Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BH2042

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-01-2009
Datum publicatie
05-02-2009
Zaaknummer
K08/0337
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Art. 12 Wetboek van Strafvordering; art. 45, 302 Sr.

Klaagster, politieagente, heeft aangifte gedaan naar aanleiding van een incident waarbij ze trachtte beklaagde staande te houden toen deze op zijn scooter probeerde weg te rijden. Toen beklaagde niet wilde stoppen, pakte klaagster de scooter in een reflex vast en riep zij meermalen dat hij moest stoppen. Hoewel beklaagde omkeek en kon zien dat klaagster de scooter vasthield en beklaagde moet hebben gehoord dat zij riep dat hij moest stoppen, reed beklaagde door. Klaagster schat de afstand op ongeveer 15 meter, waarna zij ten val kwam en nog 2 à 3 meter werd meegesleurd. Hierdoor heeft zij pijn ondervonden en letsel bekomen.

Het hof acht, gelet op de ernst en omvang van het beweerdelijk gepleegde strafbare feit en de zich in het dossier bevindende aanwijzingen, termen aanwezig om het beklag gegrond te verklaren en de vervolging van beklaagde te bevelen, ter zake van (poging tot zware) mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

K08/0337

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Beschikking van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 27 januari 2009 inzake het beklag ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering van:

(klaagster),

wonende te Heerlen,

hierna te noemen: klaagster,

te dezer zake bijgestaan door de heer (vertegenwoordiger) van Politiebond ANPV,

over de beslissing van de officier van justitie te Maastricht tot het niet vervolgen van:

(beklaagde),

wonende te Heerlen,

hierna te noemen: beklaagde,

te dezer zake domicilie kiezende ten kantore van mr. P.H.L. Dankers, advocaat te Landgraaf,

wegens (poging tot zware) mishandeling.

De feitelijke gang van zaken.

Op 8 april 2008 heeft klaagster aangifte gedaan van (poging tot zware) mishandeling, beweerdelijk jegens haar gepleegd door beklaagde.

Op 4 augustus 2008 is namens de officier van justitie aan klaagster bericht dat de zaak niet zal worden vervolgd omdat er geen wettig bewijs is.

Hierop heeft klaagster bij schrijven van 16 augustus 2008 een klaagschrift ingediend bij het hof, ingekomen ter griffie van het hof op 25 augustus 2008, met het verzoek de vervolging te bevelen.

De advocaat-generaal heeft in het schriftelijk verslag van 28 oktober 2008 het hof geraden het beklag gegrond te verklaren.

Op 30 december 2008 is het klaagschrift in raadkamer van het hof behandeld in aanwezigheid van klaagster en haar gemachtigde. Op dezelfde dag, op een later tijdstip, is het klaagschrift in raadkamer van het hof behandeld in aanwezigheid van beklaagde en zijn advocaat.

De advocaat-generaal heeft verklaard te persisteren bij het schriftelijk verslag.

De beoordeling.

Klaagster, politieagente, heeft aangifte gedaan naar aanleiding van een incident waarbij ze trachtte beklaagde staande te houden toen deze op zijn scooter probeerde weg te rijden. Toen beklaagde niet wilde stoppen, pakte klaagster de scooter in een reflex vast en riep zij meermalen dat hij moest stoppen. Hoewel beklaagde omkeek en kon zien dat klaagster de scooter vasthield en beklaagde moet hebben gehoord dat zij riep dat hij moest stoppen, reed beklaagde door. Klaagster schat de afstand op ongeveer 15 meter, waarna zij ten val kwam en nog 2 à 3 meter werd meegesleurd. Hierdoor heeft zij pijn ondervonden en letsel bekomen.

Beklaagde heeft, nadat hij aanvankelijk had verklaard dat hij niet kon stoppen omdat zijn gas bleef hangen en zijn remmen niet goed functioneerden, tegenover de politie toegegeven dat hij doorreed omdat hij bang was een boete te krijgen en dat hij wel degelijk heeft gezien en gehoord dat klaagster hem trachtte te doen stoppen.

Getuige (getuige), collega van klaagster, bevestigt het verhaal van klaagster.

In het dossier bevinden zich voorts videobeelden van het incident, die eveneens het verhaal van klaagster ondersteunen.

Het hof acht, gelet op de ernst en omvang van het beweerdelijk gepleegde strafbare feit en de zich in het dossier bevindende aanwijzingen, termen aanwezig om het beklag gegrond te verklaren en de vervolging van beklaagde te bevelen, ter zake van (poging tot zware) mishandeling.

De beslissing.

Het hof verklaart het beklag gegrond en beveelt de vervolging van beklaagde ter zake van het feit waarop het beklag betrekking heeft.

Aldus gegeven door

mr. F. van Es, als voorzitter,

mr. G.A.M. Stevens en mr. C.R.L.R.M. Ficq, als raadsheer,

in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras, als griffier.

op 27 januari 2009.

Mr. Van Es is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.