Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BG9189

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-12-2008
Datum publicatie
08-01-2009
Zaaknummer
20-002685-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

ISD-maatregel. Het hof veroordeelt verdachte ter zake van diefstal en diefstal met braak. In beide gevallen is verdachte kort na de diefstal van de goederen in het bezit ervan aangetroffen, terwijl verdachte hiervoor geen aannemelijke verklaring heeft gegeven. De verklaringen van verdachte hieromtrent acht het hof ongeloofwaardig respectievelijk onaannemelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-002685-08

Uitspraak : 23 december 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 7 juli 2008 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01/845642-07 en 01/845057-08, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 01/845309-07, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1964],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in Huis van Bewaring Grave (Unit A + B) te Grave.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis, waarbij aan verdachte ter zake van “Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming” (parketnummer 01/845057-08 primair) en “Schuldheling” (parketnummer 01/845642-07 primair) de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren werd opgelegd en waarbij de vordering van de officier van justitie d.d. 26 mei 2008, strekkende tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 19 september 2007 onder parketnummer 01/845309-07 aan verdachte opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, werd afgewezen, zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 01/845642-07

hij op of omstreeks 27 november 2007 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, (een of meer) kleding(stuk(ken)) en/of schoenen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 27 november 2007 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) kledingstuk(ken) en/of schoenen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam winkel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

parketnummer 01/845057-08

hij op of omstreeks 13 maart 2008 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([adres]) heeft weggenomen een of meer sieraden en/of een mobiele telefoon (merk: [merknaam]) en/of een fotocamera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 maart 2008 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, een of meer sieraden en/of een mobiele telefoon (merk: [merknaam]) en/of een fotocamera heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het

(een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Met betrekking tot het onder parketnummer 01/845642-07 primair ten laste gelegde overweegt het hof dat uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen volgt dat verdachte zich de in de tenlastelegging genoemde goederen wederrechtelijk heeft toegeëigend, zodat verdachte niet kan worden aangemerkt als heler van die goederen en hiervan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 01/845642-07 subsidiair en het onder parketnummer 01/845057-08 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

parketnummer 01/845642-07

hij op 27 november 2007 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen kledingstukken en schoenen toebehorende aan [naam winkel];

parketnummer 01/845057-08

hij op 13 maart 2008 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ([adres]) heeft weggenomen sieraden en een mobiele telefoon (merk: [merknaam]) en een fotocamera toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Met betrekking tot het onder parketnummer 01/845642-07 bewezen verklaarde overweegt het hof het navolgende.

Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen leidt het hof af dat verdachte op 27 november 2007 te 14:19 uur te ’s-Hertogenbosch in het bezit van aan [naam winkel] toebehorende kledingstukken en schoenen is aangetroffen, welke goederen in de periode van 27 november 2007 te 09:00 uur en 27 november 2007 te 14:00 uur bij [naam winkel] te

’s-Hertogenbosch zijn gestolen.

Verdachte heeft verklaard dat hij op 27 november 2007 te 14:00 uur in de opvang in

’s-Hertogenbosch was en dat door [naam 1] [het hof begrijpt: [naam 1]] tegen hem werd gezegd dat hij bij [naam 2] [het hof begrijpt: [naam 2]], die buiten voor de opvang stond, moest komen. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij hierop naar buiten is gelopen, dat [naam 2] hem heeft gevraagd op een tas met goederen te passen, omdat [naam 2] bij de opvang naar binnen wilde maar die tas met goederen niet mee naar binnen mocht nemen, dat [naam 2] hem vervolgens de tas met goederen heeft gegeven en de opvang in is gelopen en dat hij, verdachte, korte tijd later in het bezit van die tas met goederen is aangehouden.

[naam 1] en [naam 2] hebben de door verdachte beschreven gang van zaken ontkend. [naam 1] heeft verklaard dat hij verdachte op 27 november 2007 na 09:30 uur die dag niet meer heeft gezien en [naam 2] heeft ontkend dat hij die dag een tas met goederen aan verdachte heeft gegeven. Gelet hierop acht het hof de verklaring van verdachte ongeloofwaardig en stelt deze als zodanig terzijde.

