Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BH9989

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-04-2009
Datum publicatie
03-04-2009
Zaaknummer
HV 200.017.388
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In eerste aanleg verzoek van appellante tot het instellen van beschermingsbewind over haar eigen goederen en benoeming van bewindvoerder A toegewezen. Appellante spreekt en schrijft nauwelijks de Nederlandse taal. Verzoek geadviseerd door hulpverlening om toelating tot de wsnp te vergemakkelijken. In hoger beroep op grond van bijzondere omstandigheden vernietiging voor zover het betreft bewindvoerder A en benoeming van bewindvoerder B.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 april 2009

Sector civiel recht

Zaaknummer: HV 200.017.388/01

Zaaknummer eerste aanleg: 214749 BM VERZ 08-364

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Beschikking

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: [X.],

advocaat: mr. P.M.E.P.J. Joosten.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond (hierna: de kantonrechter), van 6 augustus 2008, waarvan de inhoud bij [X.] bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 31 oktober 2008, heeft [X.] verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende:

- primair:

te bepalen dat het verzoek onderbewindstelling niet-ontvankelijk wordt verklaard althans dat het verzoek onderbewindstelling wordt afgewezen als zijnde ongegrond;

- subsidiair:

de Stichting Bewindvoering Limburg tot bewindvoerder te benoemen.

2.2. Bij een nader ingekomen faxbericht van 25 februari 2009 heeft (de advocaat van) [X.] haar subsidiaire verzoek gewijzigd in die zin dat zij het hof verzoekt om mr. [B.] te [plaatsnaam] ([postcode]), [adres], tot bewindvoerder te benoemen.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 februari 2009. Bij die gelegenheid is [X.] – bijgestaan door haar advocaat – gehoord.

[X.] is tevens bijgestaan door een tolk in de Somalische taal, de heer Y.M. Mohammed.

Bewindvoeringskantoor [A.] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ([postcode]N), [adres], is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van 6 augustus 2008;

- de brief van bewindvoeringskantoor [A.]B.V. van 6 november 2008;

- het faxbericht van mr. [B.] van 19 februari 2009, overgelegd bij het faxbericht van de advocaat van [X.] van 25 februari 2009;

- de ter zitting overgelegde pleitnotities van de advocaat van [X.].

3. De beoordeling

3.1. [X.] heeft bij de kantonrechter een (standaard)verzoekschrift ingediend d.d. 6 mei 2008 strekkende tot instelling van een bewind over de goederen die aan haar (zullen) toebehoren. [X.] heeft daarbij verzocht bewindvoeringskantoor [A.]B.V. tot bewindvoerder te benoemen.

3.2. Bij de bestreden beschikking is het verzoek van [X.] voor onbepaalde tijd toegewezen en heeft de kantonrechter bewindvoeringskantoor [A.]B.V. benoemd tot bewindvoerder.

De kantonrechter heeft daartoe overwogen dat uit de stukken en uit de behandeling ter zitting aannemelijk is geworden dat [X.] als gevolg van haar lichamelijke en/of geestelijke toestand niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.

3.3. In haar beroepschrift heeft [X.] – kort gezegd – aangevoerd dat zij op 6 mei 2008 een verzoek tot onderbewindstelling heeft ondertekend, maar niet heeft begrepen wat zij ondertekende, en dat zij de mondelinge behandeling op 6 augustus 2008 heeft bijgewoond, maar dat zij steeds in de overtuiging verkeerde dat het hierbij ging om een aanvraag WSNP.

Verder stelt [X.] dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat [X.] als gevolg van haar lichamelijke en/of geestelijke toestand niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. [X.] heeft in eerste aanleg enkel gesteld dat zij moeite heeft met Nederlands lezen en schrijven. [X.] heeft geen geestelijke en/of lichamelijke beperkingen. In geval van een slechte beheersing van de Nederlandse taal is naar de mening van [X.] niet voldaan aan het wettelijk criterium, zodat het verzoek afgewezen had moeten worden. Gezien [X.]’s culturele en religieuze achtergrond werkt het etiket van geestelijke en/of lichamelijke beperkingen voor haar bijzonder defamerend en is een zodanig etiket onacceptabel. Tenslotte is [X.] bevreesd voor verlies van haar toch al beperkte sociale netwerk indien dit binnen haar familie en de Somalische gemeenschap bekend wordt, aldus [X.].

