Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BF2188

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-09-2008
Datum publicatie
24-09-2008
Zaaknummer
20-000934-07
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2009:BJ6968, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2009:BJ6968
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

287/288 Sr. Vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-000934-07

Uitspraak : 24 september 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Roermond van 27 februari 2007 in de strafzaak met parketnummer 04-610031-06 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1964],

wonende te [woonplaats], [adres].

waarbij verdachte -zakelijk weergegeven - wegens medeplegen van doodslag, vergezeld en voorafgegaan van een ander strafbaar feit, is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren.

Omvang van het hoger beroep

Bij vonnis, waarvan beroep, is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich niet opnieuw in hoger beroep gevoegd. De in het vonnis, waarvan beroep, gegeven beslissing op de vordering van de benadeelde partij is derhalve niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, mr. W.P.A. Korver, en van hetgeen door en namens de verdachte door mrs. G.G.J. Knoops en P.B.A. Acda, advocaten te Amsterdam, naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis van de eerste rechter wordt vernietigd en dat, opnieuw rechtdoende, verdachte ter zake het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren.

De verdediging:

- heeft geen verweren gevoerd met betrekking tot de geldigheid van de inleidende dagvaarding, de bevoegdheid van de rechter of de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie;

- heeft integraal vrijspraak bepleit ten aanzien van het aan verdachte ten laste gelegde.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na toewijzing van een vordering nadere omschrijving tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

Primair:

hij op of omstreeks 27 februari 2006 in de gemeente Nederweert tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet met een vuurwapen een of meer kogel(s) in het lichaam van die [slachtoffer] geschoten, althans een of meer kogel(s) afgevuurd in de richting van die [slachtoffer] waardoor deze in het lichaam werd getroffen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden, welke vorenomschreven doodslag toen en aldaar werd vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten poging tot diefstal van een hoeveelheid geld en/of wat van hun/zijn gading was, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer] en/of [benadeelde], en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of

het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.

Subsidiair:

hij op of omstreeks 27 februari 2006 in de gemeente Nederweert tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet met een vuurwapen een of meer kogel(s) in het lichaam van die [slachtoffer] geschoten, althans een of meer kogel(s) afgevuurd in de richting van die [slachtoffer] waardoor deze in het lichaam werd getroffen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

Meer subsidiair:

hij op of omstreeks 27 februari 2006 in de gemeente Nederweert ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld en/of wat van hun/zijn gading was, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met dat oogmerk tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, bewapend met een of meer (honkbal)knuppel(s) en/of een of meer pisto(o)l(en),

in elk geval een of meer vuurwapen(s) en/of hun/zijn gezicht(en) bedekt met een (bivak)muts teneinde herkenning te voorkomen, althans te bemoeilijken, de garage van de woning van die van [slachtoffer] is binnengedrongen of binnengegaan en/of heeft geroepen of gezegd:"Niks zeggen, liggen", althans woorden van soortgelijke aard en strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die van [slachtoffer] en/of [benadeelde], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond uit het met een vuurwapen een of meer kogel(s) in het lichaam van die [slachtoffer] schieten, althans een of meer kogel(s) afvuren in de richting van die [slachtoffer] waardoor deze in het lichaam werd getroffen en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het dreigend richten van een pistool, in elk geval van een vuurwapen, op die [benadeelde], in elk geval uit het dreigend in de hand(en) houden van een pistool, in elk geval van een vuurwapen, in de directe nabijheid van die [benadeelde], terwijl dat feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge had.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vaststaande feiten

Op carnavalsmaandag 27 februari 2006 uur rijdt de heer [slachtoffer], vergezeld van zijn partner mevrouw [benadeelde], kort vóór 04.55 hun auto de garage in van hun woning aan de [adres] te [woonplaats]. In de garage stappen zij uit de auto. Terwijl de heer [slachtoffer] richting het halletje dat grenst aan de garage loopt, wordt mevrouw [benadeelde] in de garage bedreigd met een vuurwapen door een onbekende persoon, die donker gekleed is en een bivakmuts over zijn hoofd draagt. Zij hoort vervolgens schoten en ziet even later dat twee overvallers een derde, (zwaar)gewonde overvaller ondersteunen op hun weg naar buiten. Alledrie donker gekleed en met een bivakmuts over het hoofd.

Om 04.55 uur doet mevrouw [benadeelde] een 112-melding van deze overval.

Na aankomst van de politie om 05.02 uur treft een agent de heer [slachtoffer] zwaargewond liggend aan in het genoemde halletje. In datzelfde halletje wordt de revolver van [slachtoffer] aangetroffen, met hierin drie hulzen.

Om 05.17 uur overlijdt de heer [slachtoffer] als gevolg van schotletsel.

