeschiktheidsverzekeraar Aegon Schade-verzekering NV en zijn assurantietussenpersoon, de Coöperatieve Rabobank Beveland UA.

e) Bij brief van 20 juni 2006 heeft mr. D.J.C. Hans van het advocatenkantoor Boogaard advocaten namens [X.] het volgende aan Interpolis bericht:

"Cliënt heeft een juridisch geschil met Rabobank Bevelanden U.A. te Goes. Cliënt heeft mij verzocht zijn belangen te behartigen in deze zaak. Namens cliënt verzoek ik u om de behartiging van de belangen van cliënt in bovengenoemde zaak onder het bereik te brengen van de door cliënt bij uw maatschappij afgesloten rechtsbijstandsverzekering. Cliënt is van mening dat hij niet kan worden bijgestaan door de Stichting Rechtsbijstand aangezien de Stichting, in verband met de banden tussen Interpolis en de Rabobank, een tegenstrijdig belang heeft. Voorts is het mogelijk dat de zaak aanhangig zal worden gemaakt bij de Rechtbank, als gevolg waarvan cliënt bijgestaan dient te worden door een advocaat en procureur. Cliënt verzoekt om bovenstaande reden om behandeling van de zaak door een onafhankelijk advocaat en hij spreekt zijn voorkeur uit voor mijn kantoor. Graag verneem ik van u of u bereid bent de kosten, verbonden aan de door mij reeds verrichtte en nog te verrichten werkzaamheden, te vergoeden."

f) De Stichting Rechtsbijstand heeft [X.] bij brief van 4 augustus 2006 het volgende laten weten:

"U heeft inmiddels de hulp ingeroepen van een advocaat, zonder daartoe toestemming te hebben gekregen van Stichting Rechtsbijstand. De kosten die u tot op dit moment gemaakt heeft, worden daarom niet vergoed. Wel bieden we u de mogelijkheid om de zaak door ons te laten overnemen, mits wij niet in onze belangen zijn geschaad."

g) [X.] is hier niet op ingegaan. Namens hem heeft het advocatenkantoor bij brief van 19 december 2006 op-nieuw gevraagd of Interpolis bereid was de kosten van juridische bijstand te vergoeden en de behartiging van de belangen van [X.] in de kwesties met Aegon en Rabobank Beveland aan dit kantoor op te dragen. De Stichting Rechtsbijstand heeft laten weten daartoe niet bereid te zijn.

h) [X.] heeft inmiddels tegen Aegon en Rabobank Beveland een procedure geëntameerd voor de rechtbank 's-Gravenhage.

4.3 [X.] stelt dat Interpolis op grond van de verzekeringsovereenkomst gehouden is de kosten van rechtsbijstand te vergoeden in de procedure die hij tegen Aegon en Rabobank Beveland heeft aangespannen. Door dit te weigeren schiet Interpolis toerekenbaar tekort in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst. Op grond hiervan vordert [X.], kort gezegd, een verklaring voor recht dat Interpolis gehouden is de kosten van de procedure tegen Aegon en Rabobank Beveland te vergoeden en de behartiging van de belangen van [X.] aan Boogaardadvocaten op te dragen en de kosten daarvan te vergoeden, een verklaring voor recht dat Interpolis tekortgeschoten is en de schade daarvan moet vergoeden en veroordeling van Interpolis tot betaling van die schadevergoeding, op te maken bij staat.

4.4 Interpolis heeft de vorderingen van [X.] gemotiveerd bestreden en daarbij aangevoerd dat [X.] zijn aanspraak op vergoeding heeft verspeeld door in eerste instantie een ander als belangenbehartiger in te schakelen. Afgezien daarvan had [X.] op grond van de verzekeringsovereenkomst geen aanspraak op inschakeling van een advocaat van eigen keuze, aldus Interpolis.

4.5 In het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank geoordeeld dat Interpolis zich met succes kan beroepen op de hiervoor in 4.2 onder b) aangehaalde bepaling van de Verzekeringsvoorwaarden. Door in eerste instantie een ander in te schakelen ter behartiging van zijn belangen in de kwestie met Aegon en Rabobank Beveland, kan [X.] geen aanspraak doen gelden op de verzekering, zodat reeds om deze reden zijn vorderingen door de rechtbank worden afgewezen.

