Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BD6277

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-06-2008
Datum publicatie
04-07-2008
Zaaknummer
HV 200.004.527
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voortijdige beëindiging van de schuldsaneringsregeling i.v.m. het stelselmatig niet voldoen aan de inlichtingenverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2008, 153
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 juni 2008

Sector civiel recht

Zaaknummer HV 200.004.527/01

Zaaknummer eerste aanleg 06/78 R

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Arrest

In de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna: [X.],

procureur: mr. J.E. Benner.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Maastricht van 8 april 2008, waarvan de inhoud bij [X.] bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 14 april 2008, heeft [X.] verzocht voormeld vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de voordracht van de rechter-commissaris tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling alsnog af te wijzen.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 juni 2008. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [X.], bijgestaan door zijn advocaat mevrouw mr. G.D. Jongen;

- mr. M.J.A.M. Tonnaer, de bewindvoerder.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

- de brieven met bijlagen van de procureur van [X.] d.dis 29 april 2008 en 8 mei 2008;

- de brieven met bijlagen van de bewindvoerder d.dis 22 april 2008, 20 mei 2008 en 6 juni 2008;

- het ter zitting overlegde verweerschrift van de bewindvoerder d.d. 9 juni 2008, met bijlagen.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. Bij vonnis van 15 maart 2006 is ten aanzien van [X.] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, voorafgegaan door de voorlopige toelating d.d. 15 februari 2006.

4.2.1. Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank op de voet van artikel 350 lid 3 sub c en e Fw de toepassing van de schuldsaneringsregeling op voordracht van de rechter-commissaris d.d. 24 januari 2008 tussentijds beëindigd, nu [X.] één of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt en nieuwe schulden laat ontstaan.

4.2.2. De rechtbank heeft daartoe onder meer overwogen, dat [X.] door gebruik te maken van een girorekening van zijn vrouw, en door de bewindvoerder onvolledige kopieën over te leggen waarop bovendien bepaalde bedragen zijn weggelakt, zijn informatieplicht niet naar behoren nakomt en mogelijk zijn schuldeisers benadeelt. Bovendien komt [X.] doordat hij geen vergoeding vraagt voor het verrichten van diensten voor derden waar in het economische verkeer een zekere vergoeding tegenover staat, zijn verplichting niet na om zich maximaal in te spannen om zo veel mogelijk geld te verdienen voor zijn crediteuren. Voorts benadeelt hij zijn schuldeisers door schenkingen niet op de boedelrekening te storten.

4.3. [X.] kan zich met dit vonnis van de rechtbank niet verenigen en is daarvan in hoger beroep gekomen.

4.3.1. [X.] heeft in het beroepschrift aangevoerd, dat hij niet de intentie heeft gehad om informatie achter te houden of zijn informatieplicht te licht op te nemen. [X.] heeft van de bewindvoerder 3-maandelijkse inlichtingenformulieren ter hand gesteld gekregen en deze een aantal keren ingevuld. [X.] heeft zich echter niet gerealiseerd dat de bewindvoerder deze inlichtingen- formulieren wenste te blijven ontvangen, ook indien er geen wijzigingen waren in zijn situatie. Het vonnis van de rechtbank heeft hem duidelijk gemaakt dat van hem verwacht wordt dat hij hoe dan ook alle inlichtingen aanlevert en deze ook onder- bouwt. [X.] realiseert zich in het verleden tekort te zijn geschoten in de informatievoorziening jegens de bewindvoerder, maar stelt nu meer doordrongen te zijn van zijn verplichtingen. Voor zover hij bedragen op de bankrekening van zijn echtgenote heeft weggelakt, deed hij dit ter bescherming van haar privacy. Het ging met name om alimentatiebedragen die de echtgenote ontving voor haar kinderen.

[X.] betwist dat er nieuwe schulden zijn ontstaan. Alle lopende lasten zijn naar hij stelt door hem betaald. Eventuele verplichtingen die niet direct konden worden nagekomen, zijn op een later moment alsnog door hem nagekomen.

Voorts stelt [X.] dat hem niet kan worden verweten dat hij stelselmatig zijn arbeidspotentie niet aan de boedel ten goede laat komen. Voor andere derden dan zijn zus heeft [X.] geen onbetaalde werkzaamheden verricht. [X.] heeft voor zijn arbeids- inspanning alsnog een nota doen toekomen aan zijn zus en die inkomsten zullen volledig aan de boedel worden afgedragen.

De stortingen van de ouders van [X.] op de rekening van de echtgenote werden gedaan om de schuld aan CZ te kunnen voldoen. [X.] heeft echter niet begrepen dat de betalingen van zijn ouders aan CZ niet via de door hem gebruikte bankrekening konden lopen, maar rechtstreeks dienden te geschieden, om te voorkomen dat de betalingen van zijn ouders mogelijk ten onrechte als schenkingen zouden worden aangemerkt. Er is naar zijn zeggen nimmer sprake geweest van een schenking van de zijde van de ouders aan [X.] die zou moeten worden afgedragen aan de boedel. Om die reden stelt [X.] dat evenmin sprake is geweest van benadeling van crediteuren.