3.4. Het hof komt tot de volgende beoordeling.

3.5. Krachtens artikel 3 aanhef en sub a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe met betrekking tot het door [X.] gedane verzoek. Op het verzoek zelf is Nederlands recht van toepassing nu [X.] – die kennelijk de Somalische nationaliteit heeft – haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft (vgl. artikel 5 lid 1 van het Haagse Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen, Trb. 2000, nr. 10, welk verdrag recentelijk, namelijk op 1 januari 2009, in werking is getreden voor onder meer Duitsland en Frankrijk).

3.6. Tijdens de mondeling behandeling in hoger beroep heeft [X.] na uitleg en overleg met haar advocaat haar primaire verzoek in hoger beroep ingetrokken. Achterliggende gedachte daarbij was dat een beschermingsbewind mogelijk voorwaarde zou kunnen zijn voor een toelating van [X.] tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, waar in verband met de financiële toestand van [X.] wellicht sprake van zal zijn. Het hoger beroep van [X.] richt zich derhalve uitsluitend op haar subsidiaire verzoek, te weten de benoeming van een andere bewindvoerder.

3.7.1. Het rechtsmiddel van hoger beroep is in beginsel niet gegeven aan een partij wier inleidend verzoek geheel is toegewezen, met het doel die toewijzing ongedaan te maken omdat hij/zij geheel of voor een deel van dit verzoek afziet.

Het hof is van oordeel dat er in casu evenwel sprake is van een in rechte te respecteren belang van [X.] bij het hoger beroep op grond van het volgende.

3.7.2. [X.] heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep verklaard dat het contact met bewindvoeringskantoor [A.]B.V. onplezierig verloopt, omdat zij het kantoor niet vertrouwt en zij de indruk heeft dat het kantoor haar niet goed informeert. Voormeld bewindvoeringskantoor onderschrijft het onplezierige contact in zijn brief van 6 november 2008 en adviseert het hof om het bewind bij het kantoor te ontbinden wegens de slechte verstandhouding met [X.]. Volgens bewindvoeringskantoor [A.]B.V. wantrouwt [X.] het kantoor en verleent zij geen medewerking. Een en ander levert naar het oordeel van het hof niet alleen een voldoende belang op bij het hoger beroep, maar ook een voldoende reden om het verzoek van [X.] terzake toe te wijzen.

Middels het faxbericht van 19 februari 2009 (overgelegd als bijlage bij het faxbericht van 25 februari 2009 van de advocaat van [X.]) heeft mr. [B.] zich bereid verklaard om het bewindvoerderschap op zich te nemen.

3.7.3. Op uitdrukkelijk verzoek van [X.] overweegt het hof (ten overvloede) dat

het gegeven dat [X.] de Nederlandse taal onvoldoende beheerst de grondslag vormt voor [X.]’s toestand waardoor zij niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen, zodat aan het wettelijk criterium voor onderbewindstelling (artikel 1:431 Burgerlijk Wetboek) is voldaan. Het beschermingsbewind impliceert niet dat [X.] lijdt aan een lichamelijke dan wel geestelijke stoornis.

3.7.4. Op grond van het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking vernietigen, voor zover daarbij bewindvoeringskantoor [A.]B.V. tot bewindvoerder is benoemd en zal het hof, opnieuw rechtdoende, mr. [B.] tot bewindvoerder benoemen.

4. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond van 6 augustus 2008 voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen en derhalve voor zover daarbij bewindvoeringskantoor [A.]B.V. gevestigd te [vestigingsplaats] ([postcode]) aan de [adres], tot bewindvoerder is benoemd,

en opnieuw rechtdoende:

ontslaat bewindvoeringskantoor [A.]B.V. met ingang van 2 april 2009 als bewindvoerder in het bewind van [X.];

bepaalt dat dit bewindvoeringskantoor rekening en verantwoording aflegt aan [X.] en na te noemen mr. Smeets ten overstaan van de kantonrechter, een en ander als bedoeld in artikel 1:445 BW;

benoemt tot bewindvoerder met ingang van 2 april 2009:

mr. [B.], [adres],[postcode, plaats].

Deze beschikking is gegeven door mrs. Smeenk-van der Weijden, Pellis en Everaars-Katerberg en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2009.