Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BJ1470

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-07-2008
Datum publicatie
03-07-2009
Zaaknummer
20-003848-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

317 Sr. Het zich gedwongen voelen tot afgifte van een geldbedrag en een auto met bijbehorend kentekenbewijs vanwege een eerdere afpersing, levert naar het oordeel van het hof nog geen reële bedreiging met geweld op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-003848-07

Uitspraak : 22 juli 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda van 5 oktober 2007, parketnummer 02-811162-07 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 02-800530-06, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1965],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder 3 en 4 is ten laste gelegd en niet te zijn gericht tegen de vrijspraken van hetgeen aan hem onder 1 en 2 is ten laste gelegd en voorts niet te zijn gericht tegen de veroordeling ter zake van hetgeen aan de verdachte onder 5 is bewezen verklaard.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen, met dien verstande dat het gerechtshof hierna tevens voor het overige (onder 5), door de eerste rechter bewezen verklaarde feit, gelet op artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, na te melden beslissing zal nemen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek van voorarrest en met toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [persoon A] tot een bedrag van € 11.250,-- en oplegging aan de verdachte van de verplichting tot betaling aan de Staat van € 11.250,-- subsidiair 191 dagen hechtenis.

Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de straf voor het niet aan zijn oordeel onderworpen, door de eerste rechter onder 5 bewezen verklaarde feit, zal bepalen op een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

3.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 januari 2007 tot en met 4 februari 2007 te Bergen op Zoom ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [persoon B] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [persoon B], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, die [persoon B] (telkens) telefonisch dreigend heeft toegevoegd: "Val maar kapot. Je hebt mijn leven kapot gemaakt dus zal ik jouw leven kapot maken" en/of "We kunnen dit makkelijk oplossen of moeilijk oplossen. Als je geld geeft laat ik je verder met rust. Vertel me nu maar waar je bent dan kom ik naar je toe" en/of "Ik breek je in tweeën en ik zal de deur van je woonhuis intrappen" en/of "Luister jongen. Als je nou niet meewerkt. Ik maak je zo bang, ik maak je zo bang", althans (telkens) woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 31 januari 2007 te Bergen op Zoom met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [persoon A] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedragen (totaal 5250 Euro) en/of een personenauto (merk [merk auto], kenteken [kentekennummer]) en/of een kentekenbewijs, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [persoon A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, die [persoon A] in het verleden eerder heeft gedwongen tot de afgifte van geld en/of waardoor de intimiderende en/of agressieve gedrag en/of benaderingen/of de onberekenbare houding van verdachte aan die [persoon A] bekend was en/of die [persoon A] meermalen telefonisch heeft benaderd met het verzoek aan hem, verdachte, geld over te maken en/of die [persoon A] kenbaar had gemaakt dat het de schuld van die [persoon A] was, dat hij, verdachte, op dat moment gedetineerd zat.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Het overweegt daartoe het volgende.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen acht het hof het weliswaar aannemelijk dat [persoon A] een totaalbedrag van € 5.250,-- en zijn personenauto met bijbehorend kentekenbewijs aan de verdachte heeft afgegeven, maar niet dat hij hiertoe gedwongen werd door geweld dan wel bedreiging met geweld. Voor zover [persoon A] eerder door de verdachte is afgeperst en hij zich reeds daardoor gedwongen voelde tot voormelde afgifte, is het hof van oordeel dat dit nog geen reële bedreiging met geweld oplevert. Het hof heeft aldus niet de overtuiging bekomen dat [persoon A] zich gerechtvaardigd bedreigd heeft gevoeld door enige uitlating of gedraging van de verdachte.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 31 januari 2007 tot en met 4 februari 2007 te Bergen op Zoom ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [persoon B] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan die [persoon B], die [persoon B] telefonisch dreigend heeft toegevoegd: "Val maar kapot. Je hebt mijn leven kapot gemaakt dus zal ik jouw leven kapot maken" en "We kunnen dit makkelijk oplossen of moeilijk oplossen. Als je geld geeft laat ik je verder met rust. Vertel me nu maar waar je bent dan kom ik naar je toe" en "Ik breek je in tweeën en ik zal de deur van je woonhuis intrappen" en "Luister jongen. Als je nou niet meewerkt. Ik maak je zo bang, ik maak je zo bang", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Het hof is van oordeel dat de door de raadsman bepleite vrijspraak wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van die, van de lezing van verdachte afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt in dit verband, dat de, door de raadsman als inconsistenties en tegenstrijdigheden aangeduide, verschillen tussen de verklaringen van [getuige persoon B] en [getuige C] niet van dusdanige aard zijn dat deze daardoor minder betrouwbaar zouden zijn en derhalve niet tot het bewijs zouden kunnen worden gebezigd.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 317, eerste lid, juncto artikel 45, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- het feit dat de verdachte reeds eerder voor strafbare feiten is veroordeeld ter zake van agressie dan wel ter zake van feiten de persoonlijke levenssfeer van derden betreffend;

- de omstandigheid dat de verdachte het bewezen verklaarde pleegde gedurende de proeftijd van een andere veroordeling en;

- de mate waarin het bewezen verklaarde onrust teweeg heeft gebracht bij het nabijgelegen bedrijf van [persoon B].

Het hof zal voorts, gelet op artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, een straf bepalen ten aanzien van het niet aan zijn oordeel onderworpen door de eerste rechter onder 5 bewezen verklaarde feit. Daarbij is rekening gehouden met de ernst van het door de eerste rechter bewezen verklaarde feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Schadevergoeding

Nu aan verdachte ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [persoon A] in zijn vordering niet worden ontvangen.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Het hof is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie te Breda van 26 april 2007, tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van de Rechtbank te Breda van 22 augustus 2006 onder parketnummer 02-800530-06 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, van oordeel, dat - nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt - de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld, dient te worden gelast.

Daarbij merkt het hof op dat het kennis heeft genomen van het voortgangsverslag van Novadic Kentron van 21 april 2008, maar dat de inhoud daarvan het hof niet tot een ander oordeel heeft gebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14g, 45 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Bepaalt de aan de veroordeelde opgelegde hoofdstraf voor het niet aan het oordeel van het hof onderworpen door de eerste rechter onder 5 bewezen verklaarde en gekwalificeerde feit, bij inleidende dagvaarding onder parketnummer 02-811162-07 op een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het onder 3 bewezen verklaarde oplevert:

poging tot afpersing.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de Rechtbank te Breda van 22 augustus 2006 onder parketnummer 02-800530-06, te weten van een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Verklaart de benadeelde partij, [persoon A], in zijn vordering niet-ontvankelijk.

Veroordeelt de benadeelde partij, in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. E.S.G.N.A.I. van de Griend, voorzitter,

mr. W. van Nierop en mr. F.L. Muskens,

in tegenwoordigheid van mr. A.P. Verhaegh, griffier,

en op 22 juli 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. F.L. Muskens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.