Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BI1472

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-04-2009
Datum publicatie
17-04-2009
Zaaknummer
HV 200.023.178
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

100% uitdeling. Gerechtvaardigd belang bij eindzitting en opmaken slotuitdelingslijst.

De rechtbank heeft de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd op de voet van art. 350 lid 3 aanhef en sub a Fw. Ten tijde van de uitspraak van de rechtbank was de reguliere looptijd van de schuldsaneringsregeling reeds verstreken. Saniet heeft een gerechtvaardigd belang bij zijn verzoek dat de schuldsaneringsregeling thans wordt beëindigd op de voet van art. 354 Fw. Daartoe moet een eindzitting worden gehouden en vervolgens op de voet van artikel 356 Fw een slotuitdelingslijst worden opgemaakt. Het opmaken van de slotuitdelingslijst is van belang voor de vraag of aan saniet op grond van het bepaalde in art. 358 lid 1 jo. 356 lid 2 Fw de schone lei kan worden verleend, ook al zijn alle ingediende en geverifieerde vorderingen reeds voldaan.

Het hof verwijst de zaak naar de rechtbank voor het alsnog bepalen van een eindzitting op de voet van art. 352 Fw. De rechtbank dient dan alsnog formeel op de voet van art. 354 lid 1 Fw te beoordelen of saniet in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen tekort is geschoten, en indien er sprake is van een tekortkoming, of deze aan hem kan worden toegerekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Rechtsbijstand en schuldhulpverlening 2009/222
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BvdP

15 april 2009

Sector civiel recht

Zaaknummer: HV 200.023.178/01

Zaaknummer eerste aanleg: 06/8 R

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Arrest

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats,

appellant,

hierna te noemen: [X.],

advocaat: mr. R.C. van den Berg.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Breda van 16 januari 2009.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 23 januari 2009, heeft [X.] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en – naar het hof begrijpt – opnieuw rechtdoende de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen op grond van artikel 352 Fw en hem de schone lei te verlenen.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 april 2009. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- mr. R.C. van den Berg voornoemd;

- mevr. G.K.M. Engbers, hierna te noemen: de bewindvoerder.

[X.] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de stukken van de eerste aanleg, afkomstig van de griffie van voornoemde rechtbank;

- de brief met bijlagen van de bewindvoerder d.d. 17 februari 2009;

- de brief met bijlagen van de bewindvoerder d.d. 23 maart 2009.

3. De beoordeling

3.1. Bij vonnis van 2 januari 2006 is ten aanzien van [X.] de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

3.2. Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank, na verzoek van de bewindvoerder d.d. 3 november 2008 tot bepaling van een eindbehandeling, en daarmee gepaard gaand advies van de bewindvoerder in het eindverslag van 12 januari 2009 tot verlenen van de schone lei, de toepassing van de schuldsaneringsregeling op de voet van artikel 350 lid 3 aanhef en sub a Faillissementswet (Fw) tussentijds beëindigd, vaststellende dat vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsanerings- regeling werkt zijn voldaan.

3.3. [X.] heeft in het beroepschrift - kort samengevat - aangevoerd, dat indien na drie jaren de toepassing van de schuld- saneringsregeling niet reeds is beëindigd, zoals het geval was bij [X.], er geen tussentijdse beëindiging meer op grond van artikel 350 lid 3 aanhef en onder a Fw kan plaatsvinden. [X.] stelt belang te hebben bij het verlenen van een schone lei c.q. een beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 352 Fw. Ter zitting heeft mr. van den Berg namens [X.] aangevoerd dat wanneer er geen schone lei wordt verleend, de schuldeisers die niet zijn opgekomen tijdens de schuld- saneringsregeling, alsnog bij [X.] verhaal kunnen zoeken voor hun vorderingen die zijn bestaan.

3.3.1. De bewindvoerder heeft in haar brief d.d. 23 maart 2009 aangevoerd dat zij, na een eerdere melding in verband met 100%-uitdeling, per brief van 3 november 2008 de rechtbank Breda heeft verzocht de schuldsaneringsregeling te beëindigen en daartoe een eindzitting vast te stellen. Na de eindzitting, heeft de rechtbank evenwel de schuldsaneringsregeling (tussentijds) tussentijds beëindigd op grond van art 350 lid 3 aanhef en onder a Fw. De bewindvoerder sluit zich aan bij het standpunt van [X.] dat de rechtbank de schuldsaneringsregeling ten onrechte tussentijds heeft beëindigd aangezien ten tijde van de uitspraak (16 januari 2009) de looptijd van de schuldsaneringsregeling inmiddels was verstreken. Ook de bewind- voerder stelt dat de schuldsaneringsregeling van [X.] dient te worden beëindigd met een schone lei conform art 352 Fw. Er is geen slotuitdelingslijst opgesteld, ook niet achteraf.

3.4. Het hof komt tot de volgende beoordeling.

3.4.1. Bij brief van 1 augustus 2008 heeft de bewindvoerder aan de rechtbank bericht dat een 100% uitdeling heeft plaats- gevonden. De bewindvoerder heeft daarbij aan de rechtbank verzocht de schuldsaneringsregeling conform artikel 350 lid 3 aanhef en sub a Fw te beëindigen. Uit het vonnis waarvan beroep blijkt dat de rechtbank deze brief niet heeft ontvangen. Bij brief van 3 november 2008 heeft de bewindvoerder de rechtbank verzocht een eindzitting te plannen. De bewindvoerder heeft in het eindverslag van 12 januari 2009 geadviseerd aan de [X.] de schone lei te verlenen.

In genoemd eindverslag is vermeld dat er op 18 april 2007 een verificatievergadering is gehouden. Op die vergadering is het saneringsplan vastgesteld. Het saneringsplan bevindt zich niet bij de stukken. Het hof begrijpt uit de stukken dat daarbij de reguliere looptijd van de schuldsaneringsregeling is vastgesteld op drie jaar. Dit betekent dat de looptijd ten tijde van het vonnis waarvan beroep reeds was geëindigd.

3.4.2. [X.] heeft een gerechtvaardigd belang bij zijn verzoek dat de schuldsaneringsregeling thans wordt beëindigd op de voet van artikel 354 Fw. Daartoe moet een eindzitting worden gehouden en vervolgens op de voet van artikel 356 Fw een slot- uitdelingslijst worden opgemaakt. Het opmaken van de slotuitdelingslijst is van belang voor de vraag of aan [X.] op grond van het bepaalde in artikel 358 lid 1 jo. 356 lid 2 Fw de schone lei kan worden verleend, ook al zijn ingediende en geverifieerde vorderingen reeds voldaan.

Het vorenstaande brengt mee dat het vonnis van de rechtbank Breda zal worden vernietigd. Het hof zal de zaak naar de rechtbank Breda verwijzen voor het alsnog bepalen van een eindzitting op de voet van artikel 352 Fw. De rechtbank dient dan alsnog formeel op de voet van artikel 354 lid 1 Fw te beoordelen of [X.] in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten, en indien er sprake is van een tekortkoming, of deze aan hem kan worden toegerekend.

3.5. Het vorenstaande leidt ertoe dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en de zaak zal worden terugverwezen naar de rechtbank.

4. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

wijst de zaak terug naar de rechtbank Breda met het hiervoor onder 3.4.2. vermelde doel.

Dit arrest is gewezen door mrs. Kranenburg, De Klerk-Leenen en Pouw en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2009.