Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC9443

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-03-2008
Datum publicatie
09-12-2008
Zaaknummer
HD 103.003.712
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voor een geslaagd beroep ten aanzien van M&D op hetgeen in artikel 36 CMR is bepaald ten aanzien van de aansprakelijkheid van opvolgende vervoerders is allereerst vereist dat M&D kan worden aangemerkt als wegvervoerder in de zin van artikel 34 CMR. Hetgeen [appellant] in dit verband heeft gesteld, rechtvaardigt evenwel niet de conclusie dat M&D als zodanig kan worden beschouwd. De werkzaamheden die M&D heeft verricht met betrekking tot de exportdocumenten en haar vermelding daarin brengen niet mee dat zij als vervoerder heeft te gelden. Door [appellant] zijn verder geen feiten of omstandigheden gesteld die inhouden dat tussen [appellant] en M&D een vervoerovereenkomst tot stand is gekomen. De aansprakelijkheid voor de te vervoeren lading is bij de vervoerder, dat wil zeggen MKS, komen te liggen vanaf de inontvangstneming van de lading, dat wil zeggen het opladen daarvan op de trailer van MKS. De lading is met trailer en al verdwenen zodat de aansprakelijkheid voor de lading reeds op de vervoerder, MKS, was overgegaan op het moment dat deze verdween.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

typ. RS

rolnr. HD 103.003.712

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

vierde kamer, van 25 maart 2008,

gewezen in de zaak van:

[APPELLANT],

wonende te [plaats],

appellant bij exploot van dagvaarding van 21 juni 2006,

procureur: mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann,

tegen:

1. de vennootschap onder firma HANDELSONDERNEMING M.K.S. INT. TRANSPORT,

gevestigd te Bergen op Zoom,

geïntimeerde,

in hoger beroep niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid M&D TRUCKS B.V.,

gevestigd te Breda,

geïntimeerde bij gemeld exploot,

procureur: mr. L.R.G.M. Spronken,

op het hoger beroep van het door de rechtbank Breda gewezen vonnis van 5 april 2006 tussen appellant - [appellant] - als eiser en geïntimeerden - MKS en M&D - als gedaagden.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 147572/HA ZA 05-1028)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. [appellant] is van dit vonnis tijdig in hoger beroep gekomen. Tegen de niet verschenen geïntimeerde MKS is verstek verleend. Op deze verstekverlening wordt hierna onder 4.1 teruggekomen.

2.2. Bij memorie van grieven, tevens akte van verlaging van eis heeft [appellant] onder overlegging van drie producties drie grieven aangevoerd, zijn eis in hoofdsom verminderd tot een bedrag van € 25.950,= en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot hoofdelijke veroordeling van MKS en M&D tot betaling van € 25.950,=, te vermeerderen met de CMR rente vanaf 16 maart 2005, met veroordeling van MKS en M&D in de kosten van beide instanties.

2.3. Bij memorie van antwoord heeft M&D de grieven bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep, met rente.

2.4. [appellant] en M&D hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Voor de inhoud van de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Met betrekking tot de verstekverlening ten aanzien van MKS overweegt het hof het volgende. De enige appeldagvaarding die door [appellant] is overgelegd, bevat een betekening aan M&D. Op deze appeldagvaarding is in het open vak onder de naam van MKS de aanduiding "-aldaar werk- zaam-" getikt, maar daarmee bevat deze appeldagvaarding niet (tevens) een betekening aan MKS. MKS is niet op hetzelfde adres gevestigd als M&D. Een afzonderlijke appeldagvaarding bestemd voor MKS bevindt zich niet in het procesdossier van [appellant]. In het griffiedossier bevindt zich ook geen afschrift ervan, terwijl dat wel het geval geweest zou zijn indien bij het aanbrengen van de zaak ten aanzien van beide geïntimeerden een appeldagvaarding zou zijn overgelegd. Het dient er bij deze stand van zaken voor gehouden te worden dat in hoger beroep alleen M&D is gedagvaard, zodat ten aanzien van MKS ten onrechte verstek is verleend en [appellant] ten aanzien van MKS niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Dit hoger beroep betreft verder alleen [appellant] en M&D.

