Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BD0719

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-04-2008
Datum publicatie
09-12-2008
Zaaknummer
HD 103.002.117
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Instellen deskundige rapportage. Het hof zal derhalve de volgende vragen aan de deskundige voorleggen:

1a) van welk jaarlijks (gemiddeld) omzetbedrag dient voor de berekening van de margederving in de periode na 1 januari 2002 te worden uitgegaan teneinde zo reëel mogelijk te kunnen begroten de schade die Franklin in verband met de beëindiging van de jv-overeenkomst per 1 januari 2002 lijdt wegens het derven van marge op haar omzet?

1b) kunt u daarbij gemotiveerd aangeven of u, en op grond waarvan u, uitgaat van de totale omzet van Franklin in 2002, ongeacht of Franklin die inkocht via InCo-öp B.V. (a), dan wel van de omzet van Franklin voor zover die is ingekocht via Inco-öp B.V. (b), dan wel van de omzet van Franklin voor zover die betrekking heeft op artikelen die zowel Franklin als Cehave via InCo-öp inkocht tijdens de jv-overeenkomst (c)?

2) kunt u daarbij gemotiveerd aangeven op welke uitgangspunten u zich overigens baseert en of u van oordeel bent dat tevens rekening dient te worden gehouden met verlies aan "bargaining power" in de markt per 1 januari 2002 doordat de jv-overeenkomst per die datum is geëindigd, zo ja, wilt u dan inzichtelijk maken welke cijfermatige consequenties hieraan moeten worden verbonden? Zo nee, wilt u inzichtelijk maken waarom met verlies aan bargaining power geen rekening behoeft te worden gehouden?

3) wilt u uw antwoorden zo veel mogelijk toelichten?

4) hebt u voor het overige nog opmerkingen die in dit verband van belang zijn bij de beoordeling van het bedrag aan schadevergoeding dat Cehave aan Franklin dient te betalen?

8.5. Het hof zal, zoals overwogen in het arrest van

23 oktober 2007, de kosten van de deskundige voorshands ten laste van Franklin brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

typ. NJ

rolnr. HD 103.002.117

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

vierde kamer, van 15 april 2008,

gewezen in de zaak van:

1) de coöperatieve vereniging COÖPERATIEVE CEHAVE LANDBOUWBELANG U.A.,

gevestigd te Veghel,

2) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CEHAVE LANDBOUWBELANG VOEDERS B.V.,

gevestigd te Veghel,

appellanten in principaal appel,

geïntimeerden in incidenteel appel,

procureur: mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann,

tegen:

1) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FRANKLIN SERVICE PRODUCTS B.V.,

gevestigd te Raamsdonksveer,

gemeente Geertruidenberg,

2) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PERSTORP FRANKLIN B.V., rechtsopvolger van FRANKLIN PRODUCTS INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Raamsdonksveer,

gemeente Geertruidenberg,

3) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FRANKLIN FACTORIES B.V.,

gevestigd te Raamsdonksveer,

gemeente Geertruidenberg,

4) de rechtspersoon naar buitenlands recht FRANKLIN PHARMACEUTICALS LTD. (IRELAND),

zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen Nederland, daarbuiten gevestigd te Trim, County Meath, Ierland,

geïntimeerden in principaal appel,

appellanten in incidenteel appel,

procureur: mr. J.C.B.C. Geerts,

als vervolg op het door dit hof gewezen tussenarrest van 23 oktober 2007 in het hoger beroep tegen het door de rechtbank 's-Hertogenbosch tussen geïntimeerden in principaal appel, appellanten in incidenteel appel, als eiseressen en appellanten in principaal appel, geïntimeerden in incidenteel appel, als gedaagden gewezen mondeling vonnis van 2 juni 2003 alsmede het vonnis van 19 januari 2005.

Appellanten in principaal appel sub 1 en 2 worden hierna tezamen wederom in vrouwelijk enkelvoud aangeduid als Cehave.

Geïntimeerden in principaal appel sub 1, 2, 3 en 4 worden hierna tezamen wederom in vrouwelijk enkelvoud aangeduid als Franklin.

6. Het tussenarrest van 23 oktober 2007

Bij voormeld tussenarrest (rov 4.6.15.) heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over aantal, deskundigheid en - bij voorkeur eensluidend - over de persoon van de te benoemen deskundige(n) en de eventueel aanvullende aan deze(n) voor te leggen vragen.

7. Het verdere verloop van de procedure

7.1. Daarop hebben zowel Cehave als Franklin op 4 december 2007 een akte genomen, waarna Cehave op 8 januari 2008 een antwoordakte heeft genomen.

