Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BD6865

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-07-2008
Datum publicatie
10-07-2008
Zaaknummer
HV 200.005.118
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Goede trouw ex art. 288 lid 1 sub b FW en nakoming verplichtingen niet aannemelijk;

Toepassing art. 288 lid 3 FW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HD

3 juli 2008

Sector civiel recht

Zaaknummer: HV 200.005.118/01

Zaaknummer in eerste aanleg: 125653 / FT-RK 07.1035

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Arrest

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna: [X.],

procureur: mr. J.E. Benner.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Maastricht van 15 april 2008, waarvan de inhoud bij [X.] bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 22 april 2008, heeft [X.] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en alsnog de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing te verklaren.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 juni 2008. Bij die gelegenheid is [X.] gehoord, bijgestaan door mr. R. Mahovic.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

- de processen-verbaal van de behandelingen in eerste aanleg d.d. 11 maart 2008 en 8 april 2008;

- het faxbericht met bijlagen van de advocaat van [X.] d.d. 9 juni 2008;

- de stukken van de eerste aanleg, afkomstig van de griffie van de rechtbank Maastricht, ingekomen ter griffie d.d. 10 juni 2008.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. [X.] heeft op 11 december 2007 de rechtbank verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken. De totale schuldenlast bedraagt blijkens de verklaring ex artikel 285 Faillissementswet (Fw) d.d. 23 november 2007

€ 15.330,24; waaronder een schuld € 4.977,82 aan Video Sun,

€ 3.208,46 aan de Belastingdienst Maastricht, € 2.479,35 aan T-Mobile,

€ 2.517,48 aan de gemeente [gemeentenaam] en een schuld van € 590,65 aan het Centraal Justitieel Incassobureau. In genoemde verklaring staat vermeld dat het minnelijke traject is mislukt, omdat niet alle schuldeisers met het voornoemde traject akkoord gingen.

Bij vonnis waarvan beroep is het verzoek van [X.] afgewezen.

4.2.1. De rechtbank heeft daartoe op de voet van artikel 288 lid 1 aanhef en sub b Fw (oud) en artikel 288 lid 2, aanhef en sub b Fw (oud) overwogen, dat er gegronde vrees bestaat dat [X.] tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling zijn uit die regeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen en voorts dat aannemelijk is dat [X.] ten aanzien van het ontstaan en/of onbetaald laten van de schulden niet te goeder trouw is geweest.

4.2.2. De rechtbank heeft dit als volgt gemotiveerd.

[X.] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de schuld aan Video Sun te goeder trouw is ontstaan. [X.] is deze schuld aangegaan in 2004 terwijl hij op dat moment een uitkering ontving op grond van de Wet Werk en Bijstand. Hij had kunnen weten dat hij van zijn uitkering geen € 195,- per maand kon betalen om de verplichting aan Video Sun na te komen. Tevens is gebleken dat de gemeente een half jaar later, op 28 februari 2005, deze uitkering heeft beëindigd, omdat [X.] niet had voldaan aan zijn informatieplicht. Daarnaast overweegt de rechtbank dat [X.] niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden onder controle heeft gekregen.

4.3.1. [X.] kan zich met het vonnis en voornoemde beoordeling van de rechtbank niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. Met betrekking tot het niet voldoen aan de informatieplicht stelt hij dat de reden hiervoor is dat hij eenmalig heeft nagelaten een formulier naar de gemeente [gemeentenaam] terug te zenden en dat deze op grond hiervan de uitkering heeft beëindigd. Indien hij op de hoogte was geweest van de mogelijke ernstige consequenties, dan had hij dit nooit nagelaten. Tevens heeft de beëindiging van zijn uitkering een dusdanige invloed op hem gehad dat hij daarna volledig in de war is geraakt en hij ten gevolge daarvan de bezwaarschriftprocedure niet is aangevangen. [X.] is van oordeel dat hij, in tegenstelling tot de bevindingen van de rechtbank, zijn financiën inmiddels wel onder controle heeft gekregen. Ten eerste heeft hij zich eind 2006 gewend tot de Gemeentelijke Kredietbank te [vestigingsplaats], waar hij sindsdien onder budget- beheer staat. Voorts heeft hij inmiddels de huur- en energierekeningen betaald door middel van een premie die hij van de gemeente [gemeentenaam] heeft ontvangen wegens een gedwongen vertrek uit zijn woning. Gegeven de zeer lage opleiding die hij heeft genoten in combinatie met zijn handicap hebben zijn inspanningen niet tot een vaste baan geleid. Inmiddels is [X.] werkzaam als vrijwilliger, hetgeen hem de gelegenheid biedt om werkervaring op te doen.

4.3.2. Hieraan heeft [X.] ter zitting toegevoegd dat hij bereid is alles te doen om aan zijn verplichtingen die voortvloeien uit de schuldsaneringsregeling te voldoen. Tevens geeft hij aan dat zijn schuldenlast veel schulden bevat die dateren uit een tijd dat hij zijn leven nog niet op de rails had. Momenteel wordt hij begeleid door de stichting Traject en heeft zijn begeleider haar tevredenheid over hem betuigd. Verder is hij van mening dat, nadat hij zich eind 2006 heeft gewend tot de Gemeentelijke Kredietbank te [vestigingsplaats], het alleen maar bergopwaarts met hem is gegaan. Het budgetbeheer en het vrijwilligers- werk bij de zogeheten Muziekgieterij te [vestigingsplaats] hebben structuur in zijn leven aangebracht. Met betrekking tot zijn capaciteiten tot het ordenen van zijn administratie geeft hij aan dat hij voor hulp altijd terecht kan bij de stichting Traject.