Om 05.27 uur wordt verdachte vanuit een auto afgezet bij de EHBO post van het Maxima Medisch Centrum te Veldhoven door een onbekende persoon met een bivakmuts op zijn hoofd. Verdachte heeft een kogel in zijn bovenbuik, welke operatief is verwijderd en door de politie in beslag is genomen.

De bewijsoverwegingen

De advocaat-generaal heeft betoogd dat verdachte een van de overvallers van de heer [slachtoffer] en mevrouw [benadeelde] was. Ter onderbouwing van dat standpunt voert hij het volgende aan.

De kogel die verwijderd is uit de bovenbuik van verdachte is afkomstig uit de aangetroffen revolver van [slachtoffer]. Deze conclusie trekt hij op grond van de volgende in onderling verband te beschouwen feiten en omstandigheden, zich daarbij baserend op de Bayesiaanse methode voor de interpretatie van bewijs:

a. Het deskundigenrapport van mevrouw Pauw-Vugts, vast gerechtelijk deskundige van het NFI, dat als conclusie heeft dat het "waarschijnlijk" is dat de aangetroffen kogel in de bovenbuik van verdachte afkomstig is van de revolver van de heer [slachtoffer];

b. Het afzetten van verdachte bij het genoemde ziekenhuis door een onbekende persoon met een bivakmuts op zijn hoofd;

c. Het feit dat de afstand tussen de plaats van het delict en de plaats van afzetten van verdachte bij het ziekenhuis binnen 32 minuten te overbruggen is met een auto;

d. Een door de politie afgeluisterd openlijn gesprek uit 2002 waaraan verdachte deelnam en waarin gesproken werd over aandachtspunten die van belang zijn voor het plegen van een overval; een overval die opmerkelijke overeenkomst vertoont met de wijze waarop de overval op de heer [slachtoffer] en mevrouw [benadeelde] plaatsvond;

e. Een gesprek op 17 februari 2006 gevoerd met de gsm van verdachte vanuit Nederweert;

f. Een opengevouwde kaart van Limburg, aangetroffen in de woning van verdachte;

g. CIE-info van maart en april 2006 waarin verdachte als een van de daders van de overval op de heer [slachtoffer] en mevrouw [benadeelde] genoemd wordt, alsmede diverse anonieme meldingen met dezelfde informatie;

h. Het feit dat verdachte bij politie en justitie bekend staat als (potentiële) pleger van gewapende overvallen.

De verdediging betwist dat er wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte een dader van de genoemde overval is. Kortheidshalve verwijst het hof naar de pleitnotities van 49 bladzijden met bijlagen.

Het oordeel van het hof

Kern van de bewijsconstructie van de advocaat-generaal is de conclusie van mevrouw Pauw-Vugts dat het "waarschijnlijk" is dat de kogel verwijderd uit de bovenbuik van verdachte afkomstig is uit de revolver van de heer [slachtoffer].

De door de deskundige gebruikte classificatie "waarschijnlijk"is de derde categorie van waarschijnlijkheid op een schaal van vijf. De eerste categorie geeft een waarschijnlijkheid weer die aan zekerheid grenst en de tweede categorie een waarschijnlijkheid met geringe twijfel.

In de definitie van mevrouw Pauw-Vugts geeft de categorie "waarschijnlijk" de volgende mate van waarschijnlijkheid:

"Deze conclusie wordt gekozen als het kaliber en de systeemsporen onderling overeenkomen en er ondanks de gevonden overeenkomsten in de individuele sporen enige twijfel tijdens het onderzoek is ontstaan, bijvoorbeeld doordat de kraslijnen/oneffenheden voor een deel overeenkomen, de aanwezige overeenkomsten niet zo mooi zijn en/of doordat er enige twijfel is aan de karakteristieke waarde van de sporen."

Het hof oordeelt dat de categorie "waarschijnlijk" zonder nader bewijs een onvoldoende mate van zekerheid geeft over de vraag of de kogel uit de bovenbuik van verdachte is afgevuurd uit de revolver van de heer [slachtoffer] om het wettig bewijs te vormen dat verdachte een van de daders van de overval in Nederweert was.

Als nader bewijs voert de advocaat-generaal de omstandigheden aan die weergegeven zijn onder b t/m h.

Naar het oordeel van het hof zijn een deel van deze feiten en omstandigheden (g en h) niet als bewijs in strafrechtelijke zin te beschouwen, zodat daar geen betekenis aan toekomt.

Vervolgens heeft het hof zich de vraag gesteld of de omstandigheden onder b, c, d, e, en f, in onderling verband beschouwd, voldoende nader wettig bewijs opleveren naast de omstandigheid onder a.

