Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BH9968

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
31-03-2009
Datum publicatie
03-04-2009
Zaaknummer
HD 103.003.256
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Goed werkgeverschap, ongevallenverzekering, behoorlijke of adequate verzekering, deskundige, onderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0257
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

zaaknr. HD 103.003.256

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

achtste kamer, van 31 maart 2009,

gewezen in de zaak van:

[X.], wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. R.J.H. van den Dungen,

tegen:

1. de vennootschap onder firma REGIOTAXI [Y.], gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [A.],

3. [B.],

4. [C.],

allen wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 1 juli 2008 in het hoger beroep van het door de rechtbank Breda, sector kanton, locatie Bergen op Zoom onder rolnummer 05-2096 gewezen vonnis van 14 december 2005.

6. Het tussenarrest van 1 juli 2008

Bij genoemd arrest is eerst aan [X.], en vervolgens aan Regiotaxi de gelegenheid gegeven zich nader uit te laten over de vraag of Regiotaxi, uit hoofde van haar verplichting zich als een goed werkgever ex artikel 7:611 BW te gedragen, voldaan heeft aan haar verplichting zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering van [X.].

7. Het verdere verloop van de procedure

[X.] heeft ter uitvoering van het voornoemde een akte genomen en daarbij vier producties in het geding gebracht. Regiotaxi heeft hierop een antwoordakte genomen en daarbij twee producties in het geding gebracht.

8. Vervolgens hebben partijen de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

9. De verdere beoordeling

9.1. In het tussenarrest is eerst aan [X.] en vervolgens aan Regiotaxi opgedragen zich nader uit te laten over de vraag of Regiotaxi, uit hoofde van haar verplichting zich als een goed werkgever ex artikel 7:611 BW te gedragen, voldaan heeft aan haar verplichting zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering van [X.]. Hierbij dienden de door de Hoge Raad in het arrest van 1 februari 2008 (JAR 2008, 57) aangeduide omstandigheden te worden betrokken.

9.2. [X.] heeft in zijn akte na het tussenarrest (nogmaals) gesteld dat de door Regiotaxi bij Delta Lloyd Schadeverzekering NV ondergebrachte collectieve ongevallenverzekering niet is aan te merken als een behoorlijke verzekering. De uitkering op grond hiervan bedroeg (hof: anders dan het in het arrest van 1 juli 2008 onder 4.2.9 vermelde bedrag van één jaarsalaris) in totaal €4.592,92 bruto (zijnde 77,4% -het percentage blijvende invaliditeit- van het verzekerde bedrag van twee maal zijn jaarloon ad € 2.967,- bruto per jaar, te vermeerderen met de wettelijke rente van € 639,61 bruto). Deze uitkering staat in schril contrast met de door [X.] geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade, zoals vermeld in de dagvaarding in eerste aanleg, aldus [X.]. Hij heeft zich in de akte niet uitgelaten over de door de Hoge Raad in voornoemd arrest aangeduide omstandigheden.

9.3. Regiotaxi heeft in haar antwoordakte (opnieuw) gesteld dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen door in overeenstemming met de CAO een collectieve ongevallenverzekering af te sluiten, op grond waarvan [X.] voornoemde bedragen heeft ontvangen. De CAO was destijds een richtsnoer en het afsluiten van een aanvullende ongevallen- of inzittendenverzekering was toen niet mogelijk bij haar eigen verzekeraar (Delta Lloyd) en bij Nationale Nederlanden in geval van taxivervoer. Dit was dus bij de grote verzekeringsmaatschappijen ook niet mogelijk en dit weerspiegelt derhalve de destijds (in 1999) heersende maatschappelijke opvattingen hieromtrent. Bovendien zouden de premies van een aanvullende verzekering financieel niet op te brengen zijn voor een klein familiebedrijf als Regiotaxi dat in 1998, met ongeveer 35 à 40 oproepkrachten en vier vaste personeelsleden, een verlies had geleden van NLG 92.313,- (€ 41.889,81).

