Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BG7134

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-12-2008
Datum publicatie
17-12-2008
Zaaknummer
20-001206-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof stelt voorop dat ook aan politici bescherming van de persoonlijke levensfeer toekomt. De aard van hun werkzaamheden en de (publieke) belangen die zij behartigen, brengen echter mee dat zij in een hogere mate inbreuken op hun privéleven dienen te dulden dan personen die geen politieke functie uitoefenen. […] Nu verdachte binnen de grenzen van het recht heeft gehandeld kan niet gezegd worden dat verdachte wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levensfeer van mevrouw [betrokkene].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2009, 29
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-001206-08

Uitspraak : 16 december 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda van 19 maart 2008 in de strafzaak met parketnummer 02-801150-07 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1952],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen met verbetering van de opgelegde straf, in die zin dat het hof aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van twee jaren zal opleggen en daarbij als bijzondere voorwaarde zal stellen dat verdachte gedurende het eerste jaar van de proeftijd geen contact zal opnemen met mevrouw [betrokkene].

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat hij:

in of omstreeks de periode van 20 juni 2007 tot en met 30 september 2007 te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand en/of ’s-Hertogenbosch en/of Boxmeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, of een ander, althans alleen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [betrokkene], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [betrokkene], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader

- meermalen die [betrokkene] buiten werktijd op haar privételefoonnummer gebeld en/of op haar werk telefonisch benaderd en/of

- meermalen (telefonisch en/of per brief) die [betrokkene] en/of haar medewerk(st)ers meegedeeld dat als zij bedreiging wil zij die kan krijgen en/of dat hij harde acties niet schuwde en/of dat de zaak escaleert en/of dat hij niet alleen zou komen en/of

- voor haar huis op een meegebrachte tuinstoel gezeten en/of

- voor dat huis op de openbare weg met een megafoon gescandeerd, althans geroepen, "U steunt de kinderdieven".

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Het hof stelt voorop dat ook aan politici bescherming van de persoonlijke levensfeer toekomt. De aard van hun werkzaamheden en de (publieke) belangen die zij behartigen, brengen echter mee dat zij in een hogere mate inbreuken op hun privéleven dienen te dulden dan personen die geen politieke functie uitoefenen.

In de onderhavige zaak heeft verdachte misstanden bij de jeugdzorg en de problematiek van vaders aan wie het contact met hun kinderen wordt onthouden onder de aandacht willen brengen van een politica op provinciaal niveau, te weten mevrouw [betrokkene], die onder andere jeugdzorg in haar portefeuille had. In dat kader heeft verdachte mevrouw [betrokkene] verzocht om het dossier, behorende bij verdachtes problematische situatie, te bekijken. Verdachte heeft geprobeerd een persoonlijke afspraak te maken met mevrouw [betrokkene], teneinde de problematiek te kunnen bespreken.

Omdat het niet lukte mevrouw [betrokkene] op haar werk te bereiken en omdat verdachte niet werd teruggebeld ondanks de toezegging dat dit zou gebeuren, heeft verdachte mevrouw [betrokkene] thuis gebeld. Het privételefoonnummer van mevrouw [betrokkene] heeft verdachte gekregen van een medewerker van het provinciehuis. Aan het einde van het telefoongesprek, dat kennelijk met wederzijds goedvinden plaatsvond, heeft mevrouw [betrokkene] verdachte te kennen gegeven dat zij niet opnieuw op haar privételefoonnummer gebeld wenste te worden. Verdachte heeft die wens gerespecteerd.

Verdachte heeft vervolgens een brief gestuurd naar het provinciehuis, het werkadres van mevrouw [betrokkene]. Daarin heeft hij aangegeven dat hij zich genoodzaakt zag om actie te voeren.

Op 16 september 2007 heeft verdachte daad bij het woord gevoegd en is hij gaan demonstreren aan de overzijde van de woning van mevrouw [betrokkene]. Verdachte heeft de demonstratie - conform de regels die daarvoor in de gemeente Loon op Zand gelden - vooraf (telefonisch) gemeld bij de burgemeester. De politie heeft op verzoek van mevrouw [betrokkene] ingegrepen. Verdachte is weggegaan, nadat hij via de politie van mevrouw [betrokkene] de toezegging had gekregen dat hij op 17 september 2007 contact kon opnemen met de provincie voor het maken van een afspraak met mevrouw [betrokkene]. Toen verdachte naar het provinciehuis belde, kreeg hij te horen dat er geen afspraak voor hem gemaakt zou worden met mevrouw [betrokkene]. Naar aanleiding daarvan heeft verdachte op 23 september 2007 opnieuw gedemonstreerd voor de woning van mevrouw [betrokkene]. Ook deze demonstratie heeft verdachte (schriftelijk) bij de burgemeester gemeld.

Op 30 september is verdachte (met de heer [naam]) opnieuw naar de woning van mevrouw [betrokkene] gegaan. Daar heeft toen de heer [naam] gedemonstreerd, terwijl verdachte op afstand van de woning van mevrouw [betrokkene] verbleef. Deze demonstratie is eveneens vooraf gemeld aan de burgemeester.

Hoewel het hof begrijpt dat mevrouw [betrokkene] zich niet prettig voelde onder de druk die verdachte op haar uitoefende, is het hof van oordeel dat verdachtes handelen (het pogen in contact te komen met mevrouw [betrokkene]) in casu niet wederrechtelijk was. Verdachte heeft de wens van mevrouw [betrokkene] om niet meer op haar privé-telefoonnummer gebeld te worden, gerespecteerd. De schriftelijke en telefonische contacten van verdachte met het provinciehuis met het doel een afspraak te maken met mevrouw [betrokkene], waren naar het oordeel van het hof ook niet wederrechtelijk. Datzelfde geldt voor de demonstraties bij de woning van mevrouw [betrokkene] op 16, 23 en 30 september 2007. Een dergelijke demonstratie is naar het oordeel van het hof een geoorloofd - en overigens in onder meer artikel 9 Grondwet en artikel 11 EVRM verzekerd - middel om een bepaalde problematiek onder de aandacht van de politiek te brengen. Nu de demonstratievrijheid als een van de fundamentele waarborgen voor de democratie geldt, is voor het aanmerken als belaging van een op een politica als volksvertegenwoordigster gerichte demonstratie dan ook niet snel plaats.

Nu verdachte binnen de grenzen van het recht heeft gehandeld kan niet gezegd worden dat verdachte wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levensfeer van mevrouw [betrokkene].

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. A. de Lange, voorzitter,

mr. F. van Es en Prof. mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen,

in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof, griffier,

en op 16 december 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Prof. mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.