Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BH5073

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-01-2009
Datum publicatie
06-03-2009
Zaaknummer
HD 200.018.321
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Prijsvraag ivm bouw gemeentehuis. Duidelijkheid van de prijsvraagvoorwaarden. Alsnog afwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TBR 2009/191 met annotatie van M.C. Pinto, G.J. Huith
JAAN 2009/32
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. KM

zaaknr. HD 200.018.321

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

eerste kamer, van 27 januari 2009

gewezen in de zaak van:

DE GEMEENTE LEUDAL,

zetelende te [plaatsnaam],

appellante bij exploot van dagvaarding

van 6 november 2008,

advocaat: mr. J.D.E. van den Heuvel,

tegen:

de besloten vennootschap

ARCHITECTENBUREAU [X.] BV,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde bij gemeld exploot,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

op het hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond gegeven vonnis van 9 oktober 2008, gewezen tussen appellante - verder te noemen de gemeente - als gedaagde en geïntimeerde - verder te noemen [X.] - als eiseres.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 88819/KG ZA 08-190)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij appeldagvaarding heeft de gemeente vier grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot alsnog afwijzing van de vordering met veroordeling van [X.] in de kosten van het geding in beide instanties.

2.2. Bij memorie van antwoord heeft [X.] de grieven bestreden.

2.3. Partijen hebben hun zaak doen bepleiten, de gemeente door mr. Fischer-Braams en [X.] door mr. Haverkate, en daarna kopieën van de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de grieven verwijst het hof naar de appeldagvaarding.

4. De beoordeling

De grieven leggen het geschil in volle omvang aan het hof voor. De grieven zullen niet afzonderlijk worden behandeld.

Het gaat in dit geschil om het volgende.

De gemeente heeft voor de nieuwbouw van haar nieuwe gemeentehuis en een aantal andere voorzieningen (brandweer, gemeentewerf en streekarchief) in [plaatsnaam A.] een "Massastudie en Landschappelijke inpassing" (verder: Massastudie) laten opstellen door [Y.] Copier (productie 8 bij producties [X.] in eerste aanleg). In deze studie zijn drie concepten uitgewerkt "om het programma in het plangebied te laten landen", te weten de concepten Campus, Landgoed en Middelpunt (Massastudie, pagina 39). Vervolgens is "om de kwaliteiten van de verschillende concepten te combineren () gekozen voor een synthesemodel van het Landgoed en het Middelpunt". Vervolgens wordt op pagina 50 het volgende opgemerkt:

"4.2 Model massastudie De entree van het centrum van [plaatsnaam A.] wordt gevormd door het knooppunt van de N279, [B-traat]. Door dit punt meer cachet te geven wordt in dit model het gemeentehuis gericht op dit knooppunt. De open ruimte voor de kapel en het verzorgingstehuis wordt doorgezet in het plangebied en vormt zo het voorportaal van het gemeentehuis. De overige functies worden op een dusdanige wijze aan het gemeentehuis gekoppeld dat het gebouw de vorm van een hoofdgebouw met vleugels krijgt die allen tezamen een binnenplaats vormen. Door een open doorgang te maken in de as van het gebouw vormt het de verbinding van [plaatsnaam A.] met het [naam natuurgebied]. Via het voorportaal, loopt men onder het gebouw door, over het binnenplein richting natuurgebied het [naam natuurgebied]."

Op pagina 51 zijn vervolgens zes trefwoorden opgenomen, te weten Ruimtelijke opbouw, Massa, Zicht, Parkeren, Ontsluiting en Bouwhoogten. Bij ieder van deze trefwoorden zijn drie tot zeven omschrijvingen aangegeven van, met deze trefwoorden samenhangende, in acht te nemen uitgangspunten bij de bouw van het gemeentehuis.

De gemeente heeft hierop een Europese aanbesteding in de vorm van een niet-openbare prijsvraag voor architectenwerkzaamheden uitgeschreven. Voor de prijsvraag zijn vijf deelnemers uitgenodigd, waaronder [X.]. Aan de prijsvraag is uiteindelijk door vier architectenbureaus deelgenomen.

