Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BG1797

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-10-2008
Datum publicatie
29-10-2008
Zaaknummer
20-002282-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Milieustrafrecht: 1. Het hof is - in tegenstelling tot de economische politierechter - van oordeel dat muziekgeluid continu geluid is als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai IL-HR-13-01 [hierna: de Handleiding]. Het hof heeft hierbij mede acht geslagen op de inhoud van de zich in het dossier bevindende brief van de deskundige R.E.S.S. Vliex, werkzaam bij de Regionale Milieudienst West-Brabant, d.d. 14 mei 2007, ondermeer inhoudende dat bij muziekgeluid sprake is van continu geluid, zeker nu er geen bedrijfscorrectie op het geluid vanwege muziek van toepassing is, en dat in de Handleiding met tonaal geluid geheel iets anders wordt bedoeld dan muziekgeluid. In het onderhavige geval zijn 3 metingen verricht, telkens met de lengte van 1 minuut. Nu continu geluid volgens de Handleiding zeer kort gemeten kan worden (voor Db(A)-metingen minimaal 1 minuut) en overigens ter terechtzitting in hoger beroep niet is gebleken van omstandigheden die doen twijfelen aan de juistheid van de in casu uitgevoerde geluidsmetingen en de resultaten daarvan - waarbij het hof opmerkt dat in het onderhavige geval niet een meetperiode van minimaal 5 minuten was vereist, aangezien in de onderhavige inrichting 1 geluidsbron aanwezig was - is het hof van oordeel dat de meting in de onderhavige zaak conform de Handleiding is geschied. 2. Voorwaardelijk opzet.

Wetsverwijzingen
Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer 1
Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer 2
Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer 4
Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer 11
Wet milieubeheer 8.40
Wet milieubeheer 22.2
Wet op de economische delicten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Horeca 2008/914
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-002282-07

Uitspraak : 28 oktober 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Breda van 4 juni 2007 in de strafzaak met parketnummer 02/995029-06 tegen:

[verdachte],

statutair gevestigd te [vestigingsplaats], [adres].

Hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte een geldboete van € 750,00 zal opleggen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis, waarbij verdachte is vrijgesproken zal worden vernietigd, omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 12 augustus 2006 te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, als degene die een inrichting als bedoeld in artikel 2 van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, gelegen [adres], dreef, al dan niet opzettelijk, er niet voor heeft zorg gedragen dat een of meer voorschriften die zijn opgenomen in de bij het genoemde besluit behorende bijlage, werden nageleefd, immers bedroeg het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden op de gevel van een woning aan de [adres] ongeveer 52 dB(A), in elk geval meer dan 40 dB(A).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij omstreeks 12 augustus 2006 te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, als degene die een inrichting als bedoeld in artikel 2 van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, gelegen [adres], dreef, opzettelijk, er niet voor heeft zorg gedragen dat een of meer voorschriften die zijn opgenomen in de bij het genoemde besluit behorende bijlage, werden nageleefd, immers bedroeg het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installatie ongeveer 52 dB(A).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

A1.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

B1.

De economische politierechter heeft verdachte bij het beroepen vonnis vrijgesproken van het ten laste gelegde, omdat muziek naar het oordeel van de politierechter geen continu geluid oplevert, hetgeen, aldus de politierechter, volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai IL-HR-13-01 [hierna: de Handleiding] betekent dat in een geval als het onderhavige minimaal 5 minuten had moeten worden gemeten. In het onderhavige geval zijn 3 metingen verricht, telkens met de lengte van 1 minuut. Ter terechtzitting in eerste aanleg is namens verdachte nog aangevoerd dat de onderhavige meting niet conform de door de Handleiding gegeven vereisten voor de meting van geluid met een tonaal karakter is geschied.

B2.

Het hof overweegt hieromtrent het navolgende.

De Handleiding geeft als definitie van continu geluid:

Een geluid met verwaarloosbaar kleine niveauvariaties.