Volgens Regiotaxi behoeft een behoorlijke verzekering niet de immateriële schade te dekken, zeker niet wanneer het een ongeval betreft dat louter aan de handelwijze van een werknemer toe te schrijven is, zoals in het geval van [X.]. Hij heeft hiervoor in een strafrechtelijke procedure een maximale werkstraf gekregen en zijn rijbevoegdheid is hem langdurig onvoorwaardelijk ontzegd.

Voorts mocht Regiotaxi er vanuit gaan dat zij zorg had gedragen voor een behoorlijke verzekering van [X.], nu zij ten tijde van het ongeval beschikte over een ISO-certificaat dat slechts wordt afgegeven indien aan een breed scala van eisen wordt voldaan, waaronder begrepen een adequate verzekering van chauffeurs.

Tot slot geeft Regiotaxi het hof in overweging zich door een deskundige, bijvoorbeeld van het Verbond van Verzekeraars of de BAVAM, te laten voorlichten omtrent de in 1999 bestaande verzekeringsmogelijkheden en de daarvoor verschuldigde premies, met inachtneming van de door de Hoge Raad in voornoemd arrest geduide omstandigheden.

9.4. [X.] heeft hierop niet kunnen reageren.

9.5. Of de door Regiotaxi in 1999 getroffen verzekering van [X.], gelet op alle omstandigheden van het geval, een behoorlijke verzekering was, staat derhalve nog niet vast. Het hof acht op dit punt deskundigenonderzoek noodzakelijk. Het hof is voornemens aan de te benoemen deskundige(n) de volgende vragen voor te leggen:

A. Wat waren ten tijde van het ongeval (op 5 september 1999) de mogelijkheden voor Regiotaxi als taxionderneming om zich ten behoeve van de in haar dienst werkzame taxichauffeurs te verzekeren tegen het risico op letselschade (waaronder begrepen gevolgschade), overige materiële en immateriële schade van die taxichauffeurs als gevolg van een verkeersongeval aan de taxichauffeur als bestuurder overkomen tijdens het uitvoeren van de taxiritten?

B. Wat kunt u meedelen over de beschikbaarheid van deze verzekeringen in 1999? Het hof acht het daarbij van belang te vernemen of de genoemde verzekeringen behoorden tot de in het algemeen (via assurantietussenpersonen of rechtstreeks) door in Nederland actieve verzekeringsmaatschappijen volgens min of meer standaard voorwaarden aangeboden verzekeringen.

C. Tegen welke premies konden de onder A. bedoelde verzekeringen door Regiotaxi worden verkregen? Maakt het voor de premiehoogte verschil indien de betrokken chauffeur in deeltijd werkzaam was, en zo ja, welk verschil?

D. Maakt het voor de beantwoording van de hiervoor gestelde vragen nog verschil dat Regiotaxi reeds een op grond van de CAO voor het taxivervoer voorgeschreven collectieve ongevallenverzekering voor haar chauffeurs had afgesloten? Het hof wenst met deze vraag in feite te vernemen of een aanvullende dekking op die verzekering mogelijk was, en zo ja, tegen welke premie en met welke dekking?

E. Hebt u voor het overige nog opmerkingen waarvan u het zinvol acht dat het hof daarvan kennis neemt?

9.6. Het hof zal partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over het aantal, de deskundigheid en – bij voorkeur eensluidend – over de persoon van de te benoemen deskundige(n). Voorts kunnen partijen suggesties doen over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.

9.7. Het hof is voornemens de kosten van de deskundige(n) voorshands ten laste van beide partijen (ieder voor de helft) te brengen.

9.8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

10. De uitspraak

Het hof: verwijst de zaak naar de rol van 28 april 2009 voor het nemen van een akte door [X.] met het in rechtsoverweging 9.6. aangegeven doel;

houdt voor het overige iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. Aarts, Venner-Lijten en Slootweg en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 31 maart 2009.