Voor de prijsvraag is een wedstrijdreglement opgesteld (productie 2 bij producties [X.] in eerste aanleg; verder: Wedstrijdreglement), alsmede een uitnodiging tot deelname (productie 2 bij productieoverzicht gemeente in eerste aanleg; verder: Uitnodiging). In het wedstrijdreglement is onder meer het volgende opgenomen:

"3. DE BEOORDELINGSCRITERIA De inzendingen worden beoordeeld op basis van de Beoordelingscriteria. Elk criterium telt even zwaar mee in de eindscore. 4 DE BEOORDELINGSPROCEDURE 4.1 Toetsingsfase: Na het inleveren van de Plannen worden deze getoetst door de Jury. Hierbij wordt gekeken of voldaan wordt aan alle eisen uit het Programma van Eisen en aan alle randvoorwaarden die genoemd worden in de Uitnodiging tot Deelnamen, dit reglement en de overige bijlagen. Tevens worden de inzendingen getoetst aan de regels zoals genoemd in dit reglement. Inzendingen die niet aan deze voorwaarden voldoen worden niet in de beoordeling betrokken en de desbetreffende Deelnemer wordt uitgesloten van het vervolg van de procedure. De beslissing hierover wordt genomen door de Aanbestedende Dienst, op voordracht van de Jury. 4.2 Beoordelingsfase 4.2.1 De juryleden voeren voordat zij tot een definitief oordeel komen eerst overleg over de ingediende Plannen. Bij dit overleg belicht elk jurylid zijn voorlopige standpunt vanuit zijn eigen deskundigheid. 4.2.2 Nadat alle ingediende Plannen naar tevredenheid van alle juryleden zijn besproken, geven de juryleden individueel hun oordeel over de Plannen. Voor elk Plan wordt bij elk Beoordelingscriterium door een jurylid een cijfer gegeven. Bij het invullen van formulieren met cijfers voeren de juryleden geen overleg meer over de cijfers die zij aan de Plannen zullen toekennen. 4.2.3 Het cijfer is een geheel getal tussen 1 en 10 met de gebruikelijke betekenis (1 = zeer slecht, 2 = slecht, 3 = zeer onvoldoende, 4 = onvoldoende, 5 = bijna voldoende [enzovoorts, hof]). 4.2.4 Voor elk Plan wordt de gemiddelde score per Beoordelingscriterium berekend door het gemiddelde te nemen van de 3 cijfers die de juryleden voor het betreffende criterium hebben gegeven, zo nodig afgerond op 1 decimaal. ()"

In de Uitnodiging tot deelname is onder meer het volgende opgenomen:

"1. INLEIDING De Uitnodiging tot Deelname heeft als doel een verdieping op de Selectieleidraad ten aanzien van de Prijsvraag te geven. In dit document wordt de Deelnemer geïnformeerd over de procedure en wordt eenduidig vastgelegd en bepaald de selectie van de prijswinnaars plaatsvindt. 2. PROJECTOMSCHRIJVING () 3. PRIJSVRAAG Er is gekozen voor een niet-openbare Prijsvraag zodat de vijf geselecteerde Deelnemers een redelijke kans maken dat zij voor hun inspanningen beloond worden met een prijs. De Prijsvraag is geënt op de bijlagen. Een onafhankelijke Jury zal de ingediende Plannen beoordelen en een voordracht opstellen voor toekenning van drie prijzen en eventueel eervolle vermeldingen. De Aanbestedende Dienst is niet gebonden aan het oordeel van de Jury en neemt het definitieve besluit tot toekenning van de prijzen en eventuele eervolle vermeldingen. Mocht hierbij worden afgeweken van de voordracht van de Jury dan zal dit gebeuren met toepassing van dezelfde Beoordelingscriteria die de Jury hanteert en wordt het afwijkende besluit gemotiveerd. () 3.1 Prijzen Van de vijf Deelnemers worden drie Prijswinnaars geselecteerd welke een prijs ontvangen. () 3.2 Jury De Jury bestaat uit de volgende drie personen: () 3.3 Projectorganisatie () 3.4 Plan Het Plan moet minimaal de volgende onderdelen bevatten: 3.4.1 Invulling van en visie op de Massastudie/en overige stedenbouwkundige randvoorwaarden; Hierin moet de Deelnemer verwoorden wat zijn visie is van het te realiseren gemeentehuis in relatie tot de Massastudie en overige stedenbouwkundige randvoorwaarden. De visie is een schriftelijke toelichting op het ontwerp. Bij de beoordeling zullen de volgende aspecten een rol spelen: - Realisatie van het Programma van Eisen binnen de Massastudie en de overige stedenbouwkundige randvoorwaarden; - Uitbreidbaarheid van het gebouw in de toekomst met inachtneming van de massastudie en de overige stedenbouwkundige randvoorwaarden; - Inpasbaarheid in de omgeving. Bij het ontbreken van een van bovengenoemde aspecten worden er voor dit Beoordelingscriterium geen punten toegekend. 3.4.2 Schetsontwerp Het schetsontwerp moet minimaal onderstaande onderdelen bevatten: - een situatietekening - plattegronden schaal 1:100 - gevelaanzichten/principedoorsnedes, schaal 1:100 - 3D presentatietekening - globale technische omschrijving met materialisaties Het schetsontwerp wordt getoetst aan de Massastudie/steden-bouwkundige Randvoorwaarden en het Programma van Eisen. () Bij het niet voldoen van het schetsontwerp aan de Massastudie, de andere stedenbouwkundige randvoorwaarden en bij het ontbreken van een van de onderdelen, worden er voor dit beoordelingscriterium geen punten toegekend. Praktische bruikbaarheid van het schetsontwerp Het schetsontwerp wordt door de Jury getoetst op de praktische bruikbaarheid. Hierbij spelen de volgende aspecten een rol: () 3.4.3. Plan van aanpak In het Plan van aanpak dient verwoord te worden hoe men het project denkt te realiseren gegeven het Programma van Eisen inclusief budget/planning, de projectorganisatie en dit document. Aspecten waar hierbij de beoordeling op gelet wordt, zijn: () 3.4.4. Kostenraming van de bouwkosten, inclusief installatiekosten De deelnemer dient een indicatieve bouwkostenbegroting van het ontwerp op te stellen. () De begrotingen worden door de jury beoordeeld, de mate waarin het plan voldoet aan het budget is bepalend voor de uiteindelijke score op dit Beoordelingscriterium. 3.5 Puntentoekenning Per Beoordelingscriterium (3.3.1 t/m 3.3.5) kan de Deelnemer 10 punten verdienen. In totaal 50 punten. Per Beoordelingscriterium moet een minimaal aantal punten van 4 punten gehaald worden. Indien de Deelnemer minder dan 4 punten bij één van de criteria verdient, wordt deze uitgesloten van de Prijsvraag en kan derhalve geen prijs ontvangen. Zie verder het Reglement. (3.6 – 3.10) 3.11 Juryrapport De jury zal een rapport opstellen waarin omschreven wordt hoe zij tot verdeling van prijzen zijn gekomen. Dit rapport wordt aan alle Deelnemers verstrekt. ()"

Op 27 juni 2008 heeft een informatiesessie plaatsgehad waarbij alle uitgenodigde deelnemende architectenbureaus aanwezig waren. Van deze sessie is een verslag opgemaakt (productie 3 bij productieoverzicht gemeente in eerste aanleg). In het verslag is onder meer het volgende opgenomen:

"() Meegedeeld wordt dat mondelinge informatie niet bindend is. De schriftelijke informatie zoals deze is vastgelegd in het officiële verslag van de vergadering is geldend. () De heer [Z.] geeft een korte toelichting op de totstandkoming van de massastudie. De volgende vragen, gerelateerd aan de massastudie, komen vervolgens aan de orde: Dienen de 'blokkencontouren' zoals deze in de massastudie zijn opgenomen gevolgd te worden? Ingetekende massa's zijn fictief. Het vlekkenplan (blz. 50 massastudie) is bepalend. De stedenbouwkundige uitgangspunten (o.a. 3 laags gebouw) dienen nageleefd te worden. ()"

