Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2009:BH1028

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-01-2009
Datum publicatie
27-01-2009
Zaaknummer
20-004554-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeftop een aanvraag voor een Nederlands rijbewijs ingevuld dat hij in het bezit was van een Lets rijbewijs. Het hof verklaart bewezen dat verdachte valsheid in geschrifte heeft gepleegd nu verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat het Letse rijbewijs waaraan hij refereerde, vals was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-004554-07

Uitspraak : 23 januari 2009

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Maastricht van 22 november 2007 in de strafzaak met parketnummer 03-530451-07 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1964],

wonende te [woonplaats], [adres],

waarbij verdachte - verkort weergegeven - ter zake van valsheid in geschrift is veroordeeld tot een taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis, met onttrekking aan het verkeer van een vals rijbewijs en teruggave aan de Rijksdienst voor het Wegverkeer van een aanvraagformulier omwisseling niet-Nederlands rijbewijs.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, mr. G.T. Sta, en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouwe, mr. M.M.G. Helgers-Crompvoets, advocate te Maastricht, naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.

De verdediging:

• heeft geen verweren gevoerd met betrekking tot de bevoegdheid van de rechter, de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of de geldigheid van de inleidende dagvaarding;

• heeft ten aanzien van het ten laste gelegde vrijspraak bepleit;

• heeft het hof, subsidiair, met betrekking tot de op te leggen straf verzocht rekening te houden met de gevolgen daarvan voor verdachtes verzoek tot naturalisatie.

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij:

op of omstreeks 3 februari 2006, in elk geval in februari 2006, in de gemeente Sittard-Geleen, een aanvraag omwisseling van niet-Nederlands rijbewijs - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk op dat formulier ingevuld of doen invullen dat hij in het bezit was van een Lets rijbewijs (met kenmerk [kenmerk]) en/of dat formulier ondertekend als echt en in overeenstemming met de waarheid, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Vaststaande feiten

Het hof stel het volgende vast.

Verdachte heeft op de markt in Duitsland een man uit Litouwen of Letland ontmoet. Die man heeft tegen verdachte gezegd dat hij voor verdachte een rijbewijs uit Letland kon regelen. Het zou een rijbewijs voor alle categorieën zijn. Verdachte heeft de man zijn, verdachtes, rijbewijs uit de Oekraïne gegeven en twee pasfoto’s. Korte tijd later heeft verdachte van de man een op een Lets rijbewijs gelijkende kaart ontvangen. Verdachte heeft aan de man € 250,- betaald voor het rijbewijs en voor de door de man gemaakte reiskosten.

De door verdachte verkregen, op een Lets rijbewijs gelijkende, kaart heeft het kenmerk [kenmerk] en vermeldt als afgiftedatum 15 april 1999.

De door verdachte verkregen, op een Lets rijbewijs gelijkende, kaart met kenmerk [kenmerk] blijkt na onderzoek een vals document te zijn. Dit is gebleken uit het feit dat op de kaart een afwijkende UV druk-/reproductietechniek en een afwijkende druktechniek is gebruikt. Bovendien is door het Letse Ministerie van Transport een verklaring afgegeven die inhoudt dat verdachte niet is opgenomen in het betreffend Letse register en dat het rijbewijs vals is.

Verdachte heeft op 3 februari 2006 met hulp van een gemeenteambtenaar een ‘Aanvraag omwisseling van niet-Nederlands rijbewijs’ ingevuld.

De ‘Aanvraag omwisseling van niet-Nederlands rijbewijs’ houdt onder andere in:

Ondergetekende

Naam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum]

[…]

Verzoekt om afgifte van een rijbewijs t.b.v. het besturen van onderstaande categorieën van motorrijtuigen

[…]

En levert daartoe bij deze aanvraag een rijbewijs in dat hem werd afgegeven door

Afgegeven door: Letland

Onder nummer: [kenmerk]

Afgiftedatum: 15 04 1999

Naar waarheid ingevuld

Datum: 03 02 2006

Plaats: Sittard-Geleen

Handtekening: [handtekening]

De handtekening op de Aanvraag omwisseling van niet-Nederlands rijbewijs is van verdachte.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De raadsvrouwe heeft aangevoerd dat verdachte niet wist, noch had moeten weten dat het Letse rijbewijs vals was. Derhalve kan volgens de raadsvrouwe niet worden bewezen dat verdachte de Aanvraag omwisseling van niet-Nederlands rijbewijs valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken. Ter onderbouwing heeft de raadsvrouwe aangevoerd dat de wijze waarop verdachte het rijbewijs heeft gekregen, niet impliceert dat verdachte had moeten weten dat het rijbewijs vals was, aangezien het in Oostbloklanden nog steeds mogelijk is om echte documenten te regelen via derden. Ook de afgiftedatum die op het rijbewijs staat, hoefde bij verdachte niet het vermoeden te doen rijzen dat het rijbewijs vals zou zijn. Het kan namelijk zijn dat de Letse autoriteiten de datum hebben gehanteerd die op het Russische rijbewijs van verdachte stond, aldus de raadsvrouwe. De raadsvrouwe heeft voorts ter onderbouwing van het verweer aangevoerd dat verdachte erop mocht vertrouwen dat de Nederlandse gemeenteambtenaar aan wie hij het Letse rijbewijs heeft laten zien kon beoordelen of het rijbewijs echt was. De gemeenteambtenaar, noch cliënt zelf heeft echter geconstateerd dat het rijbewijs vals was.