7.2. Vervolgens hebben partijen de gedingstukken aan het hof overgelegd en het hof gevraagd wederom uitspraak te doen.

8. De verdere beoordeling

8.1. Beide partijen hebben gesteld dat kan worden volstaan met één deskundige. Cehave heeft als deskundige voorgesteld ofwel de heer H. Verloop van Deloitte & Touche te Leiden ofwel de heer J. Vermetten van Vermetten Accountants & Adviseurs te Gilze. Franklin heeft als deskundige voorgesteld de heer Ph.M. van Spaendonck, voorzitter van het Nederlands Instituut van Register Valuators te 's-Hertogenbosch. Tegen benoeming van de door Franklin voorgestelde deskundige heeft Cehave bezwaar gemaakt op de grond dat Franklin noch de kwalificaties noch referenties van de voorgestelde deskundige heeft verstrekt.

8.2. Nu partijen het er over eens zijn dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige, zal het hof één deskundige benoemen. Franklin heeft bij akte d.d. 4 december 2007 bezwaar gemaakt tegen benoeming van één van de door Cehave voorgestelde deskundigen en op dit punt gesteld dat Cehave de kwalificaties van de door haar voorgestelde deskundigen niet heeft aangegeven waardoor Franklin niet in staat is om te controleren of de door Cehave voorgestelde deskundigen inderdaad beschikken over relevante ervaring. Nu Cehave geen bezwaren heeft geuit tegen de door Franklin voorgestelde deskundige, de heer Ph.M. van Spaendonck, zal het hof dit voorstel volgen en de heer Ph.M. van Spaendonck, voorzitter van het Nederlands Instituut van Register Valuators te 's-Hertogenbosch tot deskundige benoemen.

8.3. Geen der partijen heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid voorstellen te doen tot het stellen van aanvullende vragen. Beide partijen hebben gesteld geen bezwaar te hebben tegen de vragen zoals het hof deze voorlopig had geformuleerd in rechtsoverweging 4.6.14. van het arrest van 23 oktober 2007.

8.4. Het hof zal derhalve de volgende vragen aan de deskundige voorleggen:

1a) van welk jaarlijks (gemiddeld) omzetbedrag dient voor de berekening van de margederving in de periode na 1 januari 2002 te worden uitgegaan teneinde zo reëel mogelijk te kunnen begroten de schade die Franklin in verband met de beëindiging van de jv-overeenkomst per 1 januari 2002 lijdt wegens het derven van marge op haar omzet?

1b) kunt u daarbij gemotiveerd aangeven of u, en op grond waarvan u, uitgaat van de totale omzet van Franklin in 2002, ongeacht of Franklin die inkocht via InCo-öp B.V. (a), dan wel van de omzet van Franklin voor zover die is ingekocht via Inco-öp B.V. (b), dan wel van de omzet van Franklin voor zover die betrekking heeft op artikelen die zowel Franklin als Cehave via InCo-öp inkocht tijdens de jv-overeenkomst (c)?

2) kunt u daarbij gemotiveerd aangeven op welke uitgangspunten u zich overigens baseert en of u van oordeel bent dat tevens rekening dient te worden gehouden met verlies aan "bargaining power" in de markt per 1 januari 2002 doordat de jv-overeenkomst per die datum is geëindigd, zo ja, wilt u dan inzichtelijk maken welke cijfermatige consequenties hieraan moeten worden verbonden? Zo nee, wilt u inzichtelijk maken waarom met verlies aan bargaining power geen rekening behoeft te worden gehouden?

3) wilt u uw antwoorden zo veel mogelijk toelichten?

4) hebt u voor het overige nog opmerkingen die in dit verband van belang zijn bij de beoordeling van het bedrag aan schadevergoeding dat Cehave aan Franklin dient te betalen?

8.5. Het hof zal, zoals overwogen in het arrest van

23 oktober 2007, de kosten van de deskundige voorshands ten laste van Franklin brengen.

8.6. Het hof zal iedere verdere beslissing ten aanzien van grief 5 van het principaal appel en ten aanzien van grief III van het incidenteel appel aanhouden tot na het deskundigenbericht.

9. De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat een deskundigenonderzoek zal worden verricht naar de in rechtsoverweging 8.4. van dit arrest geformuleerde vragen;

benoemt tot deskundige

De heer Ph.M. van Spaendonck

[adres]

[telefoonnummer]

ter beantwoording van de in rechtsoverweging 8.4. vermelde vragen;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof;

verzoekt de deskundige tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek zal aanvangen nadat de griffier heeft bericht dat het voorschot is ontvangen;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat het voorschot is ontvangen en dat met het onderzoek kan worden aangevangen;

bepaalt dat de griffier een specificatie van het voorschot bij het afschrift van dit arrest meezendt aan de procureurs van partijen;

bepaalt dat Franklin het voorschot van EUR 17.208,-- (incl. btw) binnen 4 weken na heden zal overmaken naar rekeningnummer 19.23.25.787 ten name van Arrondissement 536 's-Hertogenbosch onder vermelding ons kenmerk;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding dient te worden gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

benoemt mr. Hofkes tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffie dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

verwijst de zaak naar de rolzitting van 12 augustus 2008 voor memorie na deskundigenonderzoek aan de zijde van Cehave;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. Bod, De Groot-Van Dijken en Hofkes en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van 15 april 2008.