4.2. Het gaat in deze zaak, kort samengevat, om het volgende.

a) Op 9 november 2004 heeft [appellant], naar hij stelt, twee vrachtauto's van M&D gekocht. Voor het vervoer van deze vrachtauto's en van twee elders gekochte personenauto's en een generator is MKS ingeschakeld.

b) M&D heeft op verzoek van [appellant] de vrachtauto's en de personenauto's op een trailer van MKS geladen en de documenten voor de export van de vrachtauto's naar Turkije in orde gemaakt. Deze documenten zijn gedateerd 10 november 2004 (prod. 3 inl. dagv.).

c) De trailer met lading is aan de openbare weg geparkeerd en op 14 november 2004 verdwenen. Door MKS is op die dag tezamen met [appellant] bij de politie aangifte gedaan van diefstal (prod. 4 inl. dagv.).

d) Voor de hierdoor naar hij stelt aan hem opgekomen schade heeft [appellant] MKS en M&D op 16 maart 2005 aansprakelijk gesteld, die aansprakelijkheid evenwel van de hand wijzen.

4.3. In deze procedure heeft [appellant] zich in eerste aanleg op het standpunt gesteld dat hij door het verdwijnen van de lading een schade van € 70.000,= heeft geleden. Ten aanzien van MKS stelde [appellant] dat deze de te vervoeren goederen reeds in ontvangst had genomen maar nog niet had afgeleverd zodat MKS op grond van artikel 17 van het toepasselijke CMR-verdrag dan wel wanprestatie of onrechtmatige daad voor deze schade aansprakelijk is. [appellant] hield M&D aansprakelijk op grond van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad omdat M&D ten aanzien van het veiligstellen van de lading niet de vereiste zorg in acht genomen heeft. Verder verweet [appellant] M&D dat zij de exportdocumenten niet tijdig heeft verzorgd. Wanneer dat wel gebeurd zou zijn, had het vervoer eerder kunnen plaatsvinden waardoor de lading niet zou zijn verdwenen, aldus [appellant].

4.4. In het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank geoordeeld dat [appellant] zijn vordering niet voldoende heeft onderbouwd voor zover deze een bedrag van € 25.800,= te boven gaat. Dit bedrag betreft de koopprijs van de twee vrachtwagens (€ 23.000,=) en de waarde een van de personenauto's (€ 300,=) en van de generator (€ 2.500,=). Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat alleen ten aanzien de generator [appellant] als eigenaar kan worden aangemerkt. Op grond van artikel 17 CMR heeft de rechtbank MKS veroordeeld tot betaling van het daarbij behorende bedrag van € 2.500,= met CMR-rente vanaf de aansprakelijkstelling op 16 maart 2005. Voor het overige zijn de vorderingen ten aanzien van MKS afgewezen. De vordering op M&D heeft de rechtbank afgewezen op de grond dat MKS als vervoerder de zorg had voor de oplegger met inhoud.

4.5. In hoger beroep stelt [appellant] dat hij voor de vrachtwagens niet € 23.000,= heeft betaald, maar € 22.000,=. Verder stelt [appellant] dat de waarde van de ene personenauto € 300,= bedraagt, van de andere personenauto € 1.150,= en van de generator € 2.500,=, zodat de waarde van de lading in totaal € 25.950,= is. Dit bedrag, vermeerderd met de CMR-rente vanaf 16 maart 2005, vordert [appellant] na vermindering van eis in hoger beroep. De hoogte van deze bedragen wordt door M&D op zich niet betwist.

4.6. Grief 1 van [appellant] betreft het oordeel van de rechtbank inzake het ontbreken van belang bij [appellant] bij de verdwenen lading (afgezien van de generator). Grief 2 betreft de gestelde aansprakelijkheid van M&D en grief 3 de thans gevorderde bedragen. Het hof eerst grief 2 behandelen.