De gemeente heeft op 2 juli 2008 een "Nota van inlichtingen" uitgebracht (productie 4 bij productieoverzicht gemeente in eerste aanleg). In deze nota wordt ter beantwoording van vragen onder meer verwezen naar het onder ?(e) genoemde verslag. In de nota is onder meer het volgende opgenomen:

"11. Graag zouden wij inzicht willen krijgen in de keuze voor de combinatie tussen model "Landgoed en Middelpunt". Waarom is niet voor het model Campus gekozen of duidelijk voor één van de andere modellen, m.a.w. waarom is er een combinatiemodel gekozen en waarom is er niet voor het Campusmodel gekozen? Is niet van belang. Opdracht is helder. 12. Wij zijn van mening dat een eerste fase die dient om te komen tot de selectie van een architect voornamelijk gebruikt moet worden om een eigen visie van de architect te stimuleren. Stel dat wij een visie ontwikkelen in dit eerste project die gaat afwijken van de Massastudie of op zodanige wijze manier anders is, wordt onze visie dan niet beoordeeld? M.a.w. als wij - als architect - van mening zijn dat de uitgangspunten van de massastudie anders uitgelegd kunnen worden en dus niet resulteren in de combinatie van het model 'Landgoed en Middelpunt' en/of de uitwerking zoals deze op pagina 50 van de massastudie door [Y.] is weergegeven, worden wij dan onbeoordeelbaar verklaard ondanks dat onze visie wellicht van hoge kwaliteit is en tot andere inzichten kan leiden? U krijgt het verzoek niet af te wijken van de vraag. De massastudie geeft de richting en randvoorwaarden.

De gemeente heeft op 14 juli 2008 een "Nota van inlichtingen 2" uitgebracht (productie 5 bij productie overzicht gemeente in eerste aanleg. In deze nota is onder meer opgenomen dat het bouwkostenbudget (bouwkosten en installatiekosten) zonder indirecte bouwkosten exclusief btw prijspeil augustus 2009 circa € 4.400.000 bedraagt.

De voor de prijsvraag benoemde jury heeft op 4 augustus 2008 een juryrapport uitgebracht (productie 5 bij producties [X.] in eerste aanleg). Dit rapport bevat onder meer korte beschrijvingen van de inzendingen van de vier uiteindelijk deelnemende architectenbureaus, en voorts als bijlage een overzicht van de beoordelingscriteria, het juryverslag (waarin uitgebreider wordt ingegaan op de vier ingediende plannen) en een scoreformulier juryuitslag. De daarin opgenomen eindscore is blijkens de toelichting "de uitkomst van de middeling van de afzonderlijke beoordelingen door de juryleden conform het reglement van de prijsvraag". In het scoreformulier hebben de vier deelnemende architectenbureaus op ieder van de vijf door de jury onderscheiden criteria punten ontvangen, gelegen tussen 5,3 en 8,0. De totaalscore van [X.] was de laagste van de deelnemende bureaus.

Bij brief van 5 augustus 2008 ((productie 6 bij producties [X.] in eerste aanleg) hebben B en W van de gemeente Leudal aan [X.] meegedeeld dat het college heeft besloten de juryvoordracht over te nemen. Daaraan is toegevoegd "Dit betekent voor uw bureau helaas dat u niet verdergaat in de onderhandelingsronde."

Bij brief van 18 augustus 2008 aan de raadsleden van de gemeente Leudal (productie 7 bij producties [X.] in eerste aanleg) heeft [X.] erop gewezen dat "geen van de winnende ontwerpen voldoet aan de landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische eisen. Dit als verwoord en getekend in het Masterplan van het bureau [Y.] met de datum 18 juni 2008. () Dit doet geen recht aan ons ingediende plan. () Om uit een mogelijke impasse te komen, stellen wij voor om voor het "Huis van de Gemeente" niet de drie geselecteerde plannen, maar de vier ingediende plannen voor te leggen aan de bevolking en hun mede te laten kiezen."

Op verzoek van [X.] is door Compositie 5 stedenbouw BV een notitie (gedateerd 9 september 2008) uitgebracht inzake de architectenselectie nieuwbouw gemeentehuis [naam] (productie 10 bij producties [X.] in eerste aanleg). Volgens deze notitie is bij de prijstoekenning ten onrechte voorbijgegaan aan het feit dat eigenlijk alleen [X.] correct invulling hebben gegeven aan de uitgangspunten inzake opbouw en situering van het complex.

