Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BH2179

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-02-2009
Datum publicatie
06-02-2009
Zaaknummer
HV 200.019.093
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rechtbank heeft verzoek toelating afgewezen, na ververhoor door gerechtssecretaris.

Dit is in strijd met de wet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

MdL

4 februari 2009

Sector civiel recht

Zaaknummer HV 200.019.093/01

Zaaknummer eerste aanleg 132144/FT RK 08.721

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Arrest

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

hierna [X.], en

Bureau Inkomens Beheer B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen van [X.],

gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna BIB,

appellanten,

advocaat: mr. J.H. Smeets .

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Maastricht van 28 oktober 2008, waarvan de inhoud bij appellanten bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 4 november 2008, hebben appellanten verzocht voormeld vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, alsnog ten aanzien van [X.] de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 januari 2009. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- mevr. mr. J.H. Smeets als advocaat van appellanten;

- dhr. [Y.], sociaal-psychiatrisch verpleegkundige van [X.].

Alhoewel behoorlijk opgeroepen zijn [X.] en BIB niet ter zitting verschenen.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

- het verslag van de door een gerechtssecretaris gevoerde gesprekken bij de rechtbank Maastricht van 25 september 2008 en 23 oktober 2008 ;

- de brief met bijlagen van de advocaat van appellanten van 15 januari 2009;

- de brief van de huisarts van [X.] van 23 januari 2009, overgelegd ter terechtzitting;

- het na de zitting van 23 januari 2009 van mevrouw mr. Smeets nog ontvangen faxbericht van 28 januari 2009.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. Op 31 juli 2008 heeft [X.] bij de rechtbank een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De totale schuldenlast bedraagt blijkens de verklaring ex artikel 285 Faillissementswet (Fw) op 14 juli 2008 € 34.547,90. Uit genoemde verklaring blijkt dat het minnelijke traject niet is gestart.

Bij vonnis waarvan beroep is het verzoek van [X.] afgewezen.

4.2. De rechtbank heeft hiertoe onder meer overwogen dat [X.] tweemaal niet is verschenen ter zitting teneinde haar verzoekschrift toe te lichten. Wel zijn verschenen respectievelijk dhr. [E.] als beschermingsbewindvoerder (eerste zitting), en vervolgens op de tweede zitting de heer [Y.], de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige van [X.]. De heer [Y.] heeft verklaard dat [X.] niet ter zitting aanwezig kon zijn doordat zij lijdt aan ernstige agorafobie, en dat zij ook bij een volgende oproep hierdoor niet zal verschijnen nu zij niet in staat is om te reizen.

Op grond van dit alles heeft de rechtbank geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is dat [X.] in staat zal zijn om aan haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling te voldoen.

4.3. In het beroepschrift hebben appellanten aangevoerd dat het onjuist is dat de heer [Y.] bij de rechtbank heeft medegedeeld dat [X.] bij een volgende oproep om te verschijnen voor de rechter niet aanwezig zou zijn. Volgens dhr. [Y.] is [X.] hard aan het werken om de reis te kunnen maken, maar is dat nog ver weg en kan geen prognose worden gegeven wanneer [X.] hiertoe wel in staat is.

Appellanten voeren aan dat [X.] onder behandeling is van een psychiater en dat thans een beginnende positieve verandering merkbaar is, waarvoor zij verwijzen naar een overgelegde verklaring van de behandelend psychiater. Ook is de financiële situatie van [X.] verbeterd sinds zij onder bewind staat.

Appellanten stellen zich op het standpunt dat [X.] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal kunnen nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

4.3.1. Hieraan is ter zitting van het hof onder meer toegevoegd dat [X.] thans bij de zitting niet aanwezig is vanwege andere medische redenen, ter toelichting waarvan een verklaring van de huisarts is overgelegd. De heer [Y.] heeft verklaard dat [X.] anders onder zijn begeleiding in staat zou zijn geweest de reis te maken om aanwezig te zijn bij de mondelinge behandeling. [X.] is in staat onder begeleiding van dhr. [Y.] boodschappen te doen; wanneer [X.] zelfstandig kan bewegen zal zij hard werken voor de schuldsaneringsregeling. De tijd die nodig zal zijn tot het moment dat zij zelfstandig kan bewegen en inkomen kan verwerven wordt door de heer [Y.] geschat op ca. een jaar.