Nu verdachte kort na de diefstal van de goederen in het bezit ervan is aangetroffen en verdachte hiervoor geen aannemelijke verklaring heeft gegeven, acht het hof, anders dan door de verdediging is betoogd, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 01/845642-07 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Met betrekking tot het onder parketnummer 01/845057-08 bewezen verklaarde overweegt het hof het navolgende.

Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen leidt het hof af dat verdachte op 13 maart 2008 te 14:20 uur te ’s-Hertogenbosch in de omgeving van de Jan Sluyterstraat te ’s-Hertogenbosch is aangetroffen in het bezit van sieraden, een mobiele telefoon (merk: [merknaam]) en een fotocamera, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke goederen op 13 maart 2008 tussen 13:30 uur en 14:06 uur uit de woning van die [slachtoffer 1] aan de [adres] te [woonplaats], na forcering van de achterdeur van die woning, zijn gestolen. Voorts was verdachte in het bezit van een schroevendraaier en een breekijzer.

Verdachte heeft verklaard dat hij de genoemde goederen in een brandgang heeft gevonden, terwijl hij op weg was naar een vriend. Gelet op de omstandigheid dat verdachte bij diens aanhouding niet aanstonds melding heeft gemaakt van zijn vondst en de betreffende voorwerpen kennelijk heeft trachten te verhullen, acht het hof deze verklaring onaannemelijk.

Nu verdachte kort na de diefstal van de goederen in de directe omgeving van de plaats waar de inbraak is gepleegd in het bezit van die goederen is aangetroffen en verdachte hiervoor geen aannemelijke verklaring heeft gegeven, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 01/845057-08 primair ten laste gelegde heeft begaan. Daaraan doet naar het oordeel van het hof niet af dat verdachte bij zijn aanhouding in een donkerkleurige jas is aangetroffen terwijl hij, blijkens een overigens op hem heel wel van toepassing zijnd signalement, door een getuige in een beige jas is waargenomen toen hij doende was de inbraak te plegen, nu verdachte bij zijn aanhouding in het bezit was van een beige trui en een blouse/jas met een lichte binnenkant en kennelijk in de gelegenheid is geweest van kleding te wisselen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder parketnummer 01/845642-07 bewezen verklaarde onder is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Het onder parketnummer 01/845057-08 bewezen verklaarde onder is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 311, eerste lid, aanhef en onder 5° van het Wetboek van Strafrecht juncto artikel 310 van die wet.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen maatregel

Het hof is van oordeel dat met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders dient te worden opgelegd. Daartoe wordt het navolgende overwogen.

1. Ten aanzien van de bewezen verklaarde misdrijven geldt dat het misdrijven betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

2. Verdachte is blijkens het hem betreffende uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 3 november 2008 en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep in de vijf jaren voorafgaand aan het bewezen verklaarde tenminste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld en het bewezen verklaarde is begaan na de gehele tenuitvoerlegging van deze straffen. Voorts moet er, mede gelet op de mededeling van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep inhoudende dat hij slechts beperkt wil worden behandeld - waarbij het hof opmerkt dat uit het door [naam reclasseringswerker], reclasseringswerker bij Novadic- Kentron, opgemaakte afloopbericht toezicht d.d. 16 april 2008 volgt dat verdachte op 22 februari 2008, tegen het advies van hulpverleners in, met een behandeling is gestopt en dat verdachte zich nadien opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit - en verdachte als enige uitspraak over de kans dat hij opnieuw misdrijven zal plegen slechts heeft verklaard “dat hij ouder wordt en het niet meer zal doen”, ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan.