De jury van de prijsvraag heeft bij schrijven van 23 september 2008 (productie 9 bij productie overzicht gemeente in eerste aanleg) een nadere toelichting gegeven op haar rapport, dit mede in antwoord op de reactie van Compositie 5 stedenbouw BV.

In eerste aanleg heeft [X.] gevorderd - de gemeente te verbieden de aanbestedingsprocedure voort te zetten en/of - de gemeente te gebieden de onderhandelingen met de drie prijswinnaars met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden en/of - de gemeente te gebieden reeds genomen gunningsbesluiten in te (doen) trekken en/of - de gemeente te verbieden een gunningsbesluit te nemen en/of - de gemeente te verbieden op basis van een reeds genomen gunningsbesluit een overeenkomst te sluiten - en tot slot de gemeente te gebieden de onderhavige opdracht opnieuw aan te besteden, indien hij deze nog altijd wenst te verstrekken, alles met veroordeling van de gemeente in de proceskosten. [X.] heeft daartoe gesteld dat alleen haar schetsontwerp binnen de stedenbouwkundige uitgangspunten van de Massastudie is gebleven, en dat dat daarom ten onrechte buiten de prijzen is gevallen. Dit standpunt wordt door [X.] toegelicht door verwijzing naar bovengenoemde notitie van Compositie 5 stedenbouw BV. Nadat de gemeente de vorderingen had weersproken heeft de rechtbank alle vorderingen van [X.] toegewezen (waarbij zij bij het laatste verbod het door [X.] gemaakte voorbehoud "indien hij deze nog altijd wenst te verstrekken" niet in het dictum heeft opgenomen, maar wel in rechtsoverweging 4.9). De voorzieningenrechter heeft daartoe overwogen dat aan de eerste twee beoordelingscriteria van de wedstrijd niet is voldaan indien het ontwerp niet voldoet aan de Massastudie, en dat aan de Massastudie is voldaan indien het ontwerp een open doorgang in de as van het gebouw bevat, waardoor men onder het gebouw door, over het binnenplein, richting natuurgebied het [naam natuurgebied] loopt. Omdat naar het oordeel van de voorzieningenrechter uit het rapport van de jury blijkt dat de ontwerpen van de drie prijswinnaars niet aan de Massastudie voldoen, had de jury deze ontwerpen wegens het niet voldoen aan de beoordelingscriteria buiten beschouwing moeten laten, terwijl de gemeente de voordracht van de jury niet had mogen overnemen.

Het hof stelt - evenals partijen - voorop dat ook voor prijsvragen als de onderhavige uit de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie volgt dat de dienst die de prijsvraag uitschrijft het beginsel van gelijke behandeling van de deelnemers aan de prijsvraag moet respecteren (zie met name arresten van het Hof van Justitie van 27 november 2001, Lombardini en Mantovani, C-285/99 en C 286/99, en 19 juni 2003, GAT, C-315/01). Uit die rechtspraak volgt voorts dat eerdergenoemd beginsel tot transparantie verplicht, opdat de naleving ervan kan worden gecontroleerd (zie met name arresten van 18 juni 2002, HI, C-92/00, en 12 december 2002, Universale-Bau e.a.,

C-470/99). In het algemeen impliceert genoemd beginsel van transparantie onder meer "dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat () alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren" (arrest van 29 april 2004, CAS Succhi di Frutta SpA, C-496/99). Naar het oordeel van het hof is het voorgaande van overeenkomstige toepassing bij een prijsvraag als de onderhavige. Voor de jury betekent dit dat zij zich bij haar beoordeling dient te houden aan het Wedstrijdreglement en de overige daarmee verband houdende regelingen; zij dient dus ook de inzendingen te toetsen aan de opgestelde criteria, en zelf geen andere criteria te hanteren. Indien de uitslag van de wedstrijd wordt bestreden, dient het hof na te gaan of de jury zich aan het wedstrijdreglement heeft gehouden, onder andere doordat de jury bij haar beoordeling de toepasselijke beoordelingscriteria heeft gehanteerd. Het hof kan dan ook - indien nodig - de door de jury in cijfers gegeven waarderingen toetsen aan de toepasselijke criteria, doch wat dat betreft slechts marginaal, nu de jury wat dat betreft een grote vrijheid van beoordeling heeft.

