Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BD0912

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-04-2008
Datum publicatie
06-05-2008
Zaaknummer
20-003473-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

De tenlastelegging in de hoofdzaak luidde (kort weergegeven) dat verdachte op tijdstip(pen) in de periode van 06-11-2006 tot en met 28-02-2007 (telkens) hennep had geteeld. Uit de stukken kon worden opgemaakt dat de politierechter had veroordeeld enkel ter zake de kweek die op 28 februari 2007 door de politie werd aangetroffen en inbeslaggenomen. De vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel had betrekking op een eerdere, in januari 2007 geoogste kweek. Hoewel dit in het stempelvonnis niet met zoveel woorden was vermeld, gaat het hof ervan uit dat verdachte door de politierechter impliciet is vrijgesproken van de kweek waarop de ontnemingsvordering betrekking had.

Onder verwijzing naar het “Geeringsarrest” wijst het hof de ontnemingsvordering af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2008, 137

Uitspraak

Parketnummer: 20-003473-07 OWV

Uitspraak : 28 april 2008

TEGENSPRAAK

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 17 september 2007 in de strafzaak met parketnummer 01-846702-07 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1982],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen: veroordeelde.

Hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van veroordeelde naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de beslissing van de eerste rechter, waarbij de vordering ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd afgewezen, zal vernietigen en te dien aanzien opnieuw rechtdoende het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van EUR 8.084,-.

De veroordeelde heeft zich op het standpunt gesteld dat hij geen voordeel heeft genoten uit de bewezenverklaarde hennepteelt.

Beslissing waarvan beroep

De beroepen beslissing zal worden vernietigd, omdat het hof zich daarmee niet kan verenigen.

De beoordeling

Het hof overweegt ambtshalve het volgende.

I. Bij de veroordeelde is op 28 februari 2007 op het adres [adres] te [woonplaats] een hennepkwekerij aangetroffen met 210 hennepplanten. Deze hennepplanten zijn inbeslaggenomen. De veroordeelde heeft hiervan derhalve geen voordeel genoten.

II. De veroordeelde heeft ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 14 april 2008 verklaard dat de aangetroffen en inbeslaggenomen hennepplanten de tweede kweek vormden die in januari 2007 was opgezet; een eerdere kweek – opgezet in november 2006 – was reeds geoogst.

III. De veroordeelde is in de bij deze ontnemingszaak behorende strafzaak op 17 september 2007 door de politierechter in de rechtbank ’s-Hertogenbosch veroordeeld. Hiervan is een aantekening mondeling vonnis in de zin van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering opgemaakt. Deze aantekening mondeling vonnis vermeldt als kwalificatie: “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod”. Als pleegperiode is bewezenverklaard: “in de periode van 6 november 2006 tot en met 28 februari 2007”.

IV. De tekst van de tenlastelegging op grond waarvan veroordeelde in de bijbehorende strafzaak is veroordeeld, luidt: “hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 november 2006 tot en met 28 februari 2007 te Vinkel, gemeente Maasdonk, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de Vinkelsestraat) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 210, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van die wet”.

V. In het vonnis van de eerste rechter in de onderhavige ontnemingszaak is door de politierechter opgenomen dat de veroordeling in de bijbehorende strafzaak “betrekking heeft op het telen van de op 28 februari 2007 aangetroffen planten”.

VI. Deze ontnemingszaak en de bijbehorende strafzaak zijn op 17 september 2007 gelijktijdig behandeld.

VII. Uit de tenlastelegging en de vonnissen in de strafzaak en de ontnemingszaak in eerste aanleg, in onderlinge samenhang bezien, maakt het hof op dat veroordeelde is veroordeeld wegens het telen van de inbeslaggenomen hennepkweek in de periode januari 2007-28 februari 2007.

VIII. Het hof leidt hieruit af dat – nu de tenlastelegging luidt: “op tijdstippen”, doch de kwalificatie niet luidt “meermalen gepleegd” – verdachte is vrijgesproken van de hennepkweek in de periode november 2006-januari 2007, hoewel zulks niet met zoveel woorden in de aantekening mondeling vonnis is vermeld.

XI. Ingevolge het arrest van het EHRM, het zogenaamde “Geerings-arrest” d.d. 1 maart 2007, LJN BA 1112, kan geen voordeel worden ontnomen voorzover de betrokkene is vrijgesproken van het tenlastegelegde. De vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet derhalve worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:

Wijst af de vordering van het openbaar ministerie strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag.

Aldus gewezen door

mr. J.P.F. Rijken, voorzitter,

mr. J.A. van Zon en mr. M.J.C. van Kamp,

in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoekstra, griffier,

en op 28 april 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.