Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BD6242

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-04-2008
Datum publicatie
03-07-2008
Zaaknummer
HV 103.009.902 & HV 103.009.903
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Meerdere kernverplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren nagekomen.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 354, geldigheid: 2008-04-23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RB

23 april 2008

Sector civiel recht

Zaaknummers HV103.009.902/01 en HV103.009.903/01 (R200800105 en R200800106)

Zaaknummers eerste aanleg 06/219 R en 06/218 R

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Arrest

In de zaak in hoger beroep van:

[X.] en [Y.],

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna: [X.] en [Y.],

procureur: mr. L.A.M. van den Eeden.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de vonnissen van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 14 januari 2008, waarvan de inhoud bij [X.] en [Y.] bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschriften, ingekomen ter griffie op 22 januari 2008, hebben [X.] en [Y.] ieder het hof verzocht het respectievelijk op hem c.q. haar betrekking hebbende vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, al dan niet onder verbetering van gronden, te bepalen dat de schuldsaneringsregeling onverkort is blijven doorlopen, althans de schuldsaneringsregeling te verlengen, althans een zodanige beslissing te nemen als door het hof, de belangen van [X.] en [Y.] in aanmerking genomen, in goede justitie te bepalen.

2.2. Gelet op de verknochtheid van de voormelde onder HV103.009.902/01 en HV103.009.903/01 ter griffie ingeschreven zaken heeft het hof de voeging daarvan gelast, opdat zij gezamenlijk zullen worden behandeld en beslist.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 april 2008. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [X.] en [Y.], bijgestaan door hun advocaat mr. L.A.M. van den Eeden;

- mevrouw M.P.J.M. van der Lee, de bewindvoerder.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij de beroepschriften;

- het proces-verbaal van de behandeling in eerste aanleg d.d. 9 oktober 2007;

- de stukken van de eerste aanleg, afkomstig van de griffie van de rechtbank ’s-Hertogenbosch;

- de brief met bijlagen van de advocaat van [X.] en [Y.] d.d. 4 april 2008;

- de brief met bijlagen van de bewindvoerder d.d. 7 april 2008.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van de beroepschriften.

4. De beoordeling

4.1. Bij vonnissen van de rechtbank van 13 maart 2006 is ten aanzien van [X.] en [Y.] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

4.2.1. Bij de vonnissen waarvan beroep heeft de rechtbank de looptijd van de schuldsaneringsregelingen bekort en vervolgens op de voet van artikel 354 lid 1 Fw vastgesteld dat de schuldenaren toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. De rechtbank heeft geen toepassing gegeven aan artikel 354 lid 2 Fw, zodat op grond van artikel 358 lid 2 Fw aan [X.] en [Y.] geen 'schone lei' is verleend.

4.2.2. De rechtbank heeft daartoe onder meer overwogen, dat [X.] en [Y.] vanaf 9 oktober 2007 in de gelegenheid zijn gesteld om de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de schuldsaneringsregeling te verbeteren. Uit nader ontvangen informatie van de bewindvoerder is gebleken dat zich echter geen verbetering in de nakoming van de verplichtingen heeft voorgedaan.

Door [X.] en [Y.] is onder meer de informatieplicht niet naar behoren nagekomen en tevens is de boedelachterstand niet ingelopen. De rechtbank is op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van oordeel dat de schuldenaren zijn tekortgeschoten in de nakoming van de kernverplichtingen van de schuldsaneringsregeling.

4.3. [X.] en [Y.] kunnen zich met deze uitspraken van de rechtbank niet verenigen en zijn daartegen in beroep gekomen.

4.3.1. Zij hebben in de beroepschriften het volgende aangevoerd.

Zij zijn van mening dat de bewindvoerder ook ná 9 oktober 2007 op de hoogte is gehouden door middel van toezending van stukken betreffende verrichte sollicitaties, afschriften van loonstroken en bankafschriften. Zij handelen juist naar vermogen om de boedelachterstand in te lopen. Daarnaast erkennen zij dat op hen een informatieplicht rust en stellen aan deze verplichting te hebben voldaan.

Verder wordt door [X.] en [Y.] gesteld dat de vaststelling door de rechtbank van schending van de informatieplicht, gebaseerd op uitlatingen van de bewindvoerder, onjuist is. Indien desondanks sprake zou zijn van een toerekenbare tekortkoming, dan zijn zij van mening dat deze, gezien de bijzondere aard van de situatie van de aangenomen tekortkoming, in redelijkheid niet aan hen toegerekend zou moeten worden.

[X.] stelt aan zijn sollicitatieplicht te hebben voldaan door middel van onder meer sollicitaties via internet en uitzendbureaus. [X.] had ook een baan gevonden, maar die is beëindigd. [X.] is daarop blijven solliciteren.

[X.] en [Y.] zijn van mening dat het onjuist is dat zij meerdere auto’s tegelijk op hun naam zouden hebben gehad. [X.] en [Y.] hebben de vrijwaringsbewijzen bij het RDW opgevraagd, maar hierop nog geen antwoord ontvangen.

4.3.2. Hieraan hebben [X.] en [Y.] ter zitting toegevoegd, dat zij wel degelijk stukken ter informatie naar de bewindvoerder hebben opgestuurd. [X.] en [Y.] zijn volop bezig en bereid alles met de bewindvoerder af te stemmen. Momenteel heeft [X.] werk en is [Y.] bezig om aan werk te komen.