Volgens [X.] (memorie van antwoord, § 12) zijn er wat betreft de formuleringen in de voorwaarden van de prijsvraag slechts twee varianten denkbaar: ofwel de beoordelingscriteria “waren zo duidelijk als de voorzieningenrechter en [X.] ze hebben opgevat", maar de jury heeft deze verkeerd toegepast, ofwel de voorzieningenrechter en [X.] hebben de selectiecriteria verkeerd begrepen, en dan zijn die criteria dus kennelijk voor tweeërlei uitleg vatbaar en derhalve onvoldoende transparant in de hierboven bedoelde zin. Het hof deelt dat standpunt niet. Denkbaar is immers ook dat zowel de voorzieningenrechter als [X.] de voorwaarden verkeerd hebben geïnterpreteerd, hoewel deze voldoende duidelijk en precies, en ook ondubbelzinnig zijn.

Dat laatste is naar het oordeel van het hof het geval. In het geval van een prijsvraag als de onderhavige dienen alle voorwaarden en modaliteiten die voor de prijsvraag gelden te zijn opgenomen in de stukken waarnaar in het Wedstrijdreglement direct of indirect wordt verwezen; dat zijn in dit geval niet alleen dat reglement zelf, maar ook de Uitnodiging tot deelname, de Nota's van inlichtingen en het Verslag van het overleg met de geselecteerde architecten waarnaar de eerste Nota van inlichtingen verwijst, en voorts de Massastudie met de daarin opgenomen uitgangspunten. De documenten verwijzen naar elkaar, en dienen dus in onderlinge samenhang te worden beschouwd. De relevante passages uit deze documenten zijn hiervoor onder 4.2. aangehaald.

Allereerst zijn van belang de beoordelingscriteria op basis waarvan volgens het Wedstrijdreglement de inzendingen worden beoordeeld, en welke criteria volgens dat reglement alle even zwaar meetellen in de eindscore. Die criteria staan niet in het Wedstrijdreglement zelf, maar zijn opgenomen in de Uitnodiging tot deelname. In paragraaf 3.5 van de Uitnodiging wordt immers gesproken over de beoordelingscriteria, zij het dat bij de nummering daarvan een fout is gemaakt waardoor één van de criteria niet is genummerd, terwijl bovendien de verwijzing onder 3.5 niet helemaal juist is. Uit paragraaf 3.5 van de Uitnodiging blijkt echter duidelijk - en zo is het ook opgevat door de jury die de beoordelingscriteria moest hanteren - dat er vijf beoordelingscriteria zijn, te weten (1) invulling van een visie op de Massastudie/en overige stedenbouwkundige randvoorwaarden; (2) schetsontwerp; (3) praktische bruikbaarheid van het schetsontwerp (dit criterium is abusievelijk niet genummerd); (4) plan van aanpak en (5) kostenraming van de bouwkosten, inclusief installatiekosten. Ook [X.] heeft kennelijk begrepen dat er vijf criteria waren, nu zij in de jurybeoordeling op alle vijf de criteria heeft gescoord, en wel met steeds tenminste (gemiddeld) een 6,0.

Deze vijf criteria tellen blijkens eerder genoemde paragraaf 3.5 van de Uitnodiging tot deelname alle vijf even zwaar mee om de einduitslag te bepalen. Bovendien geldt dat, ook als de jury de score ten aanzien van een bepaald criterium als onvoldoende beschouwt, dat nog niet leidt tot uitsluiting van de prijsvraag. Uitsluiting volgt immers pas als op een criterium minder dan (gemiddeld) een 4 wordt gescoord (terwijl een 4 volgens de uitnodiging de waardering "onvoldoende" impliceert).

