Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BH9911

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-01-2009
Datum publicatie
03-04-2009
Zaaknummer
K08/0346
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Art. 12 Sv.

Ten aanzien van de niet-ontvankelijkheid van het beklag:

Klager stelt dat de strafzaak tegen hem ten onrechte is geseponeerd met gebruikmaking van de zogenaamde sepotcode 02: het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Namens klager is in raadkamer naar voren gebracht dat het openbaar ministerie de schade die klager, die ten tijde van de inval bij zijn ouders woonde, en zijn ouders hebben geleden als gevolg van de gewelddadige aanhouding door de politie niet vergoedt, aangezien het hanteren van de sepotcode 02 impliceert dat klager terecht als verdachte is aangemerkt. Namens klager is aangevoerd dat hij derhalve belang heeft bij een vervolging van zichzelf, aangezien hij, indien hij door de rechter is vrijgesproken, alsdan de mogelijkheid heeft om schadevergoeding te vorderen.

[volgt ontvankelijkverklaring van klager en aanhouding voor nader onderzoek]

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

K08/0346

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Tussenbeschikking van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 27 januari 2009 inzake het beklag ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering van:

[klager],

wonende te 's-Hertogenbosch,

hierna te noemen: klager,

te dezer zake domicilie kiezende ten kantore van mr. P.W. van der Kruijs, advocaat te 's-Hertogenbosch,

over de beslissing van de officier van justitie te 's-Hertogenbosch tot het niet vervolgen van:

klager zelf,

wegens opzettelijke vrijheidsberoving.

De feitelijke gang van zaken.

In de nacht van 15 op 16 oktober 2007 is klager in de woning van zijn ouders aangehouden als verdachte van opzettelijke vrijheidsberoving.

Op 19 november 2007 is door de hulpofficier van justitie aan klager bericht dat hij niet zal worden vervolgd.

Hierop is namens klager bij schrijven van 2 september 2008 een klaagschrift ingediend bij het hof, ingekomen ter griffie van het hof op 3 september 2008, met het verzoek de vervolging te bevelen.

De advocaat-generaal heeft in het schriftelijk verslag van 1 oktober 2008 het hof primair geraden klager niet ontvankelijk te verklaren en subsidiair geadviseerd het beklag af te wijzen.

Op 30 december 2008 is het klaagschrift in raadkamer van het hof behandeld, in aanwezigheid van de advocaat van klager. Klager is, ofschoon behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

De advocaat-generaal heeft het hof geadviseerd om het beklag af te wijzen.

De beoordeling.

Ten aanzien van de niet-ontvankelijkheid van het beklag:

Klager stelt dat de strafzaak tegen hem ten onrechte is geseponeerd met gebruikmaking van de zogenaamde sepotcode 02: het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Namens klager is in raadkamer naar voren gebracht dat het openbaar ministerie de schade die klager, die ten tijde van de inval bij zijn ouders woonde, en zijn ouders hebben geleden als gevolg van de gewelddadige aanhouding door de politie niet vergoedt, aangezien het hanteren van de sepotcode 02 impliceert dat klager terecht als verdachte is aangemerkt. Namens klager is aangevoerd dat hij derhalve belang heeft bij een vervolging van zichzelf, aangezien hij, indien hij door de rechter is vrijgesproken, alsdan de mogelijkheid heeft om schadevergoeding te vorderen.

De advocaat-generaal heeft het hof geadviseerd om klager ontvankelijk te verklaren in zijn beklag.

Het hof is, met klager en de advocaat-generaal, van oordeel dat klager aldus voldoende heeft aangetoond belang te hebben bij vervolging van zichzelf om te kunnen worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering.

Het hof verklaart klager ontvankelijk in zijn beklag.

Ten aanzien van de klacht:

In het sepotbericht aan klager d.d. 19 november 2007 is de volgende tekst opgenomen:

“Op gezag van de officier van justitie is besloten ter zake van het door u […] begane strafbare feit […] geen verdere maatregelen tegen u te nemen.”

Klager stelt zich op het standpunt dat deze formulering de indruk wekt dat het openbaar ministerie, zonder dat een rechter zich over de zaak een oordeel heeft kunnen vormen, ervan uitgaat dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het genoemde strafbare feit.

Klager stelt zich voorts op het standpunt dat de zaak, gelet op de uitkomsten van het politieonderzoek, had moeten worden geseponeerd met gebruikmaking van de zogenaamde sepotcode 01, hetgeen inhoudt dat hij ten onrechte als verdachte is aangemerkt. In dat geval zou klager – evenals zijn ouders, bij wie klager ten tijde van de inval door de politie woonde en die aanzienlijke materiele schade hebben geleden - wel een beroep op schadevergoeding toekomen.

Het hof verzoekt de advocaat-generaal om opheldering te geven ten aanzien van de gebruikte tekst in het sepotbericht, met name ten aanzien van de vraag in hoeverre dergelijke teksten bij politiesepots worden gebruikt.

Voorts verzoekt het hof de advocaat-generaal zich te richten tot het College van procureurs-generaal met de vraag of het juist is dat verzoeken om schadevergoeding per definitie worden afgewezen bij gebruikmaking van de sepotcode 02 en worden toegewezen bij gebruikmaking van de sepotcode 01.

Gelet op alle voorhanden stukken, alsmede op het verhandelde in raadkamer, acht het hof het raadzaam, alvorens te beslissen, de behandeling van het klaagschrift voor onbepaalde tijd aan te houden teneinde de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen nader verslag te doen van haar bevindingen.

Het hof houdt daartoe de behandeling van de zaak voor onbepaalde tijd aan.

Klager zal voor een nader te bepalen zitting worden opgeroepen

De beslissing.

Het hof verklaart klager ontvankelijk in zijn beklag.

Het hof houdt de behandeling van de zaak aan, één en ander zoals hierboven overwogen.

Aldus gegeven door

mr. G.A.M. Stevens, als voorzitter,

mr. C.R.L.R.M. Ficq, en mr. F. van Es, als raadsheer,

in tegenwoordigheid van mr. L.A.H. Tappenbeck, als griffier,

op 27 januari 2009.

Mr. Van Es is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.