Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BH4240

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-02-2009
Datum publicatie
27-02-2009
Zaaknummer
HV 200.018.209/01
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WSNP. Tussentijdse beëindiging; 350 lid 3 aanhef en sub f FW;

Fraude t.a.v. verzoeken teruggave belastinggeld.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

CMvL

18 februari 2009

Sector civiel recht

Zaaknummer HV 200.018.209/01

Zaaknummer eerste aanleg 08/461 R

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Arrest

in de zaak in hoger beroep van:

X,

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeentenaam],

appellant,

hierna: [X.],

advocaat: mevrouw mr. V.N. Sakkers.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Maastricht van 4 november 2008, waarvan de inhoud bij [X.] bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 12 november 2008, heeft [X.] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en te bepalen dat hij niet toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof rechtens juist oordeelt.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 februari 2009. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [X.], bijgestaan door zijn advocaat mr. C.J.P. Liefting;

- de heer M.M.S. Heckers, hierna te noemen: de bewindvoerder.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 28 oktober 2008;

- het verslag van de bewindvoerder d.d. 18 november 2008 met de daarbij behorende vorderingslijst van crediteuren;

- de ter zitting overgelegde voordracht van de rechter-commissaris in eerste aanleg d.d. 10 september 2008.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift

4. De beoordeling

4.1. Bij vonnis van 12 augustus 2008 is ten aanzien van [X.] de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

4.2. Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank Maastricht met toepassing van artikel 350 lid 3 aanhef en sub f Faillissementswet (Fw) op voordracht van de rechter-commissaris de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat [X.] zich niet gehouden heeft aan de door hem ondertekende regels van de schuldsaneringsregeling door bij de behandeling van zijn verzoekschrift niet te vermelden dat hij heeft gefraudeerd. De rechtbank heeft voorts overwogen dat voornoemd feit van zodanig ernstige aard is dat zij [X.] niet in staat acht zich gedurende de resterende looptijd van deze schuldsaneringsregeling wel te houden aan de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Bovendien is voormelde belastingschuld niet te goeder trouw ontstaan, aldus de rechtbank.

4.3. [X.] is tegen dit vonnis in beroep gekomen en stelt dat de rechtbank ten onrechte de toepassing van de schuldsanering tussentijds heeft beëindigd.

4.4. Het hof komt tot de volgende beoordeling.

4.4.1. De vraag of er grond bestaat tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling dient het hof in dit geval te beantwoorden aan de hand van artikel 350 lid 3 aanhef en sub f Fw. Hierbij gaat het erom of er feiten en omstandigheden bekend zijn geworden die op het tijdstip van de indiening van het verzoekschrift tot toelating tot de schuldsaneringsregeling reeds bestonden en die reden zouden zijn geweest het verzoek af te wijzen overeenkomstig artikel 288, eerste en tweede lid Fw.

4.4.2. In het beroepschrift is verzocht te bepalen dat [X.] niet toerekenbaar tekort is geschoten. Het hof zal dit aldus verstaan dat [X.] verzoekt de voordracht van de rechter-commissaris om de schuldsanering tussentijds te beëindigen alsnog af te wijzen. Voorts heeft de advocaat van [X.] de grief dat de rechtbank haar beslissing heeft genomen zonder [X.] nogmaals te hebben gehoord, ter zitting ingetrokken.

4.4.3. Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep heeft [X.] verklaard dat hij wist dat er namens hem ten onrechte geld van de belastingdienst was teruggevraagd. Weliswaar heeft hij ter zitting verklaard dat hij het daar niet mee eens was en dat hij onder druk het geld heeft gehouden, maar dit laat onverlet dat hij wist dat er namens hem is gefraudeerd, dat hij daarvan geen aangifte heeft gedaan en dat hij in elk geval een groot gedeelte van dat geld zelf heeft gehouden en heeft uitgegeven. Vast staat dat [X.] dit bij de toelating tot de schuldsaneringsregeling heeft verzwegen. De ten gevolge van deze fraude ontstane belastingschuld is ontstaan binnen 5 jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend. Dit blijkt uit het verslag van de bewindvoerder, waarin [X.] heeft aangegeven dat hij gedurende de maanden mei, juli en september 2007 het desbetreffende belastinggeld heeft ontvangen. Ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van de daaruit voortgekomen schuld is [X.] niet te goeder trouw geweest. De aard van deze schuld en de wijze van het ontstaan daarvan zijn dusdanig dat er geen aanleiding zou zijn geweest om toepassing te geven aan lid 3 van artikel 288 Fw.

[X.] heeft ter zitting van het hof verklaard, met ondersteuning van de heer [Y.] van de stichting Victory Home te [vestigingsplaats], dat hij al enige tijd op de goede weg is en vast werk heeft. Tegenover de wijze van het ontstaan van de schuld aan de belastingdienst en het korte tijdsverloop tot aan het verzoek tot toelating geven deze omstandigheden echter geen grond om thans tot een ander oordeel te komen.

4.4.4. Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [X.] terecht en op goede gronden tussentijds heeft beëindigd.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. Kranenburg, De Klerk – Leenen en Walstock en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2009.