Het hof overweegt als volgt.

Vaststaat dat verdachte in het bezit was van een vals Lets rijbewijs.

Verdachte is geen inwoner van Letland en heeft niet de Letse Nationaliteit. Verdachte heeft de aanvraag van een Nederlands rijbewijs ondertekend en ingeleverd als ware het naar waarheid ingevuld.

Anders dan de raadsvrouwe is het hof van oordeel dat verdachte wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het Letse rijbewijs vals was. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij na ontvangst daarvan het rijbewijs goed heeft bekeken. Het hof acht het dan ook niet aannemelijk dat hij niet heeft gezien dat de datum 15 april 1999 als afgiftedatum op het rijbewijs is vermeld, terwijl die datum - zoals verdachte ook ter terechtzitting heeft erkend - ver vóór de werkelijke afgiftedatum van dat rijbewijs lag. Naar het oordeel van het hof had verdachte door dit gegeven moeten weten, althans redelijkerwijs moeten vermoeden, dat het rijbewijs vals was. Dat als afgiftedatum een datum wordt vermeld die mogelijk op het ingeleverde Russische rijbewijs heeft gestaan, zoals door de verdediging aangevoerd, is niet aannemelijk geworden.

Dat de gemeenteambtenaar niet heeft geconstateerd dat het rijbewijs vals was, brengt het hof niet tot een ander oordeel. Een gemeenteambtenaar is immers niet bij uitstek deskundig om de echtheid van documenten te controleren. Overigens, zo verklaarde de verdachte ter zitting van het hof, heeft hij de gemeenteambtenaar niet op de hoogte gesteld van de wijze waarop hij het rijbewijs had verkregen.

Dat verdachte niet zeker was van de echtheid van het rijbewijs blijkt overigens ook al uit het feit dat hij de leverancier van het rijbewijs pas wilde betalen als het rijbewijs zou worden geaccepteerd door de gemeente.

Het hof is op grond van bovengenoemde omstandigheden van oordeel dat verdachte zich willens en wetens aan de aanmerkelijke kans heeft blootgesteld dat hij in strijd met de waarheid op het formulier aanvraag omwisseling van niet-Nederlands rijbewijs heeft doen invullen dat hij in het bezit was van een Lets rijbewijs.

Het hof verwerpt het verweer.

Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden, de bijzondere overwegingen omtrent het bewijs en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierna te melden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

op 3 februari 2006 in de gemeente Sittard-Geleen, een aanvraag omwisseling van niet-Nederlands rijbewijs - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk op dat formulier ingevuld of doen invullen dat hij in het bezit was van een Lets rijbewijs (met kenmerk [kenmerk]) en dat formulier ondertekend als echt en in overeenstemming met de waarheid, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Het hof komt tot een veroordeling ter zake van valsheid in geschrift.

De eerste rechter heeft verdachte ter zake van het hiervoor bewezen verklaarde feit veroordeeld tot een taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis, met onttrekking aan het verkeer van een vals rijbewijs en teruggave aan de Rijksdienst voor het Wegverkeer van een aanvraagformulier omwisseling niet-Nederlands rijbewijs.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.

De verdediging heeft het hof met betrekking tot de strafmaat verzocht rekening te houden met het naturalisatietraject dat verdachte doorloopt en waarvoor een hoge straf negatieve gevolgen zou kunnen hebben.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Het hof overweegt als volgt.

Volgens de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Voorzitters Strafsectoren, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden, zou voor het bezit van een vals paspoort een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden als passend kunnen worden beschouwd. Hoewel in de onderhavige zaak niet het bezit van een vals paspoort, maar valsheid in geschrifte in relatie tot een aanvraag rijbewijs bewezen is verklaard, acht het hof het passend om in beginsel bij voormelde strafmaat aan te sluiten. De valsheid in geschrift is in dit geval immers gepleegd aan de hand van een vals rijbewijs, met het doel een Nederlands rijbewijs te verkrijgen, terwijl een Nederlands rijbewijs - net als een paspoort – in Nederland kan dienen als identificatiebewijs.

Het hof ziet echter aanleiding om de straf enigszins te matigen en bovendien om te zetten in een taakstraf. Het hof houdt namelijk in strafmatigende zin rekening met de specifieke omstandigheden waaronder het feit is begaan, alsmede met de omstandigheid dat verdachte zich momenteel gemotiveerd inzet om een plaats op de Nederlandse arbeidsmarkt te verwerven.

Gelet op al het voorgaande, acht het hof een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, voor de duur van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis, passend en geboden.

Het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven formulier ‘Aanvraag omwisseling van niet-Nederlands rijbewijs’, met betrekking tot hetwelk het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven valse Letse rijbewijs, is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu dit bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane misdrijf werd aangetroffen en dit aan verdachte toebehorende voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl dit van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36b, 36c, 36d en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

Valsheid in geschrift.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

1. Vals identiteitsbewijs (rose, [kenmerk]), vals rijbewijs Letland

2. Papier, aanvraagformulier omwisseling niet Nederlands rijbewijs.

Aldus gewezen door

mr. K.J. van Dijk, voorzitter,

mr. J.J. van der Kaaden en mr. K. van der Meijde,

in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof, griffier,

en op 23 januari 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.