De stelling van [X.] dat zij als enige wel aan de voorwaarden om de prijsvraag te kunnen winnen heeft voldaan berust - uitsluitend - op de stelling dat haar schetsontwerp het enige ontwerp is dat binnen de stedenbouwkundige uitgangspunten van de Massastudie is gebleven (dagvaarding in eerste aanleg, punt 10), terwijl zij de jury verwijt dat "voor de jury de uitgangspunten in de Massastudie niet maatgevend [zijn] geweest, althans zijn de uitgangspunten blijkbaar bij de beoordeling, hetzij verruimd, hetzij geheel losgelaten" (dagvaarding in eerste aanleg, punt 12).

Naar het oordeel van het hof sluit de interpretatie van [X.] niet aan bij de - naar het oordeel van het hof duidelijke - voorwaarden van de prijsvraag zoals hiervoor uiteengezet. Zelfs indien de inzendingen van de andere drie deelnemers niet geheel aan de eisen van de Massastudie zouden hebben voldaan dan volgt daar gelet op het geheel van regels dat van toepassing is niet uit, dat zij zonder meer zouden moeten worden uitgesloten. Tot uitsluiting zou immers slechts moeten worden overgegaan als de jury van oordeel zou zijn geweest dat gemiddeld minder dan onvoldoende (lager dan een 4) was behaald. Slechts in dat geval schrijven de voorwaarden immers uitsluiting voor. Het is bovendien niet zo dat aansluiting bij de Massastudie het enige criterium was dat bepaalde of men kon blijven meedingen; er waren immers vijf criteria, die alle vijf even zwaar mee wogen.

Daarnaast houdt het hierop betrekking hebbende criterium niet in dat de deelnemers zich strikt aan de Massastudie moet houden, maar dat de deelnemer moet verwoorden wat zijn visie is op het te realiseren gemeentehuis in relatie tot de Massastudie en de overige stedenbouwkundige randvoorwaarden. Niet alleen staat in de toelichting op het criterium dat de deelnemer zijn visie moet "verwoorden", maar bovendien staat daar "De visie is een schriftelijke toelichting op het ontwerp". Bovendien wordt in de toelichting op dit criterium nog aangegeven dat bij de beoordeling of aan het criterium is voldaan een aantal aspecten een rol speelt, waarvan er slechts één is of het Programma van Eisen binnen de Massastudie wordt gerealiseerd. Daaruit blijkt al, dat het enkele feit dat niet helemaal aan de Massastudie wordt voldaan niet betekent dat aan het criterium als zodanig niet is voldaan.

Ook het tweede criterium - Schetsontwerp - verwijst naar de Massastudie, aangezien het bepaalt dat bij het niet voldoen van het schetsontwerp aan de Massastudie voor dit criterium geen punten worden toegekend. Er wordt daar echter hetzelfde bepaald ten aanzien van de andere stedenbouwkundige randvoorwaarden, en voor het geval dat een van de onderdelen ontbreekt. Voor dit criterium geldt daarmee ook wat aan het slot van de vorige rechtsoverweging is opgemerkt. Het gaat niet om het wel of niet voldoen aan een bepaald vereiste (met als consequentie het wel of niet verder meedingen), maar om een door de jury te geven waardering in hoeverre aan een bepaald vereiste wordt voldaan, welke waardering in de vorm van een cijfer wordt gegeven, en waarbij uitsluiting alleen volgt als dat cijfer lager dan een 4 is.

Voorts wijst het hof erop dat op pagina 50 van de Massastudie weliswaar wordt gesproken over een open doorgang, maar dat op pagina 51 zes trefwoorden worden onderscheiden die tot 29 omschrijvingen leiden waaraan moet worden voldaan, en daarbij staat niet dat men onder het gebouw door moet kunnen lopen; wel worden onder het element "zicht" een aantal eisen genoemd die in het visuele openheid samenhangen. Uit dit stelsel van bepalingen kan dan ook niet worden afgeleid dat alleen een gebouw met een open doorgang de wedstrijd zou kunnen winnen c.q. tot de wedstrijd zou mogen worden toegelaten.