Het hof beantwoordt die vraag negatief. De omstandigheden onder b, c, d, e en f zijn ieder voor zich en in onderling verband beschouwd te indirect en te weinig significant om in voldoende mate bij te dragen aan de omstandigheid onder a, om de voor bewezenverklaring wettelijk vereiste zekerheid te bereiken dat verdachte een van de daders van de overval in Nederweert was.

De Bayesiaanse methode van interpretatie van bewijs, zoals door de advocaat-generaal weergegeven, doet daar niet aan af om twee redenen.

Allereerst omdat het enkele feit dat de ene hypothese (verdachte is de dader) waarschijnlijker is dan een andere hypothese (verdachte is neergeschoten in Eindhoven) nog niet per definitie met zich brengt dat ten aanzien van de waarschijnlijkere hypothese de wettelijk vereiste drempel van zekerheid tot bewezenverklaring genomen is.

Vervolgens niet om de volgende redenen. De advocaat-generaal poneerde de stelling dat het scenario van verdachte (verdachte is neergeschoten in Eindhoven) dermate onwaarschijnlijk is dat er bij de beantwoording van de vraag of verdachte een van de daders van de overval te Nederweert is "geen ruimte meer is voor enige of geringe twijfel aan betrokkenheid bij de overval, die de loutere wetenschappelijke benadering op het eerste gezicht nog openliet" (requisitoir bladzijde 16). Deze stelling miskent dat in het wettelijke bewijsstelsel een ongeloofwaardige verklaring van een verdachte alleen tot bewijs van zijn daderschap kan bijdragen indien met wettelijke bewijsmiddelen aangetoond kan worden dat die ongeloofwaardige verklaring een leugen is die bestemd is om de waarheid te bemantelen. Van die wettelijke bewijsmiddelen is echter geen sprake.

Overigens merkt het hof op dat de Bayesiaanse methode zoals toegepast door de advocaat-generaal, uitgaat van de onjuiste veronderstelling dat verdachte verklaard heeft dat hij in Eindhoven is neergeschoten. Verdachte heeft dat niet verklaard, maar wel dat hij niet weet waar en door wie hij neergeschoten is, waarbij hij de mogelijkheid van neerschieten in Eindhoven noemt.

Uit bovenstaande volgt dat het hof onvoldoende wettige bewijsmiddelen aanwezig acht om tot bewezenverklaring te komen dat verdachte een van de daders van de overval te Nederweert is, zodat met betrekking tot géén van de ten laste gelegde varianten tot een bewezenverklaring kan worden gekomen. Hieruit volgt weer dat verdachte integraal zal worden vrijgesproken.

Volgens het wettelijk systeem dient de overtuiging van de rechter gebaseerd te zijn op wettige bewijsmiddelen die de bewezenverklaring dragen. Omdat die laatste ontbreken kan het hof niet toekomen aan de vraag of het hof ervan overtuigd is dat verdachte de overval in Nederweert mede gepleegd heeft.

Daaraan doet niet af dat het hof tijdens de beraadslaging tot het oordeel is gekomen dat het de verklaring van verdachte niet gelooft dat hij niet weet waar en wanneer de operatief bij hem verwijderde kogel in zijn lichaam terecht gekomen is, alsmede dat hij niet weet wie de man met bivakmuts was die hem afgezet heeft bij het Maxima Medisch Centrum te Veldhoven.

Het hof hecht eraan op te merken dat hij tijdens de beraadslaging uitgebreid heeft stilgestaan bij de vraag of er in het kader van de rechterlijke taak tot waarheidsvinding nog enig nader onderzoek kan worden gedaan aan de hand van het voorliggende dossier. Met name heeft het hof ook overwogen of nader ballistisch onderzoek zinvol zou zijn. Gezien de verklaring van de getuige-deskundige Pauw-Vugts dat ten aanzien van de in de bovenbuik van verdachte aangetroffen - loden - kogel eigenlijk geen hogere mate van zekerheid gegeven kan worden dat deze uit de revolver van de heer [slachtoffer] afkomstig is dan de categorie "waarschijnlijk", heeft het hof deze vraag negatief beantwoord.

Beslag

Van hetgeen verder in beslag genomen en nog niet teruggegeven is, zal de teruggave aan de verdachte worden gelast.

Beslissing

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslaggenomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten:

1.00 STK Landkaart opengevouwen,

1.00 STK krant van 28 februari 2006,

1.00 STK Mobilofoon in een doos.

Aldus gewezen door

mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter,

mr. A.R.O. Mooy en mr. J.W. de Ruijter,

in tegenwoordigheid van dhr. A.A.H.M. van Geffen, griffier,

en op 24 september 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.