4.3.2. Hieraan heeft [X.] ter zitting toegevoegd, dat hij alsnog alle bankrekeningspecificaties heeft aangeleverd en dat de 3-maandelijkse inlichtingen¬formulieren alsnog zijn ingeleverd. [X.] beseft dat hij duidelijker had kunnen zijn in een aantal dingen. [X.] stelt zo goed mogelijk zijn best te hebben gedaan. De afgelopen weken heeft hij geprobeerd het belangrijkste te herstellen. Sinds februari 2008 heeft [X.] een WW-uitkering. Per september 2008 zal hij betaalde werkzaamheden verrichten en hogere inkomsten genieten, waarmee hij hogere afdrachten aan de boedel kan doen.

4.3.3. De bewindvoerder heeft aangevoerd, dat in beroep nog steeds geen transparantie is te vinden in de financiën, het ontbreken waarvan aanleiding is geweest voor de voortijdige beëindiging. De bewindvoerder stelt geen althans onvoldoende informatie te ontvangen om de omvang van de inkomsten van [X.] en daarmee het vrij te laten bedrag te kunnen berekenen en te doen bepalen. Voorts deelt de bewindvoerder mede pas in het weekend vóór de zitting in hoger beroep alsmede op de dag van het hoger beroep zelf, schriftelijke informatie van [X.] te hebben ontvangen. Deze had volgens de bewindvoerder veel eerder verstrekt moeten worden. De stukken betreffen onder andere de 3-maandelijkse inlichtingenformulieren betreffende de periode vanaf in ieder geval januari 2008 die dus nu pas in juni 2008 worden ingeleverd. De bewindvoerder stelt dat het bij [X.] telkens blijft bij het doen van toezeggingen, maar dat de nakoming daarvan niet altijd correct c.q. niet op tijd verloopt. Weliswaar zijn nieuwe schulden mogelijk voldaan, maar daar zijn weer andere voor in de plaats gekomen, althans hebben deze tot gevolg dat de boedel benadeeld wordt. Vanaf januari 2008 kan [X.] weer beschikken over de ABN-rekening en vinden er weer stortingen plaats. Er blijkt meer inkomen te zijn dan waarvan bij de berekening van het vrij te laten bedrag is uitgegaan; vakantie¬geld is niet afgedragen. De bewindvoerder stelt dat van een herberekening van het vrij te laten bedrag nog geen sprake is geweest bij gebreke van tijdige en volledige gegevens van [X.]. Zodoende blijkt er inmiddels een boedelschuld te zijn van naar schatting ongeveer € 7.000,-. Over het laatste half jaar tot en met mei 2008 is door [X.] € 800,- afgedragen. De bewindvoerder verwacht dat [X.] zaken wel weet te regelen, maar uiteindelijk niet zal voldoen aan hetgeen van hem geëist wordt. Primair is de bewindvoerder van mening dat het vonnis van de rechtbank dient te worden bekrachtigd. Subsidiair stelt de bewindvoerder voor aan [X.] strikte voorwaarden op te leggen, ingeval de schuldsanering zou worden voortgezet.

4.4. Het hof komt tot de volgende beoordeling.

4.4.1. Als maatstaf voor de vraag of grond bestaat tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling geldt of, in het licht van de overige omstandigheden van het geval, het niet voldoen aan de informatieplicht voortvloeiende uit de schuldsanerings- regeling en het doen of laten ontstaan van nieuwe schulden duidelijke aanwijzingen vormen dat bij de schuldenaar de van hem te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling ontbreekt.

4.4.2. Het hof neemt de volgende omstandigheden in aanmerking:

Ter zitting van het hof is gebleken dat [X.] gedurende de gehele periode van de schuldsaneringsregeling tot nu toe de informatieplicht niet naar behoren is nagekomen. Het hof stelt vast dat de bewindvoerder pas zeer kort voor de behandeling van de zaak in hoger beroep over de afgelopen kwartalen alsnog een aantal inlichtingenformulieren van [X.] heeft ontvangen. Het hof stelt tevens vast dat [X.] onverklaard heeft gelaten waarom inkomsten¬gegevens van onder meer januari 2008 pas in juni 2008 ter hand worden gesteld. Inmiddels is gebleken dat door [X.] een aanzienlijk hoger inkomen is ontvangen dan waarvan de bewindvoerder bij zijn berekeningen van het vrij te laten bedrag tot nu toe is uitgegaan. De verwachting van de bewindvoerder is dat na herberekening een behoorlijke boedelachterstand is ontstaan van om en nabij € 7.000,-. Het hof stelt vast dat dit laatste door [X.] onvoldoende is weersproken.

Het hof is van oordeel dat het op deze wijze stelselmatig schenden van de informatieplicht een sterke aanwijzing vormt dat bij [X.] de juiste medewerking heeft ontbroken, zelfs nog na het instellen van hoger beroep, om de schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen. Naar het oordeel van het hof dient reeds hierom de uitspraak van de rechtbank te worden bekrachtigd en kan, gelet op het voorgaande, de vraag in hoeverre [X.] nieuwe schulden heeft laten ontstaan, zijn crediteuren benadeelt en zich niet maximaal inspant ten behoeve van de crediteuren verder onbesproken blijven.

4.4.3. Het vorenstaande, alles in onderling verband en samenhang bezien, leidt er toe dat naar het oordeel van het hof de rechtbank de toepassing van de schuldsane¬rings¬regeling ten aanzien van [X.] terecht heeft beëindigd.

4.4.4. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. Gründemann, De Klerk-Leenen en Pouw en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 18 juni 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.