4.6 De 'gebeurtenis' waaruit de behoefte aan rechtshulp voortvloeit, bedoeld in genoemde bepaling van de Verzekeringsvoorwaarden, is in dit geval het ontstaan van een conflict van [X.] met Aegon en Rabobank Beveland over de arbeidsongeschiktheidsverzekering van [X.]. De eerste melding van deze gebeurtenis aan Interpolis is gelegen de brief van mr. Hans van 20 juni 2006 die hiervoor in 4.2 onder e) is aangehaald. Over enige eerdere melding van de gebeurtenis aan Interpolis is in ieder geval niets gesteld of gebleken.

4.7 Uit de tekst van deze brief blijkt duidelijk dat [X.] op dat moment het advocatenkantoor reeds had verzocht om zijn belangen te behartigen. Dat blijkt ook uit de rest van de brief waarin wordt beargumenteerd dat en waarom in de visie van [X.] zijn belangen niet door de Stichting Rechtsbijstand behartigd kunnen worden en waarin gesproken wordt van de kosten van reeds verrichte werkzaamheden. Enig ander doel van de contacten tussen [X.] en het advocatenkantoor dan de behartiging van de belangen van [X.] in verband met de gebeurtenis is in deze brief niet te lezen.

4.8 In hoger beroep heeft [X.] naar voren gebracht dat hij zich tot een advocaat van zijn keuze heeft gewend met de vraag of hij gehouden was zijn belangen te doen behartigen door een van zijn tegenpartijen afhankelijke rechtspersoon, de Stichting Rechtsbijstand, dan wel zich kon laten bijstaan door een advocaat van zijn keuze. Dit kan volgens [X.] niet worden beschouwd als het belasten van een ander dan de Stichting Rechtsbijstand met de behartiging van zijn belangen. Interpolis heeft een en ander bestreden.

4.9 Deze nieuwe stelling van [X.] houdt geen stand. Zoals hiervoor aangegeven, blijkt uit de brief van 20 juni 2006 niets anders dan dat [X.] het advocatenkantoor reeds verzocht had zijn belangen in het conflict te behartigen. Van - slechts - een voornemen daartoe of van vragen over de rechtsbijstandverzekering blijkt daaruit niets, terwijl [X.] evenmin op dit punt concrete feiten of omstandigheden heeft gesteld die als onderbouwing van zijn stelling kunnen worden aangemerkt. Wat resteert is een enkele, op zich genomen weinig aannemelijke en door de wederpartij voldoende weersproken stelling, die [X.] niet specifiek te bewijzen heeft aangeboden. Reeds om deze reden gaat het hof hieraan voorbij.

4.10 Een en ander leidt tot de conclusie dat [X.] op het moment van melding van de gebeurtenis waaruit de behoefte aan rechtsbijstand voortkwam de behartiging van zijn belangen in verband met die gebeurtenis reeds aan een ander dan de Stichting Rechtsbijstand had opgedragen. De Verzekeringsvoorwaarden brengen in die situatie mee dat [X.] geen aanspraak heeft op rechtshulp of op vergoeding van reeds gemaakte kosten. Hierop stranden in beginsel de vorderingen van [X.]. Bezien dient nu te worden of zich in dit geval omstandigheden voordoen die tot een ander oordeel leiden.

4.11 [X.] heeft vanaf zijn eerste melding te kennen gegeven dat volgens hem de Stichting Rechtsbijstand een tegenstrijdig belang heeft vanwege de banden tussen Interpolis en de Rabobank. [X.] heeft hierbij kennelijk iets anders op het oog dan de belangentegenstelling waarop de Verkeringsvoorwaarden zien, hiervoor in 4.2 onder c) aangehaald. De daarin omschreven situatie doet zich hier immers niet voor. Waar het volgens [X.] om gaat is dat volgens hem de Rabobank, Interpolis en de Stichting Rechtsbijstand met elkaar verweven zijn zodat er sprake is van belangenverstrengeling. Interpolis bestrijdt dat en wijst erop dat de Stichting Rechtsbijstand onafhankelijk opereert en dat de afzonderlijke Rabobanken eveneens zelfstandig functioneren.