4.7. Volgens [appellant] dient M&D als eerste vervoerder in de zin van artikel 36 CMR te worden aangemerkt en MKS als laatste vervoerder, althans als vervoerder tijdens wiens transport de schade is ontstaan. In dit verband stelt [appellant] dat M&D de vrachtbrieven, de exportpapieren en de praktische zaken van het vervoer zou regelen; hij wijst erop dat M&D in de overgelegde exportdocumenten als afzender/exporteur staat vermeld. Verder stelt [appellant] dat M&D ingevolge de door haar gehanteerde algemene voorwaarden hiertoe ook gemachtigd was. Mede door de vertraging in de afhandeling van de stukken door M&D heeft de trailer onbeheerd een nacht aan de openbare weg gestaan, aldus [appellant]. Naast de rechtsverhouding met de feitelijke vervoerder is er aldus, volgens [appellant], een contractuele verhouding terzake het vervoer met M&D ontstaan. In die verhouding heeft M&D wanprestatie gepleegd; subsidiair stelt [appellant] dat M&D jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld. Aansprakelijkheid van één partij ingevolge het CMR-verdrag sluit aansprakelijkheid van een andere partij niet uit, aldus [appellant]. Door M&D is een en ander gemotiveerd betwist.

4.8. Het hof overweegt hierover het volgende. Voor een geslaagd beroep ten aanzien van M&D op hetgeen in artikel 36 CMR is bepaald ten aanzien van de aansprakelijkheid van opvolgende vervoerders is allereerst vereist dat M&D kan worden aangemerkt als wegvervoerder in de zin van artikel 34 CMR. Hetgeen [appellant] in dit verband heeft gesteld, rechtvaardigt evenwel niet de conclusie dat M&D als zodanig kan worden beschouwd. De werkzaamheden die M&D heeft verricht met betrekking tot de exportdocumenten en haar vermelding daarin brengen niet mee dat zij als vervoerder heeft te gelden. Door [appellant] zijn verder geen feiten of omstandigheden gesteld die inhouden dat tussen [appellant] en M&D een vervoerovereenkomst tot stand is gekomen. De aansprakelijkheid voor de te vervoeren lading is bij de vervoerder, dat wil zeggen MKS, komen te liggen vanaf de inontvangstneming van de lading, dat wil zeggen het opladen daarvan op de trailer van MKS. De lading is met trailer en al verdwenen zodat de aansprakelijkheid voor de lading reeds op de vervoerder, MKS, was overgegaan op het moment dat deze verdween.

4.9. [appellant] heeft aangevoerd dat bij de afhandeling van de exportdocumenten door M&D vertraging is ontstaan, hetgeen M&D gemotiveerd heeft betwist en [appellant] daartegenover niet verder aannemelijk heeft gemaakt. De datering van de documenten wijst niet op enige vertraging, terwijl door [appellant] zijn stelling dat daarvan desondanks sprake is geweest verder niet heeft onderbouwd. Aan deze stelling van [appellant] dient reeds om deze redenen voorbijgegaan te worden, zodat in het midden kan blijven of de gestelde vertraging al dan niet tot aansprakelijkheid van M&D voor het wel en wee van de lading zou kunnen leiden.

4.10. Voor het overige biedt hetgeen [appellant] zowel in eerste aanleg als thans in hoger beroep heeft gesteld met betrekking tot wanprestatie en/of onrechtmatig handelen van M&D onvoldoende onderbouwing voor zijn stelling dat van het één dan wel het ander jegens hem sprake is. Voor bewijslevering zoals door [appellant] (alleen) in eerste aanleg in algemene termen aangeboden, is bij gebreke van voldoende relevante gestelde feiten of omstandigheden geen aanleiding.

4.11. Een en ander leidt tot de slotsom dat grief 2 wordt verworpen; de vordering jegens M&D is niet voor toewijzing vatbaar. De grieven 1 en 3 behoeven bij deze stand van zaken geen behandeling. Het vonnis waarvan beroep zal ten aanzien van M&D worden bekrachtigd en [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van M&D.

5. De uitspraak

Het hof:

verklaart [appellant] ten aanzien van MKS niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep;

bekrachtigt ten aanzien van M&D het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op deze uitspraak aan de zijde van M&D begroot op € 1.050,= aan verschotten en op € 1.158,= aan salaris procureur, deze bedragen vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na heden tot de dag der voldoening.

Dit arrest is gewezen door mrs. Meulenbroek, Huijbers-Koopman en De Klerk-Leenen en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 25 maart 2008.