4.3.3. De bewindvoerder heeft het volgende aangevoerd.

Met betrekking tot de boedelafdrachten stelt de bewindvoerder dat [X.] na 13 september 2007 en [Y.] vanaf 3 oktober 2007 geen afdrachten meer aan de boedel hebben gedaan, waardoor bij beiden een aanmerkelijke achterstand in de afdrachten is ontstaan.

Ten aanzien van de informatieplicht stelt de bewindvoerder dat hier op 14 december 2007 nog steeds niet aan was voldaan. Het is de bewindvoerder onduidelijk waarop de advocaat van [X.] en [Y.] baseert dat zij de rechtbank onjuist zou hebben geïnformeerd. Op de zitting van 9 oktober 2007 is [X.] en [Y.] medegedeeld dat zij zich moesten houden aan alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, zoals het toesturen van maandelijkse kopieën van inkomens- gegevens en bankafschriften. Na de zitting van 9 oktober 2007 is vervolgens wederom niets gebeurd. Na begin januari 2008 heeft de bewindvoerder in het geheel niets meer van [X.] en [Y.] vernomen. Begin januari 2008 volgden nog wel de salarisspecificaties van [X.] van november 2007.

Ten aanzien van de nakoming van de sollicitatieplicht stelt de bewindvoerder niet op de hoogte te zijn gebracht van de problemen rondom de zwangerschap van [Y.]. De bewindvoerder heeft over de tien maanden dat de sollicitatieplicht op [Y.] van toepassing was in totaal achttien bewijzen van door haar verrichte sollicitaties en vier inschrijvingsbewijzen bij uitzendbureaus ontvangen. Van [X.] heeft de bewindvoerder geen bewijs ontvangen van verrichte sollicitaties. De bewindvoerder stelt dat aldus niet is voldaan aan de plicht om maandelijks vier keer te solliciteren.

Met betrekking tot de auto’s op naam is door de bewindvoerder het volgende gesteld. Uit een overzicht van de RDW blijkt dat [X.] en [Y.], gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling, elk twee voertuigen op hun naam hebben gehad. Dit bezit is niet aan de bewindvoerder gemeld. Daarnaast heeft de rechter-commissaris op 27 november 2006 bepaald dat de waarde (€ 1.200,--) van het voertuig met kenteken [nummerbord] aan de boedel moet worden voldaan. Tot slot constateert de bewindvoerder dat ieder van appellanten bij VGZ een nieuwe schuld heeft van ruim € 540,--. Het feit dat hiervoor een betalingsregeling is getroffen doet hieraan niets af omdat er immers niets aan de boedel is afgedragen. De bewindvoerder verzoekt om het vonnis van de rechtbank te bekrachtigen.

4.4. Het hof komt tot de volgende beoordeling.

4.4.1. Bij het einde van de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is, dient op de voet van artikel 354 lid 1 Fw worden vastgesteld of de schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Bij deze vaststelling geldt als maatstaf of een tekortkoming, in het licht van alle omstandigheden van het geval, een duidelijke aanwijzing vormt dat bij de schuldenaar de van hem te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling heeft ontbroken. Ingevolge artikel 354 lid 2 Fw dient het hof voorts na te gaan of termen bestaan een tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis buiten beschouwing te laten.

4.4.2. Het hof neemt de volgende omstandigheden in aanmerking.

Het hof stelt op grond van een door de bewindvoerder ter zitting van het hof gedane - door [X.] en [Y.] onvoldoende gemotiveerd weersproken - mededeling vast dat tot de dag van behandeling in hoger beroep ieder der sanieten tenminste een achterstand heeft van ongeveer € 500,--, bij een minimale bijdrage aan de boedel.

Door [X.] en [Y.] is nagelaten om informatie te verschaffen aan de bewindvoerder, zulks terwijl zij behoorden te weten dat het adequaat voldoen aan de informatieplicht zeker op hun weg zou hebben gelegen. Op 9 oktober 2007 heeft de rechtbank hen immers hiertoe uitdrukkelijk een laatste kans gegeven.

Onweersproken is door de bewindvoerder gesteld dat na januari 2008 door [X.] en [Y.] niets meer is gedaan ter actieve vervulling van informatie- en/of sollicitatieplicht. Eveneens is onweersproken dat door [Y.] over de tien maanden dat de sollicitatieplicht op haar van toepassing was, in totaal slechts achttien sollicitaties zijn verricht, hetgeen minder dan de helft is van het aantal dat van haar verwacht had mogen worden. Tevens is door de bewindvoerder geen bewijs ontvangen van [X.] met betrekking tot door hem verrichte sollicitaties.

Tot slot is ter zitting komen vast te staan, dat door de rechter-commissaris op 27 november 2006 aan sanieten de verplichting is opgelegd om de waarde (ad € 1.200,--) van het voertuig met kenteken [nummerbord], aan de boedel af te dragen. Aan deze verplichting is ook niet voldaan, hetgeen een ernstige benadeling van de schuldeisers oplevert.

4.4.3. Het vorenstaande, alles in onderling verband en samenhang bezien, leidt ertoe dat de vonnissen waarvan beroep dienen te worden bekrachtigd. Naar het oordeel van het hof zijn beide sanieten meerdere kernverplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren nagekomen.

4.4.4. De vonnissen waarvan beroep zullen worden bekrachtigd.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt de vonnissen waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. Gründemann, De Klerk-Leenen en Pouw en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 23 april 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.