Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BH1242

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-12-2008
Datum publicatie
29-01-2009
Zaaknummer
HV 200.016.111-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WSNP-verzoek in reactie op faillissementsaanvraag. Herhaald verzoek (na eerdere afwijzing) niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

CMvL

23 december 2008

Sector civiel recht

Zevende kamer

Zaaknummer HV 200.016.111/01

Zaaknummer eerste aanleg 08/174 F

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Arrest

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

h.o.d.n. [X.] Assurantiën,

appellant,

hierna te noemen: [X.],

advocaat: mr. J.P. Geertsema,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AEGON ADMINISTRATIE B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

en

de stichting STICHTING WONEN ZUID,

gevestigd te [vestigingsplaats],

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Y.] BEHEER B.V.,

advocaat: mr. B. Keybeck,

geïntimeerden,

hierna te noemen: Aegon, Wonen Zuid resp. [Y.].

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Roermond van 14 oktober 2008, alsmede naar het herstelvonnis van 19 november 2008, waarvan de inhoud bij partijen bekend is. Uit het herstelvonnis blijkt dat Aegon haar verzoek heeft ingetrokken.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 17 oktober 2008, heeft [X.] verzocht voormelde faillietverklaring te vernietigen, en, opnieuw rechtdoende, bij arrest te bepalen dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Subsidiair heeft [X.] verzocht de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring te schorsen teneinde hem gelegenheid te geven een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw) in te dienen, zodat alsnog de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing kan worden verklaard.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 december 2008. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [X.], bijgestaan door mr. J.P. Geertsema;

- mr. F.G.J.W.C. Gielen, hierna te noemen: de curator.

Mr. Keybeck, noch zijn cliënten, zijn, alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, ter zitting verschenen (zie brief mr. Keybeck van 3 december 2008).

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

- het vonnis van de rechtbank Roermond, d.d. 4 maart 2008;

- het arrest van dit hof, d.d. 30 september 2008;

- de processen-verbaal van de zittingen in eerste aanleg, ingekomen ter griffie d.d. 26 november 2008;

- de brief met bijlage (het herstelvonnis) van mr. B. Keybeck van 3 december 2008, ingekomen ter griffie d.d. 4 december 2008;

- het verslag van de curator, d.d. 4 december 2008;

- het faxbericht van de curator met bijlage, ingekomen ter griffie d.d. 16 december 2008.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. Bij verzoekschrift in eerste aanleg hebben Aegon, Stichting Wonen Zuid en [Y.] Beheer B.V. te [vestigingsplaats] verzocht om [X.] in staat van faillissement te verklaren.

De rechtbank Roermond heeft geoordeeld dat uit de opgaven van [X.] en uit hetgeen in het verzoekschrift is gesteld, summierlijk is gebleken van het bestaan van het vorderingsrecht van schuldeisers (naar het hof begrijpt: Wonen Zuid en [Y.]), alsmede dat er feiten en omstandigheden aanwezig zijn, op grond waarvan kan worden aangenomen dat [X.] verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Het verzoek om [X.] in staat van faillissement te verklaren, is toegewezen.

4.2. Ten aanzien van het verzoek van [X.] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is het volgende van belang.

Ter zitting van 8 januari 2008 heeft [X.] eerder, mondeling, een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling gedaan. Ter zitting van 4 maart 2008 bleek dat de verklaring als bedoeld in artikel 285 Fw nog niet was overgelegd. Hierop is het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling bij vonnis van 4 maart 2008 niet-ontvankelijk verklaard. [X.] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen. Op 30 september 2008 is door dit hof [X.] niet-ontvankelijk verklaard in zijn appel. Tegen dit arrest is geen cassatieberoep ingesteld.

Vervolgens is de schorsing van de behandeling van het faillissementsverzoek (artikel 3a Fw) geëindigd en is het faillissementsverzoek op de zitting van 14 oktober 2008 hervat.

[X.] heeft ter zitting van de rechtbank van 14 oktober 2008 wederom verzocht alsnog de schuldsaneringsregeling toe te passen nu na het arrest van het gerechtshof de oude situatie herleeft.