3. De veiligheid van goederen eist het opleggen van de maatregel waartoe wordt verwezen naar het feit dat verdachte telkenmale nieuwe strafbare feiten pleegt en de oplegging van vrijheidsstraffen hem daarvan kennelijk niet weerhoudt. Verder baseert het hof dit oordeel op het door [naam reclasseringswerker], reclasseringswerker bij Novadic-Kentron, opgemaakte voorlichtingsrapport d.d. 29 augustus 2007, ondermeer inhoudende dat de leefgebieden van verdachte die interventie behoeven zijn: inkomen en met geld omgaan, relaties met partner, gezins- en familieleven, relaties met vrienden en kennissen, drug- en alcoholgebruik, emotioneel welzijn, waarbij wordt opgemerkt dat er aanwijzingen zijn voor een diagnose antisociale persoonlijkheidsstoornis, denkpatronen, gedrag, vaardigheden, houding, opleiding, werk en leren, en de door [naam reclasseringswerker], reclasseringswerker bij Novadic- Kentron, opgemaakte adviesrapportage d.d. 4 juni 2008, ondermeer inhoudende dat verdachte in juni 2003 een gesprek heeft gehad met de psychiater van Novadic-Kentron, de heer [naam psychiater], van wie de diagnose luidt: chronische posttraumatische stressstoornis als oorzaak van verslaving, aanwijzingen voor antisociale persoonlijkheidsstoornis.

Het hof is van oordeel dat, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, de maatregel van plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders van groot belang is, zowel voor de maatschappij als voor verdachte zelf, nu de maatregel er mede toe strekt een bijdrage te leveren aan beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij is het van groot belang dat er voldoende tijd wordt genomen om de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders ten uitvoer te leggen. Daarom zal het hof de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen. Het hof zal de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel teneinde te waarborgen dat verdachte aan het gehele traject gedurende een periode van twee jaar kan deelnemen.

De raadsman heeft bepleit dat oplegging van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) voor de periode van twee jaar in de onderhavige zaak, mede gelet op de opstelling van verdachte, disproportioneel en derhalve niet geïndiceerd is.

Het hof overweegt hieromtrent het navolgende.

Artikel 38m, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht formuleert de doelstellingen van de ISD-maatregel, als beveiliging van de maatschappij en beëindiging van de recidive. De grondslag van de ISD kan worden omschreven als het terugdringen van de ongewenste situatie van overlast.

Het hof is van oordeel dat ten aanzien van verdachte met oplegging van de ISD-maatregel naast beveiliging van de maatschappij tevens het recidivegevaar kan worden beperkt. De huidige negatieve opstelling van de verdachte laat onverlet dat toch een positieve beïnvloeding plaats kan vinden door behandeling van de verdachte en dat het recidivegevaar hiermee kan verminderen. Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Het hof acht het noodzakelijk dat zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel een tussentijdse beoordeling ex artikel 38s Wetboek van Strafrecht omtrent de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel zal plaatsvinden en zal aldus beslissen.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Nu het hof verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders zal opleggen, acht het hof de tenuitvoerlegging van na te melden straf niet opportuun en zal derhalve de vordering hiertoe afwijzen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14f, 14h, 14i, 14j, 38m, 38n, 38s, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 01/845642-07 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 01/845642-07 subsidiair en het onder parketnummer 01/845057-08 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

parketnummer 01/845642-07:

Diefstal.

parketnummer 01/845057-08:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.

Bepaalt dat uiterlijk zes maanden na aanvang van de maatregel door de rechtbank

’s-Hertogenbosch een tussentijdse beoordeling zal plaatsvinden omtrent de noodzaak van voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

Bepaalt dat het openbaar ministerie uiterlijk veertien dagen vóór dat tijdstip de rechtbank zal berichten als bedoeld in artikel 38s, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te 's-Hertogenbosch van 26 mei 2008, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 19 september 2007 onder parketnummer 01/845309-07 aan verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen.

Aldus gewezen door mr. M.J.H.J. de Vries - Leemans, voorzitter, mr. H. Eijsenga en

mr. F. van Es,

in tegenwoordigheid van mr. T. Tanghe, griffier,

en op 23 december 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.