Ook is weliswaar - zoals [X.] heeft aangevoerd - op pagina 53 van de Massastudie een gebouw geschetst met een open doorgang, maar dat is niet het geval met het (alternatieve) gebouw geschetst op pagina 56. Bovendien blijkt uit het verslag van het gesprek met de gemeente op 27 juni 2008 waarbij ook [X.] aanwezig was dat de blokkencontouren zoals die in de Massastudie zijn opgenomen (kennelijk wordt daarbij onder andere gedoeld op de tekening op bladzijde 53) niet hoefden te worden gevolgd, want dat de ingetekende massa's fictief waren; alleen het vlekkenplan zelf was bepalend alsmede de stedenbouwkundige uitgangspunten zoals een drielaags gebouw.

Uit het juryrapport (waarin het eerste en tweede criterium bij de bespreking van de vier inzendingen steeds gezamenlijk zijn behandeld) blijkt dat de jury steeds heeft bezien in hoeverre de uitgangspunten van de Massastudie door de desbetreffende deelnemer werden "vertaald". Weliswaar kan aan [X.] worden toegegeven dat de jury in een aantal gevallen constateert dat niet aan bepaalde eisen wordt voldaan, maar dat enkele feit betekent - gelet op de veelheid van eisen die in de verschillende prijsvraagdocumenten was opgenomen - niet dat daarmee uitsluiting moest volgen, gelet op de criteria en de wijze van besluitvorming die duidelijk in het Wedstrijdreglement en de Uitnodiging waren opgenomen.

[X.] heeft er nog op gewezen dat zij heeft gevraagd (zoals is opgenomen als vraag 12 in de eerste Nota van inlichtingen) of er mocht worden afgeweken van de Massastudie, en dat daarop is geantwoord dat niet moest worden afgeweken van de vraag, en dat de Massastudie richting en randvoorwaarden geeft. Het is juist dat het antwoord op vraag 12 een dergelijke inhoud heeft, maar het feit dat de Massastudie richting en randvoorwaarden geeft betekent niet zonder meer dat als die richting en randvoorwaarden niet volledig worden gerespecteerd onmiddellijk uitsluiting moest volgen. Immers, het zij herhaald dat de relatie tot de Massastudie slechts een onderdeel van slechts één van de criteria was, en dat zelfs een onvoldoende scoren op dit onderdeel nog niet tot uitsluiting zou leiden. Bovendien had de vraag van [X.] betrekking op de in de Massastudie onderscheiden concepten Campus, Landgoed en Middelpunt, en dat onderscheid is hier niet aan de orde.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de argumenten die [X.] in de dagvaarding in eerste aanleg heeft aangevoerd, alsook hetgeen in de verdere procedure is aangevoerd, er niet toe kunnen leiden dat moet worden beslist dat de jury zich niet heeft gehouden aan de criteria, terwijl bovendien geenszins is komen vast te staan dat alleen [X.] zich in voldoende mate aan de wedstrijdvoorwaarden had gehouden. [X.] heeft ook niet gesteld dat de jury bij haar cijfermatige waardering of aan de criteria is voldaan haar vrijheid te buiten is gegaan, en dat is overigens ook geenszins gebleken. Het hof is tevens van oordeel dat - gelet op hetgeen het hiervoor heeft uiteengezet - de door de gemeente gehanteerde voorwaarden in hun onderlinge samenhang voldoende duidelijk en precies, en ook ondubbelzinnig, waren geformuleerd, en dat de - hierdoor behoorlijk geïnformeerde - deelnemers bij normale oplettendheid moeten hebben begrepen hoe de wedstrijdvoorwaarden in elkaar staken.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het vonnis van de voorzieningenrechter moet worden vernietigd, en dat de vordering van [X.] alsnog moet worden afgewezen. Als in het ongelijk gestelde partij zal [X.] in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep worden veroordeeld. Derhalve moet worden beslist als volgt.

5. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis van 9 oktober 2008 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond;

en opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van [X.] af; veroordeelt [X.] in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep, in eerste aanleg begroot op € 254 voor verschotten en € 816 vorig salaris advocaat, en in hoger beroep begroot op € 388,44 voor verschotten € 2682 voor salaris advocaat;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de veroordeling betreft.

Dit arrest is gewezen door mrs. Brandenburg, Meulenbroek en Begheyn en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 januari 2009.