4.12 De kwestie die [X.] hier aansnijdt betreft kennelijk alleen [X.]s wederpartij Rabobank Beveland en niet tevens Aegon. Wat betreft Rabobank Beveland is het hof van oordeel dat het enkele feit dat de landelijke Rabobank, Interpolis en de Stichting Rechtsbijstand met elkaar verbonden zijn niet meebrengt dat de belangenbehartiging door de Stichting Rechtsbijstand aan een verzekerde van Interpolis in een conflict met een lokale Rabobank een andere inhoud en/of kwaliteit heeft dan de belangenbehartiging door de Stichting Rechtsbijstand aan een verzekerde van Interpolis in een conflict met een willekeurige derde. Door [X.] zijn geen concrete feiten of omstandigheden naar voren gebracht die een dergelijke conclusie kunnen rechtvaardigen. In ieder geval biedt hetgeen [X.] in dit verband naar voren heeft gebracht geen grondslag voor het opzij zetten van de Verzekeringsvoorwaarden op de door hem gewenste wijze.

4.13 [X.] heeft verder aangevoerd dat tegen Aegon en Rabobank Beveland een procedure gevoerd zou moeten worden zodat hij recht had op een advocaat naar eigen keuze. Hierbij doelt [X.] kennelijk op het bepaalde in de Verkeringsvoorwaarden dat in 4.2 onder c) is aangehaald. Interpolis heeft erop gewezen dat er op het moment van de melding van de gebeurtenis geen procedure was en dat een eventuele advocatenkeuze pas aan de orde komt wanneer de Stichting Rechtsbijstand een aanvang heeft gemaakt met de belangenbehartiging.

4.14 Naar het oordeel van het hof biedt de bepaling van de Verzekeringsvoorwaarden waar [X.] zich in dit verband op baseert geen grond voor de door [X.] gevolgde werkwijze. Op grond van de rechtsbijstandverzekering heeft [X.], indien en voor zover hij verder aan de Verzekeringsvoorwaarden voldoet, recht op rechtsbijstand door de Stichting Rechtsbijstand en is hij vervolgens in dat kader vrij in de keuze van een advocaat wanneer deze ingeschakeld blijkt te moeten worden, welke advocaat vervolgens van de Stichting Rechtsbijstand een opdracht ontvangt. Aan de verzekeringsovereenkomst kan [X.] geen aanspraak ontlenen op rechtsbijstand vanaf de aanvang door een advocaat van zijn keuze, ook niet wanneer op enig moment inschakeling van advocaat in verband met het voeren van een procedure noodzakelijk blijkt. Een dergelijke aanspraak is niet in de Verzekeringsvoorwaarden te lezen, terwijl door [X.] ook geen feiten of omstandigheden zijn gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat desondanks die aanspraak bestaat.

4.15 [X.] heeft aangevoerd dat een proportionele benadering op zijn plaats is, waarmee hij bedoelt dat een eventuele onjuiste melding niet dient te leiden tot een algeheel verlies van rechten. Door [X.] is evenwel niet kenbaar gemaakt welk verband er bestaat tussen de vorderingen zoals hij deze heeft ingesteld en de door hem voorgestane proportionele benadering. Ook heeft [X.] niet duidelijk gemaakt in welke mate hij een gedeeltelijke aanspraak op Interpolis geldend kan maken en op grond van welk onderdeel van de door hem gesloten verzekeringsovereenkomst die aanspraak bestaat. De conclusie is dat deze stelling geen grondslag biedt voor zijn vorderingen.

4.16 [X.] vermeldt in zijn akte in hoger beroep ten slotte dat hij de bepaling in de Verzekeringsvoorwaarden inzake de melding van de zaak in strijd met een aantal door hem genoemde wettelijke bepalingen acht indien met een beroep op die bepaling een aanspraak op rechtsbijstand door een zelf gekozen advocaat zou kunnen worden geblokkeerd. [X.] ziet hierbij over het hoofd dat in de Verzekeringsvoorwaarden is voldaan aan de mogelijkheid van vrije advocatenkeuze in de gevallen waarin bedoelde wettelijke bepalingen dat verlangen. Daaraan staat niet in de weg dat een verzekeraar in de polisvoorwaarden een bepaling opneemt inzake de belangenbehartiging als waarvan in dit geval sprake is. Een verzekerde die zich niet aan die overeengekomen voorwaarde houdt, neemt daarmee zelf het risico iedere aanspraak te verliezen.

4.17 Een en nader leidt tot de slotsom dat de vorderingen van [X.] niet voor toewijzing in aanmerking komen. Zijn grieven, die verder geen afzonderlijke behandeling behoeven, worden verworpen. [X.] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [X.] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op deze uitspraak aan de zijde van interpolis begroot op

€ 300,= aan verschotten en op € 1.341,= aan salaris advocaat, deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de uitspraak van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. Meulenbroek, Huijbers-Koopman en Wabeke en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 24 maart 2009.