Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BD9104

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-06-2008
Datum publicatie
01-08-2008
Zaaknummer
K07/0511
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Klacht ex artikel 12 Sv.; art. 321 Sr.

Naar het oordeel van het hof kan worden gezegd dat beklaagde zich, ondanks dat hem duidelijk was dat hij ten onrechte enig goed – te weten giraal geld ter waarde van EUR 106,20 – onder zich had, door dit geld niet terug te storten op de rekening van klaagster en voorts niet te voldoen aan het verzoek dit geld terug te storten, dit geld wederrechtelijk heeft toegeëigend. Het hof is van oordeel dat beklaagde zich dusdoende aan verduistering schuldig heeft gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

K07/0511

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Beschikking van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 17 juni 2008 inzake het beklag ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering van:

(klaagster),

wonende te Zwijndrecht,

hierna te noemen: klaagster,

over de beslissing van de officier van justitie te Breda tot het niet vervolgen van:

(beklaagde),

wonende te Roosendaal,

hierna te noemen: beklaagde,

wegens oplichting c.q. verduistering.

De feitelijke gang van zaken.

Op 8 augustus 2006 heeft klaagster aangifte gedaan van oplichting, beweerdelijk jegens haar gepleegd door beklaagde.

Op 10 november 2007 is door de teamchef van de politie Midden en West Brabant, district Bergen op Zoom, aan klaagster bericht dat de zaak niet zal worden vervolgd omdat er sprake is van onvoldoende bewijs voor opzet.

Hierop heeft klaagster bij schrijven van 27 november 2007 een klaagschrift ingediend bij het hof, ingekomen ter griffie van het hof op 29 november 2007, met het verzoek de vervolging te bevelen.

De advocaat-generaal heeft in het schriftelijk verslag van 24 januari 2008 het hof geraden het beklag af te wijzen.

Op 25 maart 2008 is het klaagschrift in raadkamer van het hof behandeld. Klaagster is, met kennisgeving daarvan, niet in raadkamer verschenen.

De advocaat-generaal heeft verklaard te persisteren bij het schriftelijk verslag, maar zich niet te verzetten tegen oproeping van beklaagde.

Bij tussenbeschikking van 15 april 2008 heeft het hof besloten beklaagde op te roepen, onder de overweging dat beklaagde, indien uit behoorlijk bewijs van kwijting zou blijken dat de schade van klaagster is vergoed, niet behoeft te verschijnen.

Op 20 mei 2008 is het klaagschrift in raadkamer van het hof behandeld Beklaagde, ofschoon behoorlijk opgeroepen, is niet in raadkamer verschenen.

De advocaat-generaal heeft verklaard te persisteren bij het schriftelijk verslag.

De beoordeling.

Klaagster stelt dat zij EUR 106,20 aan beklaagde heeft overgemaakt in ruil voor door haar via www.marktplaats.nl van beklaagde gekochte auto-onderdelen ten behoeve van een auto van het merk Citroën Xantia, maar dat zij deze onderdelen nooit heeft ontvangen.

Beklaagde – zonder relevante justitiële antecedenten – heeft verklaard inderdaad diverse auto-onderdelen van zijn Citroën Xantia aan diverse personen te hebben verkocht en opgestuurd, maar kennelijk vergeten te zijn om klaagster haar spullen te sturen. Hij heeft toegezegd het geld van klaagster terug te zullen storten.

Voor zover het hof bekend, heeft klaagster tot op heden haar geld nog steeds niet ontvangen.

Naar het oordeel van het hof kan worden gezegd dat beklaagde zich, ondanks dat hem duidelijk was dat hij ten onrechte enig goed – te weten giraal geld ter waarde van EUR 106,20 – onder zich had, door dit geld niet terug te storten op de rekening van klaagster en voorts niet te voldoen aan het verzoek dit geld terug te storten, dit geld wederrechtelijk heeft toegeëigend. Het hof is van oordeel dat beklaagde zich dusdoende aan verduistering schuldig heeft gemaakt.

Het hof acht, gelet op de ernst en omvang van het beweerdelijk gepleegde strafbare feit en de zich in het dossier bevindende aanwijzingen, termen aanwezig om het beklag gegrond te verklaren en de vervolging van beklaagde te bevelen, ter zake van verduistering.

De beslissing.

Het hof verklaart het beklag gegrond en beveelt de vervolging van beklaagde terzake van verduistering.

Aldus gegeven door

mr. P.A.M. Hendriks, als voorzitter,

mr. G.A.M. Stevens en mr. F.J.M. Walstock, als raadsheer,

in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras, als griffier.

op 17 juni 2008.

Mr. Stevens is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.