In tegenstelling tot de economische politierechter is het hof van oordeel dat muziekgeluid continu geluid is als bedoeld in de Handleiding. Het hof heeft hierbij mede acht geslagen op de inhoud van de zich in het dossier bevindende brief van de deskundige R.E.S.S. Vliex, werkzaam bij de Regionale Milieudienst West-Brabant, d.d. 14 mei 2007, ondermeer inhoudende dat bij muziekgeluid sprake is van continu geluid, zeker nu er geen bedrijfscorrectie op het geluid vanwege muziek van toepassing is, en dat in de Handleiding met tonaal geluid geheel iets anders wordt bedoeld dan muziekgeluid. Nu continu geluid volgens de Handleiding zeer kort gemeten kan worden (voor Db(A)-metingen minimaal 1 minuut) en overigens ter terechtzitting in hoger beroep niet is gebleken van omstandigheden die doen twijfelen aan de juistheid van de in casu uitgevoerde geluidsmetingen en de resultaten daarvan - waarbij het hof opmerkt dat in het onderhavige geval niet een meetperiode van minimaal 5 minuten was vereist, aangezien in de onderhavige inrichting 1 geluidsbron aanwezig was - is het hof van oordeel dat de meting in de onderhavige zaak conform de Handleiding is geschied.

C1.

Van de zijde van verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep, zo begrijpt het hof, aangevoerd dat verdachte niet opzettelijk heeft gehandeld.

C2.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

[naam bestuurder verdachte], blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel vennoot van verdachte, heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij in de nacht van 12 op 13 augustus 2006 tijdens schoonmaakwerkzaamheden de muziekinstallatie in de inrichting aan had staan en dat zij wist dat de ramen van de inrichting op dat moment open stonden. Nu de muziekinstallatie die nacht kennelijk op een luid niveau aan stond, terwijl de ramen van de inrichting open stonden, is het hof van oordeel dat voornoemde [naam bestuurder verdachte] willens en wetens de aanmerkelijke kans dat het equivalente geluidsniveau dat door de muziekinstallatie werd veroorzaakt te hoog was, heeft aanvaard. Het hof heeft hierbij in aanmerking genomen dat verdachte eerder ter zake van een soortgelijk delict een transactie heeft gehad, waarover voornoemde [naam bestuurder verdachte] ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat deze terecht was. Mitsdien acht het hof bewezen dat voornoemde [naam bestuurder verdachte] met opzet heeft gehandeld en verwerpt het hof het verweer. Dit opzet is naar het oordeel van het hof aan verdachte toe te rekenen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 4, eerste lid, van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer in verbinding met onderdeel B paragraaf 1.1.1 onder a van de bijlage bij dat besluit juncto artikel 8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer juncto artikel 1a aanhef en onder 1º juncto artikel 2, eerste lid, van de Wet op de economische delicten en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 1º van de Wet op de economische delicten juncto artikel 51, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gebracht.

In het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep ziet het hof, anders dan door de advocaat-generaal is gevorderd, aanleiding aan verdachte een geheel voorwaardelijke geldboete op te leggen. Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt rekening gehouden met het feit dat het bedrijf intussen in andere handen is overgegaan. Naar het oordeel van het hof wordt in voldoende mate de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt tevens de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Het hof houdt in dit verband ook rekening met de omstandigheid dat op de in de inrichting aanwezige muziekinstallatie tot op heden geen begrenzer is aangebracht, en acht oplegging van een voorwaardelijke straf passend en geboden.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 51 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 en 87 van de Wet op de economische delicten, de artikelen 8.40 en 22.2 van de Wet milieubeheer en de artikelen 1, 2, 4 en 11 van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro).

Bepaalt, dat de geldboete niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mr. J.J. van der Kaaden, voorzitter, mr. A. de Lange en mr. T.A. de Roos,

in tegenwoordigheid van mr. T. Tanghe, griffier,

en op 28 oktober 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. T.A. de Roos is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.