Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BH5989

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-03-2009
Datum publicatie
13-03-2009
Zaaknummer
HV 200.016.474
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Erfrecht. Benoeming vereffenaar ex art. 4:203 BW, schulden overtreffen de baten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2009, 48
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

dHJ

11 maart 2009

Sector civiel recht

Zevende kamer

Zaaknummer:HV 200.016.474

Zaaknummer eerste aanleg: 131391/HA RK 08-235

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Beschikking

in de zaak van:

[X.],

en

[Y.],

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna te noemen: [X.] em [Y.],

advocaat: mr. R.H. van Muijen,

t e g e n

[Z.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

verder te noemen: [Z.],

advocaat: mr. H.E. Menger.

1. Het verloop van de procedure

1.1. De rechtbank Maastricht heeft bij beschikking van 8 oktober 2008 - aange-vuld bij beschikking van 30 oktober 2008 met een uitvoerbaarverklaring bij voor-raad - het verzoek van [Z.] tot benoeming van een vereffenaar ex artikel 4:203 BW in de nalatenschap van haar broer Jan [Z.] die op 6 april 2007 te Maastricht is overleden, hierna: erflater, gehonoreerd en tot vereffenaar benoemd de zoon van [Z.]: [B.], hierna te noemen: [B.].

1.2. Bij appelrekest met bijlagen, dat bij het hof is binnengekomen op 23 oktober 2008, hebben [X.] en [Y.] verzocht de beschikking te vernietigen en opnieuw recht doende een onafhankelijk derde, meer in het bijzonder een notaris van notariskantoor Versteeg Giesbers & Steegmans, of een andere notaris, tot vereffenaar te benoemen met verwijzing van [Z.] in de kosten.

1.3. [Z.] heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend. Dit is bij het hof binnengekomen op 24 november 2008. Het verweer strekt tot afwijzing van het be-roep met veroordeling van [X.] en [Y.] in de kosten.

1.4. Het hof heeft voorts ontvangen:

?van [X.] en [Y.] een drietal aktes houdende in het geding brengen van produc-ties;

?van de procesadvocaat van [Z.] een brief dd. 17 november 2008 houdende overlegging van onder meer de herstelbeschikking;

?van de rechtbank het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg gehouden op 25 september 2008;

?van kandidaat-notaris mr. V.M.J.M. Houtackers de brief dd. 17 februari 2009.

1.5. De mondelinge behandeling in hoger beroep vond plaats op woensdag 18 februari 2009. De in eerste aanleg opgeroepen belanghebbenden zijn ook in hoger beroep opgeroepen. Voorts is voornoemde mr. Houtackers in kennis gesteld van de zitting. Zij zijn niet in hoger beroep verschenen.

Wel waren aanwezig [X.] en [Y.] vergezeld van hun advocaat mr. A.L. van den Bergh, alsmede [Z.] vergezeld van haar advocaat mr. H.E. Menger, alsmede [B.]. Mr. van den Bergh heeft schriftelijke aantekeningen overgelegd. Uitspraak is bepaald op heden.

2. De gronden van het verzoek

Voor de grieven en de toelichting daarop verwijst het hof naar het appelrekest.

3. De beoordeling

3.1. [X.] en [Y.] zijn bij testament dd. 18 mei 2004 beiden benoemd tot executeur in de nalatenschap van erflater. Zij hebben recht op een beloning van

€ 2.500,- (in plaats van het wettelijk loon). De enige erfgenaam, de Congregatie van de Missionarissen van Liefde, heeft de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard. Er zijn legaten verstrekt aan vier (rechts)personen, waaronder [B.], van elk € 1.500,-, aan [X.] en [Y.] van € 5.000,- en aan [Z.] het woonhuis en inboedel van erflater.

3.2. De rechtbank heeft - in hoger beroep onbetwist – vastgesteld dat partijen het erover eens zijn dat in casu sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 4:202 lid 1 aanhef en onder a BW, namelijk dat niet gezegd kan worden dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalaten-schap te voldoen en het executeurschap van [X.] en [Y.] is opgehouden te bestaan. Partijen zijn het er voorts over eens dat ingevolge artikel 4:203 lid 1 aanhef en onder b BW – wanneer de schulden der nalatenschap de baten blijken te overtref-fen – een vereffenaar benoemd dient te worden.

3.3. Partijen verschillen van mening over de te benoemen vereffenaar. [Z.] wil haar zoon doen benoemen; hij is bereid tot vereffening zonder beloning (tegen vergoeding van verschotten). De rechtbank is haar gevolgd.

[X.] en [Y.] willen een onafhankelijk notaris doen benoemen. Zij beroepen zich daartoe op de wil van de erflater neergelegd in een geprinte verklaring voorzien van zijn handtekening, gedateerd 20 november 2005. Daarin brengt erflater tot uitdrukking:

Om belangenverstrengeling te voorkomen en objectiviteit te garanderen hebben [C.] [hof: de in 2001 overleden echtgenote van erflater] en ik er voor gekozen om geen familie tot executeur-testamentair te benoemen.

Door [B.] als vereffenaar te benoemen wordt de wil van vereffenaar niet gerespecteerd, aldus [X.] en [Y.]. [Z.] betwist de herkomst en toepasselijkheid van de ver-klaring, maar niet de handtekening van erflater.

3.4. Desgevraagd ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het hof hebben partijen verklaard niet bereid te zijn de kosten voor vereffening door een notaris te dragen. [X.] en [Y.] menen dat de kosten kunnen en dienen te worden voldaan uit het legaat van [Z.]. [Z.] heeft aangegeven dat de haar gelegateerde woning moeilijk verkoopbaar blijkt te zijn en dat zij uit de verkoopopbrengst ook nog de successiebelasting moet betalen.

3.5. Het hof neemt in overweging dat erflater inderdaad beoogd heeft zijn nalaten-schap te doen afwikkelen door niet-familieleden. De in de verklaring opgenomen intentie is immers terug te vinden in het testament. Echter, daarbij is erflater er kennelijk – namelijk gelet op de aanwezige boedelbestanddelen en de hoogte van de honorering voor de executeurs – vanuit gegaan dat met de afwikkeling van de nalatenschap niet al te veel werk gemoeid zou zijn (en dus ook niet kostbaar zou zijn) en dat bovendien de nalatenschap toereikend zou zijn (de benoeming van een vereffenaar is in het testament niet in overweging genomen). Tussen partijen staat vast dat deze vooronderstellingen niet zijn bewaarheid. Van de wil van erflater aangaande de gewijzigde situatie is het hof niet kunnen blijken.

3.6. Voorts wordt in aanmerking genomen het veel geringere financiële belang van [X.] en [Y.] dan dat van [Z.], alsmede het feit dat [X.] en [Y.] al veel werk hebben besteed aan de afwikkeling van de nalatenschap.

3.7. Alle deze feiten en omstandigheden in aanmerking nemende is het hof van oordeel dat [X.] en [Y.] in alle redelijkheid niet van [Z.] kunnen verlangen dat zij instemt met de benoeming op haar kosten van een notaris als vereffenaar en dat [X.] en [Y.] zich in alle redelijkheid niet kunnen verzetten, met alleen een beroep op de veronderstelde wil van erflater, tegen de benoeming van [B.]. Andere alter-natieven dan een notaris of [B.] zijn niet genoemd. Het hof zal derhalve de beschikking bekrachtigen.

3.8. Het hof zal, gelet op de aard van deze procedure, de proceskosten compenseren.

4. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;

compenseert de proceskosten aldus dat elk van partijen haar eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Den Hartog Jager, Schaafsma-Beversluis en Kleijngeld en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2009.