4.4. Het hof komt tot de volgende beoordeling.

4.4.1. Ingevolge artikel 288 lid 1 aanhef en sub b Fw (nieuw) wordt het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend te goeder trouw is geweest. Hierbij gaat het om een gedragsmaatstaf die mede wordt gehanteerd om beoogd misbruik van de schuldsaneringsregeling tegen te gaan, waarbij de rechter met alle omstandigheden van het geval rekening kan houden. Daarbij spelen (onder meer) een rol de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdsip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de schuldenaar een verwijt kan worden gemaakt dat de schulden zijn ontstaan of onbetaald gelaten, het gedrag van de schuldenaar wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door schuldeisers juist te frustreren.

Opgemerkt wordt dat de rechtbank bij de beoordeling de toelatingscriteria ex art. 288 Fw(oud) heeft toegepast terwijl, gelet op de vonnisdatum, art. 288 Fw toepasselijk is zoals dit artikel luidt per 1 januari 2008.

4.4.2. Het hof neemt de volgende omstandigheden in aanmerking.

Het hof neemt het oordeel van de rechtbank over dat het geen pas geeft om een lening van € 195,- per maand aan te gaan indien men een bijstandsuitkering ontvangt. Het argument dat de financieringsinstelling zelf de verantwoordelijkheid had moeten dragen voor het verstrekken van de betreffende lening aan [X.], die op dat moment niet kredietwaardig was, laat dit oordeel onverlet. Daarenboven heeft [X.] niet voldoende aannemelijk gemaakt dat hij met betrekking tot het ontstaan en/of onbetaald laten van de schulden te goeder trouw is geweest. Dit is met name het geval ten aanzien van de schuld aan Video Sun. Verder heeft hij onvoldoende geloofwaardig gemaakt hoe het mogelijk is dat hij zijn aanslagen motorrijtuigenbelasting heeft laten oplopen tot een schuld van € 2.663,11. Voorts heeft [X.] onvoldoende toegelicht hoe de schuld van circa € 2.500,- aan T-Mobile heeft kunnen ontstaan en hoe de omvangrijke schuld bij het CJIB, bestaande uit boetes ten gevolge van verkeersovertredingen, dusdanig heeft kunnen oplopen. Reeds op grond van hetgeen uit de stukken blijkt en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, acht het hof het onvoldoende aannemelijk dat [X.] ten aanzien van het ontstaan van zijn schuldenlast te goeder trouw is geweest.

Daarnaast is het hof van oordeel dat [X.] wel degelijk aangerekend kan worden dat de gemeente [gemeentenaam] de bijstandsuitkering van [X.] heeft beëindigd, gezien de omstandigheid dat hij herhaaldelijk heeft verzuimd om aan zijn informatieplicht jegens de uitkeringsinstantie te voldoen. Bovendien is op grond van de eindrapportage van Transferium en de verklaringen ter zitting van [X.], en met name de verklaring dat zijn financiële administratie een chaos is, niet aannemelijk geworden dat hij de uit de regeling voortvloeiende inlichtingenverplichting jegens de bewindvoerder tijdig en naar behoren zal nakomen, hetgeen gelet op het bepaalde in artikel 288 lid 1 sub c Fw eveneens moet leiden tot afwijzing van het inleidend verzoek van [X.].

4.4.3. Uit het dossier en hetgeen ter zitting in hoger beroep naar voren is gekomen valt af te leiden dat [X.] gedurende een lange reeks van jaren een ongestruc¬tureerd leven heeft geleid waarin hij bij tijd en wijle nauwelijks aandacht heeft besteed aan het tijdig en naar behoren vervullen van zijn maatschappelijke verplichtingen. Aannemelijk is dat het grootste deel van zijn schuldenpakket hierin zijn oorsprong vindt.

Recentelijk heeft [X.] laten zien dat hij aan zijn problematiek werkt. Hij heeft de intentie laten zien dat hij structuur in zijn leven zal aanbrengen met als doel zijn problemen onder controle te krijgen. Naar het oordeel van het hof is het succes hiervan evenwel thans nog onvoldoende zeker, zodat thans niet voldoende aannemelijk is dat [X.] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen als bedoeld in art. 288 lid 3 Fw.

De mogelijkheid bestaat dat [X.] zijn kansen op toelating alsnog zal vergroten, wanneer hij – buiten de hulp die hij reeds krijgt bij het vinden van betaald werk; verwezen wordt naar de brief van Traject d.d. 24 april 2008 – structureel hulp van derden krijgt om zijn verplichtingen – vooral op het financiële vlak – in het kader van de schuldsaneringsregeling na te komen. Deze hulp zou kunnen komen van de stichting Traject, van maatschappelijk werk en met name van een nog te benoemen beschermingsbewindvoerder.

Het hof geeft [X.] in overweging om pas een nieuw verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling bij de rechtbank in te dienen nadat gebleken is dat bedoelde structurele hulp van derden gedurende enige tijd positieve resultaten heeft opgeleverd.

4.4.4. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd, zij het met verbetering van gronden.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep met verbetering van gronden.

Dit arrest is gewezen door mrs. Gründemann, Bijleveld-van der Slikke en Philips en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 3 juli 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.