De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen, en heeft hiertoe – zakelijk weergegeven – overwogen dat op het oorspronkelijke verzoek onherroepelijk in twee instanties is beslist alsmede dat [X.] zijn verzoek niet voldoende heeft onderbouwd.

4.3. [X.] kan zich met voormeld vonnis niet verenigen en is hiertegen in beroep gekomen. In grief 1 in zijn beroepschrift komt [X.] op tegen de faillietverklaring. Hij voert aan dat er geen sprake is van pluraliteit van schuldeisers. [X.] stelt hiertoe dat hij een opeisbare vordering heeft op Aegon waarvan de waarde het bedrag dat Aegon van [X.] vordert overstijgt, zodat de vordering primair wordt betwist, en subsidiair dient te worden verrekend. Met betrekking tot de vordering van Wonen Zuid stelt [X.] dat hij diverse betalingsvoorstellen heeft gedaan waarop Wonen Zuid niet reageert. [X.] stelt dat hij aan zijn verplichtingen tot betaling kan voldoen. Hij stelt dat er geen toestand is van opgehouden hebben te betalen.

In grief 2 stelt [X.] dat zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling onterecht is afgewezen, nu de rechtbank daartoe geen motivering verstrekt, welke de reden vormt om in het onderhavige geval de toepasselijkheid van de schuldsaneringsregeling op hem niet van toepassing te verklaren.

4.4. Ten aanzien van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling overweegt het hof als volgt.

Ingevolge artikel 3 Fw kan een natuurlijk persoon, indien een verzoek of een vordering tot faillietverklaring wordt gedaan binnen veertien dagen na de dag van de verzending van de brief een verzoekschrift als bedoeld in artikel 284 Fw indienen. In dat geval wordt de behandeling van het verzoek of de vordering tot faillietverklaring geschorst totdat op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is beslist (artikel 3a Fw). De wetgever heeft met het stellen van deze termijn van veertien dagen kennelijk (mede) beoogd te voorkomen dat, nadat onherroepelijk afwijzend is beslist op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, eenzelfde verzoek (telkenmale) wordt herhaald, met als gevolg dat op het verzoek of de vordering tot faillietverklaring niet kan worden beslist. Volgende verzoeken vallen immers buiten de termijn van veertien dagen.

Nu op een eerder verzoek van [X.] (van 8 januari 2008), gedaan nádat zijn faillissement was aangevraagd (dat verzoekschrift dateert van 1 oktober 2007) onherroepelijk is beslist, staat het [X.] niet vrij, opnieuw een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling te doen.

Grief 2 faalt mitsdien. Zo [X.] het hof een zelfstandige verzoek doet tot toepassing van schuldsaneringsregeling (althans hem gelegenheid te geven een zodanig verzoek te doen), dient dat verzoek op deze grond te worden afgewezen.

4.4. Het hof overweegt ten aanzien van de faillietverklaring als volgt.

De vordering van Wonen Zuid wordt door [X.] kennelijk erkend. De omstandigheid dat Wonen Zuid niet reageert op betalingsvoorstellen kan [X.] niet baten. Het faillissement is uitgesproken op een vordering van een schuldeiser.

Uit het verslag van de curator blijkt voldoende van pluraliteit van schuldeisers.

[X.] verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, hetgeen blijkt uit het onbetaald laten van de vorderingen genoemd door de curator. [X.] heeft ter zitting weliswaar aangevoerd voldoende (€ 5.000,- bruto per maand) te verdienen om te zijner tijd zijn schuldeisers te voldoen, maar het hof heeft deze stelling niet aannemelijk bevonden, eerstens omdat de curator heeft verklaard het niet verantwoord te vinden het bedrijf voort te zetten en ten tweede omdat dit inkomen ontoereikend is om de schuldenlast, alleen al aan concurrente schuldeisers van bijna € 180.000,-, te kunnen voldoen.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Roermond van 14 oktober 2008 waarvan beroep;

wijst af het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, althans tot gelegenheid geven zodanig verzoek te doen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Den Hartog Jager, Schaafsma-Beversluis en Van Harnixma thoe Slooten en uitgesproken in het openbaar op 23 december 2008.