Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BI0899

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-03-2009
Datum publicatie
14-04-2009
Zaaknummer
20-004618-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hof wijst zaak terug naar de rechtbank teneinde opnieuw te worden berecht, omdat de eerste rechter niet aan een behandeling ten gronde had mogen toekomen. Een griffiemedewerkster had de verdachte te kennen gegeven dat de zaak hoogstwaarschijnlijk - op zijn verzoek - zou worden aangehouden. Aldus is het niet in overwegende mate aan de verdachte - die niet ter terechtzitting is verschenen - te wijten geweest dat hij zich in eerste aanleg niet - hetgeen hij wel wenste - heeft kunnen verweren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-004618-08

Uitspraak : 26 maart 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 29 oktober 2008 in de strafzaak met parketnummer 02-601000-08 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1980],

wonende te [woonplaats], [adres],

waarbij verdachte ter zake van “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod” is veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.

Hoger beroep

Verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens verdachte naar voren is gebracht.

De verdediging heeft bepleit dat het beroepen vonnis zal worden vernietigd en dat de zaak zal worden teruggewezen naar de politierechter in de rechtbank Breda.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het hof de zaak zelf kan afdoen.

De beoordeling

Namens de verdachte is bepleit dat het beroepen vonnis zal worden vernietigd en dat de zaak zal worden teruggewezen naar de politierechter in de rechtbank Breda.

Daartoe is aangevoerd dat de politierechter de zaak heeft beslist bij afwezigheid van de verdachte; zulks ten onrechte, omdat bij deze de gerechtvaardigde verwachting was gewekt dat de behandeling daarvan op zijn verzoek ter terechtzitting zou worden aangehouden.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

i.

Naar luid van artikel 423, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bevestigt het gerechtshof het vonnis, hetzij met gehele of gedeeltelijke overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van het vonnis, wat de rechtbank had behoren te doen.

ii.

Op deze regel dient voor enkele gevallen waarin de rechter in eerste aanleg de hoofdzaak heeft beslist een uitzondering te worden aangenomen.

iii.

Daartoe behoort het geval dat die rechter aan een behandeling ten gronde niet had mogen toekomen omdat een van de overige personen die een kernrol vervullen bij het onderzoek ter terechtzitting -waartoe naast de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie slechts de verdachte en diens raadsman worden gerekend- aldaar niet is verschenen, terwijl deze niet op de bij de wet voorgeschreven wijze op de hoogte is gebracht van de dag van de terechtzitting en zich evenmin een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat die dag hem tevoren bekend was.

iv.

In het voorliggende geval is bij het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep het volgende gebleken.

Op de dienende dag, 29 oktober 2008, heeft de verdachte voorafgaand aan de zitting telefonisch met de griffie van de rechtbank contact opgenomen met het verzoek om wegens privé-omstandigheden de behandeling van zijn zaak aan te houden.

Blijkens een brief van 28 januari 2009 van het hoofd van de administratie van dat gerecht is hem bij die gelegenheid te kennen gegeven, dat de zaak hoogstwaarschijnlijk zou worden aangehouden.

Het hof zal, nu de verdediging zich blijkens haar pleitnotities met deze lezing heeft verenigd, van die gang van zaken uitgaan; het trekt daaruit het gevolg, dat het niet in overwegende mate aan de verdachte te wijten is geweest dat hij zich in de eerste aanleg niet -hetgeen hij wèl wenste- heeft kunnen verweren.

v.

In aanmerking genomen het recht van de verdachte op een berechting in twee feitelijke instanties moet de onderhavige situatie naar ’s-Hofs oordeel met het hiervoor onder iii. bedoelde geval worden gelijkgesteld.

Het Hof zal daarom, nu door de verdachte niet de beslissing van de hoofdzaak door het gerechtshof is verlangd, het beroepen vonnis vernietigen en de zaak terugwijzen naar de eerste rechter teneinde op de bestaande dagvaarding te worden berecht en afgedaan.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep.

Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Breda ten einde op de bestaande dagvaarding te worden berecht en afgedaan.

Aldus gewezen door

mr. M.J.C. van Kamp, voorzitter,

mr. H.D. Bergkotte en mr. A.M.G. Smit,

in tegenwoordigheid van mr. A.R. Veldt, griffier,

en op 26 maart 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.