De advocaat van [X.] stelt dat voldoende adequate hulpverlening aanwezig is om te voldoen aan de verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling. Het is de advocaat onbekend welke de startdata van de schulden zijn. Door de heer [Y.] wordt aangegeven dat veel schulden zijn veroorzaakt door de ex-vriend van [X.]; deze relatie is in ieder geval ruim 1,5 jaar voorbij.

4.4. Het hof oordeelt als volgt.

4.4.1. Bij beschikking van 22 november 2006 is een beschermingsbewind over alle goederen van [X.] ingesteld voor een periode van twee jaar, met benoeming van BIB tot bewindvoerder. Nu dit bewind niet is verlengd heeft Bureau Inkomens Beheer B.V. geen belang bij dit hoger beroep en dient BIB daarin derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4.4.2. Het hof overweegt ambtshalve het volgende.

Op het verzoek aan de rechtbank tot toezending van het proces-verbaal van verhoor van [X.], heeft het hof een gespreks- verslag, inhoudende een vastlegging van de gesprekken die de griffier op 25 september 2008 en 23 oktober 2008 in het verzoek tot toelating van [X.] tot de schuldsaneringsregeling heeft gevoerd. In het gespreksverslag is vermeld dat het verzoek eerst op 25 september 2008 tijdens een gesprek met de gerechtssecretaris is behandeld, in dat gesprek is [X.] niet verschenen, wel de heer [E.] namens de beschermingsbewindvoerder. De heer [E.] heeft een korte verklaring afgelegd. [X.] is nogmaals opgeroepen te verschijnen, dit maal op 23 oktober 2008; ook op die datum is [X.] niet verschenen, wel de heer [Y.], sociaal psychiatrisch verpleegkundige, die heeft toegelicht waarom [X.] niet is verschenen.

In het vonnis waarvan beroep wordt naar dit gespreksverslag verwezen. In het vonnis is geen melding gemaakt van een verhoor door een rechter. Op grond hiervan neemt het hof aan dat de rechtbank in eerste aanleg geen zitting heeft gehouden waarop [X.] in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.

Buiten de gevallen waarin de wet daarvoor een uitdrukkelijke machtiging geeft, kunnen aan de griffier/gerechtssecretaris geen activiteiten worden opgedragen die behoren tot de kerntaken van de rechter. Dit geldt in het bijzonder voor de vaststelling van de feiten en de oordeelsvorming. Een dergelijke machtiging van de nationale wetgever in algemene zin of toegespitst op de procedure van de Wet schuldsanering natuurlijke personen ontbreekt. Er is dus geen ruimte voor een verhoor door een griffier/gerechtssecretaris in dat kader.

Nu de rechtbank in eerste aanleg een eindvonnis heeft gewezen ziet het hof geen grond voor terugwijzing van de zaak naar de rechtbank. Het hof zal de zaak in volle omvang behandelen.

4.4.3. Ter zitting van het hof is gebleken dat [X.] onder meer schulden heeft laten ontstaan door via de computer aankopen te doen, dat aannemelijk is dat in elk geval een substantieel deel van deze schulden is ontstaan binnen vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend en dat zij niet in staat was inkomsten te verwerven. Het hof acht daarom ten aanzien van in elk geval een substantieel deel van de schulden niet aannemelijk dat [X.] ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van deze schulden te goede trouw is geweest: [X.] wist of moest weten dat zij deze schulden niet zou kunnen voldoen.

4.4.4. Voorts acht het hof onvoldoende aannemelijk dat [X.] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden thans reeds onder controle heeft gekregen, nu ter zitting is gebleken dat zij slechts onder begeleiding boodschappen kan doen en het nog minimaal een jaar duurt voordat [X.] in staat is inkomsten te gaan verwerven. Nu blijkt dat nog geen sprake is van een stabiele situatie waarin de psycho-sociale problemen van [X.] al enige tijd beheersbaar zijn, in die zin dat [X.] zich in maatschappelijk opzicht staande weet te houden, dient het verzoek dat kennelijk is gebaseerd op artikel 288 lid 3 Fw, te worden afgewezen.

5. De uitspraak

Het hof:

verklaart Bureau Inkomens Beheer B.V. niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep;

bekrachtigt het arrest van de rechtbank Maastricht van 28 oktober 2008.

Dit arrest is gewezen door mrs. De Klerk-Leenen, Kranenburg en Pouw en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2009.