Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BD5644

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-06-2008
Datum publicatie
27-06-2008
Zaaknummer
HV 200.003.951
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bestemming boedelbijdrage tijdens verlenging schuldsaneringsregeling voor aflossing op nieuwe schulden in plaats van voor de gezamenlijke schuldeisers vindt geen steun in de Faillissementswet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Rechtsbijstand en schuldhulpverlening 2008/258
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

4 juni 2008

Sector civiel recht

Zaaknummer HV: 200.003.951/01

Zaaknummer eerste aanleg 05/246 R en 05/247 R

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Arrest

In de zaak in hoger beroep van:

[X.] en [Y.],

echtelieden,

wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna te noemen: [X. en Y.],

procureur: mr. Ph.C.M. van der Ven.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de vonnissen van de rechtbank te Maastricht van 25 maart 2008, waarvan de inhoud bij [X. en Y.] bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 27 maart 2008, hebben [X. en Y.] verzocht voormelde vonnissen te vernietigen voor zover de termijn, gedurende welke de schuldsaneringsregelingen van kracht zijn, is vastgesteld op 5 jaar of zoveel korter als de nieuwe schuldenlast eerder is weggewerkt, derhalve tot 23 maart 2010 en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de schuldsanerings¬regeling zal worden verlengd zonder afdrachtverplichting aan de boedel voor de duur dat (kennelijk is bedoeld: totdat) de nieuwe schuldenlast zal zijn voldaan, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 mei 2008. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- [X. en Y.], bijgestaan door hun advocaat, mr. D.M. Gijzen;

- drs. E.J. Bommezijn, bewindvoerder.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

- de brief van de bewindvoerder van 15 mei 2008, met bijlagen.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. Bij vonnissen van 23 maart 2005 heeft de rechtbank ten aanzien van [X. en Y.] ieder de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

4.2. Aan het einde van de periode van drie jaar van de schuldsaneringsregelingen was sprake van een nieuwe schuld aan de gemeente [gemeentenaam] van € 6.410,63. [X. en Y.] zijn met de gemeente overeengekomen dat deze schuld wordt afgelost door middel van betaling van € 600,00 per 1 maart 2008, gevolgd door betalingen van telkens € 250,00 per maand vanaf 1 april 2008.

4.3. Bij de eindbeoordeling door de rechtbank in maart 2008 is aan de orde geweest het voorstel om de schuldsaneringsregelingen met 1 jaar te verlengen, in welk jaar [X. en Y.] dan louter zouden aflossen op genoemde nieuwe schuld aan de gemeente [gemeentenaam] en geen gelden afdragen aan de boedel, in welk geval [X. en Y.] met maandelijkse betalingen van telkens € 1.100,00 die nieuwe schuld zouden hebben afgelost.

4.3.1. De rechtbank heeft dat voorstel niet overgenomen, overwegende dat zij de schuldsaneringen niet verlengt om slechts één nieuwe schuld af te lossen. Zij constateert – naar aanleiding van de verklaringen van [X. en Y.] en de bewindvoerder ter zitting – dat (afgezien van voornoemde schuld aan de gemeente) alle nieuwe schulden zijn betaald dan wel betalingsregelingen zijn getroffen.

4.3.2. De rechtbank heeft daarop besloten de schuldsaneringsregelingen voort te zetten, met een verlenging van de looptijd met twee jaar. Zij stelt die looptijd in de vonnissen waarvan beroep aldus vast op in totaal 5 jaar, derhalve tot 23 maart 2010, of zoveel korter als de nieuwe schuldenlast eerder is weggewerkt. Gedurende die periode moeten de boedelafdrachten worden voortgezet.

4.4. [X. en Y.] kunnen zich met deze vonnissen van de rechtbank niet verenigen en zijn daarvan in hoger beroep gekomen.

4.4.1. Zij hebben in hun beroepschrift en ter zitting van het hof daartegen diverse bezwaren aangevoerd.

Het oordeel van de rechtbank dat de schuldsanering niet verlengd zal worden om slechts één nieuwe schuld af te lossen, achten zij onbegrijpelijk en zij stellen dat de rechtbank dat niet nader heeft gemotiveerd. Bovendien leidt de beslissing van de rechtbank ertoe, dat indien de boedelafdrachten gehandhaafd moeten worden – die bestemd zijn voor de aflossing op de schulden van vóór de ingangsdatum van de schuldsane¬ringsregelingen – het maandelijkse bedrag ter aflossing van de schuld aan de gemeente uit het vrij te laten bedrag moet komen, hetgeen voor [X. en Y.] een onmogelijke opgave is. Aldus zullen zij niet in staat zijn de nieuwe schuldenlast weg te werken en dreigt hun de schone lei te zijner tijd onthouden te worden. De bewindvoerder had een deugdelijk en uitvoerbaar alternatief voorgesteld.

4.4.2. [X. en Y.] verzoeken het hof de vonnissen van de rechtbank Maastricht van 25 maart 2008 te vernietigen, voor zover de termijn, gedurende welke de schuld-saneringsregelingen van kracht zijn, is vastgesteld op 5 jaar of zoveel korter als de nieuwe schuldenlast eerder is weggewerkt, derhalve tot 23 maart 2010, en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de schuldsaneringsregeling zal worden verlengd zonder afdrachtverplichting aan de boedel voor de duur dat de nieuwe schuldenlast zal zijn voldaan, althans een zodanige beslissing al het hof in goede justitie zal vermenen te behoren.

4.5. Het hof komt tot de volgende beoordeling.

De rechtbank heeft het voorstel van [X. en Y.] met juistheid niet gevolgd. Honorering van dit voorste zou immers in feite inhouden dat een schuldenaar, in geval van verlenging van de schuldsaneringsregeling, gedurende de periode van de verlenging niet zou behoeven te voldoen aan één van de kernverplichtingen uit de schuld-saneringsregeling, te weten de afdracht van het surplus boven het vrij te laten bedrag aan de boedel ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers.

Een en ander vindt geen steun in enige bepaling uit de Faillissementswet.

Vorenstaande brengt mee dat de vonnissen waarvan beroep dienen te worden bekrachtigd.

5. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank Maastricht van 25 maart 2008.

Deze beschikking is gegeven door mrs. De Klerk-Leenen, Gründemann en Pouw en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 4 juni 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.